Irak-Iranoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Irak-Iranoorlog
Iran-Iraq War Montage.png
Datum 22 september 1980 - 20 augustus 1988
Locatie Perzische Golf, Iraans-Iraakse grens
Resultaat Patstelling; door de VN afgedwongen wapenstilstand
Strijdende partijen
Vlag van Iran Iran

Gesteund door:

Vlag van Irak (1963-1991) Irak

Gesteund door:

Leiders en commandanten
Ayatollah Ruhollah Khomeini
Abolhassan Banisadr
Ali Shamkhani
Mostafa Chamran
Saddam Hoessein
Ali Hassan al-Majid
Troepensterkte
305.000 soldaten
500.000 Islamitische Revolutionaire Garde milities
1000 tanks
1000 gepantserde voertuigen
3000 stukken artillerie
450 vliegtuigen
750 helikopters[4]
190.000 soldaten
4500 tanks
4000 gepantserde voertuigen
7330 stukken artillerie
500+ vliegtuigen
100+ helikopters[5]
Verliezen
500.000+ soldaten/milities/burgers dood of gewond (geschat) 375.000+ soldaten/milities/burgers dood of gewond (geschat)

De Iraaks-Iraanse Oorlog (Arabisch: حرب الخليج الأولى) was een militair conflict tussen Iran en Irak. De oorlog duurde van 22 september 1980 tot 20 augustus 1988. De oorlog stond aanvankelijk bekend als de "Golfoorlog" voor het uitbreken van de Golfoorlog van 1990-1991. In Iran werd deze oorlog ook wel de opgelegde oorlog of de veeleisende oorlog genoemd.

Redenen voor de oorlog[bewerken]

De maximale verschuivingen van de frontlijnen: de rode lijn geeft Iraks verste front aan en de gele lijn geeft Irans verste front aan.

Gebruikmakend van de relatieve chaos in Iran na de Iraanse Revolutie van 1979 viel Saddam Hoesseins leger op 22 september 1980 de olierijke zuidwestelijke provincie Khoezistan binnen. Saddam beweerde dat deze provincie, waar veel Arabieren wonen, deel uitmaakte van het 'historische Irak'. Daarnaast wilde hij volledige controle krijgen over de gedeelde grensrivier Arvandrud (Shatt al-Arab). Saddam schond met zijn inval het Verdrag van Algiers (1975) tussen de beide landen, waarin hun gemeenschappelijke grens was vastgelegd. Hij hoopte Iran een snelle beslissende nederlaag toe te kunnen brengen, om vervolgens de gebieden en rechten te krijgen die hij verlangde. Ook hoopte hij een overslaan van de revolutie te voorkomen door Iran gezichtsverlies toe te brengen.

Bovendien bezat Iran een uitermate strategische positie, gelegen op belangrijke handelsroutes en tussen de Sovjet-Unie, Pakistan en het Midden-Oosten. Daarbij had Iran het potentieel om een regionale macht te worden en was daarmee een rivaal van Saddam Hoessein. Door Iran te vernederen of zelfs uit te schakelen of ondergeschikt te maken, zou Irak de regionale hegemonie verwerven.

Uitgangssituatie[bewerken]

In Irak had de nationalistische Ba'ath-partij een redelijk stabiel regime opgebouwd dat bovendien kon profiteren van de olie-opbrengsten. Door de inkomsten die dit genereerde kon Irak op de internationale markt wapens kopen, waardoor het Iraakse leger een van de beste in de regio was. Irak had een fors overwicht aan tanks (2700 vs. 1740). Iran bezat echter meer artillerie en een grotere luchtmacht. Daar stond tegenover dat het land nog in de nasleep van de Iraanse Revolutie van 1979 verkeerde en dus instabiel was. Veel (hogere) officieren waren als aanhangers van de sjah weggezuiverd waardoor het leger feitelijk leiderloos was.

Daarentegen begunstigde de geografie Iran. Het land was groot en werd doorsneden door bergketens, wat een inval, met name met tanks, zeer bemoeilijkte. Een invaller moest zijn troepen over een groot gebied uitsmeren aangezien de doelen op grote afstand van elkaar lagen.

Verloop van de oorlog[bewerken]

De oorlog begon op 22 september 1980 met een grootschalige luchtaanval op Iran. Direct wreekte zich het feit dat Saddam Hoessein zich in de afmetingen van het land had vergist. Slechts een deel van de luchtmacht kon doordringen tot de verder gelegen vliegvelden, en wisten daar weliswaar de Iraanse luchtmacht en infrastructuur schade toe te brengen, maar geenszins uit te schakelen. Zo konden bijvoorbeeld slechts 3 MiG-23 toestellen Teheran bereiken waar ze slechts wat lichte schade aan vliegtuigen konden toebrengen. De dag erna, 23 september, volgde een grootschalige aanval over een front van 644 km. Zes Iraakse divisies vielen Iran binnen. Eén belegerde Koramsjar, een tweede Abadan, twee anderen vielen de rest van Khuzestan aan, en de overige twee vielen in het midden en noorden aan om een Iraanse tegenaanval op Centraal-Irak te voorkomen.

Het militaire conflict verliep aanvankelijk gunstig voor Irak, maar al snel hervonden de Iraanse leiders zichzelf en bood de oorlog hun een unieke kans het volk te verenigen tegen één vijand. Terwijl de Iraanse bevolking zeer gemotiveerd was de invallers te bestrijden, ontbrak de motivatie aan de Iraakse kant. Bovendien zouden de troepen volgens de Britse journalist Brogan slecht geleid zijn. Hier kwam een extra teleurstelling voor Saddam Hoessein bij. De Arabieren van Khuzestan kwamen namelijk niet in opstand.

De puriteins-sjiitische regering maakte van de oorlog een heilige oorlog, waarbij de in hun ogen 'tirannieke' soennieten verslagen moesten worden. De Iraanse moellahs grepen terug op de Slag bij Karbala van 680, waarbij Imam Hoessein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, door de kalief verslagen werd en als martelaar stierf. Ze wisten de grote Iraanse bevolking te mobiliseren tot een totale oorlog. Hoewel de coördinatie tussen het reguliere leger en de Pasdaran slecht was, wist Iran stand te houden. In de lucht behaalde de Iraanse luchtmacht de hegemonie, en viel diverse doelen in Irak aan. Tussen 22 september en 1 oktober werd Bagdad bijvoorbeeld acht keer gebombardeerd.

De oorlogvoering was in vele gevallen wreed. Zo werd door Irak gifgas ingezet, werden loopgraven gegraven en mijnenvelden aangelegd. Tienduizenden Iraanse kinderen stierven als gedwongen martelaar met 'een sleutel voor het paradijs' om hun nek en een band met 'Karbala' op hun hoofd. Hoewel deskundigen dat laatste als een hoax beschouwen. Het gaat volgens hen om een misinterpretatie van het heilige boek "De sleutel tot het paradijs" (Mafatih al-Janan) van Sheikh Abbas Qumi, die alle vrijwilligers in het leger van Iran kregen.

De Iraakse opmars liep vast en leverde uiteindelijk niet meer op dan de bezetting van 3000 vierkante kilometer aan woestijn, moeras, bergen en de door Iran verlaten stad Koramsjar.

In juli 1982 had Iran Irak teruggedreven naar de oorspronkelijke grenzen, maar nu had Iran zich nieuwe doelen gesteld: de verovering van de heilige sjiitische steden Najaf en Karbala in centraal Irak. De Iraniërs vielen het Iraakse Al-Faw schiereiland binnen en dreigden Irak van de zee af te sluiten. De Iraniërs waren echter niet in staat om de Irakezen te verslaan en de oorlog liep uit op een bloedige uitputtingsoorlog. De Irakezen hadden hun toevlucht tot gifgas genomen om de Iraanse opmars tot staan te brengen. En toen de Iraniërs door de moerassen van Zuid-Irak oprukten naar Basra, lieten de Irakezen olie in de moerassen lopen en staken deze aan. Vervolgens werden vijvers onder stroom gezet, zodat de Iraniërs die niet door verbranding gestorven waren geëlektrocuteerd werden.

Arabische landen, waaronder Koeweit, steunden Irak omdat ze beducht waren voor een Iraanse dominantie in het Golfgebied. Iran had zich in de wereld buitengewoon onpopulair gemaakt, terwijl Irak met zijn secularisme voor het Westen het minste van twee kwaden leek. Hier kwam bij dat Khomeiny bleef ageren tegen de Arabische koninkrijken en emiraten, en verklaarde dat de monarchie geen islamitische staatsvorm was. Hoewel Khomeiny wellicht de Arabische staten hoopte te intimideren gebeurde precies het tegengestelde: de landen zetten hun reserves tegen Irak opzij en steunden dit land. Wapens en vliegtuigen (o.a. Franse Mirages) werden aan Irak geleverd. Aan het eind van de oorlog had Irak dan ook een enorm materieel overwicht. Slechts door pure mankracht kon Iran zich staande houden.

'Oorlog van de steden' en de 'tankeroorlog'[bewerken]

Nadat de stellingen zich rond juli 1982 nauwelijks meer verplaatsten, verschoof het strijdtoneel gedeeltelijk en werden door zowel Iran als Irak scud-raketten ingezet in de zogenoemde 'Oorlog van de steden'. Hierbij werden de hoofdsteden Bagdad en Teheran regelmatig bestookt. Ook tientallen kleinere steden, industriële centra en andere burgerdoelen werden zwaar getroffen. Zo veranderde de Iraakse havenstad Basra in 1985 in een verlaten spookstad na langdurige Iraanse bombardementen.

Amerikaanse aanval op een Iraans schip

Vanaf maart 1985 vonden ook in en rond de Perzische Golf incidenten plaats, in wat de 'tankeroorlog' ging heten. Zo werden Amerikaanse schepen in de Perzische Golf aangevallen, waarbij tientallen Amerikaanse doden vielen. De Amerikanen schoten op hun beurt in 1988 een Iraans lijnvliegtuig neer, waarbij ze achteraf verklaarden dat ze dit voor een militair toestel hadden aangezien (zie Iran Air-vlucht 655).

Koerdische rebellie[bewerken]

De Koerden, die al lang streden voor een onafhankelijk Koerdistan, kwamen in januari 1985 opnieuw in opstand, en voerden met Iraanse steun een matig succesvolle rebellie tegen het Iraakse leger. Dit reageerde met de al-Anfal-campagne tegen de Koerden.

Op 14 maart 1988 begon Iran met steun van het leger van Talabani een offensief aan het noordelijk front, waarbij de volgende dag onder andere de Koerdische stad Halabja in Iraanse/Koerdische handen viel. De Iraakse luchtmacht reageerde met een hevig bombardement, waarbij duizenden burgers door gifgas werden gedood.

Chemische en biologische wapens[bewerken]

Iraanse strijder met gasmasker

Het leger van Irak zette op grote schaal chemische en biologische wapens[bron?] in. Onder de chemische wapens die gebruikt werden waren mosterdgas, sarin en tabun. Irak produceerde ook VX maar het is onzeker of dit ook gebruikt is.

In totaal stierven meer dan 100.000 Iraniërs en Koerden aan de gevolgen hiervan.[6]

De meeste chemische stoffen om wapens te kunnen maken, werden geleverd door westerse landen, zoals Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Officieel was een verbod op levering van chemische stoffen van kracht, maar vrij algemeen wordt aangenomen dat dit verbod met medeweten van westerse landen omzeild is. De Nederlander Frans van Anraat is in Nederland veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf voor het leveren van verboden stoffen aan Irak.

Irak noch toeleveranciers zijn ooit internationaal veroordeeld voor het gebruik van chemische wapens.

Einde van de oorlog[bewerken]

Op 20 juli 1988 nam de VN Veiligheidsraad unaniem Resolutie 598 aan waarin werd opgeroepen alle vijandelijkheden te staken. Irak accepteerde de resolutie, maar Iran weigerde met de reden dat op zijn minst Saddam Hoesseins verantwoordelijkheid voor de oorlog moest worden erkend. Later accepteerde Khomeini de wapenstilstand alsnog.

De golfoorlog heeft ook economische gevolgen voor zowel Irak als Iran gehad. Beide landen gaven miljoenen uit aan wapens en olie-installaties waren ook regelmatig een doelwit van de bombardementen.

De dreigende verspreiding van de Islamitische Revolutie die Khomeini voor de oorlog had aangekondigd, was gestopt. Irak had in de oorlog sterke bondgenootschappen gesloten met de Verenigde Staten en landen in de regio, zoals Jordanië, Egypte en diverse Golfstaten. Door de wapenleveringen was het land nu tot de tanden bewapend. In februari 1991 brak de tweede Golfoorlog uit; dit was het gevolg nadat Irak 6 maanden eerder op 2 augustus 1990 het aangrenzende oliestaatje Koeweit was binnen gevallen en had geannexeerd.

Zie ook[bewerken]

Beluister

(info)