Lissen-ooibos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lissen-ooibos
Lissen-ooibos met wilgen
Lissen-ooibos met wilgen
Syntaxonomische indeling
Klasse:Salicetea purpureae (Klasse van de wilgenvloedbossen en -struwelen)
Orde:Salicetalia
Verbond:Salicion albae (Verbond van de wilgenvloedbossen en -struwelen)
Associatie
Irido-Salicetum albae

Het lissen-ooibos (Irido-Salicetum albae) is een associatie uit de klasse van de wilgenvloedbossen en -struwelen, een plantengemeenschap die voorkomt op beschutte plaatsen in uiterwaarden en in poldergebieden die regelmatig overstromen, en die gedomineerd wordt door smalbladige wilgen.

Deze associatie is in Nederland het meeste voorkomende ooibos-type langs de grote rivieren.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

De naam Irido-Salicetum albae is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee belangrijke soorten binnen deze associatie, de gele lis (Iris pseudacoris) en de schietwilg (Salix alba).

Kenmerken[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Het lissen-ooibos komt voor in regelmatig (10 tot 60 dagen per jaar) overstroomde, voedselrijke kommen, geulen en beschutte ondieptes weg van de rivier, waar de stroming voldoende zwak is om klei af te zetten. Het waterpeil wordt zowel bepaald door de rivier als door kwel. De bodem bestaat uit fijn kalkrijk slib en klei, en veel organisch materiaal dat zich door zuurstofgebrek ophoopt.

Buiten hun natuurlijke standplaatsen kan dit bostype ook aangetroffen worden in kleiputten en andere uitgravingen.

Structuur[bewerken]

Het lissen-ooibos kan voorkomen als een echt bos of als een struweel. Daar waar ze ooit beheerd werden als een griend zijn de bomen dikwijls meerstammig en is de boomlaag dicht. Oude lissen-ooibossen zijn vaak heel gevarieerd en chaotisch, met door overstromingen of ijsgang omgevallen bomen die opnieuw uitschieten.

De kruidlaag bestaat overwegend uit hoog opgaande moerasplanten, ruigtekruiden, klim- en slingerplanten.

Een terrestrische moslaag is doorgaans afwezig, maar daarentegen kunnen de stobben dicht met mos begroeid zijn.

Onderverdeling[bewerken]

In het lissen-ooibos worden in België en Nederland twee sub-associaties onderscheiden.

Sub-associatie menthetosum[bewerken]

Het lissen-ooibos met watermunt is een sub-associatie met een hoge Presentie van moeraswalstro, bitterzoet en watermunt (Mentha aquatica) en als differentiërende soorten penningkruid, blauw glidkruid, moerasvergeet-mij-nietje, moerasandoorn en moeraskruiskruid. Syntaxoncode voor Nederland is 38Aa02a.

Sub-associatie alopecuretosum pratensis[bewerken]

In het lissen-ooibos met grote vossenstaart vinden we daarentegen steeds katwilg, dauwbraam, kleefkruid, kale jonker en grote vossenstaart (Alopecurus pratensis), en zijn gewone engelwortel, gestreepte witbol, gewone hennepnetel, moerasspirea, oeverzegge en bloedzuring differentiërend. Syntaxoncode voor Nederland is 38Aa02b.

Soortensamenstelling[bewerken]

Katwilg
Schietwilg
Grote brandnetel
Gele lis
Bitterzoet
Gewone smeerwortel
Rietgras
Dauwbraam
Grote kattenstaart

Het lissen-ooibos heeft in Vlaanderen en Nederland geen specifieke kensoorten, doch de meeste kensoorten van de klasse komen er wel in voor, vooral de dominante katwilg en schietwilg.

In de kruidlaag is de grote brandnetel dominant. De associatie kan onderscheiden worden van beide andere associaties in het verbond, het bijvoet-ooibos en het veldkers-ooibos, door de aanwezigheid van moerasplanten als de gele lis, de grote kattenstaart en de scherpe zegge.

De voor België en Nederland belangrijkste soorten zijn:

Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
Boomlaag
kK >60% Katwilg Salix viminalis
kK >60% Schietwilg Salix alba
kK >40% Amandelwilg Salix triandra
kK >20% Kraakwilg Salix fragilis
>20% Grauwe wilg Salix cinerea
Struiklaag
>20% Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna
Kruidlaag
>80% Grote brandnetel Urtica dioica
dA >60% Gele lis Iris pseudacorus t.o.v. andere associaties van het verbond
>60% Bitterzoet Solanum dulcamare
>60% Gewone smeerwortel Symphytum officinale
>60% Rietgras Phalaris arundinacea
>50% Dauwbraam Rubus caesius
dA >50% Grote kattenstaart Lythrum salicaria t.o.v. andere associaties van het verbond
>50% Ruw beemdgras Poa trivialis
>50% Moeraswalstro Galium palustre
>40% Grote wederik Lysimachia vulgaris
>40% Haagwinde Convolvulus sepium
dS >40% Watermunt Mentha aquatica Sub-associatie menthetosum
>40% Riet Phragmites australis
dS >40% Penningkruid Lysimachia nummularia Sub-associatie menthetosum
dS >40% Moerasandoorn Stachys palustris Sub-associatie menthetosum
dA >30% Scherpe zegge Carex acuta t.o.v. andere associaties van het verbond
>30% Kleefkruid Galium aparine
dS >30% Moerasvergeet-mij-nietje Myosotis scorpioides subsp. scorpioides Sub-associatie menthetosum
>30% Hondsdraf Glechoma hederacea
dA >30% Liesgras Glyceria maxima t.o.v. andere associaties van het verbond
dS >30% Gewone hennepnetel Galeopsis tetrahit Sub-associatie alopecuretosum pratensis
dS >20% Moeraskruiskruid Jacobaea paludosa Sub-associatie menthetosum
>20% Wolfspoot Lycopus europaeus
dS >20% Blauw glidkruid Scutellaria galericulata Sub-associatie menthetosum
>20% Kruipende boterbloem Ranunculus repens
dS >20% Moerasspirea Filipendula ulmaria Sub-associatie alopecuretosum pratensis
>20% Kale jonker Cirsium palustre
>20% Akkerdistel Cirsium arvense
dS >20% Gewone engelwortel Angelica sylvestris Sub-associatie alopecuretosum pratensis
>20% Fioringras Agrostis stolonifera
>10% Grote vossenstaart Alopecurus pratensis
dA >10% Lidrus Equisetum palustre t.o.v. andere associaties van het verbond
>10% Hennegras Calamagrostis canescens
dA Gele waterkers Rorippa amphobia t.o.v. andere associaties van het verbond
dS Gestreepte witbol Holcus lanatus Sub-associatie alopecuretosum pratensis
dS Oeverzegge Carex riparia Sub-associatie alopecuretosum pratensis
dS Bloedzuring Rumex sanguineus Sub-associatie alopecuretosum pratensis
Moslaag
-

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Het lissen-ooibos is te vinden langs de benedenlopen van de grote rivieren in de laaglanden van Noordwest-Europa.

In Nederland komt het vooral voor in de uiterwaarden en binnendijks in poldergebieden van het rivierengebied. Door natuurontwikkeling is deze associatie de laatste jaren in oppervlakte toegenomen en is ze momenteel de meest verspreide associatie binnen de klasse.