Israël

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Israël (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Israël.
מדינת ישראל
دولة اسرائيل
Medinat Yisrael
Dawlat Israïl
Vlag van Israël Wapen van Israël
(Details) (Details)
Israël
Basisgegevens
Officiële landstaal Hebreeuws, Arabisch
Hoofdstad Jeruzalem (claim)[1]
Regeringsvorm Republiek, parlementaire democratie
Staatsvorm Republiek en eenheidsstaat
Staatshoofd president Reuven Rivlin
Regeringsleider premier Benjamin Netanyahu
Religie 76,0% joods
16,6% moslim
2,1% christen
1,7% druus
Oppervlakte 22.072 km² [2]
Inwoners 7.412.180 (2008)[3]
7.821.850 (2014)[4] (354,4/km² (2014))
Overige
Volkslied Hatikwa (De Hoop)
Munteenheid Nieuwe Israëlische Sjekel (NIS) (ILS)
UTC +2 (zomers: +3)
Nationale feestdag 14 mei 1948, Onafhankelijkheidsdag
Web | Code | Tel. .il | ISR | 972
Voorgaande staten
Mandaatgebied Palestina Mandaatgebied Palestina 1948 (Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948)
Topografie
Israël
Portaal  Portaalicoon   Israël
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Israël, officieel de Staat Israël, (Hebreeuws: מדינת ישראל - Medinat Jisraël; Arabisch: دولة اسرائيل - Dawlat Israïl) is een land in Azië, het Midden-Oosten en de Levant. Israël grenst aan Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte en de Palestijnse Gebieden die het bezet en deels mee bestuurt. Het land heeft een kust aan de Middellandse Zee en een haven aan de Rode Zee.

Israël is een representatieve democratie[5] met een parlementair stelsel, evenredige vertegenwoordiging en algemeen kiesrecht.[6][7] Het land had in 2014 de hoogste levensstandaard in het Midden-Oosten.[8] De levensverwachting in Israël behoorde in 2009 tot de hoogste in de wereld.[9]

Geschiedenis

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Israël en Arabisch-Israëlisch conflict voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
David Ben-Gurion kondigt de oprichting van de staat Israël aan op 14 mei 1948 onder een portret van Theodor Herzl

Na de Tweede Wereldoorlog was Groot-Brittannië erg verzwakt en zag het land zich genoodzaakt om het bestuur over Brits Mandaatgebied Palestina op 15 mei 1948 te beëindigen. De Verenigde Naties stelden een jaar daarvoor een comité in, genaamd de UNSCOP, met de opdracht de toekomst van het Brits Mandaatgebied te onderzoeken en in kaart te brengen. Op 3 september 1947 kwam de UNSCOP met een verslag, waarin het plan was opgenomen om het Mandaatgebied Palestina te verdelen in een Arabische staat (42,9%) en een Joodse staat (56,4%), met Jeruzalem (0,7%) onder internationaal bestuur. De grootste Joodse delegaties gingen hiermee akkoord, maar de Arabische delegaties weigerden een tweestatenoplossing omdat zij Palestina als een geheel wilden houden.[10] Op 29 november 1947 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het verdelingsplan aan als resolutie 181. Nadat bekend was geworden dat resolutie 181 niet geaccepteerd werd door de Arabische delegaties, brak er een burgeroorlog uit tussen de Joodse en Arabische gemeenschappen in het Mandaatgebied. Kort voordat het Britse mandaat officieel afliep verklaarde de Joodse gemeenschap onder leiding van David Ben-Gurion op 14 mei 1948 Israël tot een onafhankelijke staat.[11] Vervolgens vielen troepen uit de omringende Arabische landen Palestina binnen en bevochten de Israëlische troepen. Uiteindelijk wist het Israëlische leger de Arabische troepen te verslaan. Daarbij veroverde Israël meer grondgebied dan in resolutie 181 was vastgelegd.[10]

1956-1980

In 1956 brak de Suezcrisis uit, een oorlog tussen Israël, Groot-Brittannië en Frankrijk enerzijds, en Egypte anderzijds. Israël veroverde in deze oorlog de Sinaï om daardoor de scheepvaart via het Suezkanaal naar de havenstad Eilat weer mogelijk te maken. Bij de wapenstilstand van 1957 kreeg Israël een vrije doorvaart door het kanaal en werd er een VN-troepenmacht in de Sinaï gestationeerd. Het Israëlische leger trok zich deels terug uit de Sinaï en de Gazastrook.

In 1964 werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) opgericht met als doel het 'bevrijden' van de Palestijnse staat met de grenzen van het Britse Mandaatgebied Palestina, zoals dat tot 1948 bestond.

De internationale terreur tegen Israël intensiveerde gedurende de jaren zestig.[bron?] Ook de internationale isolatie van Israël nam toe, in bijvoorbeeld de VN waar Arabische landen en een aantal derdewereldlanden een machtsblok vormden. De Sovjet-Unie keerde zich tijdens de Koude Oorlog van Israël, die een Amerikaanse bondgenoot werd, geleidelijk af.[bron?].

Tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 veroverde Israël de Gazastrook en het schiereiland Sinaï op Egypte, de Westelijke Jordaanoever op Jordanië en de Golanhoogten op Syrië. Veel Palestijnen en Syriërs werden verdreven of vluchtten uit deze door Israël ingenomen gebieden, waardoor de geopolitieke situatie in deze gebieden veranderde. Door de verovering en bezetting van de Westelijke Jordaanoever kwamen ongeveer miljoen Palestijnen onder Israëlische militaire controle, hetgeen sindsdien spanningen in die gebieden en de Israëlische samenleving veroorzaakt.

Na de Zesdaagse Oorlog polariseerde de situatie in het Midden-Oosten verder. Israël begon met de bouw van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden waarop Palestijnen aanvallen op Joodse doelen binnen en buiten Israël intensiveerden. Het kwam ook regelmatig tot schermutselingen tussen Israël en zijn buurlanden. Op Grote Verzoendag (Jom Kipoer) in 1973, één van de belangrijkste godsdienstige dagen in de Joodse kalender, openden Egypte en Syrië een aanval op Israël. Israël was aanvankelijk verrast door de aanval, maar wist na enkele nederlagen de status quo van vóór de oorlog te herstellen.

Van links naar rechts; Premier Menachem Begin van Israël, de Amerikaanse president Jimmy Carter en de Egyptische president Anwar Sadat op het presidentiële buitenverblijf Camp David, 1978.

In 1977 bracht Anwar Sadat, de Egyptische president, een bezoek aan Israël en sprak in Jeruzalem het parlement de Knesset toe. Hiermee opende hij een weg voor hervatting van vredesgesprekken. In 1978 kwamen met bemiddeling van de Verenigde Staten onder leiding van president Jimmy Carter de Camp Davidakkoorden tot stand. Een vredesverdrag tussen Egypte en Israël volgde, waarna Israël zich uit de Sinaï terugtrok. Op 26 maart 1979 werd de vrede getekend en was Egypte het eerste Arabische land dat Israël erkende. De vrede met Egypte had tot gevolg dat dit land tijdelijk geschorst werd uit de Arabische Liga. Dit leidde indirect tot de moordaanslag op Sadat in 1981.

Conflict met de Palestijnen

In 1987 ontstond er onder de Palestijnen een uitbarsting van geweld die tot na 1990 zou duren. Deze Eerste Intifada was een volksprotest tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Dit protest werd naast gewelddadig verzet zoals het gooien van stenen en molotovcocktails gekenmerkt door algemene stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, het weigeren van betalen van door Israël opgelegde belastingen, politieke graffiti, het oprichten van een ondergronds scholennetwerk - na het uitbreken van de Eerste Intifada had de Israëlische regering de sluiting van alle Palestijnse scholen bevolen - en het boycotten van Israëlische producten.

Yitzhak Rabin, Bill Clinton en Yasser Arafat tijdens de ondertekening van de Oslo-akkoorden in het Witte Huis op 13 september 1993, zowel Rabin als Arafat wonnen de Nobelprijs voor de Vrede
Bill Clinton en de Jordaanse koning Hoessein (links) en de Israëlische premier Yitzhak Rabin (rechts) die beiden het vredesverdrag tussen Israël en Jordanië ondertekenen, 25 juli 1994

Na de Golfoorlog van 1990-1991, waarbij de Palestijnen openlijk de zijde van Irak hadden gekozen[bron?], na de intifada werden op 13 september 1993 in Oslo de Oslo-akkoorden gesloten. Hiermee werd de PLO door Israël erkend als wettige vertegenwoordiger van de Palestijnse belangen en beloofde de PLO op haar beurt het terrorisme tegen Israël te staken. Onder de bepalingen van het akkoord werd de Palestijnse Autoriteit opgericht. Deze bestuursinstantie zou gefaseerd het beheer krijgen over de Palestijnse gebieden die Israël bezet hield, en werd een Palestijnse Staat in het vooruitzicht gesteld. Over de status van Jeruzalem zou vijf jaar na dato nog apart gesproken worden. PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres ontvingen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede. Met Jordanië werd op 26 oktober 1994 een vredesverdrag gesloten, waarbij Israël door Jordanië werd erkend. Op 4 november 1995 werd premier Rabin tijdens een vredesmanifestatie in Tel Aviv vermoord door een Joodse extremist[12].

Na de akkoorden bleek echter dat de Palestijnse verwachtingen (verbetering van de leefomstandigheden, veiligheid, vrede en vrijheid) door het Oslo-proces niet werden waargemaakt, dat Israël het bestuur nog steeds in handen hield, dat de Israëlische nederzettingen werden uitgebreid (Israël verdubbelde het aantal kolonisten van 200.000 tot 400.000) en dat de economische situatie slechter was dan die van vóór 1987. Op 28 september 2000 bezocht de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon, omringd door honderden Israëlische soldaten, de Tempelberg in Oost-Jeruzalem, waarop zich de Al-Aqsamoskee bevindt, beide zeer heilige plaatsen voor zowel het Jodendom als voor de Islam. Massale demonstraties en geweldsuitbarstingen braken kort hierna uit, ook in Israël zelf. Bij een demonstratie in Israël schoot de Israëlische politie 13 Israëlische Palestijnen dood[13] Reacties volgden, en een spiraal van geweld barstte los waarbij van 29 september 2000 tot en met 30 juli 2005 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) en 3301 Palestijnen (waaronder 653 kinderen) de dood vonden. Vele tienduizenden mensen raakten gewond en/of invalide.[14] De meeste Israëlische doden vielen door zelfmoordaanslagen van Palestijnen.[15][bron?]

In 2002 begon Israël met de bouw van de Westoeverbarrière langs de grens met de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Op enkele plaatsen werd de barrière tot diep in Palestijns grondgebied aangelegd. Sharon werd tot premier gekozen en zijn regering stelde dat de barrière de veiligheid van Israël zou vergroten. Cijfers over scherpe daling van het aantal terreuraanslagen die vanuit de Palestijnse gebieden op Israël werden gepleegd zouden aan deze stelling kracht geven.[16]

In 2004 stemde de Knesset in met het plan van de regering-Sharon tot terugtrekking uit de Gazastrook en ontmanteling van de Joodse nederzettingen aldaar. Vooral vanuit joods-orthodoxe hoek bestond grote weerstand tegen het plan, dat een jaar later werd uitgevoerd. Tegelijkertijd werden de nederzettingen op de Westoever uitgebreid.

De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische verzetsbeweging Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerkten. Na een aanval (een van de vele[17]) door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten werden gedood en twee werden ontvoerd, en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begon het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Hezbollah waarbij ruim 1100 Libanese doden vielen. De gevechten waren gericht tegen Hezbollah, het Libanese leger hield zich afzijdig.[18]

Anno 2014 probeerde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, na een conflict in de Gazastrook, de al jaren vastzittende vredesonderhandelingen tussen de Palestijnen en de Israëliërs weer vlot te trekken. Een van de problemen was de situatie rond de Gazastrook. Sinds 2007 bestond er een algehele blokkade van dit gebied door Israël, en controleerde het Israëlische leger de toegang tot de Gazastrook vanaf zijn grondgebied,[19][20] terwijl de zuidgrens door Egypte werd bewaakt. Israël weigerde bovendien te onderhandelen met Hamas, die door Israël als terroristische organisatie werd beschouwd. Hamas, die in de Gazastrook aan de macht was, erkende op zijn beurt de staat Israël niet.

Nog een ander probleem dat de vredesonderhandelingen belemmerde waren de (uitbreidingen van de) Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, die internationaal rechtelijk als illegaal zijn bestempeld, maar waarvan Israël vindt dat ze legitiem zijn.

Relatie met de VN

De VN hebben veel tijd en aandacht besteed aan (het veroordelen van) Israël. In het laatste decennium was dit conflict het onderwerp van 76% van de landenspecifieke resoluties van de Algemene Vergadering. Verder gingen 100% van de resoluties van de Human Rights Council, 100% van de resoluties van de Commission on the Status of Women en 6 van de 10 spoedzittingen over dit conflict. De nieuwe VN-Mensenrechtenraad, die in juni 2006 in werking trad, had meerdere speciale noodzittingen gehouden, alle over Israël, en alle leidend tot een resolutie die Israël veroordeelde.

In 2008 uitte de Nederlandse minister Verhagen kritiek op de Verenigde Naties vanwege de, naar zijn mening, onevenwichtige houding van de VN in het Arabisch-Israëlisch conflict[21]. De aandacht van de VN voor Israêl zou disproportioneel zijn, zeker wanneer dit vergeleken werd met andere conflicten in de wereld. Zo waren 6 van de 10 spoedzittingen van de Algemene Vergadering aan Israëls optreden gewijd, terwijl humanitaire crises zoals in Rwanda en Darfur geen aanleiding gaven tot een spoedzitting. Naast de talloze veroordelingen van Israël door de Algemene Vergadering van de VN, ging ook 30% van de resoluties van de VN Mensenrechtencommissie over het veroordelen van Israëls daden. In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had het vetorecht van de Verenigde Staten herhaaldelijk veroordelingen van Israël voorkomen. Binnen de VN-Mensenrechtenraad geldt de regel dat een minimum van een derde van de 47 landen tot een speciale noodzitting kan oproepen. Aangezien de islamitische landen met 17 landen in de Mensenrechtenraad zijn vertegenwoordigd, kunnen zij de Raad naar believen bijeenroepen. Ook is er een resolutie aangenomen die bepaalt dat tijdens iedere zitting van de Raad aandacht wordt besteed aan mensenrechtenschendingen door Israël. Dit zou voor geen enkel ander land gelden[bron?].

Bestuurlijke indeling

Israël kent geen eenduidige regionale indeling, hoewel de zes districten van het ministerie van binnenlandse zaken bindend zijn voor o.a. planologie en statistieken. Regionale zaken worden door de regering en de gemeenten geregeld.

De districten (mechoz, mv. mechozot) zijn:

De districten Noorden, Haifa, Centrum en Zuiden zijn onderverdeeld in subdistricten (nafa, mv. nafot).

Er zijn 70 steden, de grootste daarvan zijn Jeruzalem, Tel Aviv, Haifa, Rishon LeZion en Ashdod. Voorts zijn er plaatselijke, regionale en industriële gemeenten. Gemeentebesturen beschikken over de nodige macht en zowel de burgemeesters als gemeenteraadsleden worden rechtstreeks door de geregistreerde inwoners verkozen, ook zij die de Israëlische nationaliteit niet bezitten (de twee industriële gemeenten hebben geen bevolking en verkiezingen).

1rightarrow blue.svg Zie ook de door Israël bezette gebieden

Staatsinrichting

Israël is een unitaire republiek en officieel een parlementaire democratie. Het staatshoofd is de president, maar die heeft beperkte bevoegdheden. Een hiervan is het aanstellen van de formateur. De president wordt gekozen door het parlement voor een termijn van 7 jaar. De huidige president is Reuven Rivlin. Israël heeft geen grondwet, al is daar na de oprichting van de staat wel op aangedrongen.[22]

De Knesset in Jeruzalem is het Israëlische parlement

Na de parlementsverkiezingen wordt de president geïnformeerd door de fractieleiders en kiest hij de persoon die de beste kansen heeft een regering te vormen. De regering wordt samengesteld door diegene die de vorming gelukt. Deze wordt tevens minister-president na de goedkeuring van de gehele regering door het parlement. Sinds 2009 is Benjamin Netanyahu premier en hoofd van de uitvoerende macht, sinds 2015 als leider van het kabinet-Netanyahu IV.

De wetgevende macht of het parlement is de Knesset, waarin 120 leden. De Knesset wordt verkozen in algemene verkiezingen, waarin alle staatsburgers in Israël vanaf achttien jaar het kiesrecht genieten (inclusief personen die in ziekenhuizen, penitentiaire en psychiatrische instellingen verblijven; stembussen maken een ronde waar mensen niet naar de stembus kunnen komen). Buiten Israël kunnen alleen personen op officiële missie stemmen.

Verkiezingen voor de Knesset worden ten minste iedere vier jaar gehouden, maar kunnen ook eerder vallen als de Knesset dit beslist. Zetels worden verdeeld in proportie tot het totaal aantal stemmen aan de politieke partijen, die aan een minimum van 2% van de stemmen voldoen (in de praktijk meer dan 2 zetels). Men stemt op lijsten, die van tevoren worden vastgelegd. De meeste parlementsleden zijn in de lijsten gerangschikt door partijverkiezingen, waarin alle partijleden mogen stemmen. Er is een ongeschreven regel dat Palestijnse partijen uitgesloten zijn van regeringscoalities.

In de jaren 1990 werden naast de parlementsverkiezingen ook directe verkiezingen voor minister-president gehouden, hetgeen de kiezer nog meer macht gaf en bedoeld was de positie van de premier te versterken. Echter omdat men vaker de algemene belangen in de stem voor premier bevredigd zag, werkte het systeem ongunstig voor de massapartijen en gunstig voor de kleine partijen. Hoewel de premier meer zeggenschap over zijn ministers kreeg, moest hij juist macht inleveren tegenover het parlement en werden de regeringen minder stabiel. Uiteindelijk is men van dit systeem afgestapt.

In de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948 stond geschreven dat de Israëlische staat binnen enkele maanden een grondwet zou voltooien. Dat is tot op heden niet gebeurd. Wel zijn er 14 zogenaamde basiswetten aangenomen, die als hoofdstukken in een eventuele grondwet kunnen dienen en een speciale status genieten tussen de wetten. Ook is er een commissie in het leven geroepen die zich bezighoudt met het opstellen van een grondwet, en thans een voorstel voor de Knesset voorbereidt. Het hooggerechtshof gebruikt deze wetten om andere door het parlement aangenomen wetten te toetsen, als er een procedure inzake de geldigheid van een wet aanhangig wordt gemaakt.

Relatie godsdienst-staat

Israël heeft geen volledige scheiding van godsdienst en staat.[23][24] De ultraorthodoxe bevolkingsgroep (charedim) heeft, ondanks dat zij slechts 10 procent van de bevolking uitmaakt, veel invloed. Deze groep stond oorspronkelijk zelfs niet achter de oprichting van de Joodse staat in 1948. Daarom heeft de eerste premier van Israël, David Ben Gurion een aantal concessies gedaan. Seculiere Joden nemen het Ben Gurion met terugwerkende kracht kwalijk dat hij niet gezorgd heeft voor een scheiding van godsdienst en staat.[23] 

Israël verbood tot 1993 de import van niet-koosjer vlees en aan koosjere restaurants worden de zeer strikte orthodoxe regels opgelegd.[25] Er zijn echter ook niet-koosjere restaurants die op zaterdag open zijn[26] en varkensvlees serveren (verboden zowel volgens de Thora als volgens de Koran).[27] Aan het leger en vele andere staatsinstellingen worden de joodse spijswetten opgelegd.

Israël kent geen openbaar vervoer op de sjabbat. Afhankelijk van de locatie kunnen nog sterkere beperkingen gelden zoals het afsluiten van ultraorthodoxe wijken voor auto´s. In de christelijke wijken en islamistische wijken worden de specifieke rustdagen, respectievelijk zondag en vrijdag gerespecteerd en is op zaterdag meer mogelijk.[28]

Ook bij de dienstplicht wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende bevolkingsgroepen op grond van hun religie, zie hierna.

Het land heeft geen grondwet, omdat de ultraorthodoxe groep stelt dat de wetten van God de grondwet vormen. In de basiswetten is alleen opgenomen dat Israël een democratisch land is. Netanyahu gaf in 2015 aan dat hij in de wet wilde vastleggen dat de Staat Israël de natiestaat van het Joodse volk zal zijn, waarmee de scheiding tussen godsdienst en staat verder verminderd wordt.[29]

Israël kende tot 2010 geen burgerlijk huwelijk en sindsdien maar in beperkte gevallen, namelijk alleen indien beide partners niet geregistreerd staan als behorende tot een erkende geloofsgemeenschap[30]. Alle andere huwelijken in Israël worden alleen erkend indien deze worden voltrokken door de bevoegde religieuze overheden.[31] Door de religieuze regels van de meeste geloven zijn gemengde huwelijken tussen partners met verschillende religieuze achtergronden bijna niet mogelijk. Voor de joden mag alleen een orthodoxe Rabbijn een huwelijk voltrekken. Huwelijken uitgevoerd in het buitenland worden door de staat wel erkend. In de praktijk zijn er echter wel huwelijken tussen mensen van verschillend geloof (bijvoorbeeld tussen een Jood en een Arabier), maar dat kan tot protesten vanuit de orthodoxie leiden.[32] Ook gaan liberale Israëliers wel naar het buitenland om hun formeel huwelijk te sluiten.[33]

Hoewel de overheid officieel seculier is worden de joden op allerlei manieren bevoordeeld en de niet-joodse bevolking (Palestijnen) gediscrimineerd. Zo worden in gebieden bestemd voor Joden (Jeruzalem) bouwvergunningen alleen verleend voor Joden en worden bouwvergunningen geweigerd en gronden onteigend van de Palestijnen.[34] Palestijnen die uit oorspronkelijk Arabische wijken zijn gevlucht naar het buitenland mogen bijna nooit terugkeren.[35]

Defensie

1rightarrow blue.svg Zie Krijgswezen van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Israëls defensie is vrijwel uitsluitend de taak van het Israëlische defensieleger (Israel Defense Forces - IDF), dat actief is op de grond, in de lucht en op zee. De IDF wordt sinds 1967 meestal gezien als de sterkste en meest geavanceerde legermacht in het Midden-Oosten, een "lokale supermacht". De wapensystemen en technologieën werden ontwikkeld door westerse landen, voornamelijk de VS, door Israëls eigen militaire industrie (die ook weer technologieën exporteert), en historisch ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Israël wordt alom gezien als een kernmacht: het bezit nucleaire faciliteiten en algemeen wordt aangenomen dat het land in het bezit is van kernkoppen. Israël heeft het Non-proliferatieverdrag niet ondertekend en niet alle nucleaire instellingen worden van buitenaf geïnspecteerd. Het land houdt een "nucleaire ambiguïteit" vol: het heeft altijd ontkend in het bezit te zijn van kernwapens, maar zegt wel de capaciteit te hebben om ze te produceren.

In de 'Global Militarisation Index, gepubliseerd door het Bonn International Centre for Conversion (BICC), staat Israël aan de top van de meest gemilitariseerde landen[36]

Dienstplicht

Alle Israëli's, mannen en vrouwen, hebben dienstplicht op achttienjarige leeftijd, maar personen met een Palestijnse etniciteit, personen die fulltime religie studeren en vrouwen die zichzelf 'religieus' noemen, getrouwd zijn of kinderen hebben worden hiervan gevrijwaard. Zo waren Charedische joden tot in 2014 volledig vrijgesteld van de dienstplicht om religieuze studies te volgen.[37] Ook islamitische en christelijke Arabieren zijn vrijgesteld van de dienstplicht.[38]

Dienstplicht duurt drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen (drie jaar in gevechtstaken). Na de dienstplicht worden Israëlische mannen bij de IDF deel van het reserveleger, en hebben een aantal weken per jaar verplichte herhalingsoefeningen, tot hun veertigste. Vrouwen gaan meestal slechts een of twee jaar in reservedienst.

Bevolking

Demografie

De bevolking van Israël is 7.821.850 (2014). Vrouwen vormen de meerderheid van bevolking, 50,6%. De mediane leeftijd is 28,2. 92% van de bevolking woont in steden of stedelijke plaatsen en 8% in dorpen. Minder dan 2% woont in een kibboets (in 1948 was dat nog 6%).

De jaarlijks bevolkingsgroei is 1,8%, voornamelijk (88%) door natuurlijke groei, de rest door een positieve immigratiebalans. In de jaren 1990-2005 immigreerden 1.002.400 mensen naar Israël, waarvan 908.400 uit de voormalige Sovjet-Unie. Uit Ethiopië immigreerden tot 2005 94.700 immigranten naar Israël, waarvan sinds 1990 49.700.

Bevolkingsgroepen

Israël is het enige land ter wereld met een Joodse bevolkingsmeerderheid. De voornaamste bevolkingsgroepen zijn Joden (76%) en Arabieren (20%). Overigen (4%) zijn meestal familieleden van Joden die volgens de "wet van terugkeer" naar Israël zijn geëmigreerd of geremigreerd. Deze groep heeft altijd bestaan, maar is sinds de jaren 90 van de 20e eeuw omvangrijk geworden, door de immigratie uit de voormalige Sovjet-Unie. Hiernaast zijn er nog tal van kleine gemeenschappen, zoals Tsjerkessen en Armenen.

Religie

De meerderheid van de Joden is in Israël geboren (65%). Van de Joodse bevolking is circa een derde religieus en twee derde seculier, waarvan een groot deel wel 'traditioneel' is, wat duidt op een sterke affiniteit met het - orthodoxe - jodendom zonder een volledig religieus leven te leiden. In totaal: 10% charedisch jodendom, 10% religieus (modern-orthodox jodendom/religieus zionisme), 14% religieus-traditioneel, 22% niet-religieus traditioneel, 22% seculier.[39] De Joodse bevolking leeft verspreid door het hele land, met grote concentraties in de steden zoals Tel Aviv, in en rond het westelijk deel van Jeruzalem, langs de kusten en in de valleien van Galilea.

De meerderheid van de Arabieren is in Israël geboren en is moslim (16,6% van de Israëliërs). 2,1% van de Israëlische bevolking is christen en in meerderheid Arabisch, de Arabische Druzen vormen 1,7% van de bevolking. Belangrijke Arabische concentraties zijn plaatsen in het oosten van de Sharonstreek, langs Wadi Ara en in Centraal-Galilea, de oostelijke wijken van Jeruzalem en Bedoeïenen-plaatsen in de noordelijke Negev. Daarnaast zijn er minderheidsgodsdiensten, zoals bahá'ís.

Onderwijs

Israël kent vier schooltypes:[40]

  • Seculiere staatsscholen met een staatscurriculum in het Hebreeuws. Hoewel seculier zijn er wel joodse studies.[41] In principe worden deze onderwerpen ´neutraal´ behandeld, maar critici zeggen dat dat in de praktijk vaak niet zo blijkt te zijn.[42]
  • Yeshiva scholen hebben gelijkaardige curriculum maar aangevuld met Torah studies.
  • Onafhankelijke religieuze scholen, die bijna alleen een religieuze opvoeding geven. Vooral voor ultraorthodoxe kinderen.
  • Arabische seculiere scholen met onderwijs in het Arabisch.[43]
  • Private scholen, ook democratische scholen genoemd, met eigen doelgroepen of gekoppeld aan een buitenlands curriculum bijvoorbeeld Amerikaanse scholen.

Voor de toegang tot de universiteiten zijn er de bagrut toegangsexamens

Talen

1rightarrow blue.svg Zie Talen in Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meest voorkomende talen in Israël zijn Hebreeuws en Arabisch. Het klassiek Hebreeuws was eeuwenlang een dode taal, maar werd in de negentiende eeuw weer tot leven geroepen en gemoderniseerd. Russisch is de derde meest gesproken taal, andere talen worden slechts door kleine groepen gesproken.

Economie

Israël heeft een technologisch vooruitstrevende markteconomie met substantiële sturing vanuit de overheid. Het is afhankelijk van import van ruwe olie, granen, ruwe grondstoffen, militair materieel en water. Ondanks beperkte natuurlijke rijkdommen heeft Israël zijn agrarische en industriële sectoren intensief ontwikkeld. Het land is grotendeels onafhankelijk wat betreft de voedselproductie, behalve voor granen. Belangrijkste exportproducten zijn diamant, technologisch hoogontwikkelde apparatuur en landbouwproducten (fruit en groenten).

Israël kampt met omvangrijke begrotingstekorten, die gedekt worden door grote bankoverschrijvingen uit het buitenland en door buitenlandse leningen. Ruwweg de helft van de buitenlandse overheidsschulden staan uit in de Verenigde Staten, die Israëls voornaamste leverancier is van economische en militaire hulp. De grootste instroom van Joodse immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie vond plaats van 1989-1999, waarmee het totaal aantal Russische immigranten op 1 miljoen kwam, een zevende van de totale bevolking. Zij dragen met hun wetenschappelijke en professionele ervaring veel bij aan de economische toekomst van het land.

De instroom, gekoppeld aan de opening van nieuwe markten aan het einde van de Koude Oorlog, versterkte en versnelde de groei van de economie van Israël. De groei begon echter te stagneren in 1996, toen de overheid strengere fiscale en monetaire maatregelen oplegde, waardoor de immigratiebonus zijn werking verloor. Wel brachten deze maatregelen de inflatie in 1999 tot een laagterecord.

Cijfers:

  • Nationaal Inkomen: $166,3 miljard
  • Nationaal Inkomen per hoofd van de bevolking: $26.200
  • Economische groei: 4,5% (2007)
  • Inflatie: -0,1% (2007)
  • Werkloosheid: 8,3% (2006)
  • Export: $42,86 miljard (2006)
  • Import: $47,8 miljard (2006)

Israël bezit de volgende natuurlijke rijkdommen: koper, fosfaten, bromide, kalium, klei, zand, zwavel, asfalt, mangaan, alsook een grote hoeveelheid aardgas (waarvan begin 2009 een groot veld voor de kust werd ontdekt),[44] en een kleine hoeveelheid ruwe olie.

Energie

Tot 1999 kende Israël nauwelijks een energiesector. Er werd wel geboord naar olie en gas, maar nauwelijks iets gevonden, tot de ontdekking van Yam Tethys. Dit was de grootste gasvondst van het land met een aanvankelijke reserve van 32 miljard kubieke meter. De productie uit dit gasveld, gelegen in de Middellandse Zee bij de stad Ashkelon, kwam op gang in 2004 en in 2009 werd er 2,9 miljard kubieke meter gas geproduceerd. In 2009 werd een nieuwe en grotere ontdekking gedaan circa 90 kilometer van Haifa en in 1700 meter diep water gelegen, Tamar. Dit gasveld bevat ongeveer 238 miljard kubieke meter gas en kan Israël voor decennia van aardgas voorzien. Het eerste gas werd op 31 maart 2013 geproduceerd. In december 2009 werd een contract getekend met het nutsbedrijf Israel Electric Corporation. Dit bedrijf zou voor een periode van 15 jaar ten minste 2,7 miljard kubieke meter gas van het Tamarveld afnemen voor de opwekking van elektriciteit. In 2009 werd 40% van de elektriciteit opgewekt door gasgestookte centrales en het aandeel zou volgens de toenmalige verwachtingen verder toenemen tot 70% in 2013. Naast de eigen gasproductie heeft Israël ook importcontracten gesloten met buurland Egypte. In het jaar 2000 werd East Mediterranean Gas opgericht en dit bedrijf heeft een mandaat om gedurende 20 jaar zeven miljard kubieke meter gas aan Israël te verkopen. In 2007 werd begonnen met de bouw van een pijpleiding tussen beide landen en in 2008 werd het eerste commerciële gas getransporteerd.[45]

Transport

Auto

1rightarrow blue.svg Zie Wegen in Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Skyline zuiden van Tel Aviv

De voornaamste vorm van vervoer in Israël is de auto. Israël beschikt over een uitgebreid en goed onderhouden wegennet. De verkeersregels zijn vrijwel identiek aan die van West-Europa. In Israël is bijzonder veel verkeerspolitie op de weg. Binnen de steden kan het verkeer bijzonder zwaar zijn: dit is met name in de regio Tel Aviv en in Jeruzalem het geval. Binnen de bezette gebieden zoals de West Bank zijn bepaalde wegen exclusief voor de Joodse bevolking voorbehouden.

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer is ruimschoots aanwezig en bestaat voornamelijk uit bussen. Het spoornetwerk is ongeveer 1000 km lang. Treindiensten worden uitgevoerd door de Rakevet Yisra'el. De trein is voornamelijk langs de kust van belang, tussen Beer Sheva - Ben Gurion Luchthaven - Tel Aviv - Haifa - Nahariya. Met uitzondering van dit traject en enkele kleinere lijnen bestaat al het openbaar vervoer uit bussen. De buslijnen worden in het grootste deel van het land door Egged geëxploiteerd; in de regio Tel Aviv ook door Dan. Stadsbussen rijden zeer frequent. Eind 2011 is de eerste tramdienst van het land van start gegaan in Jeruzalem.

Luchtvaart

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van luchthavens in Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Israël heeft verschillende vliegvelden, waarvan Luchthaven Ben-Gurion de grootste is.

Geografie

Ramon-krater, een uniek soort krater in de Negev-woestijn
Satellietlandschap uit 2003, met daarin Israël en Palestina

Het klimaat behoort tot het Middellandse Zeeklimaat: hete en droge zomers en natte zachte winters. In het centrum en noorden (grotere hoogte) en de kuststrook (invloed van de zee) van Israël is het klimaat meestal gematigd. Het zuiden is heet en droog. De meeste neerslag in de kustgebieden en het heuvelachtige centrum valt in de winter en het voorjaar. Incidenteel kan er ook wel eens sneeuw vallen in de hogere gedeelten zoals in Jeruzalem.

Israël ligt tussen de geografische coördinaten: 31 30 N, 34 45 O. De grens heeft een lengte van in totaal 1006 km, : met Egypte 255 km, met de Gazastrook 51 km, met Jordanië 238 km, met Libanon 79 km, met Syrië 76 km en met de Westelijke Jordaanoever 307 km. De kustlijn is 273 km lang. Israël maakt continentale aanspraken tot op de diepte van bodemexploitatie en beschouwt 12 zeemijlen als zijn territoriale zee.

Tot de geografische vormen rekent men onder meer de Negevwoestijn in het zuiden, de lage kustgebieden, een in het noorden gelegen gebergte en de Jordaanvallei. Het laagste punt is de Dode Zee (-421 m) en het hoogste de Meronberg op 1208 m. Het landgebruik is als volgt: vruchtbaar: 17%; In gebruik voor landbouw: 4%; In gebruik voor veeteelt: 7%; Bossen en bosgronden: 6%; anders: 66% (1993). Het geïrrigeerd land beslaat een oppervlakte van 1800 km² (1993). Op 22 maart 2008 maakte het Israëlische waterschap in een rapport bekend dat de ergste watercrisis in tien jaar dreigde te ontstaan. Oorzaken die genoemd werden waren waterverbruik, vervuilde waterbronnen en veel groenverlies.[46]

1rightarrow blue.svg Zie ook de lijst van Israëlische steden en de lijst van Israëlische plaatsen

Milieu

De voornaamste vraagstukken op milieugebied, beperkte natuurlijke zoetwaterbronnen en dito landbouwgrond, vergen serieuze maatregelen en leggen beperkingen op. Andere vraagstukken zijn woestijnvorming, luchtvervuiling door de uitstoot van schadelijke stoffen, industrie en verkeer, grondwatervervuiling door industrieel en huishoudelijk afval, chemische meststofen en pesticiden. Zandstormen kunnen er tijdens voorjaar en zomer voorkomen.

Israël neemt deel aan verdragen ten aanzien van: biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, bedreigde diersoorten, gevaarlijke afvalstoffen, nucleaire teststop, bescherming ozonlaag, olielozingen op zee en wetlands. Voorts heeft het het Kyoto-protocol ondertekend (maar niet geratificeerd), en het Protocol tot conservering van het leven in zee.

Sport

Voetbal

De voetbalclub Maccabi Tel Aviv FC uit Tel Aviv is onderdeel van de algemene sportvereniging Maccabi Tel Aviv Association en is de succesvolste voetbalclub van Israël. De club komt uit in de Ligat Ha'Al, sinds 1999 de hoogste voetbaldivisie. Technisch directeur is Jordi Cruijff, trainer Peter Bosz en assistent-trainer Hendrie Krüzen en samen vormen ze de staf van de club.

In 1964 wint Israëlisch voetbalelftal het Aziatisch kampioenschap voetbal 1964 na twee keer eerder tweede te worden. In 1968 eindigden ze als derde in gastland Iran. Twee jaar later weet het elftal zich te kwalificeren voor het Wereldkampioenschap voetbal 1970, maar komt niet verder dan de eerste ronde.

Basketbal

Het Israëlisch basketbalteam deed voor het eerst mee aan een internationaal toernooi in 1952; tijdens de Olympische Zomerspelen dat jaar. Het team werd destijds uitgeschakeld in de kwalificatieronde, maar tijdens het Europees kampioenschap basketbal mannen 1979 in Italië eindigden ze achter winnaar Sovjet-Unie als tweede.

Tennis

Tussen 1979 en 1996 kende Israël een ATP-toernooi in Ramat HaSharon, nabij Tel Aviv. In 1987 won Amos Mansdorf dit toernooi en was hij met de 18e positie op de wereldranglijst dat jaar de tot nog toe hoogst geklasseerde Israëlische tennisser ooit. Shlomo Glickstein kwam daar in 1982 in de buurt, maar wist daarentegen wel de meeste (44 red.) Davis Cup-wedstrijden te winnen. In 2011 behaalde Shahar Peer de elfde plaats op de wereldranglijst.

Olympische Spelen

Israël debuteert in 1952, maar weet pas in 1992 haar eerste medailles te behalen; Yael Arad (achternaam betekent brons) verliest op het nippertje de finale en wint zilver. Daarnaast pakt Israël brons in het judoën. In 2004 wint Gal Fridman de eerste gouden medaille, in het windsurfen, nadat hij in 1996 al brons behaalde. Dieptepunt zijn de Olympische Zomerspelen 1972 in München toen een aantal Palestijnse guerrillastrijders van de organisatie Zwarte September het Israëlische onderkomen aan de Connollystrasse 31 in het olympisch dorp binnenvielen. De Palestijnen doodden twee Israëli's en gijzelden negen leden van de Israëlische ploeg die later allen om het leven kwamen. In november 2013 wist Vladislav Bykanov zich als eerste Israëlische shorttracker te kwalificeren voor de Olympische Winterspelen in Sochi[47] op drie individuele afstanden[48].

Cultuur

Dana International (midden) leidde Israël naar de derde songfestivalzege in 1998

Bekende auteurs zijn Shmuel Yosef Agnon, Nelly Sachs (beide in 1966 de Nobelprijs voor de Literatuur gewonnen), Amos Oz en David Grossman.

Daarnaast is het goed vertegenwoordigd in de muziek door Itzhak Perlman, Pinchas Zukerman, Yardena Arazi, Ofra Haza en Idan Raichel. Raichel ging als militair in de Israëlische militaire rockband Tzahal en toerde door heel Israël van legerbasis naar legerbasis waar ze Israëlische en Europese rock- en pophits uitvoerden. Het Israëlisch Filharmonisch Orkest is het belangrijkste symfonieorkest van Israël, opgericht door de violist Bronisław Huberman. Sinds 1973 neemt het Aziatische land deel aan het Eurovisiesongfestival vanwege het lidmaatschap van de Europese Radio-unie. Het festival dat Israël drie maal wist te winnen (1978, 1979 en 1998) organiseerden zij echter twee maal, laatstelijk in 1999 te Jeruzalem. Twee maal (in 1982 en 1983) eindigde Israël als tweede en één keer als derde (1991). Elk van deze acts wisten uit te groeien tot grote hits in heel Europa en worden meestal wel beschouwd als songfestivalklassiekers.

Qua musea zijn het Israel Museum en Jad Wasjem in Jeruzalem bekend. Het oudste nationale theater is het Habima Theater in Tel Aviv uit 1918.

Werelderfgoed

Haifa, de Bahá'í-graftombe met tuinen

Liederen

Zie ook

Externe links