Israëlische defensieleger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Israëlische defensieleger
צבא הגנה לישראל
Tseva Hagana Lejisraël
Israel Defense Forces (IDF)
Logo van het Israëlische defensieleger
Logo van het Israëlische defensieleger
Oprichting 26 mei 1948
Land Vlag van Israël Israël
Commandostructuur Israeli Army (Land Arm) Flag.svglandmacht
Israel Air Force Flag.svgluchtmacht
Naval Ensign of Israel.svgmarine
Bijnaam 'Tsahal' (צה"ל)
Commandanten -Avigdor Lieberman (Minister van Defensie)
-Lt Gen. Gadi Eizenkot (opperbevelhebber)
Israëlische troepen in 1948.

Het Israëlische defensieleger (Hebreeuws: צבא הגנה לישראל - Tseva Hagana Lejisraël) is de officiële naam van de Israëlische strijdkrachten. De acroniemen 'IDF' (Israel Defense Forces) en 'Tsahal' (צה"ל) worden vaak als een synoniem voor het woord 'leger' gebruikt. De Israëlische strijdkrachten, bestaande uit het leger, de Israëlische marine, en de luchtmacht, vormen één geheel.

Geschiedenis[bewerken]

De IDF werd op 26 mei 1948 gesticht na de onafhankelijkheid van de staat Israël om de "burgers van Israël te beschermen en om alle vormen van terrorisme te bestrijden die het dagelijkse leven in gevaar brengen".[1] De IDF is de opvolger van de paramilitaire organisatie Hagana (en dan met name haar operationele tak, de Palmach) als het permanente leger van de Joodse staat. Enkele onderdelen van de voormalige Joodse Brigade sloten zich ook bij de IDF aan. De Joodse Brigade vocht onder de Britse vlag in de Tweede Wereldoorlog.

Na de oprichting van de IDF sloten de twee ondergrondse Joodse organisaties Etsel en Lechi een los verbond met de IDF. Tot aan het einde van de Onafhankelijkheidsoorlog (1948) mochten deze twee organisaties onafhankelijk van de IDF opereren. Daarna werden deze twee organisaties opgeheven en werden hun leden deel van de IDF. De huidige IDF kwam tot stand tussen 1949 en 1956, door veel ervaring op te doen in de verscheidene conflicten met de vijandelijke Arabische buurlanden. Tussen 1956 en 1966 was er een periode van relatieve rust, die de IDF gebruikte om nieuw materieel aan te schaffen en om de organisatie zelf te professionaliseren. Men vermoedt dat Israël in deze periode nucleaire wapens ontwikkeld heeft.

Algemeen[bewerken]

Dienstplicht[bewerken]

Dienstplicht is verplicht voor alle Joodse, Samaritaanse, Druzische[2][3] en Circassische mannen en Joodse vrouwen van achttien jaar en ouder, hoewel er uitzonderingen worden gemaakt op basis van geloof of om fysieke en psychologische redenen. Vrouwen moeten twee jaar dienstdoen, mannen drie jaar. Vrouwen mogen vrijwillig drie jaar dienstdoen wanneer zij mee willen doen aan gevechtsmissies, aangezien voor deze missies langere training nodig is. Vrouwen in andere belangrijke posities, zoals programmeurs, dienen ook drie jaar. Vrouwen die meedoen aan gevechtsmissies moeten zich ook enkele jaren inschrijven als reservist, nadat zij klaar zijn met de reguliere training.

Charedische joden[bewerken]

Mannen die het charedisch jodendom aanhangen wanneer zij studeren aan de jesjiva's (Talmoedscholen) zijn vrijgesteld van dienstplicht. Deze regel is echter zeer controversieel. Charedische joden mogen dienstdoen in de IDF, maar de meesten doen dat niet.

Vrouwen binnen de IDF[bewerken]

Vrouwen zijn ook dienstplichtig, maar ongeveer een derde van de vrouwen gaat om religieuze redenen niet in dienst of omdat ze getrouwd zijn.

Op papier moeten vrouwen net zoals mannen jaarlijks terugkomen om de basistraining op te frissen. In de praktijk worden alleen die vrouwen opgeroepen die gaan deelnemen aan gevechtsmissies, en slechts voor enkele jaren na hun dienstplichtperiode. Er gelden ook andere redenen voor vrouwen om niet meer opgeroepen te hoeven worden, zoals zwangerschap. Tijdens de oorlog van 1948, toen er een tekort was aan mankracht, hebben veel vrouwen aan de strijd deelgenomen. Afgezien daarvan worden vrouwen doorgaans niet ingezet voor gevechtsmissies maar in plaats daarvan voor ondersteunende technische en administratieve taken. Het IDF heeft echter wel meerdere malen de voorkeur gegeven aan vrouwelijke instructeurs voor het trainen van voornamelijk mannelijke tanksoldaten. Het idee hierachter is dat vrouwelijke instructeurs van rond dezelfde leeftijd als de jonge dienstplichtige mannen meer aandacht van de soldaten tijdens hun opleiding zullen krijgen.

Na een geschil in 1994 besloot de Israëlische rechtbank dat vrouwen weer onderdeel van de luchtmacht mochten worden. Een joodse immigrante van Zuidafrikaanse origine, Alice Miller, had hier bij de rechtbank op aangedrongen. Hoewel vrouwelijke vliegers tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog en de Suezcrisis transportvliegtuigen hadden bestuurd was de luchtmacht weer verboden gebied geworden voor vrouwen. Ondanks dat zij zelf niet door de keuring kwam, zorgde dit besluit ervoor dat vrouwen in meerdere gevechtsonderdelen toegelaten werden. Vanaf 2005 zijn vrouwen toegestaan in 83% van de gevechtsonderdelen inclusief de marine (behalve onderzeeërs) en de artillerie. Vrouwen mogen zich vrijwillig melden voor gevechtsonderdelen.

In 2002 bestond 33% van de lage officiersrangen, 21% van de kapiteins en majoors en 3% van de hogere rangen uit vrouwen.

450 vrouwen dienen vandaag de dag in gevechtsonderdelen, voornamelijk bij de grenspolitie.[bron?] Yael Rom was de eerste vrouwelijke piloot[4] De eerste vrouw die in een straalvliegtuig vloog, was Roni Zuckerman in 2001.[4] In november 2007 werd de eerste vrouw gepromoveerd tot plaatsvervangend squadroncommandant.[5]

Rangen[bewerken]

Elk legeronderdeel kent dezelfde rangen. Voor alle rangen beneden die van officier (en ook voor sommige van deze) geldt dat bevordering plaatsvindt op grond van de tijd die men in het leger doorbrengt en niet vanwege taakvervulling of verdienste.

Opperbevel[bewerken]

De opperbevelhebber wordt geassisteerd door één vice-opperbevelhebber en een generale commandoraad. De opperbevelhebber wordt gezamenlijk verkozen door en legt verantwoording af aan de minister van Defensie (sinds 2016 Avigdor Lieberman) en de minister-president (sinds 2009 Benjamin Netanyahu). In de Knesset, het Israëlisch parlement, wordt het leger met name gevolgd door de commissie van buitenlandse zaken en veiligheid.

De bevelhebbers over het leger, sinds de onafhankelijkheid van Israël, waren:

  1. Yaakov Dori (1948-1949)
  2. Yigael Yadin (1949-1952)
  3. Mordechai Maklef (1952-1953)
  4. Moshe Dayan (1953-1958), bijnaam "Moesa"
  5. Chaim Laskov (1958-1961)
  6. Tzvi Tzur (1961-1964)
  7. Yitzhak Rabin (1964-1968)
  8. Chaim Bar Lev (1968-1972)
  9. David Elazar (1972-1974), bijnaam "Dado"
  10. Mordechai Gur (1974-1978), bijnaam "Motta"
  11. Rafael Eitan (1978-1983), bijnaam "Rafoel"
  12. Moshe Levi (1983-1987), bijnaam "Mosje Vachetsi"
  13. Dan Shomron (1987-1991)
  14. Ehud Barak (1991-1995), bijnaam "Oedi"
  15. Amnon Lipkin-Shahak (1995-1998)
  16. Shaul Mofaz (1998-2002)
  17. Moshe Ya'alon (2002-2005), bijnaam "Boegi"
  18. Dan Halutz (2005-2007)
  19. Moshe Kaplinsky (2007)
  20. Gabi Ashkenazi (2007-2011)
  21. Benny Gantz (2011-2015)
  22. Gadi Eizenkot (2015-heden)

Takken van het leger[bewerken]

Kritiek uit eigen kring[bewerken]

Er zijn geregeld joodse Israëli's die alleen of in groepjes tijdens hun diensttijd gewetensbezwaren krijgen met taken die zij binnen het leger te vervullen krijgen. Meestal taken die verband houden met het handhaven van de orde -preciezer gezegd: de manier waarop die taken in de praktijk werden vervuld- in de "bezette gebieden" ("the territories" (de gebieden)). Jeshayahu Leibowitz, overleden in 1994, Thorageleerde, chemicus en gematigd zionist, sprak al over een gesprek dat hij had met een loyaal Israëlisch officier die gewetensbezwaren kreeg door wat hij met zijn legereenheid moest doen in een Palestijns dorp (vóór 1987).[6]

Breaking the Silence[bewerken]

Deze kleine beweging van Israëlische militairen ontstond in de beginjaren van de 21e eeuw. In eerste instantie waren het militairen die onoverkomelijke bezwaren kregen ten aanzien van wat zij hun IDF-eenheden zagen doen in Hebron en waar zij aan mee moesten doen. Ervaringen en verhalen van deze gewetensbezwaarden werden vastgelegd, gedocumenteerd en gepubliceerd. In de jaren die volgden waren er andere militairen die hun verhaal kwamen vertellen. Deze ex-militairen gaan er het land mee in en spreken er ook in het buitenland over (aan de hand van fotoreportages). Via hun website informeren zij het grote publiek.[7] Begin 2016 begon de openbare aanklager met een actie die de doodssteek voor BtS kan betekenen. Hij wil dat de beweging de identiteit van haar bronnen bekend maakt. Die getuigen juist op voorwaarde van anonimiteit, want zij vrezen represailles van de legerleiding. Het is Breaking the Silence te doen om gesprekken met het leger opdat de legerleiding maatregelen treft om schendingen van het recht te voorkomen. Als klokkenluiders gaat het hen om de morele kwaliteit van het Israelische leger (en dus tijdens legeracties), niet om het leger in discrediet te brengen.

27 piloten[bewerken]

Op 24 september 2003 werd de inhoud bekend van een brief waarin 27 piloten zich richten tot de commandant van de Luchtmacht. Zij kondigden daarin aan dat zij voortaan geen bevelen meer zouden gehoorzamen waarbij burgers in gevaar zouden worden gebracht. Ze stelden onder meer: Wij, actieve- en reservepiloten, zijn tegen het uitvoeren van illegale en immorele aanvallen van het type zoals die worden uitgevoerd in "de gebieden". Wij weigeren deel te nemen aan luchtaanvallen op burgerdoelen/bevolkingscentra.[8]

De 43 van Unit 8200[bewerken]

Drieënveertig leden van afluister-Eenheid 8200, in actieve dienst en reservisten, richtten zich in september 2014 in een open brief, maar anoniem, aan premier Benjamin Netanyahu. Zij protesteerden daarin tegen de geheime activiteiten tegen gewone Palestijnen en tegen de 'Operatie Wolkkolom van 2014 in het bijzonder, aangezien aan deze activiteiten en deze operatie volgens hen politieke motieven en geen veiligheidsoverwegingen ten grondslag lagen. Op 26 januari 2015 werden zij uit dienst ontslagen.[9]

Waarschuwing[bewerken]

Op de Herdenkingsdag van de Shoah in 2016 hield de 2e man van de IDF, Majoor generaal Jair Golan een toespraak waarover de nodige ophef ontstond. Hij waarschuwde dat "misselijkmakende ontwikkelingen in Europa, en in Duitsland in het bijzonder, 70, 80 en 90 jaar geleden...nu, anno 2016, ook in ons midden zijn."[10] "Er is niets gemakkelijker dan de vreemdeling te haten, er is niets eenvoudiger dan angst te zaaien en te intimideren". [11] "Juist op de Dag van de Shoah moeten we ook naar onszelf kunnen kijken of ook bij ons tekenen van intolerantie zijn...die de weg naar morele degradatie inluiden". Aanleiding voor zijn woorden waren reacties uit het volk over de arrestatie van een Israelisch soldaat die een reeds ontwapende palestijn, die gewond op de grond lag, had doodgeschoten (Maart 2016). Zijn Minister van Defensie, Moshe Yaalon, nam het voor hem op.

Dienstweigeren[bewerken]

Het is in een land als Israël misschien moeilijker dan elders om dienst te weigeren. Niet dat het illegaal is, maar om redenen dat het leger een centrale rol speelde bij het ontstaan en de instandhouding van de staat Israël en er in hoog aanzien staat. Dat wordt zichtbaar bij de viering van verschillende gedenkdagen, of bij televisiebeelden van de jaarlijkse plechtigheid op de Massada, waar een nieuwe lichting de eed wordt afgenomen. Je diensttijd is een belangrijk onderdeel van je C.V. als je carrière wil maken. Als je afstand neemt van het leger, het IDF, dan bepaalt dat je verdere leven: je toekomstperspectief, de relatie met je familie, vrienden en buren, en wellicht je partnerkeuze.[12] Dit speelt met name ook bij minderheidsgroepen. [13]. Toch zijn er steeds weer jonge mensen die deze moeilijke weg kiezen.[14]

B'Tselem stopt juridische bijstand[bewerken]

Na 25 jaar stopt de Israelische mensenrechtenorganisatie B'Tselem ermee Palestijnen te helpen wanneer zij een klacht willen indienen tegen militairen van het IDF. Dit meldde de organisatie in een rapport in mei 2016. Als reden stelde zij dat "het geen zin heeft dat nog te doen als het hele systeem erop gericht is om misstanden te verhullen". De organisatie gebruikte haar juridische expertise en mogelijkheden om in Israël op de aangewezen manier en plaats klachten in te dienen. De IDF heeft namelijk geen aanspreekpunten in de bezette gebieden waar klachten kunnen worden ingediend; Palestijnen uit de door Israël bezette gebieden krijgen meestal geen toestemming om daarvoor naar Israël te reizen). Van de 739 klachten die B'Tselem sinds 2000 bij de IDF indiende (o.a. misbruik van Palestijnen als menselijk schild of zelfs het doden van Palestijnen), kwam het in slechts 25 gevallen tot vervolging en in zo'n 70% van de gevallen werd geen enkele actie ondernomen. B'tselem wil niet langer "schaamlap" zijn, meewerken aan de illusie van een rechtssysteem.[15]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]