Naar inhoud springen

Itzehoe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Itzehoe
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Itzehoe
Itzehoe (Sleeswijk-Holstein)
Itzehoe
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein Sleeswijk-Holstein
Kreis Steinburg
Coördinaten 53° 56′ NB, 09° 31′ OL
Algemeen
Oppervlakte 28,54 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
31.796
(1.114 inw./km²)
Hoogte 22 m
Burgemeester Ralf Hoppe (partijloos)
Overig
Postcode 25524
Netnummer 04821
Kenteken IZ
Stad 9 stadsdelen
Gemeentenr. 01 0 61 046
Website Officiële website
Locatie van Itzehoe in Steinburg
Kaart van Itzehoe
Foto's
Binnenstad
Binnenstad
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Itzehoe [ɪtsəˈhoː]?, uit te spreken met klemtoon op de laatste lettergreep, is een stad en gemeente in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Het is de Kreisstadt van de Kreis Steinburg. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek 31.796 inwoners.[1]

Stadsindeling

[bewerken | brontekst bewerken]

De verdeling van Itzehoe in 9 stadsdelen is nergens op de gemeentelijke website terug te vinden. Tegelhörn, Sude, Edendorf en Wellenkamp worden op de Duitse Wikipedia als zodanig vermeld. Er bestaan, blijkens de Hauptsatzung (hoofdgemeenteverordening) van de stad, geen stadsdeelraden of andere soortgelijke bestuurscomités.

Geografie en infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

De stad ligt direct aan de Stör, in een merendeels heuvelachtige en bosrijke omgeving. Itzehoe behoort tot de metropoolregio Hamburg. Het stadsgebied omvat in totaal 2.854 hectare.

De stad ligt aan de Autobahn A 23 en heeft daarvan de afritten met nummers 8, 9 en 10 binnen haar gemeentegrenzen. In de stad sluiten drie Bundesstraßen aan op de A 23: vanuit het westen de B5, vanuit het noordoosten de B77 en vanuit het oosten de B206.

Station Itzehoe, geopend in 1845, en in 1878 naar de huidige locatie verplaatst, ligt direct ten westen van het stadscentrum aan de reeds sinds 1845 bestaande spoorlijn Elmshorn - Westerland. Vroeger bestond er ook een Spoorlijn Wrist - Itzehoe. Een goederenspoorlijn verbindt het station van de stad met de cementfabriek van Holcim te Lägerdorf, 7½ km zuidoostwaarts.

Openbaar vervoer per bus is in Itzehoe en omgeving van weinig betekenis.

De Stör is benedenstrooms van Itzehoe voor kleine vrachtschepen bevaarbaar. De stad heeft een kleine binnenhaven.

Buurgemeenten en omliggende steden

[bewerken | brontekst bewerken]

De stad grenst aan de gemeenten Heiligenstedten, Oldendorf, Ottenbüttel, Schlotfeld, Oelixdorf, Münsterdorf, Breitenburg (met het Ortsteil Nordoe; ten zuiden van de stad; bekend om het kasteel van de Heren van Ramtzau), Kremperheide en Heiligenstedtenerkamp.

De dichtstbijzijnde kleine steden zijn Wilster en Kellinghusen (aan de B206, 10 km ten oosten van Itzehoe). Iets ten zuiden van Itzehoe ligt Krempe, en nog iets ten zuiden van Krempe ligt Glückstadt.

De iets verder weg gelegen grotere steden zijn Neumünster, Heide, Elmshorn en Hamburg.

Aan de noordkant van de gemeente Itzehoe is een van de instituten van de Fraunhofer-Gesellschaft gevestigd, het Fraunhofer-Institut für Siliziumtechnologie ISIT (Fraunhofer ISIT). Dit is een van de belangrijkste researchinstituten op het gebied van nanotechnologie en de ontwikkeling van geïntegreerde schakelingen (microchips) in Europa. De stad huisvest mede daardoor talrijke kleine ondernemingen, die zeer geavanceerde micro-elektronica ontwerpen en produceren.

Verder staat er het grootste ziekenhuis van de regio (600 bedden, circa 2.900 medewerkers), dat door verscheidene universiteiten in Noord-Duitsland als academisch opleidingsziekenhuis wordt beschouwd, en een relatief groot aantal verzorgingshuizen en andere woonvormen voor ouderen en gehandicapten. Het ziekenhuis is in eigendom en exploitatie bij de regionale overheid.

In de stad staat verder sinds 1925 een fabriek van pompen en soortgelijke machine-onderdelen, Sterling-SIHI. Op 5 à 7 km ten zuidoosten van de stad, bij de dorpen Münsterdorf en Lägerdorf, is een gebied, waar in een dagbouwmijn krijtgesteente wordt gedolven, en waar het Zwitserse Holcim-concern een cementfabriek exploiteert.

De stad is bestuurszetel van de Kreis Steinburg, wat impliceert, dat de nodige ambtelijke instanties in de stad zijn gevestigd, en dus de bijbehorende werkgelegenheid aanwezig is.

Herkomst van de stadsnaam

[bewerken | brontekst bewerken]

Itzehoe werd in de 12e eeuw voor het eerst als „Ekeho“ door Saxo Grammaticus genoemd. In 1196 volgde een volgende vermelding als „de Ezeho“. De betekenis van de naam is tot op de dag van vandaag omstreden. Een mogelijkheid zou „weideland aan de rivierbocht“ (Middelnederduits „hô“ voor een vlakke verhoogde landtong in een gebied of een riviermeander, Middelnederduits „ete“ voor weideland) zijn. Bij de huidige beek Itze gaat het om de naam van een beek die pas in de 20e eeuw naar de stad is vernoemd en niet andersom.[3]

Itzehoe ligt in een gebied, dat in de bronstijd in Europa al bewoond was. Verscheidene grafheuvels uit die tijd bestaan nog. Eén ervan werd ten tijde van het Derde Rijk ombouwd met een koepel en als propagandistisch nazi-monument ter ere van de oude Germanen ingericht.

De heren van het Hertogdom Saksen (-1180) lieten als militair steunpunt tegen de Vikingen in de lus van de Stör omstreeks het jaar 1000 de belangrijke burcht Echeho, met een ringwal, bouwen. Deze weerstond tot in de 13e eeuw verscheidene vijandelijke aanvallen. Later werd de burcht door een stenen kasteel vervangen, dat in 1658 ophield te bestaan.

Itzehoe, een markt- en havenplaats aan de Stör, verkreeg in 1238 uit handen van Adolf IV van Schauenburg en Holstein stadsrechten en bovendien in 1260 regionaal stapelrecht.

Vanaf 1263 was er een belangrijk nonnenklooster van de cisterciënzers gevestigd, dat in 1541 na de Reformatie een evangelisch-luthers damessticht werd. Organisatorisch bestaat dit sticht nog; het bezit talrijke bospercelen rondom de stad, en, vanwege de grondeigendom, ook een van de stedelijke zwembaden.

De oude stad ontwikkelde zich ten oosten van de rivier de Stör. Binnen een meander van die rivier, meer westelijk, ontstond de zogenaamde Neustadt .

Itzehoe kende van 1617 tot 1861 vier juridische districten, zogenaamde Gerichtsbarkeiten, elk met een eigen galgenberg voor de uitvoering van doodvonnissen. Drie van deze galgenbergen stonden op grafheuvels uit de bronstijd. Een van de Gerichtsbarkeiten behoorde aan het klooster en latere sticht (op bovenstaande kaart geel gemarkeerd).

In 1657 werd Itzehoe door een grote stadsbrand nagenoeg geheel verwoest.

In 1712 brak in de stad de builenpest uit. Circa 250 van de toen 3.500 inwoners van de stad stierven daaraan.

Van 1868 tot 1982 stond er een zeer grote cementfabriek in Itzehoe, de firma Alsen. De fabriek beschikte over eigen klei- en kalksteengroeves, die van 1908 tot 1977 door een kabelbaan met de fabriek waren verbonden. Een deel van de ruïnes van de cementfabriek was anno 2021 in gebruik voor zeer veel verschillende uitingen van jongerencultuur. Een van de overeind gebleven fabrieksruimten, de zogenaamde modderkuip (Schlämmbottich), heeft een volgens kenners zeer goede akoestiek. Daar vinden dan ook rock- en popconcerten plaats. Ook graffiti- artiesten komen er graag. Of deze Planet Alsen genaamde ruïnes, die intussen ook cultureel geïnteresseerden van boven de 35 jaar aanspreken, zullen blijven voortbestaan, staat anno 2025 nog ter discussie.

Ten tijde van Adolf Hitlers Derde Rijk (1933-1945) had de nazi-partij, de NSDAP, evenals in veel andere plaatsen in deze regio, relatief veel aanhangers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in talrijke fabrieken en andere bedrijven te Itzehoe dwangarbeiders ingezet, onder wie krijgsgevangenen en gevangenen uit concentratiekampen. Velen overleefden de vaak mensonterende behandeling en werkomstandigheden niet. Ook enkele tientallen Joden uit Itzehoe werden tussen 1938 en 1945 slachtoffer van de Holocaust.

In 1937 werd een groot archeologisch onderzoek voltooid naar de grafheuvel (15e-13e eeuw vóór de jaartelling) in de stad, die als galgenberg voor de jurisdictie van het klooster dienst had gedaan. Er werden in de heuvel graven blootgelegd en talrijke grafgiften gevonden. De nazi's, die toen aan de macht waren, trokken de historisch onjuist gebleken conclusie, dat hier in de Bronstijd reeds Germanen leefden. De grafheuvel werd in 1938 omgebouwd tot een nazi-cultusplaats met de naam Germanengrab Itzehoe , met o.a. een klein exercitieterrein ervóór, waar de Hitlerjugend vaak kwam marcheren. Om de locatie en de graven heen werd een stenen koepel gebouwd, met een laag aarde en gras daarbovenop. Na de val van het nazi-bewind werd de locatie een algemene gedenkplaats voor tijdens o.a. de Tweede Wereldoorlog omgekomen mensen, niet alleen Duitsers.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog moest Itzehoe veel Heimatvertriebene uit o.a. het Pools geworden Silezië en uit Oost-Pruisen huisvesten. Het aantal inwoners steeg mede hierdoor van 21.870 in mei 1943 tot 33.736 in mei 1945.

Kort na de oorlog ontwierp de bekende architect Fritz Höger, in samenwerking met Gyula Trebitsch (1914-2005)[4], een bekende Duits-Hongaarse filmproducer van Joodse afkomst, die de Holocaust had overleefd, in 1946 een, deels van baksteen opgetrokken, monument voor de slachtoffers van de Hitler-tijd. Dit gedenkteken staat te Itzehoe. Het wordt door sommigen beschouwd als het oudste gedenkteken voor slachtoffers van het nazisme in geheel Duitsland.

Omstreeks 1970 werd in het kader van een stadssanering de, bijna een ovaal eiland omringende, lus in de Stör gedempt,[5] en de oude bebouwing van de Neustadt binnen die lus vervangen door nieuwbouw. Anno 2025 ziet men in, dat daarmee een stuk stadshistorie werd vernield. Er zijn plannen om de Störschleife te reconstrueren, en er weer water doorheen te laten lopen; in 2021 stemde een meerderheid van de inwoners van de stad in een referendum vóór herstel van de waterloop. In 1972 werd een 14.000 vierkante meter winkeloppervlak omvattend mega-winkelcentrum Holstein Center geopend[6], dat in 2020 failliet ging en in 2025 intussen gedeeltelijk is gesloopt.

In 1988 ontsnapte Itzehoe aan een ramp. Een vier hectare grote houtopslagloods bij het station vloog in brand. Dankzij een gunstige wind kon de vlammenzee niet naar het station of aangrenzende stadswijken overslaan.

Bezienswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]
  • De evangelisch-lutherse St.-Laurentiuskerk in de stad werd, na brand en instorting, in 1718 herbouwd. Binnenin is een deel van de kruisgang van het voomalige cisterciënzerklooster bewaard gebleven, nagenoeg het enige, dat de stadsbrand van 1657 doorstond. De orgelkas is van plm. 1717 en is van de hand van Arp Schnitger. Het orgel zelf is 21e-eeuws. In de kerk zijn nog diverse liturgische voorwerpen uit de 17e en 18e eeuw bewaard gebleven. De 79½ meter hoge kerktoren werd in 1896 gebouwd.
  • Cultuurcentrum theater itzehoe voor concerten, toneel- en musicaluitvoeringen, lezingen, congressen enz.; dit markante, door Gottfried Böhm ontworpen gebouw werd na 10 jaar bouwen in 1992 geopend.
  • Regionaal museum in het 16e-eeuwse, voormalige paleisje Prinzeßhof[7]; hier hebben vanaf de 16e eeuw talrijke vazallen gewoond, die namens de landheer gezag over Itzehoe en omgeving uitoefenden. Er hebben in de vroege 19e eeuw korte tijd ook enige prinsessen gewoond, hetgeen de naam van het gebouw verklaart. In het museum wordt veel aandacht besteed aan de dichter en schrijver Johann Hinrich Fehrs, die in het plaatselijke dialect schreef. Ook is er een stijlkamer in Biedermeierstijl. Verder wordt de geschiedenis van de cementindustrie van Itzehoe en omgeving belicht.
  • Museum, gewijd aan de te Itzehoe overleden kunstenaar Wenzel Hablik (wegens renovatie tijdelijk gesloten[8])
  • In de omgeving van Itzehoe liggen enige bospercelen, die zich lenen voor wandelingen. Er zijn enige meertjes ontstaan, doordat voormalige grind- en kleigroeves onder water zijn gezet.
  • Het voormalige Germanengrab in het stadscentrum is rond 2019 omgevormd tot een historische gedenkplaats met een educatief karakter, overeenkomstig de hedendaagse politieke opvattingen over o.a. nazisme, vreemdelingenhaat en racisme. Af en toe kan de nog bestaande stenen koepel in de grafheuvel, in het kader van een rondleiding, vanbinnen bezichtigd worden. De locatie heet tegenwoordig GeSCHICHTenberg. Zie de link naar de desbetreffende website.

Belangrijke personen in relatie tot de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]

Geboren in Itzehoe

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Helvig van Holstein (-1324), koningin van Zweden van 1276 tot 1290.[9]
  • Werner Fabricius (1633-1679), componist en organist
  • Sabine Sinjen (geboren op 18 augustus 1942; overleden op 18 mei 1995 in Berlijn), actrice, zowel op het toneel, als in TV- en bioscoopfilms
  • Lisa Tomaschewsky (1988), actrice en model
  • Hendrik Pekeler (geboren op 2 juli 1991), tot en met 2023 een van de beste handballers van Duitsland; kwam uit voor THW Kiel; hij was 122 maal international.
  • Braydon Manu (1997), Ghanees–Duits voetballer, die bij PEC Zwolle gespeeld heeft
  • Wenzel Hablik (geboren op 4 augustus 1881 te Most in Tsjechië, toentertijd Brüx geheten; overleden op 23 maart 1934 te Itzehoe), Tsjechisch, vanaf 1920 Duits, veelzijdig beeldend kunstenaar, tevens architect en designer, woonde van 1907 tot zijn dood te Itzehoe. Veel van Habliks werk wordt tot het expressionisme gerekend. In de stad Itzehoe is een museum aan hem gewijd. Voor meer informatie over Hablik wordt naar de website van dit museum verwezen.

Partnergemeentes

[bewerken | brontekst bewerken]

Itzehoe onderhoudt jumelages met:

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Itzehoe van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.