Jaarrekeningenfraude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jaarrekeningenfraude of boekhoudfraude is een vorm van fraude waarin een bedrijf bewust een onjuist beeld van haar financiële situatie geeft en hiermee buitenstaanders zoals banken, beleggers en contractspartijen misleidt. Wanneer dit in de openbaarheid komt, spreekt men van een boekhoudschandaal. Hierbij worden vaak ook accountants, trustkantoren, advocaten en wederpartijen in het schandaal meegesleept.

De verschillende schandalen hebben geleid tot een aanscherping van de corporate governance regels, zoals de Code Tabaksblat en Sarbanes-Oxley.

Motieven[bewerken]

Verschillende motieven kunnen ten grondslag liggen aan boekhoud- of jaarrekeningenfraude. Een bedrijf zal de stand van zaken zo goed mogelijk willen presenteren aan beleggers zodat de effecten (aandelen of obligaties) een hoge koers krijgen en zullen worden gekocht. Ook zullen banken bij een rooskleurig beeld geneigd zijn minder rente te eisen op hun leningen. Bovendien zijn bij veel bedrijven de bonussen van werknemers en dan met name het hogere management gerelateerd aan de jaarwinst of de beurskoers.

Wanneer de zaken even wat minder gaan kan een bedrijf besluiten dit even niet in de openbaarheid te brengen, want "dat halen we toch wel in". Als dit niet lukt kunnen verliezen zich opstapelen, waardoor een bedrijf het ene gat met het andere vult, en uiteindelijk in de eigen leugen verstrikt raakt.

Een andere reden voor jaarrekeningenfraude kan liggen in het willen camoufleren van eigen fraude. Het kan voorkomen dat geld weggesluisd wordt uit een bedrijf. Dit moet natuurlijk wel verborgen worden voor de investeerders.

Derde partijen[bewerken]

Accountants[bewerken]

Accountants zullen alle fraudes die ze constateren bespreken met de ondernemingsleiding. Bij jaarrekeningenfraude is vaak de directie zelf betrokken. Wanneer de directie geen adequate stappen onderneemt tegen de fraude heeft de accountant de morele plicht om haar betrokkenheid bij die onderneming te beëindigen. Wanneer de jaarrekening niet wordt aangepast, dient de accountant de jaarrekening af te keuren. Het komt echter voor dat een accountant niet aan de bel trekt, omdat hij bang is een klant te verliezen. Accountants worden dan ook vaak hard getroffen door boekhoudschandalen: Arthur Andersen ging ten onder met Enron, terwijl Deloitte & Touche zware schade opliep door de Ahold- en Parmalatschandalen.

Trustkantoren[bewerken]

Trustkantoren werken in veel gevallen mee aan de fraude zonder het te weten. Meestal draait het bedrijf ook hen doelbewust een rad voor ogen. Voor trustkantoren vormt jaarrekeningenfraude een zwaard van Damocles, aangezien zij vaak als directeur meetekenen en dus mede aansprakelijk kunnen zijn.

Boekhoudschandalen[bewerken]

Jaarekeningenfraude kan leiden tot een boekhoudschandaal. Dit kan de ondergang van het bedrijf betekenen. Het begint meestal met problemen in bepaalde transacties, waarin het bedrijf ineens financieel niet zo sterk blijkt als het zichzelf in de jaarrekeningen presenteert. Wellicht is er sprake van een "event of default" (wanprestatie), of vraagt het bedrijf uitstel van betaling aan.

Nader onderzoek volgt, waarbij ook de autoriteiten zich op de zaak werpen. Meestal zal rond deze tijd het bestuur afgetreden zijn en/of gezuiverd worden. Soms wisselen de bestuurders elkaar met de regelmaat van de klok af. Naar (oud-)bestuurders zal strafrechtelijk onderzoek (kunnen) worden verricht. Zelfmoord van (ex-)bestuurders komt een enkele keer voor.

Het bedrijf geeft een winstwaarschuwing af en de kredietrating wordt verlaagd. Dit leidt tot een scherpe koersdaling op zowel de aandelen- als de obligatiemarkt. In het beste geval loopt het met een sisser af (Ahold, Parmalat) en treden nieuwe bestuurders aan die een nieuw (sanerings)plan met de banken en/of obligatiehouders onderhandelen. Het bedrijf kruipt dan langzaam weer uit het dal. In het slechtste geval nemen de werknemers sneller ontslag dan men nieuwe kan aannemen, trekken wederpartijen en obligatiehouders zich terug of beginnen met rechtszaken, en dalen de koersen naar de waarde van oud papier. Ten slotte zal het bedrijf failliet gaan of worden overgenomen.

Jaarrekeningenfraude en boekhoudschandalen in de geschiedenis[bewerken]

Verschillende keren heeft jaarrekeningenfraude geleid tot zware boekhoudschandalen, zowel in Europa, de Verenigde Staten als India.

Ahold[bewerken]

In februari 2003 kwam Ahold in ernstige moeilijkheden, nadat gebleken was dat de omzet over voorgaande jaren bij de Amerikaanse dochteronderneming, US Foodservice, aanmerkelijk lager was dan was gerapporteerd. Uit het daarop volgende onderzoek kwamen ook enkele andere onregelmatigheden naar voren. Een en ander leidde tot het aftreden van en strafrechtelijke stappen tegen de toenmalige CEO Cees van der Hoeven.

Enron[bewerken]

Enron ging eind 2001 failliet doordat het al jaren meer uitgaf dan er binnenkwam en de verliezen uit de boeken hield door schimmige constructies met honderden dochterondernemingen. Toen het bedrijf uiteindelijk over de kop ging, bleek dat managers miljoenen in hun zak stopten, accountants bewijsmateriaal vernietigd hadden, dat het bedrijf de verkiezingscampagnes van vrijwel alle presidentskandidaten, zowel Democraten als Republikeinen, had gefinancierd en dat er bijna duizend dochterondernemingen waren opgezet om belasting te ontduiken en de boekhouding op te fleuren.

Parmalat[bewerken]

In december 2003 kon Parmalat een obligatielening van 150 miljoen euro niet terugbetalen, hoewel het 4.5 miljard aan liquide middelen zou hebben. Dit geld bleek er niet te zijn: de verliezen uit de deelnemingen die met het geld waren gekocht bleken kolossaal te zijn. Daarnaast was jaarrekeningfraude gepleegd en was leningdocumentatie vervalst. Via de Kaaimaneilanden waren miljarden weggelekt.

De koers van de obligaties en aandelen klapte in elkaar, en de kredietrating zakte tot junkstatus. Later verdween Parmalat zelfs van de beurs. Een aantal kopstukken verdween in de gevangenis. Daarnaast kwamen banken die bij de Parmalat-obligaties waren betrokken in de problemen, alsmede huisaccountant Deloitte, accountants van dochtermaatschappijen, en advocatenkantoren.

Parmalat is via een speciale insolventieprocedure "gered", en is sinds kort in afgeslankte vorm weer teruggekeerd op de beurs.

Satyam[bewerken]

Op 7 januari 2009 nam B. Ramalinga Raju, de oprichter en bestuursvoorzitter van het Indiase informatietechnologiebedrijf Satyam Computer Services, ontslag en maakte daarbij openbaar dat hij jaarrekeningfraude had gepleegd door 59 miljard roepies (op 7-1-2009: 900 miljoen euro) aan niet bestaande bezittingen op te voeren en 12 miljard roepies (op 7-1-2009: 180 miljoen euro) aan schulden niet te verantwoorden. Volgens Raju was het ooit begonnen met een klein verschil tussen de boekhouding en de gepresenteerde winstcijfers. Dit verschil was in de loop van de jaren uitgegroeid tot gigantische proporties. Met het op deze wijze veel te hoog voorstellen van het eigen vermogen beoogde hij de onderneming te beschermen tegen mogelijke overnames. Ironisch is dat Satyam in het Sanskriet waarheid betekent.

WorldCom[bewerken]

WorldCom ging in 2002 failliet nadat een zeer omvangrijk boekhoudschandaal aan het licht was gekomen. Na onderzoek door de Securities and Exchange Commission werd deze geraamd op USD 11 miljard. In de periode 1999-2002 was op twee manieren fraude gepleegd. Enerzijds waren niet-bestaande inkomsten gerapporteerd, anderzijds waren uitgaven geactiveerd die geen investeringskarakter hadden, doch als reguliere uitgaven waren aan te merken.