Jac Naus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jac Naus
Jac Naus
Volledige naam Jacobus Johannes Naus
Geboren 31 december 1913, Egchel
Overleden 15 april 1945, Bergen-Belsen
Land Nederland
Groep Limburgse Onderduikorganisatie, Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
Jacobus Johannes Naus
Priester van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een priester
Wijdingen
Priester 2 april 1938
Loopbaan
1938 - 1939 leraar Bisschoppelijk College te Weert
1939 - 1945 kapelaan te Venlo
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Jacobus Johannes (Jac) Naus (Egchel, 31 december 1913Bergen-Belsen, 15 april 1945) was een Nederlands kapelaan en verzetsstrijder. Hij was een van de vijf leiders van de provinciale onderduik in Limburg. Hij overleed na bevrijd te zijn door ziekte en zwakte als gevolg van verblijf in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Vroege carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Na zijn priesterwijding op 2 april 1938 kreeg hij een aanstelling als leraar aan het Bisschoppelijk College te Weert. Daar bleef hij slechts één jaar, want op 6 augustus 1939 volgde zijn benoeming tot kapelaan in Venlo.

Nadat de door hem geleide jeugdbeweging in de Martinusparochie in 1941 werd verboden en een jaar later de Venlose deken Jules van Oppen werd opgepakt wegens zijn preken tegen de Duitse films die in de Venlose bioscopen werden gedraaid, stortte hij zich in het verzet.

Krijgsgevangenen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1941 raakte hij betrokken bij het op weg helpen van uit Duitse gevangenschap ontvluchte, in die tijd nog voor het grootste deel franstalige krijgsgevangenen, die Limburg moesten doorkruisen op weg naar België en Frankrijk. De organisator van dit werk was pastoor Henri Vullinghs uit Grubbenvorst bij Venlo.[1] Kapelaan Naus kende in Frankrijk bij het grootseminarie van Nancy een Nederlandse priester en hoogleraar, prof. dr. P. Timmermans, die als contactpersoon wilde fungeren. Volgens dr. L. de Jong in zijn 'Koninkrijk' zijn er via de Limburgse organisatie vele honderden geallieerden geholpen, maar een exact aantal is volgens hem niet te geven.[2]

Onderduikers[bewerken | brontekst bewerken]

Daarna kwam kapelaan Naus in contact met de al in verzet gekomen Venlonaar Jan Hendrikx (schuilnaam: "Ambrosius") en hielp mee bij het opzetten van de hulp aan onderduikers in Noord-Limburg en daarna in de gehele provincie.[3] Hij belegde daartoe samen met kapelaan Van Enckevort in mei 1943 in een zaaltje boven de kapelanie een vergadering.

Directe aanleiding daarvoor was de oproep eind april van dat jaar aan Nederlandse militairen om zich te laten interneren, waarop velen van hen wilden onderduiken. Op de bijeenkomst verschenen gemeenteambtenaren, medewerkers van voedsel- en distributiebureaus en vertegenwoordigers van diverse katholieke organisaties. Resultaat van de bijeenkomst was de oprichting van de Limburgse Onderduikorganisatie (L.O.), die zich later dat jaar aansloot bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (eveneens L.O.). De geestelijken in de organisatie besloten dat zij echter niet de leiding konden nemen en stelden hun vertrouwen in Hendrikx-Ambrosius. Cammaert beschrijft in hoofdstuk 6b (De landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers) van zijn proefschrift bij hoe hij bij de oprichting van veel plaatselijke groepen te werk ging: hij kende overal wel een jonge geestelijke die hij vertrouwde

Beide kapelaans moesten, net als Ambrosius, al snel gebruikmaken van deze door henzelf opgezette organisatie. Twee maanden na de bijeenkomst in Venlo werd namelijk bij een inval in het onderduikerskamp Bovensbos in Helden, dat mede op initiatief van Naus was opgezet, voor hen belastend materiaal gevonden. Naus kwam terecht bij een caféhouder in de Roermondse Weerd. Vandaaruit ging hij echter gewoon verder met zijn activiteiten voor het verzet.

De rol van de geestelijken in dit verzet was volgens De Jong zeer belangrijk, geïnspireerd door de zeer duidelijke anti-nationaalsocialistische opstelling van hun bisschop mgr. Lemmens en diens secretaris Leo Moonen.

Verraad[bewerken | brontekst bewerken]

Uiteindelijk werd kapelaan Naus op 21 juni 1944 door de nazi-Duitse Sicherheitspolizei uit Maastricht o.l.v. Richard Nitsch opgepakt toen hij een bijeenkomst van districtleiders van de onderduikersorganisatie bezocht in het pensionaat Sint Louis in Weert. De bijeenkomst was onder dwang verraden door de documentenvervalser Bob Jesse.[4] Naus werd naar het Kamp Vught gebracht en kwam later in Bergen-Belsen terecht. De toch al verzwakte geestelijke kreeg daar vlektyfus en overleed kort na de bevrijding van het kamp.

Eerbewijzen[bewerken | brontekst bewerken]

Zowel in zijn geboorteplaats Egchel als in Venlo is een straat naar hem vernoemd. De Sint-Jacobus de Meerderekerk te Egchel is aan deze patroonheilige gewijd als eerbetoon aan Jac Naus.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]