Jacob Cornelis van Rijneveld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob Cornelis van Rijneveld

Jacob Cornelis van Rijneveld (Enkhuizen, 27 maart 1799 - Nijmegen, 29 november 1851) was een Nederlands kolonel, ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, drager van het Metalen Kruis en oprichter van de Militaire Spectator.

Opleiding[bewerken]

Van Rijneveld onderscheidde zich al vroeg bij het elementair onderwijs en trad in 1815 in dienst als vaandrig bij de Militaire Academie te Delft. Hij richtte hier een sociëteit op, onder meer met Löben Sels, waarin diverse aspecten van het militaire beroep werden bediscussieerd. Hij werd in 1819 benoemd tot tweede luitenant bij het wapen der Rijdende Artillerie en werd voor anderhalf jaar naar de Leuvense hogeschool gezonden om zich daar verder te scholen. Van Rijneveld promoveerde te Leuven op het proefschrift De singularibus quibusdam proprietatibus quoe vaporibus aquoeis, tanquam viribus mechanisis insunt (over enige bijzonderheden betreffende de werktuigelijke kracht van stoom).

Loopbaan[bewerken]

Van Rijneveld werd benoemd tot adjudant van kolonel List en stond deze terzijde in Brussel gedurende de Belgische Revolutie in 1830 en tijdens de Tiendaagse Veldtocht van 1831. Hij werd voor zijn verrichtingen aldaar benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse. In 1830 begonnen Van Rijneveld en Gisius Nanning bijdragen te leveren in de Bredase Courant en richtten zij de Militaire Spectator op. Op 29 januari 1832 verscheen het eerste nummer van dit militaire tijdschrift, waarop in het begin slechts 350 intekenaars waren en waarvan hij gedurende zestien jaar hoofdredacteur was.

Inmiddels geplaatst bij de Rijdende Artillerie nr. 13 vond Van Rijneveld tijd om vele geschriften te publiceren. In 1836 werd hij geplaatst als leraar bij de Koninklijke Militaire Academie. Willem II schonk hem in deze tijd het virtus nobilitat, de koning van Pruisen vereerde hem met het ridderkruis van de Rode Adelaar, de hertog van Saxen Weimar met de medaille van verdiensten en de keizer van Rusland met een souvenir in briljanten terwijl het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen hem al vroeg als corresponderend lid benoemde. Van Rijneveld klom op in de militaire hiërarchie en werd op 31 juli 1848 benoemd tot majoor en chef van het wapen der artillerie in Oost Indië. Hij keerde twee jaar later terug met een dodelijke ziekte onder de leden, waaraan hij de 29ste november 1851 bezweek, na tevoren zijn beide zonen in Indië te hebben verloren. De Nijmeegse Courant schreef, naar aanleiding van zijn dood: Het vaderland en de Koning verliezen in hem een kundige officier: levis sit illi terra. In zijn laatste stuk in de Militaire Spectator (1848, nummer 10, bladzijde 93) schreef Van Rijneveld: Ik hoogschat en vereer het leger, waarin ik opgevoed ben, dat voor mij de bakermat is geweest van alles wat in mij leeft en beweegt, waarin ik heb leren waarderen, de hoge roeping van de soldatenstand en de plichten, hem opgelegd.

Biografie van door Van Rijneveld geschreven artikelen[bewerken]

  • 1820. De singularibus quibusdam proprietatibus quoe vaporibus aquoeis, tanquam viribus mechanisis insunt.
  • 1829. Opmerkingen betreffende de alles omvattende leerwijze van Jacotot.
  • 1835. Beknopte beschrijving van de veldtocht op Java in 1811 (vertaling van het geschrift door Karel Bernhard van Saksen-Weimar-Eisenach).
  • 1836. Deckers werkdadige strategie.
  • 1836. Nalezingen van Deckers werkdadige strategie; bevattende de denkbeelden van de voornaamste schrijvers over dit onderwerp.

In de Militaire Spectator:

  • 1833-1834. Proeve van een verhandeling over het gedrag der troepen, bijzonder belast met de dekking der artillerie in het veld. Bladzijde 111-117, 8-14, 85-90 en 108-111.
  • 1835-1836. Schets der voornaamste krijgsgebeurtenissen in Polen, in het jaar 1831. Bladzijde 1-8, 34-38, 68-81, 92-102, 126-134, 136-143, 192-197,217-226, 229-236 en 254-258.
  • 1837. Algemene beschouwingen over het wapen der artillerie. Bladzijde 23-33. In vervolg hierop: Gevolgtrekkingen uit het bovenstaand vertoog. Bladzijde 37-41.
  • 1837. Een woord over de uitvoering van het Koninklijk Besluit van 8 september 1835. Bladzijde 88-91.
  • 1837. Antwoord aan de geachte en door ons hooggeschatte geaboneerde. Bladzijde 150-156.
  • 1837. Proeve van een verhandeling over de Straten-Gevechten. Bladzijde 207-218.
  • 1837. Aan de lezers van dit tijdschrift. Bladzijde 219-221.
  • 1838. Bedenkingen over enige punten van het krijgskundig onderwijs, en voornamelijk de krijgsgeschiedenis. Bladzijde 55-65.
  • 1838-1840. Verhandeling over het krijgswezen der belangrijkste Europese mogendheden. Bladzijde 90-95, 163-175 en 180-194, 245-252 en 155-157.
  • 1838-1839. De zestiende januari. Bladzijde 139-146 en 136.
  • 1838. Verslag van de Grote Manoeuvres. Bladzijde 192-201.
  • 1838. Necrologie. Jhr. Hijbo Everdes de Boer. Bladzijde 208-214.
  • 1838. F. Stoecker. Generaal-majoor. Commandant der eerste brigade, derde divisie infanterie. Bladzijde 152-153.
  • 1839. Boekbeoordeling. Bijdrage tot de krijgsgeschiedenis van Napoleon Bonaparte door E. van Löben Sels. Bladzijde 38-42.
  • 1839. Herinneringen aan de loopbaan van kapitein T.B. Veltman. Bladzijde 135-143.
  • 1839. Vluchtige opmerkingen der terrein-leer, en over de invloed van het terrein op de tactische bewegingen. Bladzijde 209-216.
  • 1840. De geest der wet moet sprekende getuigen van een grote belangstelling in alles wat tot de defensie van het land betrekking heeft. Bladzijde 64-68.
  • 1840. De schutterij. Bladzijde 81-87.
  • 1840. Antwoord. Bladzijde 110-112.
  • 1840-1841. Sumatra, of staats- en krijgsgeschiedkundige schetsen der Nederlandse bezittingen op Sumatra. Bladzijde 116-120, 150-156 en 159-166 en 181-189.
  • 1840. Notities van enige bijzonderheden der door de Engelse en Franse troepen gevoerde belegeringen van Spaanse vestingen, in de jaren 1808-1815. Bladzijde 120-128.
  • 1840. Veldtocht der Nederlandse troepen op het eiland Celebes. Bladzijde 133-154, 177-194, 199-212 en 221-240.
  • 1840. Een voorbeeld tot navolging, ontleend aan de verdediging van Mazagran. Bladzijde 213-217.
  • 1841. Merkwaardige terugtocht van Pisang op Agam. Bladzijde 1-7 en 24-32.
  • 1841. Beknopt verslag der proeven met het demonteren van beklede schietgaten, genomen op de Teteringse Heide, in het jaar 1840. Bladzijde 56-61.
  • 1841-1842. Over enige dwaalbegrippen met betrekking tot de aard en het gebruik der Ricochetschoten, opgehelderd door practische resultaten. Bladzijde 67-72 en 220.
  • 1841. Iets over de wapening der vestingen, een bijdrage tot de vestingoorlog. Bladzijde 167-176.
  • 1841. Herfstmanoeuvres van het Koninklijk Pruisisch Armeekorps in het jaar 1841. Bladzijde 203-210.
  • 1841. Vuurwerkerij, nadere ontwikkeling van het Meijerse stelsel. Bladzijde 261-264.
  • 1846. Ontwerp voor een spaarkas voor de officieren van het Nederlandse leger. Bladzijde 161-167.
  • 1847. Brieven aan Marias. Bladzijde 1-7, 67-70 en 221-224.
Portal.svg Portaal KNIL