Jacob Jan Cambier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacob Jan Cambier (Vianen, 29 juni 1756 - Wassenaar, 4 oktober 1831) was een patriot en Nederlands minister. Hij behoorde vóór 1795 tot de Haarlemse regenten en werd in 1796 lid van de Eerste Nationale Vergadering. Cambier was in de Bataafse Republiek agent van Oorlog en onder Lodewijk Napoleon minister van onder meer Koophandel en Oorlog en vicepresident van de Staatsraad. Na de staatsgreep van 22 januari 1798 is hij gevangengenomen en gevangengezet op Huis Ten Bosch. Hij werd bij besluit van 10 juli 1798 weer vrijgelaten. Na herwinning van de onafhankelijkheid werd hij gezant en Eerste Kamerlid.

Ridderorden[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Cambier was Minister van Oorlog toen Napoleon zijn broer afzette en Nederland annexeerde. Cambier kreeg het te kwaad toen de gezanten Lebrun en Oudinot in Nederland arriveerden. Oudinot zou toen gezegd hebben: "Kom, kom, meneer Cambier, huilt u niet zo, want dan ga ik ook huilen, en dan zien we er beiden belachelijk uit."[1]
Voorganger:
G.J. Pijman
Agent van Oorlog
1800-1801
Opvolger:
G.J. Pijman
Voorganger:
M. baron van der Goes van Dirxland
Minister van Justitie en Politie
1807
Opvolger:
C.F. van Maanen
Voorganger:
P. van der Heim
Minister van Indië en Koophandel
1807-1808
Opvolger:
P. van der Heim (Indië)
G.A.G.Ph. baron van der Capellen (koophandel)
Voorganger:
J.W. Janssens
Minister van Oorlog a.i.
1809
Opvolger:
C.R.T. Krayenhoff
Voorganger:
C.R.T. Krayenhoff
Minister van Oorlog
1810-1811
Opvolger:
L. graaf van Limburg Stirum