Jacob Le Mair

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacob Willem Frederik Le Mair (Delft, 19 februari 1905 - Brugge, 31 januari 1990), ook Jacques Le Mair, was een Nederlands-Belgisch kunstschilder.

Levensloop[bewerken]

Le Mair was een zoon van Jacob Le Mair en van Elisabeth Zinsmeester. De voorouders van de Le Mairs kwamen uit het Luikse en waren in de zestiende eeuw naar het noorden geëmigreerd, waar ze kooplui of zeevaarders werden.

In 1922 kwam het gezin in Brugge wonen, waar vader directeur werd van de plaatselijke vestiging van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (NGSF). Met de ouders kwamen de kinderen Willem, Jacob en Elisabeth mee. Voor Jacob vlotte het studeren aan het Koninklijk Atheneum (in het Frans) niet. Hij werd eerst hulpbediende in de NGSF. In 1925 werd hij in Brussel zaalwachter in de kunstgalerij A la Vierge Poupine, waar hij Paul van Ostaijen als collega had.

Nadat hij naar het bedrijfsleven was teruggekeerd in de vestiging van de NGSF in Rotterdam, besliste hij, onder invloed van Alfons Blomme, kunstschilder te worden. Hij ging lessen volgen aan de kunstacademie in Brugge en in Gent. Hij werd er bevriend met de kunsthistoricus Walther Vanbeselaere en de kunstschilder Adriaan Vandewalle.

Hij vestigde zich vervolgens als glazenier en kunstschilder, bij zijn ouders, in de Vlamingstraat 51. Tussen 1928 en 1935 kreeg hij veel opdrachten voor glasramen, onder meer door de bemiddeling van priester Michiel English en van architect Luc Vierin.

Hij richtte zich nadien volledig op het schilderen: portretten, landschappen, zeegezichten. Vanaf 1971 verdiepte hij zich ook in stillevens, met onder meer afbeeldingen van kinderspeelgoed. Hij behoorde tot de schilders die men als animisten karakteriseerde.

In 1954 reed hij de Friese Elfstedentocht uit in Leeuwarden en was daar heel fier op. Hij reisde door Nederland en ook door Zuid-Frankrijk (Arles, Uzès), maar steeds kwam hij naar Brugge terug, waar hij het licht nog blanker, nog puurder en indringender vond.

Le Mair verkocht zijn werken aan een beperkte groep vrienden en belangstellenden, zodat hiervan weinig op de kunstmarkt te vinden was. Het belet niet dat zijn werk tussen 1935 en 1983 op een veertigtal tentoonstellingen te zien was. Slechts mondjesmaat kwam werk van hem in veilingen terecht. Zijn oeuvre is nochtans omvangrijk, zowel wat schilderijen als wat tekeningen betreft.

In 1934 trouwde hij met Lucie Verheye (1901-1971). Het huwelijk bleef kinderloos.

Le Mair behoorde niet 'stricto sensu' tot de Brugse School. Men mag er hem echter wel aan hechten, doordat de Brugse sfeer en omgeving hem inspireerde en hij vele jaren in deze stad woonde en werkte. Hij volgde ook lessen aan de Brugse kunstacademie en was bevriend met leden van de Brugse School.

Literatuur[bewerken]

  • Walther VAN BESELAERE, De generatie van 1900, Antwerpen, 1966
  • Walther VAN BESELAERE, Jacob Le Mair, Venlo, 1974
  • C. BUYSSE-DHONDT, Animisten in Brugge. Jacques Le Mair, Adriaan Vandewalle, War Van Overstraeten, Henri-Victor Wolvens, Brugge, 1983.
  • Robert DE LAERE, Jacob Le Mair, kunstschilder, in: Kroniek van Sint-Andries, 1991
  • Robert DE LAERE, Brugse beeldende kunstenaars omstreeks de eeuwwisseling T. II, Brugge, 1992.