Jacob Luitjens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacob Luitjens (Buitenzorg (Nederlands-Indië), 18 april 1919) is een Nederlandse collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij had als bijnaam De schrik van Roden en was actief in de omgeving van Roden in Drenthe.

Opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Luitjens studeerde aan de Rijksuniversiteit van Groningen en haalde op 22 december 1942 zijn kandidaatsexamen Rechten.[1] Als student was hij tevens actief in de studentenvereniging Vindicat.[2]

Familie en oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Luitjens was een zoon van een veearts - Steven Broiël Luitjens[3] - te Roden. Hij manifesteerde zich voor de oorlog al als een fanatieke NSB'er, die anderen actief voor de beweging probeerde te winnen. In 1944 werd hij lid van de Landwacht, nadat hij al eerder geprobeerd had bij de SS te komen. Daar werd hij echter wegens een gebrekkige hand afgewezen.

Zijn optreden als landwachter bezorgde hem de bijnaam de schrik van Roden. Vele onderduikers en verzetsstrijders wist hij op te sporen. Hij deed actief mee aan opsporingsacties en arrestaties en was betrokken bij twee gevallen waarbij iemand om het leven kwam. Direct na de bevrijding gaf hij zich aan bij de politie, dit om represailles van het verzet te voorkomen. In 1946 wist hij te ontsnappen uit kamp Westerbork en zich in Duitsland bij doopsgezinde geloofsgenoten te voegen. Luitjens kwam terecht in Paraguay met behulp van mennonieten en werd op 10 september 1948 bij verstek veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor het bieden van hulp aan de vijand. In 1961 emigreerde hij naar Canada, waar hij in Vancouver, Brits-Columbia, een bestaan opbouwde als lector in de plantkunde: hij werd hoogleraar en botanicus op de Universiteit van Brits-Columbia.

In 1980 kwam zijn verblijfplaats door toedoen van speurwerk door particulieren uit het voormalig verzet aan het licht . In 1982 werd hij definitief opgespoord door Jack Kooistra, ook wel de Friese Simon Wiesenthal genoemd.[4] Een uitleveringsverzoek aan Canada leidde aanvankelijk echter tot niets. In 1988 startte de Canadese justitie alsnog een eigen zaak tegen hem, toen bleek dat het land al decennialang een vrijplaats was voor oorlogsmisdadigers, waartegen veel (internationaal) publiek protest rees. Luitjens verloor in 1991 zijn Canadese nationaliteit, omdat hij bij de aanvraag daarvan gelogen had over zijn verleden, en werd in 1992 uitgewezen[5] en overgebracht naar Nederland. Daar werd hij door de rechtbank in Assen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, die hij tot maart 1995 uitzat in het Huis van Bewaring van Groningen. Hij mocht van de Canadese regering niet meer terugkeren naar Canada. Staatssecretaris Elizabeth Schmitz verstrekte in 1997 in het diepste geheim een verblijfsvergunning[6], maar die werd later niet omgezet in het Nederlanderschap.[7] Er bestond lange tijd twijfel of Luitjens nog in leven was[8], maar journalist Maarten van Gestel toonde begin 2022 aan dat Luitjens nog in leven is en op 102-jarige leeftijd in Friesland woont[7], in de podcast De Schrik van Roden, die hij maakte voor dagblad Trouw. Hierin werd ook duidelijk dat Luitjens echtgenote, met wie hij trouwde in Paraguay, in Canada woont en dementerend is. In februari 2022 verscheen een uitgebreid interview met hem in het Dagblad van het Noorden.[9] In april 2022 keek hij samen met Trouw terug op de podcast en de reacties die hij daarop ontving.[10]