Jacobus van Aragón

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacobus van Aragón (29 september 1296 - Tarragona, juli 1334) was de oudste zoon van koning Jacobus II van Aragón die zijn aanspraak op de kroon opgaf om monnik te worden.

Biografie[bewerken]

Jacobus van Aragón werd geboren als de oudste zoon en erfgenaam van Jacobus II en Blanca van Anjou. In zijn jeugd werd hij door zijn vader benoemd tot procureur-generaal om diens gerechtelijke zaken af te wikkelen. In 1308 werd hij verloofd met prinses Eleonora van Castilië. Na de verloving verhuisde hij naar Aragón om daar opgevoed te worden tot de toekomstige koning. Tien jaar later gaf Jacobus aan bij zijn vader dat hij de verloving wilde verbreken, afstand wilde doen van de troon om een monastiek leven te gaan leiden.

De vader van Jacobus ging hier in eerste instantie niet mee akkoord, waardoor de onderlinge verhouding verslechterde. Uiteindelijk gaf de koning toch toe aan de eisen van zijn zoon. Hierop trok Jacobus op 22 december van het jaar 1319 in het klooster in. Zijn jongere broer Alfons werd de troonopvolger. In eerste instantie ging Jacobus bij de Orde van Sint-Jan van Jeruzalem, maar die orde verliet hij na een paar jaar om toe te treden tot de lokale monastieke Orde van Onze Lieve Vrouwe van Montesa.

Bronnen[bewerken]

  • H.T. Sturcken (1979): The unconsummated marriage of Jaime of Aragon and Leonor of Castile (October 1319). Journal of Medieval History 5 (Cambridge University Press)
  • Michael R. McVaugh (2002): Medicine Before the Plague: Practitioners and Their Patients in the Crown of Aragon, 1285–1345. Cambridge University Press. pp. 20, 21, 26.