Jacobus van Looy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jacobus van Looy
't Dresdener petje. Zelfportret door Jac. van Looy (1911)
't Dresdener petje.
Zelfportret door Jac. van Looy (1911)
Persoonsgegevens
Geboren Haarlem, 12 sep 1855
Overleden Haarlem, 24 feb 1930
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) schrijver, kunstschilder
Oriënterende gegevens
Bekende werken De tuinmuur, Oranjefeest ca. 1890, Klaverbloemen, Anthonie Gerardus van der Hout (1820-92)
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Van Looy, door Willem Witsen, 1893

Jacobus (Jac) van Looy (Haarlem, 13 september 1855 – aldaar, 24 februari 1930) was een Nederlands schilder en schrijver.

Leven en werk[bewerken]

Van Looy was de zoon van een timmerman. Zijn ouders stierven kort na elkaar en vanaf zijn vijfde jaar groeide hij op als weesjongen in het Haarlemse Gereformeerd Burgerweeshuis aan het Groot Heiligland. In dit gebouw is nu het Frans Hals Museum gevestigd. Hij leerde voor het vak van huis- en rijtuigschilder, maar mocht vanwege zijn talent daarnaast tekenlessen volgen. Hij studeerde aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, en was bevriend met onder andere Willem Witsen.

Museum in Haarlem van 1949 tot 1967

In 1884 kreeg hij de prestigieuze Prix de Rome, samen met de Nederlandse historie- & portretschilder Jan Dunselman. Daaraan verbonden was een beurs en een rijkstoelage die hem staat stelde om te reizen en ervaring op te doen. Hij diende een voorgeschreven route te volgen, klassieke werken te kopiëren en regelmatig schriftelijk verslag uit te brengen. Zo reisde hij van 1885 tot 1886 naar Italië, Spanje en Marokko. Verder schreef hij ook korte verhalen. In Amsterdam huwde hij in 1892 met Titia van Gelder (1860-1940), telg uit het Zaanse geslacht van papiermakers, waarna het paar zich vestigde in Soest. Daar leefde het stel teruggetrokken. Onder de dorpsbewoners die hij schilderde hoorde ook de moeder van de latere Utrechtse beeldhouwer Pieter d'Hont.[1] Zijn opgedane indrukken van overdag werden later gepubliceerd in Feesten. In 1913 verhuisden ze weer naar Haarlem, waar ze hun verder leven bleven wonen.

Van Looy maakte deel uit van de redactie van het letterkundig tijdschrift De Nieuwe Gids van de beweging der Tachtigers en werd het bekendst door zijn deels autobiografische cyclus Jaapje-Jaap-Jakob. Hierin beschreef hij het leven in het weeshuis en zijn tijd als drukkers- en schildersleerling. Zo krijgt de lezer een beeld van het Haarlem van de jaren 1860/1870. Veel van de door Van Looy beschreven zaken bestaan nog of zijn herkenbaar, andere zijn volkomen veranderd of geheel verdwenen. Andere werken van hem zijn onder andere Reizen, Proza, Nieuw proza en Feesten. Daarnaast vertaalde hij werken van Shakespeare, zoals Macbeth, Hamlet en As you like it. Van deze vertalingen verschenen edities met fraaie illustraties van Rie Cramer. Verder schreef hij gedichten die in diverse publicaties verschenen, maar pas in 1932 door zijn weduwe werden verzameld en uitgegeven. Zijn stijl van schrijven wordt wel omschreven als 'schilderen met woorden'. Van Looy hanteerde een zeer eigen taalgebruik waarin onder andere sferen en kleuren (een herinnering aan zijn tijd als schildersleerling) een rol spelen.

Stichting Jacobus van Looy en het Museum Huis van Looy[bewerken]

Opening van Museum Huis van Looy in 1949

Titia van Looy-van Gelder deed haar uiterste best om de herinnering aan Jacobus levend te houden. Zij liet het huis in Haarlem uitbreiden en richtte het in als een museum gewijd aan haar echtgenoot. In 1940 liet Titia van Looy-van Gelder na aan de Gemeente Haarlem. Na de oorlog besloot de Gemeente Haarlem om het legaat niet te aanvaarden. Het huis en de gehele collectie zouden worden geveild. De collectie vond plaats in oktober 1948. Gelukkig kon een groot deel worden “gered” doordat het in aller ijl opgericht comité “Het Huis van Looy” in staat was een zeer belangrijk deel van de nalatenschap te kopen dankzij giften van particulieren en de overheid. Het comité is in 1949 overgegaan in de Stichting Het Huis Van Looy. De woning werd gekocht door de gemeente Haarlem en ter beschikking gesteld aan de Stichting. Van 13 april 1949 tot 1967 was een keuze uit de collectie te zien in Museum Huis Van Looy, Kleine Houtweg 103 te Haarlem. Na sluiting van het museum werd de collectie in bruikleen ondergebracht in het Frans Hals Museum in Haarlem. De Stichting kreeg vanaf 1970 de naam Stichting Jacobus van Looy. De collectie werd later regelmatig uitgebreid met aankopen en schenkingen. Tot begin eind jaren negentig was er in het Frans Hals Museum aan het Groot Heiligland een deel van de bovenverdieping een kabinet ingericht met een selectie uit de collectie.

Teylers Museum in Haarlem heeft enkele schilderijen en een collectie van tekeningen in bezit, waaronder veel tekeningen en schetsen uit Italië, Spanje en Marokko, gemaakt tijdens de Prix-de-Rome-reis.

De Stichting Jacobus van Looy heeft per 28 maart 2019 de tekeningen, manuscripten, boeken, brieven en memorabilia in eigendom overgedragen een het Noord-Hollands Archief in Haarlem. De schilderijen zijn op deze dag in eigendom over gedragen aan het Frans Hals Museum en zijn daarmede eigendom van de gemeente Haarlem. Per 1 mei 2019 is de Stichting Jacobus van Looy opgeheven.

Van Looy Prijs[bewerken]

Van 1985 tot 2010 is door de Stichting Van Looy de Jacobus van Looy-prijs uitgereikt aan een dubbeltalent (schrijver-beeldende kunstenaar) zoals Jacobus van Looy, die zich als "schilder van huis uit, schrijver door toevallige omstandigheid" beschreef. De prijs is een initiatief van Jan G. Elburg en Louis Ferron. De Jacobus van Looy Stichting nam dit initiatief over en maakte van de Jacobus van Looyprijs een vijfjaarlijkse oeuvreprijs. De prijs bestond uit een geld bedrag (fl 5.000,-) en een tentoonstelling in het Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem en werd toegekend aan: Armando (1985), Lucebert (1990), Breyten Breytenbach (1995), Charlotte Mutsaers (2000), Wim T.Schippers (2005) en Peter van Straaten (2010). Bij de tentoonstelling verscheen veelal een catalogus. De prijs wordt niet meer uitgereikt.

Schilderijen[bewerken]

Literair werk[bewerken]

  • Proza (1889)
  • Gekken (1892)
  • Feesten (1903)
  • De wonderlijke avonturen van Zebedeus (1910–1925)
  • 'Een praatje over "vertalen" met eenige vertaalde fragmenten' (1912)
  • Reizen (1913)
  • Jaapje (1917).
  • Feesten (1920)
  • Jaap (1923)
  • De wonderlijke avonturen van Zebedeus (1925)
  • De wonderlijke avonturen van Zebedeus (1925)
  • Nieuw proza (1929)
  • Op reis (1929)
  • Jacob (1930)
  • Gedichten (only scans available) (1932)
  • Jaapje (1963)
  • Proza (1981)

Shakespearevertalingen[bewerken]

  • Macbeth (1900)
  • Hamlet (1907)
  • Romeo en Julia (1910)
  • Naar het u lijkt (1915)
  • Midzomernachtsdroom (1925)
  • De koopman van Venetië (niet gepubliceerd) (1922)

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Jacobus van Looy: Wie dronk toen water! Bloemlezing uit de briefwisseling met August Allebé 1885 - 1887. (1975)
  • Fernand Bonneure, Jacobus van Looy, in: Brugge Beschreven. Hoe een stad in teksten verschijnt, Brussel, Elsevier, 1984.
  • Chris Will e.a.: Schrijversprentenboek 26. Jacobus van Looy. (1987)
  • Harry G.M. Prick, 'Looij, Jacobus van (1855-1930)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (1989)
  • Esther Scheepers e.a.: Looy met den noorderzon, weg! De reizen van Jacobus van Looy. (1998)
  • George Slieker: Van Heiligland tot Hout. Wandelen door Haarlem en omgeving met Van Looy. (2007)