Jacques Lacan
| Jacques Lacan | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Titelatuur/graad | Doctor of Medicine | |||
| Geboortedatum | 13 april 1901 | |||
| Geboorteplaats | Parijs | |||
| Overlijdensdatum | 9 september 1981 | |||
| Overlijdensplaats | Parijs | |||
| Beroep | psychoanalist[1][2] | |||
| Handtekening | ||||
| Academische achtergrond | ||||
| Alma mater | Collège Stanislas de Paris (1907 – 1918), Paris Medical Faculty (1919 – 1932)[3] | |||
| Promotor(s) | Henri Claude[3] | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied(en) | Psychologie | |||
| Bekend van | Psychoanalyse | |||
| Stroming | psychoanalyse, Structuralisme (psychologie) | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Ambt | president[4] | |||
| ||||
Jacques Lacan (Parijs, 13 april 1901 – aldaar, 9 september 1981) was een Frans psychoanalyticus, die bekend is vanwege zijn zogenoemde 'terugkeer naar Freud', en om de stelling dat het onbewuste gestructureerd is als een taal. Behalve door Freud, werd Lacan beïnvloed door de structuralistische taalkunde van De Saussure en Roman Jakobson, en door de structurele etnologie van Lévi-Strauss. Lacan transformeerde de psychoanalyse van een theorie over, en een behandelmethode voor neurose van het individu, tot een overkoepelende theorie die uitspraken doet over de maatschappij. Zijn invloed is nog voelbaar in de literatuurwetenschap, filmstudies, genderstudies en de psychologie. Lacan had een grote invloed op Derrida en Žižek, die er echter radicaal verschillende interpretaties van Lacans nalatenschap op na houden.
Jacques Lacan was psychiater in Parijs. Hij was van mening dat de psycho-analytici van zijn generatie Freud niet goed gelezen hadden. Met zijn wekelijkse séminaires ontketende hij een ware retour à Freud, waarbij hij, vergeleken met Freud, de menselijke psyche wat formalistischer en structuralistischer benaderde. Ondanks de twijfel bij sommigen omtrent de mentale toestand van Lacan zelf, kreeg hij veel bijval, en behoort hij, met Freud en Jung, tot de belangrijkste psychoanalytici van de 20e eeuw. Lacan wordt als een van de invloedrijkste denkers van zijn generatie beschouwd.
Denken
[bewerken | brontekst bewerken]In lijn met de structuralistische methode introduceerde Lacan de taal in de psychoanalyse. Hij formuleerde een nieuwe theorie van begeerte: deze is volgens hem nooit volledig in taal uit te drukken en dus ook nooit geheel te bevredigen, waardoor vervreemding ontstaat. Tevens ontstaat een splitsing in de psyche tussen enerzijds het bewuste, talige subject, het moi, dat overeenkomt met Freuds Ich en Saussures signifiant, en anderzijds het onderbewuste subject, het (Franse) je, overeenkomend met Freuds Es en Saussures signifié.
In Lacans theorie is het subject onderdeel van drie ordes:
- De imaginaire orde is de wereld van begeerte en fantasie, hierboven al aangestipt.
- De symbolische orde is de wereld zoals ze in de taal verschijnt, met alle conceptuele afbakeningen die in woorden kunnen worden uitgedrukt.
- De reële orde is de objectieve buitenwereld, begrepen als onmiddellijk geheel, zonder dat hier al conceptuele grenzen in zijn aangebracht door middel van de taal. Deze orde is voor het subject altijd ongrijpbaar.
Kritiek
[bewerken | brontekst bewerken]Eind 1997 kwam de geloofwaardigheid van onder anderen Lacan ter discussie te staan door het boek Intellectueel bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap van de fysici Alan Sokal en Jean Bricmont. Daarin analyseren zij de teksten van vooral Franse postmoderne intellectuelen en betogen ze dat er achter hun ingewikkeld jargon vaak nietszeggende en foute ideeën schuilgaan. Ook wordt het misbruik van wetenschappelijke termen aan de kaak gesteld waarmee deze intellectuelen volgens Sokal en Bricmont een illusie van wetenschappelijkheid proberen te wekken.
Noam Chomsky, hoogleraar aan het MIT, noemde Lacan een "totale charlatan"[5] en de Belgische wetenschapsfilosoof Maarten Boudry beschreef Lacan als "naakte keizer" in zijn proefschrift De naakte Keizers van de Psychoanalyse: De Immunisatiestrategieën van een Pseudowetenschap[6].
Bibliografie
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Gemeinsame Normdatei; geraadpleegd op: 25 juni 2015.
- ↑ abART; geraadpleegd op: 1 april 2021; abART-identificatiecode voor persoon: 128478.
- 1 2 Système universitaire de documentation; SUDOC-identificatiecode voor editie: 017113199.
- ↑ http://www.archivesnationales.culture.gouv.fr/chan/chan/AP-pdf/101-AS.pdf.
- ↑ https://www.openculture.com/2013/06/noam_chomsky_slams_zizek_and_lacan_empty_posturing.html. Gearchiveerd op 6 juni 2023.
- ↑ https://www.scriptiebank.be/sites/default/files/c6aa5052a0d7b35c9ce338ae53733d92.pdf. Gearchiveerd op 15 april 2021.
- Stefan Münker en Alexander Roesler (2000). Poststrukturalismus. Stuttgart/Weimar: Metzler.
- Tony Myer (2003). Slavoj Žižek. Londen: Routledge.
