Naar inhoud springen

Jaguar XK120

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jaguar XK120
Jaguar XK120
Productiejaren 1948-1954
Productieaantal 12,055
Uitvoeringen
tweepersoons roadster (OTS)
tweepersoons cabriolet (DHC)
tweepersoons coupé (FHC)
Voorganger Jaguar SS100
Opvolger Jaguar XK140
Portaal  Portaalicoon   Auto

De Jaguar XK120 is een sportauto gebouwd door Jaguar Cars van 1948 tot 1954. Het was de eerste naoorlogse sportauto die Jaguar produceerde.

De XK120 was in 1948 te zien op de British International Motor Show als conceptcar om de nieuwe Jaguar-motor te testen. Het ontwerp sloeg echter zo erg aan dat Jaguar besloot de auto in productie te nemen.

De "120" in de naam XK120 slaat op de topsnelheid van 120 mph (192 km/h) waardoor de XK120 de snelste productieauto van zijn tijd was.

De auto was verkrijgbaar in drie versies: als roadster (ofwel OTS, Open twoseater), als Drophead Coupé (DHC), wat eigenlijk een luxere versie was van de OTS, en als coupé (genaamd FHC, Fixed Head Coupe).

Een aluminium XK120 uit 1950 die ooit toebehoorde aan Clemente Biondetti.

De eerste 242 XK120's werden tussen eind 1948 en begin 1950 met de hand gebouwd, met aluminium plaatwerk op een frame van essenhout.[1] De vraag bleek echter veel groter dan verwacht, en vanaf het modeljaar 1950 schakelde Jaguar over op serieproductie met een carrosserie van geperst staal. De stalen carrosserie was ongeveer 51 kg zwaarder dan de aluminium variant.[2] De portieren, motorkap en kofferdeksel bleven van aluminium. De drophead coupé (DHC) en fixed head coupé (FHC) waren luxueuzer afgewerkt dan de open versie. Ze hadden draairamen en houtfineer op het dashboard en de portierpanelen.

Het stalen chassis was grotendeels overgenomen van de Jaguar Mark V, waar ook veel onderdelen vandaan kwamen.

Jaguar XK120 Supersonic uit 1954, gecarrosseerd door Ghia

De XK-motor, een 3,4-liter zescilinder lijnmotor met dubbele bovenliggende nokkenas, was voor zijn tijd opmerkelijk modern voor een serieproduct. Hij had een cilinderkop van hittebestendige aluminiumlegering, halfbolvormige verbrandingskamers, schuingeplaatste kleppen en twee zijdelings opgestelde SU-carburateurs.[3] Op 80-octaan benzine en met de standaard compressieverhouding van 8:1 leverde de motor 160 pk (119 kW).[4] De meeste vroege exemplaren gingen op de export. Voor de Britse thuismarkt was een versie met een lagere compressieverhouding van 7:1 voorbehouden, met navenant minder vermogen. Brits publiek moest het door de naoorlogse soberheidsmaatregelen doen met 70-octaan Pool petrol. De fabriek beschikte echter wel over 80-octaan brandstof en kon zo persauto's met de hogere compressieverhouding leveren. Hierdoor konden journalisten de werkelijke prestaties van de auto testen in België, op een lang, recht stuk weg tussen Jabbeke en Oostende.[5] Het basisontwerp van William Heynes, later opgerekt tot 3,8 en 4,2 liter, zou tot 1992 in productie blijven.

Alle XK120's hadden onafhankelijke voorwielophanging met torsiestaafveren naar ontwerp van Heynes, halfelliptische bladveren achter, een recirculating-ball-stuurinrichting, een telescopisch verstelbare stuurkolom en 12-inch trommelremmen rondom. Die laatste waren berucht om hun fading. Sommige auto's kregen daarom Alfin-remtrommels (kort voor ALuminium FINned) om het probleem enigszins te beteugelen.[6]

Een XK120 uit 1951 op Silverstone, met een enkel aeroscherm achter de uitneembare voorruit

De open tweezitter bood maar weinig bescherming tegen het weer. De lichte canvas kap en de afneembare zijschermen verdwenen achter de stoelen wanneer ze niet in gebruik waren. Buitenklinken aan de portieren ontbraken. Openen ging via een trekkoord aan de binnenkant, dat bij geplaatste weeruitrusting bereikbaar was via een klepje in de zijschermen. De voorruit kon worden weggenomen en vervangen door aeroschermen.

XK120 drophead coupé

De drophead coupé (DHC) was comfortabeler ingericht, met een gevoerde canvas kap die bij het openen netjes op het achterdek neerklapte, en met draairamen die openslaande ventilatieraampjes hadden. De vlakke, tweedelige glazen voorruit zat in een stalen frame dat één geheel vormde met de carrosserie en in dezelfde kleur was gespoten. Het dashboard en de bovenzijde van de portieren waren, net als bij de FHC, afgewerkt met houtfineer. Bij de open versies was dat juist leer. Alle uitvoeringen hadden afneembare wielkapdeksels (spats) over de achterwielkasten, wat het gestroomlijnde silhouet nog eens accentueerde. Wie vanaf 1951 koos voor de optionele centraal vergrendelde spaakwielen, moest die spats wel laten zitten.

De verchroomde Rudge-Whitworth-naafmoeren met hun twee oren staken er simpelweg te ver uit. Verchroomde spaakwielen waren vanaf 1953 leverbaar. Standaard rolde de auto van de fabriek met 6.00 × 16-inch diagonaalbanden op massieve velgen (16 × 5K vóór 1951). Later kwamen 185VR16 Pirelli Cinturato-radiaalbanden als optie beschikbaar. Naast die spaakwielen omvatte de Special Equipment-uitvoering, in de Verenigde Staten M genoemd (voor Modified), een hoger vermogen, een stijvere ophanging en een dubbele uitlaat.[7]

Motorspecificaties

[bewerken | brontekst bewerken]
ModelProductiejarenInhoudBoring/SlagVermogen
XK120 3.41948-19543442 cc83mm/106mm162 pk
XK120 3.4 SE1951-19543442 cc83mm/106mm182 pk
XK120 3.4 SE (C-Type head)1951-19543442 cc83mm/106mm213 pk
  1. Chris Harvey, The Jaguar XK, Oxford Illustrated Press, UK, 1978, p. 167. ISBN 0-902280-57-0.
  2. Roger Hicks, Jaguar: an illustrated history of the world's most elegant sports car, Crescent Books, New York, 1989, p. 8. ISBN 0-517-67413-0.
  3. (en) Jaguar XK120 1948-1954, inopian.com, geraadpleegd op 28 november 2014.
  4. (en) "The Jaguar 2-seater Type XK120 Road Test", The Motor, 1949.
  5. (en) "3½-litre XK120 Jaguar Super Sports (road test)", Autocar, 2 september 1949.
  6. (en) Tony Dron, Buying classics: A beauty past her prime, The Telegraph, 29 september 2001.
  7. Paul Skilleter, Jaguar Sports Cars, p. 307. ISBN 0-85429-166-0.