Jan Bijhouwer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Bijhouwer
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Jan Tijs Pieter Bijhouwer
Geboortedatum 11 november 1898
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 22 augustus 1974
Overlijdensplaats Wageningen
Nationaliteit Nederlandse
Werkzaamheden
Vakgebied Tuin- en Landschapsarchitectuur
Universiteit Landbouwhogeschool (thans WUR, Wageningen University
Promotor J. Jeswiet
Soort hoogleraar Gewoon hoogleraar
Beroep tuin- en landschapsarchitect
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Jan Tijs Pieter Bijhouwer (Amsterdam, 11 november 1898 - Wageningen, 22 augustus 1974) was een Nederlands tuin- en landschapsarchitect[1].


Leven en werk[bewerken]

Bijhouwer groeide op in een omgeving waarin belangstelling voor planten vanzelfsprekend was. Zowel zijn vader als grootvader waren plantenliefhebbers. Na zijn HBS-opleiding werkte Bijhouwer in verscheidene kwekerijen en begon in 1916 met een studie Tuinbouw in Wageningen.[1] Hij volgde onder meer de vakken tuinbouw (bij A.M. Sprenger), plantensystematiek en plantengeografie (bij J. Valckenier Suringar). Vooral dat laatste vak kreeg zijn interesse en hij besloot zich daarin verder te bekwamen. Tegelijk was hij geïnteresseerd geraakt in tuinkunst, een bijvak dat gegeven werd door L.A. Springer en later H.F. Hartogh Heys van Zouteveen.

Bijhouwer kreeg diverse aanstellingen aan de Wageningse Hogeschool voor onderwijs en het beheer van het arboretum en promoveerde in 1926 op het proefschrift Geobotanische studie van de Berger duinen[2] bij prof. dr. J. Jeswiet. Hij werkte vanaf 1927 enige tijd als onderzoeker en instructeur tuinontwerp in de VS, waar hij geïnspireerd raakte door het vakgebied landschapsarchitectuur, de modernisering van de samenleving en de parken, binnen en buiten de steden. Hij keerde in 1929 terug naar Nederland. Hij was en bleef geboeid door zowel de vrije natuur en vooral plantengemeenschappen, zoals deze bestudeerd werden door J.W.C. Goedhart en W.J. Jongmans maar ook door de veldbiologen Jac.P. Thijsse en Eli Heimans als de moderne samenleving. Zijn werk op het gebied van landschapsarchitectuur is door beide beinvloed[1].

Bijhouwer was lector van 1939 tot 1946 en vervolgens van 1946 tot 1966 hoogleraar aan de Landbouwhogeschool Wageningen en vanaf 1957 in de landschapskunst aan de Technische Universiteit Delft.

Betekenis[bewerken]

Bijhouwer was vanuit zijn belangstelling voor de inheemse flora verscheidene malen als adviseur betrokken bij natuur- en landschapsbescherming. Zijn pleidooi - in het Vakblad voor Biologen uit 1947 - gewenste natuurgebieden actief te scheppen, werd door veel natuurbeschermers niet gewaardeerd en door de vooraanstaande bioloog-natuurbeschermer Theodorus Weevers zelfs bestempeld als plantensociologische ketterij[3].

Bijhouwer had nadat hij in contact was gekomen met stedenbouwkundigen en zijn ervaringen in de VS steeds grotere belangstelling voor de verstedelijking van het landschap en specifieke aspecten van de moderne samenleving die het landschap sterk veranderden zoals het autogebruik, de suburbanisatie en de massarecreatie. In zijn ontwerpen voor het landschap zocht hij naar een nieuwe balans tussen stad en land en tussen natuur en landbouw. Zo was hij een van de eersten die pleitten voor 'ontspanningslandschappen'.

Bijhouwer droeg zijn opvattingen uit via zijn ontwerpen, zijn publicaties en via zijn werkzaamheden als (eerste) hoogleraar tuin- en landschapsarchitectuur aan de Landbouwhogeschool in Wageningen en aan de Technische Hogeschool in Delft.[1]

in 2011 werd met een symposium aan de TU Delft met bijdragen van landschaparchitecten als Adriaan Geuze en Meto Vroom en het boek J.T.P. Bijhouwer. Grensverleggend landschapsarchitect van Gerrie Andela stilgestaan bij de betekenis van Bijhouwer.

Ontwerpen[bewerken]

Publicaties (selectie)[bewerken]

  • Bijhouwer, Jan Tijs Pieter (1926) Geobotanische studie van de Berger duinen. Ijssel. Deventer.
  • Bijhouwer, Jan Tijs Pieter(1939) Het vraagstuk der plantengroepeering. Wageningen.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1933) Het nieuwe land : de opbouw van de Wieringermeer. Van Munster.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1943) Nederlandsche tuinen en buitenplaatsen. De Lange.
  • Bijhouwer, Jan Thijs Pieter (1944) Het Nederlandsche landschap en zijn oude ontginningen. Hofstad.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1954) Waarnemen en ontwerpen in tuin en landschap. Argus.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1960) Leven met groen in landschap, stad en tuin. Moussault.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1961) Hollands groene zone ; meer ruimte voor de openluchtrecreatie van een miljoenenbevolking. ANWB.
  • Bijhouwer, J.T.P. (1971) Het Nederlandse landschap. Kosmos. Utrecht.