Jan van Speijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Jan Carel Josephus van Speijk)
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan van Speijk
Van Speijk in de kruitkamer van kanonneerboot nr 2
Van Speijk in de kruitkamer van kanonneerboot nr 2
Geboren 31 januari 1802
Amsterdam
Overleden 5 februari 1831
Antwerpen
Begraven Nieuwe Kerk te Amsterdam
Land/partij Vlag van Nederland Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
Onderdeel Koninklijke Marine
Dienstjaren 1820-1831
Rang Nl-marine-vloot-luitenant ter zee der 2e klasse.svg Luitenant-ter-zee der tweede klasse
Leiding over Kanonneerboot nº 2
Slagen/oorlogen Tweede Boni-expeditie
Belgische opstand
Onderscheidingen Militaire Willems-Orde
Portaal  Portaalicoon   Marine

Jan Carel Josephus van Speijk (Amsterdam, 31 januari 1802Antwerpen, 5 februari 1831) was een Nederlands kanonneerbootcommandant tijdens de Belgische opstand die vaderlandse roem verwierf door deze boot te laten exploderen tijdens een zelfmoordaanslag.

Biografie[bewerken]

Van Speijk belandde, toen zijn ouders kort na zijn geboorte waren komen te overlijden, in het Burgerweeshuis in zijn geboortestad Amsterdam. Hij werd opgeleid om kleermaker te worden, maar werd een autodidact zeevaarder. In 1820 trad hij, na eerder afgewezen te zijn, in dienst bij de Koninklijke Marine.[1] Tussen 1823 en 1825 kreeg hij door zijn optreden in Nederlands-Indië de bijnaam Schrik der Roovers (zie de tweede Boni-expeditie).

Tijdens de Belgische opstand was hij commandant van 's lands gaffelkanonneerboot nº 2, een zeilschip bewapend met 1 kanon. Hij had de opdracht alle schepen van en naar Antwerpen te controleren sinds die stad vanaf begin oktober 1830 zich bij de opstand had aangesloten. Van Speijk nam deel aan het bombardement op Antwerpen op 27 oktober, waarvoor hij werd onderscheiden met het ridderkruis der vierde klasse van de Militaire Willems-Orde.[2][3]

Op 5 februari 1831 kreeg Van Speijk de opdracht om naar Oosterweel te varen om scheepsladingen te controleren, zoals al vele malen eerder die winter.[3] Maar toen dreef zijn schip op de Schelde nabij Fort Sint Laurentius, door een harde noordwestenwind en een slecht functionerend anker, naar de kant, waar een woedende menigte van Antwerpse arbeiders en de militairen van het vrijkorps De Gorter (onder bevel van kapitein Grégoire) op het schip afkwamen[4]. De rol van de militairen bij de bestorming van het schip was echter beperkt. Volgens de Nederlandse fuselier Johannes van Oostendorp was er op dat moment sprake van een wapenstilstand. In zijn ooggetuigenverslag beschrijft hij hoe "het grauw" zonder ondersteuning van de militairen het schip aanvielen[5]. Een aantal van hen zou op zijn schip zijn gesprongen om de vlag te bemachtigen[2][3]. Hierop zou Van Speijk naar de kajuit zijn gegaan, zogenaamd om de papieren te halen. Door zijn sigaar[6] in een vat met buskruit te steken bracht hij het schip tot ontploffing. Hij zou hierbij de historische laatste woorden hebben gesproken: "...en een infame Brabander worden? Dan liever de lucht in". Een aantal bronnen trekken deze woorden echter in twijfel[1][7]. Een scheepsjongen die bij hem stond en zijn intenties begreep, waarschuwde nog een paar van zijn maten (waaronder de bootsman en loods) en sprong overboord.[6] Bij de ontploffing kwamen 28 van de 31 bemanningsleden om, onder wie Van Speijk zelf. Het aantal Antwerpenaars dat om het leven kwam is onbekend.[3] Een andere bron spreekt van 3 tot tientallen slachtoffers. Mogelijk is het aantal Antwerpse slachtoffers bewust nooit openbaar gemaakt. Op 9 februari 1831, vier dagen na zijn dood, werd het stoffelijk overschot van Jan van Speijk, een romp zonder ledematen en hoofd, gevonden. Na controle in de citadel van Antwerpen (het lichaam zou zijn herkend aan het lintje van de Willemsorde[8]) werd het lichaam vrijgegeven en in een kist met spiritus gestuurd naar Amsterdam.[1]

Ontploffing van het schip bij Antwerpen, 5 febr. 1831

Achtergrond van Van Speijks daad[bewerken]

Zijn, als laatste geïnterpreteerde, woorden komen uit een brief aan zijn nicht op 19 december 1830, waarin hij schreef dat eerder nog boot en kruit en mij de lugt in gaat dan immer een infaame Brabander te worden of het vaartuig overtegeven. Liever spiegelde hij zich, zo schreef hij verder in de brief, aan de held Reinier Claeszen, die in 1606 zijn schip de lucht in had gejaagd om te voorkomen dat het in Spaanse handen zou vallen, dan aan verraders zoals generaal Daine, de provinciaal commandant in Limburg die in oktober 1830 naar de Belgische kant was overgelopen en vervolgens op 11 november de vesting Venlo voor de opstandelingen had ingenomen.

Ook zijn eigen matrozen had Van Speijk in de oudejaarsnacht van 1830 voorgehouden dat hij de brand in het kruit zou steken indien zijn schip aan lager wal zou raken en door Belgische muiters zou worden bedreigd. Luid gejuich was toen zijn deel geweest.[3] Het is natuurlijk de vraag of de matrozen wel begrepen hoezeer het Van Speijk ernst was, maar zijn woorden waren in ieder geval goed voor het moreel. Achteraf lijkt het alsof Van Speijk toen al duidelijk heeft willen maken dat hij een eerder door de commandanten van de kanonneerboten gemaakte afspraak serieus zou nemen. Zij hadden elkaar gezworen: "de voorkeur te geven aan een wissen dood boven een smadelijke behandeling, en nooit te dulden dat de geringste inbreuk gemaakt werd op Neêrlands roem of de eer der vlag."

Verering[bewerken]

Hoewel zijn daad militair gezien geen betekenis had, werd Jan van Speijk in de noordelijke Nederlanden al snel als nationale held gezien. De noordelijke Nederlanden hadden immers nood aan een vaderlands symbool omdat de zeeoorlogen tegen Engeland in de tweede helft van de 18e eeuw niet succesvol bleken. De zelfopoffering van Jan van Speijk zorgde voor grote bewondering in het prille Koninkrijk der Nederlanden, waarbij gemakshalve voorbij werd gegaan aan het offer van 27 van zijn bemanningsleden. Het was een belangrijke impuls voor de door de Belgische opstand onder druk staande nationalistische gevoelens. Er verschenen tal van lofgedichten, er werden gedenkpenningen geslagen en monumenten opgericht. Aan het front werd voor alle troepen een dagorder voorgelezen, waarin de daad van Van Speijk werd geroemd. In het koninkrijk werd een rouwperiode van drie dagen afgekondigd. Er werd geld ingezameld voor een nationaal monument.[8]

Koning Willem I bood aan het lichaam bij te laten zetten in de koninklijke grafkelder in Delft[7]. Ook besloot hij dat er altijd een schip bij de Koninklijke Marine (Koninklijk Besluit nº 81, den 11den februari 1831) zal varen dat Van Speyk heet.[9]

Het stoffelijk overschot van Van Speijk is op 4 mei 1832 bijgezet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.[10] De vuurtoren J.C.J. van Speijk bij Egmond aan Zee werd zijn officiële monument.[8]

Relativering en bijsturing[bewerken]

Reeds in 1833 kwam Zacharias Hendrik van der Feen met zijn kritische boek De zelfopoffering van J. C. J. van Speyk aan den Bijbel getoetst: eene bijdrage tot staving dat de gereformeerde leer de zelfmoord noch bevordert, noch begunstigt, noch verdedigt.[11] Toch was tot de tweede helft van de negentiende eeuw het relativeren van de heldenstatus van Jan van Speijk binnen Nederland taboe. Daarna nam het aantal critici toe. Multatuli vroeg zich bijvoorbeeld af of de zelfopoffering van Jan van Speijk daadwerkelijk een daad van vaderlandsliefde was en vernoemde rond 1876 zijn kanarie naar hem.[7]

Ronald Prud'homme van Reine relativeert in een publicatie Speijks heldendom en zoekt eerder een psychologische verklaring van zijn daad; Speijk zou een depressief luitenantje-ter-zee zijn geweest met weinig gevoel van eigenwaarde geheel geobsedeerd door vlag, koning en heldendom die ontvlamt als in het vaderland de golf van Belgenhysterie uitbreekt.[12]

Trivia[bewerken]

  • De medailleur Jac.J. van Goor heeft in 1931 een gedenkpenning ontworpen ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Jan van Speyk
  • Van Speijk eindigde in 2004 op nr. 128 tijdens de verkiezing van De grootste Nederlander.
  • De overblijfselen van het schip van Jan van Speijk worden sindsdien gekoesterd en de legende luidt, dat de mast nog altijd voor het Koninklijk Instituut voor de Marine zou staan.
  • Jan van Speijk kwam op 5 februari 1981 voor in de bescheurkalender van Van Kooten en De Bie.[8]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]