Dahrs begon met voetbal in de junioren van Blauw-Wit. Een jaar eerder dan gewoonlijk maakte hij de overstap naar de senioren. Hij debuteerde op zeventienjarige leeftijd in het eerste elftal op 7 september 1952. In de openingswedstrijd thuis tegen Stormvogels (1-2) begon hij als linksbuiten.[1] Dahrs scoorde in zijn debuutjaar vier keer en speelde in de voorhoede samen met onder meer Piet Koekebakker en Hannie Tolmeijer.
Dahrs maakte met Blauw-Wit de overgang naar het beroepsvoetbal mee. Bij de start van de ‘wilde’ profcompetitie van de NBVB, na de zomer van 1954, raakte Blauw-Wit zes spelers kwijt. Het betekende een flinke aderlating voor de Amsterdamse club die in het eerste profseizoen 1954/55, na de fusie van de voetbalbonden KNVB en NBVB, op de voorlaatste plaats eindigde in de Eerste klasse C.. Dahrs beleefde zijn eerste succes in het seizoen 1956/57 met het kampioenschap in de Eerste divisie B. Hij promoveerde met zijn club naar de Eredivisie die een jaar eerder van start was gegaan. Na twee seizoenen in de hoogste klasse verliet hij Blauw-Wit in 1959.
Hij speelde vier interlands voor het Nederlands jeugdelftal 18-20 jaar. Hij debuteerde op 19 oktober 1952 in de met 3-1 verloren uitwedstrijd tegen de jeugdploeg van België. Drie spelers van Blauw-Wit behoorden tot de selectie, alleen Dahrs stond in de basisopstelling. Zijn beide clubgenoten Leen Corbran en Karel van Garrel zaten op de reservebank.[2]
Dahrs kwam eenmaal uit voor Nederland–B, op 12 juni 1957 in de met 0-4 gewonnen interland uit tegen Noorwegen–B. Hij scoorde na een kwartier de openingstreffer.[3]
Dahrs werd voor het seizoen 1959/60 aangetrokken door SHS dat zojuist uit de Eredivisie was gedegradeerd. Hij moest even wennen in de nieuwe omgeving. In de eerste competitiehelft bleef hij op een treffer steken. Daarna scoorde hij in acht duels op rij en werd met negentien goals de clubtopscorer van SHS, dat op de zevende plaats eindigde. In zijn tweede jaar kwam hij tot acht doelpunten. Daarna vertrok hij naar Ajax.
Hij maakte zijn debuut uit tegen PSV (2-2) op 19 november 1961, als vervanger van de gepasseerde Co Prins.[4] Tien dagen later maakte hij zijn Europese debuut in de Europa Cup II. Hij kwam voor de uitwedstrijd tegen het Hongaarse Újpest Dózsa in het elftal omdat Piet Keizer niet in het vliegtuig naar Boedapest wilde stappen.[5] Ajax, dat thuis met 2-1 had gewonnen, verloor met 3-1 en was uitgeschakeld.[6]
Na afloop van het seizoen werd hij door Ajax op de transferlijst geplaatst.[7] Omdat hij niet tot overeenstemming kwam met een andere club, bleef hij bij Ajax waar hij in het tweede elftal speelde in het seizoen 1962/63.
In de zomer van 1963 vertrok hij bij Ajax en ging voetballen bij RCH dat uitkwam in de Tweede divisie A.[8] Na twee seizoenen werd hij in juni 1965 door RCH op de transferlijst gezet. Daarmee kwam op 30-jarige leeftijd een einde aan zijn profloopbaan. Hij ging daarna spelen bij de Amsterdamse amateurclub De Zwarte Schapen waar veel oud-profs onderdak vonden.[9]
Begin jaren zeventig begon hij aan een lange trainerscarrière, van ruim dertig jaar, in het amateurvoetbal. Het meest succesvol was hij rond de eeuwwisseling bij de Amsterdamse vereniging DVVA. Hij bracht de club na vier promoties vanuit de Amsterdamsche Voetbalbond naar de Tweede klasse.[10]
Jan Dahrs overleed in juni 2024 op 89-jarige leeftijd.[11]
↑Kort voor vertrek afgezegd Ook Piet Keizer wilde niet vliegen (naar Boedapest) Ajax onvolledig tegen Ujpest. "De Telegraaf". Amsterdam, 29-11-1961, p. 15. Geraadpleegd op Delpher op 04-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011204205:mpeg21:p015