Jan II van Polanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan II
1325-1378
Heer van Breda
Periode 1342-1378
Voorganger Jan I van Polanen (pandheer)
Opvolger Jan III van Polanen
Vader Jan I
Moeder Katherina
Wapen Van Polanen

Jan II van Polanen (ca. 1325Breda, 3 november 1378) was heer van Polanen, van de Lek en van Breda. De Van Polanens waren een zijtak van een zijtak van het geslacht Van Wassenaer (tak van Duvenvoirde - tak van Polanen). Jans overgrootvader, Jan van Duvenvoirde (vermeld 1248), was een jongere zoon van de stamvader van het Huis Duivenvoorde. Jans grootvader Philips III van Duivenvoorde, alias Van Polanen (vermeld 1248, ovl. ca. 1308), werd op zijn beurt de stamvader van het Huis Polanen. Jan II was de oudste zoon van Jan I van Polanen, die als eerdere pandheer al een belangrijk aandeel had in de verwerving van de heerlijkheid Breda, waarin deze 'aanvankelijk wat armelijke zijtak' [1] alsnog furore zou maken.

In 1350 kocht Jan II van Polanen de burcht, de stad en het land van Breda van hertog Jan III van Brabant. Hij raakte tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn kasteel bij Polanen kwijt, evenals de heerlijkheid van de Lek (in de Krimpenerwaard), en werd uit Holland verbannen. Na de dood van zijn oom Willem van Duvenvoorde (in 1353) erfde hij diens vruchtgebruik van de heerlijkheid Breda en het merendeel van zijn andere bezittingen en vermogens. Jan II wendde deze middelen spoedig aan om het nieuw verworven Bredase bezit van een groter kasteel te voorzien.[2] Ter bescherming daarvan liet hij de stad ommuren. De Polanens gaven ook de voorganger van de Grote Kerk een nieuwe functie, namelijk die van laatste rustplaats van de heren van Breda.[3] Daarmee toonden zij hun dynastieke ambitie bij het nieuwe bezit.

Bredase voorvader van het geslacht Huis Oranje-Nassau[bewerken]

Jan II werd de Bredase voorvader van het geslacht Nassau-Breda en daarmee ook van het huis Oranje-Nassau. Het geslacht Van Polanen stierf in de mannelijke lijn uit met de zoon van Jan II, Jan III van Polanen. Diens dochter, erfdochter Johanna van Polanen (1392-1445), vrouwe van Breda en de Lek, trouwde op 1 augustus 1403 in Breda met Engelbrecht I van Nassau. Door dit huwelijk ging de Bredase tak van het huis Nassau-Dillenburg deel uitmaken van de rijkste en belangrijkste adel van de Nederlanden en begon de opkomst van het Huis Nassau in de Nederlanden. Tot Johanna 's erfenis behoorden vele heerlijkheden en ridderhofsteden in Holland en Brabant, Henegouwen, Utrecht en Zeeland. Omdat Johanna het enige kind was van Jan III kwamen diens titels (via Johanna) terecht bij Johan IV van Nassau, de zoon van Engelbrecht en Johanna. De titels Heer van Polanen en Baron van Breda behoren nu, ruim zes eeuwen later, nog steeds tot de titels van de Nederlandse koning.

Levensloop[bewerken]

Jan II was een zoon van Jan I van Polanen en Katharine van Brederode. Jan I van Polanen overleed in 1342 en werd te Monster in de kerk begraven. Jan II volgde zijn vader op, waarbij hij ook zitting nam in de grafelijke hofraad van Holland en Zeeland. In 1342 verkocht graaf Willem IV van Holland de heerlijkheid van de Lek[4], waarvan Jan I in 1326 al pandheer was geworden, aan Jan II, die daardoor heer van Polanen en van de Lek werd. Hij reisde in het najaar van 1343 met graaf Willem IV mee naar het Heilige Land. Ook nam Van Polanen deel aan de kruistocht naar Pruisen in 1344-1345, maar niet aan de veldtocht tegen de Friezen, waardoor hij de desastreuze Slag bij Warns ontliep.

In 1350 eerde hij Margaretha II van Henegouwen in Henegouwen samen met zijn oom Willem van Duivenvoorde; zij steunden zo de Hoekse factie in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Dit werkte echter tegen hem door het Beleg van Geertruidenberg (1351-1352), waar hij zijn broer Filips van Polanen tot burchtheer had benoemd. Jan steunde zijn broer tijdens het langdurige beleg, maar moest dit bekopen met het verlies van zijn goederen van Polanen en de Lek. Het laatstgenoemde werd later (in 1358) weer aan Jan teruggegeven na een verzoening met Willem V van Holland en de Kabeljauwse factie.[5]

Heer van Breda[bewerken]

Grafmonument van Jan II van Polanen

Willem van Duvenvoorde had in 1342 reeds delen van het land van Breda verworven, te weten de dorpen Baarle, Alphen, Gilze en Ulvenhout. Willem werd daardoor een leenman van de hertog van Brabant. Deze verkeerde steeds in geldnood en had de heerlijkheid Breda in 1339 als onderpand overgedaan aan Jan I van Polanen, die daarmee de pandheer werd, met Willem als vruchtgebruiker voor het leven, die daarmee de facto ook heer van Breda werd.[6] In 1350 verkocht Jan III van Brabant het slot, de stad en het land van Breda voor 43.000 kleine florijnen aan Jan II van Polanen. Dit bezit was een hoge heerlijkheid, uit hoofde waarvan Jan II terstond lid werd van de hertogelijke raad en in de jaren daarna intensief betrokken was bij de Brabantse politiek. Tussen 1347 en 1350 werd Jan van Polanen tot burggraaf van Geertruidenberg benoemd. Hij raakte tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn stamgoed Polanen en de heerlijkheid van de Lek kwijt. Pas in 1358 kreeg hij als vergoeding andere lenen en goederen, maar concentreerde zich nu meer op uitbreidingen in Breda.

In 1369 werd Jan vazal van de Engelse koning Eduard III.[7] Samen met zijn zoon, de latere Jan III van Polanen, nam hij deel aan de Slag bij Baesweiler in 1371, waar hij met hertog Wenceslas van Brabant gevangengenomen werd, maar na enkele maanden vrijgekocht. Hij werd in 1375 door graaf Albrecht van Beieren (1336-1404) aangesteld als stadhouder van de Grote Waard van Zuid-Holland, van belang voor het dijkenbeheer, samen met Daniël van der Merwede.[8]

Van Polanen overleed op 3 november 1378[9] en is in februari 1379 in Breda begraven[7], waar zijn tombe nog ligt in de Grote Kerk van Breda.

Huwelijken[bewerken]

Jan II van Polanen was achtereenvolgens getrouwd met (1) Oda van Horne-Altena (ook bekend als Oeda van Hoorne (†1353), zij was een dochter van Willem IV van Horne, (2) met Machteld van Rotselaer-Brabant (†1366), een bastaarddochter van Jan III van Brabant en (3) met Margriet van Lippe, zij was de dochter van Otto van Lippe en Irmgard van der Mark. Het eerste huwelijk werd gesloten kort voor 21 mei 1348. Van het tweede huwelijk is slechts bekend dat het werd gesloten voor 20 november 1353. Van het derde huwelijk is slechts duidelijk dat het is gesloten na 12 augustus 1366 en voor 29 augustus 1370.
Wat de kinderen betreft zijn er waarschijnlijk (maar niet zeker) drie geboren uit het eerste huwelijk, vijf uit het tweede huwelijk en één uit het derde. Ook zijn er nog twee bastaardzoons en een bastaarddochter bekend.[10] Een zoon uit het eerste huwelijk, Jan III van Polanen (1340–10 augustus 1394), volgde zijn vader op als heer van Breda, van Polanen en de Lek. Een andere zoon uit dat huwelijk, Philips van Polanen, werd geestelijke na gehuwd geweest te zijn met Maria van Diest.[11] Alle andere kinderen noemden zich geen Van Polanen, maar Van der Leck.

Zie ook[bewerken]