Jan Jacob Schipper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jan Jacob Schipper (Zaandijk, 8 juni 1908 – Sneek, 20 juli 1987) was een Nederlands tuin- en landschapsarchitect, schrijver en plantendeskundige.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Schipper werd in 1908 geboren aan de Lagedijk 39 te Zaandijk. Zijn geboortewoning staat bekend als het Weefhuis. Hij groeide op in een gezin waarin belangstelling voor planten geen vanzelfsprekend was. Vader Aart Schipper was kantoorbediende, een functie die hij later verruilen zou voor een hoge functie bij Calvé. Zijn moeder was Catharina Hillegonda Honig en zijn grootvader van moeders kant was Jan Honig, op dat moment werkzaam als papierhandelaar bij Honig Breet te Zaandijk. Jan Jacob Schipper is van moeders kant familie van de voedings firma Honig. Het was alles behalve vanzelfsprekend dat Schipper expertise in de tuin en landschapsarchitectuur zou ontwikkelen. Hij groeide, samen met Gerardus Jan Pannekoek, uit tot de autoriteit op het gebied van de Nederlandse Tuinarchitectuur door hun uitgebrachte vakliteratuur.

Schipper doorliep vanaf 1924 de HBS en daarna de Tuinbouwschool te Aalsmeer waar hij in 1929 examen aflegde. Daarna volgde hij 4 jaar privé les en werkte zichzelf daarna door middel van zelfstudie op tot een zeer vooraanstaand tuinarchitect dat o.a. reikte tot de hogere tuinbouwopleiding in Boskoop (docent) en tot examinator aan de WUG te Wageningen (lid examencommissie). Zijn studieperiode werd gedurende 1928 onderbroken door zijn dienstplicht. Hij voer bij de marine en droeg wegens zijn doopgezinde geloof geen wapens. Hoewel niemand uit zijn voorgeslacht ooit iets met tuinbouw, laat staan met tuinarchitectuur te maken had ging zijn verlangen als jongen reeds uit naar bloemen en planten. Zijn vader zag hem liever een hoge kantoorfunctie bekleden en gaf hem mee dat “er geen droog brood in de tuinarchitectuur te verdienen valt”. Begin jaren ‘30 van de 20e eeuw volgde daarop ook nog eens een economische crisis waarin maar weinig plaats was voor opdrachten in deze beroepscategorie.

Loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Er was niet direct werk te vinden in de tuinarchitectuur. Door het uitvallen van de eigenaar van bloemenhandel Semperflorens kon Schipper daar tijdelijk aan het werk als bloemist. Bloemisterij Semperflorens bevond zich pal naast het Weefhuis, aan de Lagedijk 37. De buren droegen overigens dezelfde achternaam maar waren geen familie van Jan Jacob Schipper.

  • Het Bildt 1935-1937

In 1935 zocht de burgemeester van het Bildt, Lucas Poppinga, een opzichter voor het groenbeheer van de gemeente, die tevens belast kon worden met het tekenen van een plantsoenaanleg in Sint Annaparochie. Voortbordurend op de intekening van plantsoenen binnen het stratenplan van 1935 door Andries Baart senior werd een plantsoen in Sint Annaparochie door Schipper getekend en aangelegd achter het voormalig gemeentehuis van het Bildt. Na de oplevering van het plantsoen in mei 1937 waren er geen financiële middelen om Schipper een vaste aanstelling te geven, waarop hij vertrok naar de gemeente Leeuwarden.

  • Leeuwarden 1937

In Leeuwarden werd Schipper tijdelijk assistent onder hoofd plantsoenendienst Gerardus Jan Pannekoek. Pannekoek had eind 1935 een aanbeveling voor Schipper gedaan bij de gemeente het Bildt, en is tevens betrokken geweest bij de plantsoenaanleg in Sint Annaparochie. De dienstbetrekking in Leeuwarden was van korte duur omdat Lucas Poppinga, sinds januari 1937 burgemeester van Sneek geworden, hem een baan als hoofd plantsoenendienst in de stad Sneek aanbood.

  • Sneek 1937-1943

In september 1937 kwam Schipper aan het hoofd plantsoenendienst van Sneek te staan. Overtuigd door de kennis van Schipper haalde de burgemeester hem naar Sneek, daar waren de financiële middelen groot genoeg om een vast dienstverband te geven. Er zijn (nog) geen ontwerpen in Sneek toegeschreven aan Schipper, hij was onder meer verantwoordelijke voor het onderhoud van het Wilhelminapark. In 1938 werd op de stadsplantage een dochter geboren.

  • Groningen 1943-1946

Schipper kwam als hoofd plantsoenendienst in dienst van de stad Groningen. Van deze periode is weinig bekend. In Groningen zijn (nog) geen werken aan hem toegeschreven. Hij woonde met zijn gezin aan het Hoendiep en maakte de oorlog van dichtbij mee. Aan de overkant van het Hoendiep zaten de Engelsen, aan de andere zijde de Duitsers.

  • Schiedam 1946-1965

In de naoorlogse wederopbouw werd Schipper aangesteld voor de vergroening van de stad. Schipper werd ook hier hoofd plantsoenendienst. Zijn bekendste werken zijn zijn de Maasboulevard en het Beatrixpark. Dankzij Schipper staat Schiedam tegenwoordig te boek als één der groenste steden van Nederland.

  • Haarlem 1965-1973

Zonder sollicitatieprocedure werd Schipper aangenomen om zijn uitzonderlijke kennis van fauna. Zijn voornaamste taak was de vernieuwing van de Haarlemmerhout. Zijn aanstelling was vooral gebaseerd op zijn deskundigheid op het gebied bomen-en plantenkennis. Veel bomen op de Haarlemmerhout waren aan vervanging toe. Hij moest echter wel toezien dat de Haarlemmerhout doorsneden werd door een nieuwe rijksweg.

  • In 1973 bereikte Schipper de gepensioneerde leeftijd van 65 jaar en werd bij zijn afscheidsplechtigheid geridderd in de Orde van Oranje-Nassau.

Vakliteratuur[bewerken | brontekst bewerken]

Jan Jacob Schipper en Gerardus Jan Pannekoek waren in 1937 van mening dat het Nederland een goed handboek voor de tuinarchitectuur en groenvoorziening ontbeerde. Zij trachten standaardisering en uniformering te bewerkstelligen. Hierop schreven zij vanaf 1937 hun eerste deel van de succesvolle reeks, genaamd "Tuinen". Een onverwacht succes volgde, de serie zou tot 1992 vele nieuwe drukken en herziene edities krijgen. Het groeide vrijwel direct uit tot dè vakliteratuur. Ieder gerespecteerd tuin-en landschapsarchitect is opgeleid met deze handboeken. Ook zorgden zij dat recreatie een prominente rol binnen de tuinarchitectuur in Nederland kreeg. Tot 1950 waren vele landschapsparken particulier in bezit.

In 1942 werd tevens een handboek voor boerenerven uitgebracht, door de beide heren, genaamd Het Friese Boerenhiem.

Tevens zijn de heren verantwoordelijk voor vele publicaties in tuinbladen, handboeken en krantenartikelen.

Nevenfuncties[bewerken | brontekst bewerken]

In 1960 speelde Schipper een grote rol in de (eerste) Floriade, te Rotterdam. Hij nam plaats in het bestuur, bepaalde inrichting van bloemencorso's en gaf leiding aan een team van vrijwilligers.

Hij was tevens examinator op de Universiteit van Wageningen, hoogleraar te Boskoop, lid van de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten (BNT) en voorzitter van het (tijdelijke) overkoepelend orgaan voor landelijke plantsoenendiensten.

Pensionering en overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Na zijn pensionering vertrok Schipper in 1982 terug naar het voor hem geriefelijke Friesland. In juli 1987 overleed hij te Sneek. Schipper ligt begraven in Harich, naast zijn schoonader Jan Honig.

Ontwerpen[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste ontwerpen werden door Schipper uitgetekend en verder uitgewerkt door een team van architecten. Hij gaf zijn medewerkers vaak de vrije hand, met name in Schiedam zijn zo vele kleine en grote werken gerealiseerd zonder toeschrijving aan Schipper. Behoudendheid van uit zijn doopgezinde geloof speelde hierin ook een rol. Schipper stond bekend als toegankelijk maar schuwde de media. Het enige ontwerp wat (tot nu toe) uitsluitend aan hem toegeschreven kan worden is het plantsoenontwerp in Sint Annaparochie. Dit unieke ontwerp staat te boek als zijn eerste werk maar is door een herinrichting in 2009, en het ontbreken van historisch onderzoek, grotendeels verdwenen. In 2021 zijn er plannen om dit plantsoen weer terug te brengen naar de oude waarden. Het Schipper-ontwerp uit 1937 kan dankzij de bewaard gebleven gedetailleerde blauwdruk en uitvoerige omschrijving in deel 1 van tuinen, terug gebracht worden naar deze oude waarden. Veruit de meeste ontwerpen van Schipper zijn in Schiedam gerealiseerd, de stad werd in de jaren '50 ook als voorbeeldstad voor groenwerken gepresenteerd. Een kleine greep uit zijn werken zijn;

Publicaties (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

  • Schipper & Pannekoek (1939) Ontwerpen, aanleggen en beplanten van Tuinen]] (deel 1 & 2)
  • Schipper & Pannekoek (1942) Ontwerpen, aanleggen en beplanten van Tuinen (deel 1 & 2)
  • Schipper & Pannekoek (1948) Ontwerpen, aanleggen en beplanten van Tuinen (deel 1 & 2)
  • Schipper & Pannekoek (1950) Het Friesche Boerenhiem
  • Schipper & Pannekoek (1960/61) Tuinen (deel 1 / deel 2 / deel 3 / deel 4)
  • Schipper & Pannekoek (1975/76) Tuinen (deel 1 / deel 2 / deel 3 / deel 4)
  • Schipper & Pannekoek (1981/82) Tuinen (deel 1 / deel 2 / deel 3 / deel 4)
  • Schipper & Pannekoek (1992) Tuinen (deel 1 / deel 2 / deel 3 / deel 4)

De reeks Ontwerpen, aanleggen en beplanten van TUINEN werd vanaf de jaren '60 omgedoopt tot kortweg "Tuinen". Hiervan zijn vele herdrukken en herziene versies verschenen. Indeling delen zijn als volgt:

  • Deel 1 : Ontwerpen en aanleg
  • Deel 2 : Materialen en ontwerpgegevens
  • Deel 3 : Techniek van uitvoering en beheer
  • Deel 4 : Openbaar groen en recreatie