Naar inhoud springen

Jan Koning (kunstenaar)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jan Koning
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Jan Koning
Geboren Zaandijk, 26 december 1918
Overleden Zaandijk, 24 februari 1995
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Nationaliteit Nederlandse
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan etaleren/reclame
Leermeester Gerrit de Jong, Gerrit Woudt
Beroep kunstschilder, tekenaar, etser
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1950-1995
Werklocatie Zaandijk[1]Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jan Koning (Zaandijk, 26 december 1918 - aldaar, 24 februari 1995) was een winkelier, kunstschilder, tekenaar en etser uit Zaandijk (Noord-Holland).

Leven en werk

[bewerken | brontekst bewerken]

Het was de uitdrukkelijke wens van zijn vader dat hij als enig kind de familiezaak in manufacturen aan de Lagedijk in Zaandijk zou overnemen. Als voorbereiding hierop volgde Koning de opleiding mode- en reclametekenen[2][3] in Amsterdam en maakte daarbij kennis met het vak tekenen. Dit had een beslissende invloed op zijn leven.

Hij nam de zaak over en vormde het om tot een zaak voor woninginrichting, terwijl hij tegelijk probeerde kunstenaar te zijn. In 1962 namen Koning en zijn vrouw Elisabeth de Jong het besluit dat hij professioneel kunstenaar werd en zij de zaak verder ging doen.[3]

Bijna 45 jaar oud kon Koning zich volledig wijden aan beeldende kunst. Hij nam les bij Gerrit de Jong[4] en Gerrit Woudt[5] om zich verder te ontwikkelen als schilder en tekenaar maar met name als etser. De ets zou zijn favoriete uitingsvorm worden.

Hij stond mede aan de wieg van het omvormen van het Weefhuis in Zaandijk tot expositieruimte.[6][3]. Het was de voorganger van de in 1974 opgerichte Zienagoog (vanaf 1991 Kunstcentrum Zaanstad en sinds 2017 Artzaanstad[7]).

In 1972 werd bij het bejaardencentrum Gortershof het dienstencentrum De Boed gebouwd, op steenworp afstand van Konings atelier aan het Gorterspad in Zaandijk. Het deed dienst als recreatieruimte en wijkgebouw. In 1973 had Koning zijn eerste tentoonstelling in De Boed.[8][9] In de jaren hierna bleef hij hier exposities organiseren en promootte zo met veel liefde zijn collega kunstenaars.[10]

In zijn jonge jaren was Koning waterpoloër bij de Nereus. Hij schreef voor De Typhoon over sportevenementen en beeldende kunst in de jaren 50.[10]

Koning werkte achtereenvolgens in figuratieve, surrealistische en kubistische stijlen. Na 1975 keerde hij terug naar een realistische stijl, maar sterk vereenvoudigt en geabstraheerd. Slechts enkele exposities van zijn werk zijn tijdens zijn leven te zien geweest. Onder andere in Weesp, Haarlem en Zaandam.

Krijgsgevangen

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1937 moest Koning opkomen om zijn militaire dienstplicht te vervullen.[11] Hij was ingedeeld bij het 5de Regiment Infanterie in een bataljon dat zich specialiseerde in het gebruik van de zware mitrailleur zoals de Browning M2.

Tijdens de Duitse inval van 10 mei 1940 werd Koning gemobiliseerd en ingezet om een linie in het noorden van Amersfoort te verdedigen tussen de spoorweg naar Zwolle en de Kamp - Laaglandscheweg rond de Eem.[12]

26.000 Nederlandse militairen werden naar de capitulatie van 14 mei 1945 krijgsgevangen gemaakt, maar worden al snel weer vrijgelaten.

Na de verloren slag bij Stalingrad (februari 1943), als het aantal Duitsers dat in militaire dienst moet oploopt, worden alle Nederlandse dienstplichtigen (ongeveer 300.000) opgeroepen om zich te melden voor tewerkstelling[13] in Duitsland. Velen gaven daar geen gehoor aan.[14] Koning werd op 17 juni 1943 gearresteerd in Amersfoort en komt via Stalag XI-A (Altengrabow bij Dörnitz) en Stalag IV-B (Mühlberg) op 15 september terecht in Stalag IV-G in Oschatz (Saksen). Hij wordt daar tewerkgesteld als houtwerker.

Op 5 mei 1945 keert Koning terug in Nederland in repatriëring-centrum Winterswijk.[15]

In twee interviews in De Typhoon met H.D.[16][3] en met Cees van den Kommer in 1973[9] praat Jan Koning kort over zijn krijgsgevangenschap en de grote invloed die dat op hem heeft gehad. Tegen H.D. zegt hij:"Ik kan jammer genoeg niet meer naar het concertgebouw, een overblijfsel uit de oorlog. [...] Ik moet het gevoel hebben dat ik ergens uit kan zodra ik dat wil."

Verder wordt Koning in interviews en recensies omschreven als "de eenzame vrijbuiter onder de Zaanse kunstenaars",[17] onafhankelijk en eigenzinnig, maar in persoonlijk contact warm, joviaal en een gezellige prater. In al zijn onafhankelijkheid een sociaal bewogen man en collega-kunstenaar.