Jan Lemaire jr.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Lemaire jr.
Jan Lemaire jr.
Algemene informatie
Volledige naam Johannes Jacobus Adam Lemaire
Geboren 19 november 1906
Geboorteplaats Amsterdam
Overleden 2 februari 1960
Overlijdensplaats Middelburg
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Beroep Acteur en toneelregisseur
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Johannes Jacobus Adam (Jan) Lemaire jr. (Amsterdam, 19 november 1906 - Middelburg, 2 februari 1960), was een Nederlands acteur en toneelregisseur.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Jan Lemaire jr. was een zoon van de acteurs Jan Lemaire sr. en Anna Anken; hij was de broer van pianist, dirigent en componist Cor Lemaire. Hij trouwde met Elisabeth de Nijs. Hun dochter Marja trouwde met Ton Hasebos, met wie zij de serie Kabouter Kandelaar maakte. Later hertrouwde Lemaire jr. met Willy Scheffer. Uit dit huwelijk kwamen drie zoons: de tweeling Daan en Rob, en de jongere Ernst. Daan Lemaire werd later kunstschilder en glazenier.

Lemaire jr. ging in Amsterdam al jong naar de Amsterdamse Toneelschool, waar hij les kreeg van Louis Saalborn, Dirk Verbeek, Cor Helmus en Albert van Dalsum. Op 21-jarige leeftijd werd hij verbonden aan de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel onder leiding van Louis Saalborn en Dirk Verbeek.[1]

Al op zijn vijftiende speelde hij een rol in de stomme film Menschenwee uit 1921. Hij was daar het jonge Zwervertje dat getuige is van de moord op een kapitein door een brute kroegbaas aan de Zeedijk. Later speelde hij in de gesproken film Bleeke Bet uit 1934. Hierin had hij de rol van de onhandige jonge middenklasser Hannes die gekoppeld wordt aan Jans, maar uiteindelijk door haar wordt afgewezen omdat ze de vlotte visboer verkiest.[2] Zijn broer Cor speelde in Bleeke Bet als pianist.

Proletarisch toneel[bewerken | brontekst bewerken]

Van 1932 tot 1940 behoorde Lemaire tot de vaste kern van 'De Jonge Spelers', samen met Ben Groeneveld (oprichter), Nelly Ernst, Arie Das, Johan Fiolet, Jan Seves, Lucas Wensing en Gerrit Lindenberg. Ze maakten met name toneel voor de linkse arbeiders en werden beschouwd als een modern en avantgardistisch gezelschap. Hun repertoire bestond onder meer uit werken van Vondel, De Swaen, Heijermans, A.M. de Jong, Molière en Gorki. Toen de groep in de pers het 'propagandaclubje van de SDAP' werd genoemd, reageerde Lemaire hier publiekelijk als volgt op: Het is onwaar (…), dat er in Holland geen gezelschap bestaat, dat de heldenfeiten van het proletarisch verzet openlijk en geestdrift wekkend in de massa uitdraagt. Wij de Jonge Spelers doen dat open en eerlijk, ondanks groote moeilijkheden die ons door de kapitalistische macht in de weg wordt gelegd. Het is onwaar (…) dat wij in dienst staan van de SDAP - Wij zijn een zelfstandige groep jonge toneelspelers, die voor 't proletariaat socialistische kunst brengen.

Het gezelschap werd in 1941 opgeheven omdat de leden weigerden zich in te schrijven bij de Nederlandsche Kultuurkamer, een eis van de Duitse bezetter.[3]

Tweede Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Lemaire werd in Amsterdam gearresteerd op 7 oktober 1941 op verdenking van werkzaamheden voor het illegale communistische blad De Waarheid. Na een verblijf in de gevangenis aan de Havenstraat tot eind december 1941 en kamp Amersfoort tot februari 1942 is hij naar Sachsenhausen gedeporteerd. Hij overleefde zowel de kampen als de dodenmars, en moest na de bevrijding een groot deel van de weg naar huis lopen, zoals hij volgens zijn zoon Daan vertelde.

Na de bevrijding[bewerken | brontekst bewerken]

Na de oorlog werkte Lemaire als acteur en regisseur bij Het Vrije Toneel van 1946-1950. In die jaren richtte hij de linkse cabaretgroep De Rode Lantaarn op. Ook werkte hij in Amsterdam mee aan ledenbijeenkomsten van de CPN; in de krant De Waarheid werd hij aangekondigd met de woorden: Maandag 20 Aug. (1945) organiseren zy [de Vrienden van De Waarheid] voor de leden een avond in gebouw 'Flora' aan het Victoriaplein, waaraan medewerking verlenen Jan Lemaire Jr. met voordrachten en Jan Govers, accordeon. Na de pauze draagt Jan Lemaire voor: 'Mannen in Zebra' [refererend aan de gestreepte kleding van de gevangenen in de Duitse kampen], waarin hij het leven van concentratiekampbewoners onder de Duitse tiranie schetst.[4] In 1946 verleende hij met zijn cabaret nog medewerking aan een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen. Niet lang daarna nam hij afstand van zijn kampverleden en richtte zich volledig op het toneel. Het boek Mannen in Zebra is bewaard gebleven. Zijn kleinzoons Stefan en Mischa Lemaire hebben besloten het alsnog in de originele vorm uit te brengen.

Zeeuwse jaren[bewerken | brontekst bewerken]

In 1955 werd hij als jurylid gevraagd voor het Zeeuwse LandJuweel. In 1956 verhuisde hij met zijn gezin naar Middelburg, toen hem de baan van toneeladviseur werd aangeboden om alle amateurtoneelgezelschappen in Zeeland te begeleiden. Hij kwam in dienst van de de Nederlandse Amateur Toneel Unie (NATU) en het Werkverband Katholiek Amateurtoneel (WKA). Dit was een drukke baan, waarvoor hij op de brommer door de gehele provincie op pad ging. Zijn vrouw deed daarom de financiële en administratieve beslommeringen.[5] In krap vier jaar tijd gaf hij aan vele amateurtoneelgezelschappen regiecursussen en toneeladviezen; hij verzorgde de raamregie en hielp bij het kiezen van te spelen stukken. Bij de openluchtspelen van Middelburg nam hij zelfs de regie van stukken van Shakespeare ter hand. Ook regisseerde hij voor de stad Vlissingen het jaarlijkse De Ruyterspel.[6]

In november 1959 werd hij ernstig ziek. Hij overleed op 2 februari 1960.

Toneelschrijver[bewerken | brontekst bewerken]

Lemaire schreef verscheidene toneelstukken. Een ervan was het korte blijspel in een bedrijf 'De anonieme brief'[7], een ander het avondvullende toneelstuk 'Op Drift' dat zich afspeelt op Mallorca.[8] Hij schreef ook het humoristische kindertoneelstuk 'Pico Bello', over de jonge schoorsteenveger Pico Bello die arm is, maar dan met spoed wordt ontboden aan het hof van koning Frederik om de schoorstenen te vegen. Helaas is daar een arrogante, doortrapte hofmaarschalk die hem het leven zuur wil maken.[9] Ook zou hij een toneelstuk 'Tijl Uilenspiegel' hebben geschreven.[10]

Theatrografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Blanke ballast (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1946-1947): regie
  • Polletje Piekhaar (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1946-1948): regie en uitvoerend
  • De heilige (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1947-1948): regie en uitvoerend
  • De verkochte grootvader (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1947-1948): regie en uitvoerend
  • Nummer zeventien of De noodlottige gelijkenis (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1947-1948): regie en uitvoerend
  • De getemde feeks (Het Vrije Toneel 1946-1950, seizoen 1949-1950): regie en uitvoerend
  • Het verraad (Verenigde Spelers, seizoen 1950): uitvoerend

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]