Naar inhoud springen

Jan Siebelink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jan Siebelink
Jan Siebelink
Persoonsgegevens
Volledige naam Jan Geurt Siebelink
Geboortedatum 13 februari 1938
Geboorteplaats Velp
Nationaliteit Nederlandse
Opleiding en beroep
Beroep schrijver, vertaler, leraar Frans
Werkveld(en) literatuur[1]Bewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Floruit 2009Bewerken op Wikidata
Werken
Genre(s) roman, kort verhaal, vertaling
Stroming(en) decadentisme, autobiografisch realisme
Bekende werken Knielen op een bed violenBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Werken in collectie CODA Museum[2]Bewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen Littéraire Witte Prijs (1997), F. Bordewijk-prijs (1991),[3] Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (25 september 2009), Boekenbon Literatuurprijs (Knielen op een bed violen; 2005)[4][5]Bewerken op Wikidata
Links
Dbnl-profiel
(en) IMDb-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Jan Geurt Siebelink (Velp, 13 februari 1938) is een Nederlandse schrijver en vertaler.

Hij debuteerde in 1975 met de verhalenbundel Nachtschade en bouwde sindsdien een omvangrijk oeuvre op van romans, verhalen en essays, waarin de Franse fin de siècle en het Nederlandse realisme samenkomen. In 1991 ontving hij de F. Bordewijkprijs voor De overkant van de rivier.

Met zijn autobiografische roman Knielen op een bed violen bereikte hij in 2005 een breed publiek. In datzelfde jaar kreeg hij voor het boek de AKO Literatuurprijs en er werden ruim 700.000 exemplaren van verkocht.

Jeugd in Velp

[bewerken | brontekst bewerken]

Siebelink werd geboren aan de Hertogstraat 15 in Velp. Een jaar later verhuisde het gezin naar Bergweg 17, waar zijn vader een kleine bloemkwekerij begon. Hij groeide op in een streng-orthodox protestants milieu: zijn vader sloot zich na een religieus visioen aan bij de bevindelijke kring rond de prediker J.P. Paauwe. Omdat de plaatselijke christelijke school niet streng genoeg werd geacht, ging Jan naar de openbare lagere school aan de Vondellaan in Velp, waar onder anderen de latere journalist John Jansen van Galen zijn klasgenoot was. Het milieu en de figuur van zijn vader zouden een centraal en terugkerend thema in zijn werk worden — direct of indirect verwerkt in Witte chrysanten, De overkant van de rivier, Engelen van het duister, Knielen op een bed violen, Margje, De buurjongen en Brengschuld.

Opleiding en docentschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de ulo volgde Siebelink de kweekschool in Arnhem en werkte hij kort als onderwijzer in Laag-Soeren. In zijn vrije tijd haalde hij — gedeeltelijk tijdens zijn militaire diensttijd — de aktes Frans MO-A en MO-B, waarna hij in Leiden Franse taal- en letterkunde en geschiedenis studeerde. In 1972 promoveerde hij op het werk van de Frans-Nederlandse schrijver J.-K. Huysmans; diens decadente roman À rebours vertaalde hij in 1977 onder de titel Tegen de keer. Het lezen van Huysmans was voor Siebelink, naar eigen zeggen, een 'verpletterende' ervaring die zijn schrijverschap grondig zou kleuren.

Siebelink werd leraar Frans, eerst in Dieren en vanaf 1969 aan het Marnix College in Ede, waar hij tot zijn pensionering in 1999 zou blijven werken. Het schoolleven werd een tweede grote ader in zijn werk: Een lust voor het oog (1977), Laatste schooldag (1994) en Suezkade (2008) spelen alle in de wereld van de middelbare school. Bij de verschijning van Laatste schooldag kwam het Marnix College zelfs landelijk in opspraak: NRC Handelsblad-recensent Elsbeth Etty meende aanvankelijk dat Siebelink had overdreven, maar herriep dat oordeel publiekelijk toen ze later vernam dat het schoolbestuur leerlingen met een gemiddelde van een zes liet doubleren.

Schrijverschap

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1971 overleed Siebelinks vader aan longkanker. Kort na de begrafenis schreef Siebelink in de huiskamer van zijn moeder zijn eerste verhaal, Witte chrysanten, dat over de wraak op de bloemwinkelier gaat die zijn vader had vernederd. Het verhaal werd samen met vier andere de kern van zijn debuut Nachtschade (1975), uitgegeven door Peter Loeb, dat door zijn zwartromantische motieven afstand nam van het toen heersende realisme in de Nederlandse letteren. Bij de verschijning richtte een groep ouders een actiecomité op om de auteur van het naar hun mening 'seksistische werkje' van het Marnix College te laten ontslaan; Siebelink bleef. Vroeg werk van Siebelink verscheen bij uitgeverij Loeb; later stapte hij over naar Meulenhoff en in 2002 naar De Bezige Bij, waar hij sindsdien is gebleven.

In 1990 verscheen De overkant van de rivier, dat in 1991 met de F. Bordewijkprijs werd bekroond. Het schrijverschap nam in 2005 een ongekende vlucht met Knielen op een bed violen, de roman die Siebelink baseerde op het leven van zijn vader. Het boek won de AKO Literatuurprijs en werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de NS Publieksprijs. Met ruim 700.000 verkochte exemplaren werd het een van de grootste literaire successen van de Nederlandse literatuur van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw. Knielen op een bed violen vormt samen met De overkant van de rivier en Engelen van het duister een trilogie waarin Siebelink een kaleidoscopisch beeld geeft van zijn vormingsjaren.

In 2019 schreef Siebelink het Boekenweekgeschenk Jas van belofte.

Persoonlijk leven

[bewerken | brontekst bewerken]

Siebelink was getrouwd met de lerares Gerda van der Haas, met wie hij drie kinderen kreeg, onder wie de journalist en schrijver Jeroen Siebelink. Het echtpaar woonde sinds de jaren zeventig in een hoekhuis in Ede, waar Siebelink vrijwel zijn hele oeuvre schreef. Vanwege een oogziekte (glaucoom) werkt hij niet op een beeldscherm maar nog altijd op een elektrische schrijfmachine. In juni 2024 overleed Gerda na een agressieve vorm van kanker, na bijna zestig jaar huwelijk. Siebelink verwerkte het verlies in Rouwjournaal (2025), geschreven tussen september en december 2024. Siebelink is goed bevriend met kunstenaar Klaas Gubbels.

Werk en thematiek

[bewerken | brontekst bewerken]

Siebelinks werk wordt gekenmerkt door een combinatie van Frans decadentisme en zwartromantische motieven enerzijds en een nuchter Nederlands realisme anderzijds. Terugkerende motieven zijn de jeugd in een orthodox-protestants milieu, de figuur van de vader, de bloemkwekerij, het schoolleven, de bloemen- en plantenwereld en de Veluwezoom als landschappelijke achtergrond. In Pijn is genot (1992) liet hij wielrenners als Erik Breukink en Johan van der Velde optreden als 'devote avonturiers'. Met Margaretha (2002) waagde hij zich aan een historische roman over Margaretha van Parma. Bloemen — vooral chrysanten, violen en cyclamen — keren in zijn romans en verhalen zo vaak terug dat ze in 2018, ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, het onderwerp werden van een geïllustreerde uitgave, De bloemen van Jan Siebelink.

Siebelinks werk is meermaals herdrukt en ten dele in het buitenland verschenen; Knielen op een bed violen werd onder meer in het Engels vertaald als In My Father's Garden.

Bibliografie (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Nachtschade (verhalen), 1975
  • Een lust voor het oog (roman), 1977
  • J.K. Huysmans, Tegen de keer (vertaling van À rebours), 1977
  • Met een schoon gezicht de zee in (roman), 1980
  • En joeg de vossen door het staande koren (roman), 1982
  • Arnhem. Beeld en verbeelding (essay), 1983
  • De prins van nachtelijk Berlijn (roman), 1984
  • De herfst zal schitterend zijn (roman), 1986
  • De overkant van de rivier (roman), 1990 — F. Bordewijkprijs 1991
  • Pijn is genot (roman), 1992
  • Laatste schooldag (verhalen), 1994
  • Vera (roman), 1997
  • Engelen van het duister (roman), 1998
  • Mijn leven met Tikker (verslag), 1999
  • Margaretha (roman), 2002
  • Eerlijke mannen op de fiets (roman), 2002
  • Knielen op een bed violen (roman), 2005 — AKO Literatuurprijs 2005
  • Suezkade (roman), 2008
  • Daniël in de vallei (roman, oerboek geschreven ca. 1965), 2013
  • De blauwe nacht (roman), 2014
  • Margje (roman), 2015
  • De buurjongen (roman), 2017
  • De bloemen van Jan Siebelink (geïllustreerde uitgave), 2018
  • Jas van belofte (Boekenweekgeschenk), 2019
  • Brengschuld (roman), 2022
  • Rouwjournaal (proza), 2025

Onderscheidingen

[bewerken | brontekst bewerken]
[bewerken | brontekst bewerken]