Jan Terlouw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Terlouw
Jan terlouw.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Jan Cornelis Terlouw
Geboren 15 november 1931
Functie schrijver
Partij D66 (vanaf 1967)
Titulatuur Dr.
Politieke functies
1970-1971 Lid gemeenteraad Utrecht
1971-1981 Lid Tweede Kamer
1973-1982 Politiek leider
1977 Lijsttrekker TK-verkiez. 77
1981 Lijsttrekker TK-verkiez. 81
1981-1982 Minister van Econ. Zaken
1981-1982 Vicepremier
1982 Lijsttrekker TK-verkiez. 82
1991-1996 Commissaris van de Koningin van Gelderland
1999-2003 Lid Eerste Kamer
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland
Polygoon-journaal-impressie van de verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977. Jan Terlouw op campagne voor D'66 (van 1:28 tot 1:48).

Jan Cornelis Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931) is een Nederlandse schrijver en voormalig politicus voor D66.

Levensloop

Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931, als oudste kind met nog twee broers en twee zusters. Hij groeide op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep, waar zijn vader Gereformeerde Bonds-predikant was.[1] Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Terlouw in Wezep, een periode die een grote invloed op Terlouw zijn persoonlijkheid heeft gehad.[2] Hij volgde de hbs aan het Gymnasium Celeanum in Zwolle en vanaf 1946 aan het latere Marnixcollege in Ede, nadat hij met zijn familie naar Otterlo was verhuisd.

Terlouw begon in 1948 aan zijn studie wis- en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht, waarin hij in 1956 zijn doctoraalexamen behaalde.[3] Tijdens zijn studie vervulde hij zijn eerste echte bestuursfunctie, als bestuurslid van studievereniging A-E, voorloper van het huidige A-Eskwadraat.[4] Na het vervullen van de dienstplicht deed hij van 1958 tot 1971 wetenschappelijk onderzoek.[3] Terlouw promoveerde in 1964 op onderzoek naar kernfusie aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen.[5] Van 1960 tot 1962 deed Terlouw onderzoek aan het MIT in Cambridge en van 1965 tot 1966 aan het KTH in Stockholm.[3]

Hierna werd hij actief in de politiek en ging op aandringen van zijn vrouw zijn zelfverzonnen verhalen publiceren. Hij was gemeenteraadslid in Utrecht (1970-1971) en Tweede Kamerlid (1971-1981). In het kabinet Van Agt II en III was Terlouw minister van Economische Zaken en vicepremier.

Na de Tweede Kamerverkiezingen in 1982 verliet Terlouw de Haagse politiek. Hij ging in 1983 in Parijs werken, als secretaris-generaal van de Conferentie van Europese transportministers. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland. Eind 1996 ging hij met pensioen. In 1999 werd Terlouw senator in de Eerste Kamer.[6]

Terlouw is getrouwd en heeft vier kinderen. Hij bewoont en bewerkt een klein landgoed in Twello.

Politiek

Na begin 1967 lid te zijn geworden van D66, werd Terlouw actief in Utrechtse gemeentepolitiek. Hij hield zich, net als D66 in die tijd, veel bezig met het betrekken van de Utrechtse burger bij de politiek. Bij de gemeenteraadsverkiezing van 1970 was Terlouw de tweede persoon op de lijst, omdat hij zichzelf nog te onervaren vond om lijsttrekker te worden. Na de verkiezingen werd hij fractievoorzitter en bemoeide zich veelal met milieuproblematiek, waaronder de problemen die spelen rond het nieuw te bouwen winkelcentrum Hoog Catharijne. De politiek interesseerde Terlouw zodanig dat hij besloot te stoppen met zijn wetenschappelijke werk om al zijn tijd hieraan te besteedden. Ook besloot hij actief te worden in de Haagse politiek en stelde zich beschikbaar voor een zetel tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 1971 en kwam op een tiende plaats op de kieslijst. Tijdens de verkiezingen behaalde D66 elf zetels, een winst van vier zetels, en hiermee kwam Terlouw in de Tweede Kamer.

1971 - 1981: Tweede-Kamerlid

In de Tweede Kamer hield Terlouw zich voornamelijk bezig met de onderwerpen economie, energie en milieu. Door zijn achtergrond als bètawetenschapper werd hij gezien als autoriteit op het gebied van technologie en milieu.[7] Hij hield zich bezig met het beleid rond olie- en gaswinning, waarbij er werd gekeken of er kon worden geboord in de Waddenzee, de Veluwe en de Noord-Hollandse duinen. Door de oliecrisis van 1973 kwamen deze onderwerpen steeds meer op de politieke agenda. Ook wist hij aandacht te genereren voor de discussie over de afsluiting van de Oosterschelde. Deze discussie leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Oosterscheldekering.

Na de val van het kabinet Biesheuvel I werden er Tweede Kamerverkiezingen gehouden in november 1972. Hierbij kwam Terlouw op de zesde plaats op de kieslijst. Dit bleek precies voldoende te zijn want D66 ging terug van elf naar zes zetels in de Tweede Kamer. Ondanks het verlies werd er, door de samenwerking met de PvdA en de PPR in Keerpunt '72, na een kabinetsformatie van 151 dagen het kabinet Den Uyl gevormd. Naast D66, de PvdA en de PPR werd dit kabinet gevormd door de confessionele partijen ARP, KVP en CHU. Na het terugtreden van Hans van Mierlo als fractievoorzitter door een verschil van inzicht over de te kiezen koers met de rest van de fractie, werd Terlouw in september 1973 gekozen tot fractievoorzitter. Terlouw was, in tegenstelling, tot Van Mierlo een tegenstander van verregaande samenwerking met progressieve partijen waaronder de PvdA en plannen hiervoor werden dan ook niet verder doorgezet. Tijdens zijn fractievoorzitterschap vertrok Wil Wilbers naar het ministerie van CRM, Anneke Goudsmit door onenigheid over het abortusstandpunt en splitste haar opvolger Govert Nooteboom zich af als eenmansfractie.

D66 behaalde in deze periode slechte resultaten. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen in maart 1974 behaalde D66 slechts een procent van de stemmen en tijdens Gemeenteraadsverkiezingen in mei 1974 slechts een half procent. Hoewel D66 in het kabinet Den Uyl zit, werd in september 1974 tijdens een partijcongres gestemd over opheffing van de partij. Terlouw was hier in eerste instantie voor, maar liet zich door voorzitter Jan ten Brink ompraten om tegen te stemmen. Uiteindelijk stemde 55 procent van de aanwezigen voor opheffing van de partij, maar hiervoor was een twee derde meerderheid vereist. In oktober 1976 maakte Terlouw bekend zich niet beschikbaar te stellen als lijsttrekker. Aangezien er geen alternatief was voor het lijsttrekkerschap werd tijdens een partijcongres in november 1976 een beroep gedaan op Terlouw om zich toch beschikbaar te stellen. Hij besloot te blijven, mits D66 in drie maanden tijd 66.666 handtekeningen wist te verzamelen en 1666 nieuwe leden kreeg. Uiteindelijk werden het bijna 90.000 handtekeningen en 4410 nieuwe leden en Terlouw stelde zich beschikbaar als lijsttrekker.

Jan Terlouw in 1979

D66 deed met het verkiezingsprogramma 'Het redelijk alternatief' mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 en haalde hierbij acht zetels, een winst van twee. De PvdA behaalde 53 zetels en het CDA 49 en tijdens de kabinetsformatie werd geprobeerd een tweede kabinet Den Uyl te vormen bestaande uit de PvdA, het CDA en D66. Dit mislukte en het kabinet Kabinet-Van Agt I werd gevormd bestaande uit het CDA en de VVD. Tijdens dit kabinet speelde onder andere de oliecrisis van 1979 die tot grote financiële problemen leidde en de kruisrakettendiscussie. Tijdens deze laatste discussie had Terlouw op een compromis aangestuurd: plaatsing uitstellen en ondertussen onderhandelen met de Sovjet-Unie over wapenreductie.

1981-1982: Minister van Economische Zaken en vicepremier

Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 werd Jan Terlouw gesteund door zijn spindoctor Ernst Bakker. Hierbij werd Terlouw door de media neergezet als ideale schoonzoon, een beeld dat door Terlouw en Bakker gedeeltelijk uitgebuit werd. De verkiezingen verliepen succesvol: D66 behaalde zeventien zetels, een winst van negen zetels. Tijdens de opvolgende kabinetsformatie werd aangestuurd op een kabinet bestaande uit het CDA, de PvdA en D66. Ondanks de problemen tussen de leiders van het CDA en de PvdA, Dries van Agt en Joop den Uyl, kwam het kabinet Van Agt II er. Terlouw werd vicepremier en kreeg het ministerschap voor het ministerie van Economische zaken, maar Den Uyl werd minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarbij werkgelegenheid aan zijn portefeuille was toegevoegd. Dit beschouwde Terlouw als een weeffout in het kabinet, aangezien dit tot een soort 'superministerie' zou leiden en hij vond dat werkgelegenheid bij Economische Zaken hoorde. Naast het ministerschap van Terlouw, keerde voor D66 Hans van Mierlo terug als minister van Defensie en werd Henk Zeevalking minister van Verkeer en Waterstaat. Het fractievoorzitterschap droeg Terlouw over aan Laurens Jan Brinkhorst.

Tijdens het kabinet Van Agt II had Terlouw vaak inhoudelijke problemen met Den Uyl. Zo wilde Den Uyl, om zijn banenplan te financieren, de aardgasbaten van bedrijven afromen. Hier wilde Terlouw alleen niets van weten, omdat dit tijdens het vorige kabinet met de aardgasbedrijven was afgesproken. Ook was Terlouw betrokken bij financiële steun voor het scheepsbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme, dat uiteindelijk in 1983 failliet ging. De sfeer in het kabinet was slecht en tijdens de Provinciale Statenverkiezingen in maart 1982 verloren de PvdA en D66 ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen in 1981, terwijl het CDA won. De problemen die de PvdA had met de financiering van hun werkgelegenheidsplan leidden uiteindelijk tot een kabinetscrisis en hierna de val van het kabinet Van Agt II.

Na de val van het kabinet werd het kabinet Van Agt III gevormd in mei 1982. Voor D66 werd Max Rood toegevoegd als minister van Binnenlandse Zaken en Erwin Nypels als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Terlouw stelde zich in eerste instantie opnieuw beschikbaar voor het lijsttrekkerschap voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 1982. Er was echter kritiek vanuit de achterban van D66 op Terlouw, vooral wanneer hij zich tegen een blokkade voor een kabinet met het CDA en de VVD uitspreekt. Bij een interne poststemming over de kiesplaats bleek dat Terlouw op de vierde plaats kwam, en hij trok zich tijdens een partijcongres in juli 1982 terug als kandidaat-lijsttrekker voor D66. Nadat bleek dat de achterban hem nog wel zag zitten en tegen een blokkade voor een kabinet met het CDA en de VVD stemde, stelde Terlouw zich opnieuw beschikbaar als lijsttrekker. De verkiezingen verliepen erg slecht en D66 ging van zeventien zetels terug naar zes. Terlouw stopte hierop in oktober 1982 als voorzitter van D66 en als demissionair minister na het aantreden van het kabinet Lubbers I.

Na 1982

Na de verkiezingsnederlaag van D66 verliet Terlouw de politiek. Hij ging in 1983 in Parijs werken, als secretaris-generaal van de Conferentie van Europese transportministers. Hij hield zich hierbij bezig met het bevorderen van transport tussen West-Europese landen. Na de val van het communisme kwamen hier veel Oost-Europese landen bij. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland en was daarmee de eerste D66'er die een dergelijke functie bekleedde. In deze functie liet hij in januari 1995 grote gebieden tussen de grote rivieren evacueren in verband met dreigend hoog water. Eind 1996 ging hij met pensioen.

Na zijn pensionering is Terlouw betrokken bij verschillende nevenfuncties. Zo werd Terlouw tijdens de Eerste Kamerverkiezingen van 1999 verkozen tot senator in de Eerste Kamer.[6] Tijdens de Waterschapsverkiezingen van 2008 voerde Terlouw campagne voor de partij Water Natuurlijk.[8] Water Natuurlijk kreeg tijdens deze verkiezingen de meeste zetels: 101 van de 502 zetels.[9]. Voor de Europese Parlementsverkiezingen van 25 mei 2014 was Terlouw lijstduwer voor de Vlaamse liberale partij Open Vlaamse Liberalen en Democraten (Open Vld).[10]

Naast politiek, houdt Terlouw zich bezig met veel voorzitterschappen, in het bijzonder van natuurorganisaties. Zo is hij sinds 2009 voorzitter van de projectoep Aalherstel, waar hij zich samen met onder meer natuurorganisaties, geadviseerd door wetenschappers, inzet voor het herstel van de bedreigde aal[11] en was hij ambassadeur van Stichting Varkens in Nood.[12] Daarnaast geeft Terlouw lezingen over het belang van natuurbehoud. Op 4 mei 2014 gaf Terlouw een voordracht voor de Nationale Dodenherdenking.[13][14]

Schrijver

Jan Terlouw vertelde iedere dag aan zijn kinderen een zelfverzonnen verhaal. Hij wist door hun reacties te peilen of de verhalen spannend genoeg waren of juist te spannend en wanneer de aandacht vastgehouden werd. Ook waren er verhalen waarnaar zijn kinderen de volgende dag terugvroegen en deze werden onderdeel werden van een reeks. De eerste verhalen die hij opschreef waren die van De avonturen van Oom Willibrord, waarna zijn vrouw Alexandra van Hulst ze opstuurde naar uitgever Van Holkema & Warendorf. Kinderboekenschrijver Paul Biegel werkte hier als adviseur en was enthousiast over de verhalen. Biegel gaf alleen aan dat een jeugdroman geschikter was als debuut dan een verhalenbundel. Terlouw was juist terug van een wetenschappelijk congres in Novosibirsk in Rusland en schreef het boek Pjotr: vrijwillig verbannen naar Siberië over een Russisch jongetje dat zijn vader achterna reist van Moskou naar Siberië. Dit is het eerste boek van Terlouw dat is uitgegeven en kwam uit in 1970.

Het boek Koning van Katoren werd door Paul Biegel en Van Holkema & Warendorf als te politiek gezien. Hierop bood Terlouw het aan de uitgever Lemniscaat aan. Deze uitgever gaf het boek uit in 1971 en ook de volgende boeken werden bij deze uitgeverij uitgegeven. Het boek Oorlogswinter, dat in 1972 uitkwam, is gebaseerd op de eigen ervaringen van Jan Terlouw tijdens de Tweede Wereldoorlog en wordt gezien als zijn bekendste werk. Zowel Koning van Katoren als Oorlogswinter werden bekroond met een Gouden Griffel. Oosterschelde; Windkracht 10 is geschreven door Terlouw om alle voor- en tegenargumenten tijdens de discussie over het openhouden van de Oosterschelde uit te leggen. Het boek Gevangenis met een open deur kwam uit in 1986 en schreef Terlouw nadat een van zijn dochters benaderd was door een sekte.[2]

Terlouws politieke interesse schijnt door in zijn boeken. Zij stellen vaak eigentijdse problemen aan de orde, zoals het milieu, de politiek of de geschiedenis. Ook dringt in de boeken vaak de boodschap van de democratie, het vrije woord, het liberalisme en anti-extremisme door. Hij laat zien dat aan deze onderwerpen meer kanten zitten, dat je problemen van alle kanten moet bekijken voor je een beslissing neemt. Zijn hoofdpersonen zijn inventieve jongeren, die op een originele manier met die problemen omgaan. De jongeren leren veelal de zaken niet simpelweg te accepteren, maar kritisch te bekijken. Vaak is er een jongere aanwezig die het verkeerde pad op is gegaan en aan het eind van het boek besluit dat kritisch blijven denken toch het belangrijkste is. De opkomst van Terlouw als schrijver van jeugdliteratuur was aan het begin van de jaren zeventig, een tijd waarin geëngageerde jeugdliteratuur in opkomst is. De boeken van Terlouw worden hier over het algemeen ook toe gerekend.

In een interview in december 2012 vertelde Terlouw dat hij geen kinderboeken meer zal schrijven. Hij ziet dat de wereld van de jeugd gevuld is met 'computerspelletjes, twitteren en mobiele telefoons'. "Dat staat te ver van mij af. Als ik daarover moet gaan schrijven komt het gekunsteld over", aldus Terlouw.[15] Ondanks Terlouw zijn uitspraken uit 2012, werd op 19 februari 2016 bekend dat Terlouw een nieuw boek over Katoren heeft geschreven, getiteld Het hebzuchtgas. Het is nog niet bekend of Terlouw het als kinderboek wil laten uitgeven of niet.[16]

Jan Terlouw heeft in 1978 het boek De Derde Kamer geschreven. Dit is een roman voor volwassenen over een fictieve partij. Daarnaast heeft Terlouw nog non-fictie geschreven voor volwassenen, waarvan het bekendste het politieke dagboek Naar zeventien zetels en terug is, lopend van 9 maart 1981 tot 5 november 1982.

Vanaf 2006 schrijft Terlouw boeken samen met zijn dochter Sanne Terlouw. Zo hebben ze samen zes boeken in de serie Reders & Reders geschreven. Dit zijn detectiveachtige boeken rond een vader en een dochter die samen moorden oplossen. Het derde boek was eerst als feuilleton verschenen in de Wegener kranten. Daarnaast hebben ze nog twee andere boeken geschreven: De Verdwenen Menora en hun laatste boek In huis met een seriemoordenaar, over de seriemoordenaar Hans van Z..[17]

Bibliografie

wetenschappelijk werk (onvolledig)

  • 1964 - Experimental study of a highly ionized steady-state cesium plasma (proefschrift)

jeugdboeken

jeugdboeken

fictie

non-fictie


Bekroningen

Verfilmingen

Regisseur Martin Koolhoven maakte een verfilming van een boek van Jan Terlouw: Oorlogswinter. Oorlogswinter (Engels: Winter in Wartime) ging op 27 november 2008 in wereldpremière; de Belgische première volgde echter een week later.[23] De film trok bijna een miljoen bezoekers en hoort daarmee bij de best bezochte Nederlandse films van deze eeuw.[24] De film is later ook in de bioscopen geweest in Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten.[25][26]

In 2010 kwam de verfilming Briefgeheim uit. Deze film is geregisseerd door Simone van Dusseldorp.[27]

In 2012 is de verfilming Koning van Katoren in première gegaan. Deze film is geregisseerd door Ben Sombogaart.[28]

Onderscheiding

Voorganger:
H. Wiegel
Vicepremier
1981-1982
Opvolger:
G.M.V. van Aardenne
Voorganger:
G.M.V. van Aardenne
Minister van Economische Zaken
1981-1982
Opvolger:
G.M.V. van Aardenne
Voorganger:
A.P. Oele
Commissaris van de Koningin van Gelderland
1991-1996
Opvolger:
J. Kamminga
Voorganger:
H.A.F.M.O. van Mierlo
Partijleider
1973-1982
Opvolger:
L.J. Brinkhorst