Jan Utenhove

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koning Eduard VI geeft aan Johannes a Lasco toestemming voor een calvinische gemeente in Londen. Dit was voor vluchtelingen uit de Nederlanden onder wie Jan Utenhove.

Jan Utenhove (Gent, 1516Londen, 6 januari 1566) was een Gentse patriciër, schrijver en reformator. Hij is het meest bekend door zijn vertalingen van de Psalmen en het Nieuwe Testament in het Nederlands.[1]

Samen met Johannes a Lasco leidde hij vanaf 1550 de Nederlandse vluchtelingengemeente in Londen. Utenhove had daarbij het ambt van ouderling. Zij schoeiden de gemeente op calvinistische leest, waarmee zij een blijvend stempel drukten op de Nederlandse kerkinrichting na de Reformatie.[2]

In 1553 stierf de hervormingsgezinde koning Eduard VI van Engeland. Hij werd opgevolgd door zijn Rooms-katholieke halfzus Mary Tudor, die de Engelse Reformatie probeerde terug te draaien. Hierdoor werden de Nederlandse protestanten gedwongen te vluchten. Na omzwervingen in Scandinavië vonden de vluchtelingen een gastvrij onthaal in Emden. Deze reis en alle ontberingen werden door Utenhove beschreven in Een nieuw liedeken.[3]

In de gereformeerde gemeenschap bestond de wens naar een bijbel die zoveel mogelijk op de Hebreeuwse en Griekse brontekst was gebaseerd. Tijdens zijn verblijf in Emden maakte Utenhove een vertaling van het Nieuwe Testament die in 1556 werd uitgegeven. Utenhove vertaalde het Grieks zo letterlijk mogelijk. Het Nederlands van de vertaling was zeer gekunsteld en voor velen onbegrijpelijk. Deze vertaling werd ook nauwelijks verkocht en had voor de financiers en de uitgever Gilles van der Erven aanzienlijk verlies tot gevolg. Van der Erven vatte daarna het plan op een complete bijbel uit te geven. De vertaling van Utenhove werd voor het grootste deel herzien door Johannes Dyrkinus en deze herziene vertaling van het Nieuwe Testament werd onderdeel van de Deux-aesbijbel die in 1562 uitkwam.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]