Jan Veth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Jan Veth
Zelfportret van Jan Pieter Veth
Zelfportret van Jan Pieter Veth
Persoonsgegevens
Volledige naam Jan Pieter Veth
Geboren 18 mei 1864
Overleden 1 juli 1925
Geboorteland Nederland
Beroep(en) kunstschilder, schrijver en kunstcriticus
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jan Pieter Veth (Dordrecht, 18 mei 1864 - Amsterdam, 1 juli 1925) was een Nederlandse kunstschilder, dichter, kunstcriticus en hoogleraar kunstgeschiedenis en estheticus.  Jan Veth werd vooral bekend door zijn portretten en zijn werk als kunstcriticus. Zijn invloedrijkste boeken zijn Derkinderens wandschildering in het Bossche stadhuis (1892) en Kunst en Samenleving (1894).[1] Het laatste boek werd een handboek voor de Nieuwe kunst, de art nouveau, in Nederland.[2]

Levensloop[bewerken]

Jan Veth was een zoon van de Dordtse ijzerhandelaar en liberale politicus Gerrardus Huibert Veth en Anna Cornelia Giltay. Van moederskant stamde hij af van het Dordtse kunstschildersgeslacht Van Strij; zijn moeder was een kleindochter van Jacob van Strij. Hij trouwde op 10 augustus 1888 met Anna Dorothea Dirks. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren.

Kunst en samenleving. Bandontwerp en illustraties G.W. Dijsselhof

Veth kreeg zijn schildersopleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam. Met enkele van zijn medestudenten was hij de oprichter van de kunstenaarsvereniging Sint Lucas. Vanaf 1885 ging hij met de schilder Anton Mauve in het Gooise Laren werken. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Bussum.

Jan Veth is vooral bekend geworden als portretschilder. Hij schilderde onder andere de portretten van Max Liebermann, Lambertus Zijl, Frank van der Goes, Antoon Derkinderen en vele andere tijdgenoten (waaronder diverse collega-schilders).

Daarnaast was hij dichter. Hij behoorde tot de beweging van Tachtig en publiceerde onder meer in De Nieuwe Gids.

Voor De kleine Johannes van zijn vriend Frederik van Eeden maakte hij in 1887 het bandontwerp. Hij leverde daarmee een bijdrage aan de ontwikkeling van de boekverzorging in Nederland. Dit deed Jan Veth ook met zijn werk als kunstcriticus. Zijn boek Kunst en Samenleving (1894) is de Nederlandse bewerking van Claims of Decorative Art van Walter Crane, een van de grondleggers van de Arts-and-Craftsbeweging. Het boek werd een handboek niet alleen voor de boekvernieuwing, maar ook voor de Nieuwe kunst, de art nouveau, in Nederland. Kunst en Samenleving was een pleidooi voor samenwerking tussen alle kunstdisciplines om een betere wereld te creëren voor de arbeider, ‘de nieuwe mens’. Veth benadrukte in de inleiding dat de taal van de kunst met zijn verwijzingen naar de klassieke oudheid niet meer begrepen werd. De vormentaal van de kunst moest worden aangepast.[3]  Met zijn boek Derkinderens wandschildering in het Bossche stadhuis (1892) had hij eerder al bijgedragen aan de theorievorming van de Nieuwe Kunst.[4]

Als buitengewoon hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica was hij verbonden aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam.

Werk (selectie)[bewerken]

Portret van Jozef Israëls, 1887
Portret van de schrijfster Christine Boxman (1906)
Portret van de componiste Rosy Wertheim (1912)
Portret van Willem Leyds, 1896

Bibliografie[bewerken]

1894 Kunst en samenleving. Met illustraties van G.W. Dijsselhof. Gedigitaliseerde versie Koninklijke Bibliotheek.

Verder lezen en kijken[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. R.E.O. Ekkart, Veth, Jan Pieter (1864-1925). Biografisch Woordenboek van Nederland (12 november 2013). Geraadpleegd op 9 januari 2018
  2. Saskia de Bodt, De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw, Vantilt, 2014, 19. ISBN 9789460041887.
  3. Saskia de Bodt, De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw, Vantilt, 2014, 19. ISBN 9789460041887.
  4. R.E.O. Ekkart, Vet, Jan Pieter (1864-1925). Biografisch Woordenboek van Nederland (12 november 2013). Geraadpleegd op 9 januari 2018