Jan van Aken (schilder)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes Thomas (Jan) van Aken (Aken (?), ca. 1380 – 's-Hertogenbosch (?), tussen 14 maart en 8 augustus 1454) was een Nederlands schilder, restaurator en ontwerper. Hij was het eerste lid van de schildersfamilie Van Aken in 's-Hertogenbosch en legde door middel van het door hem daar gestichte familieatelier de basis voor het latere succes van zijn beroemde kleinzoon Jheronimus Bosch.

Levensloop[bewerken]

Van Aken was een zoon van de schilder Thomas van Aken en zijn vrouw Grieta. Afgaande op de familienaam kwam zijn gezin hoogstwaarschijnlijk uit de Duitse stad Aken, waar Thomas actief moet zijn geweest als schilder. Het gezin vestigde zich vermoedelijk eind 14e eeuw in Nijmegen, waar op dat moment een veel gunstiger klimaat voor kunstenaars heerste (zie bijvoorbeeld de Gebroeders Van Limburg). De naam Van Aken komt in 1404 voor het eerst in de Nijmeegse archieven voor.[1]

Jans vader, Thomas, overleed op jonge leeftijd, tussen 1404 en 1411, waarna zijn moeder hertrouwde. Zijn oudste broer, ook Thomas geheten, overleed eveneens voor 1411. Tegen dat jaar woonde Jan van Aken zelfstandig op de Broederstraat (Broerstraat?) in Nijmegen, waar hij in ieder geval tot 1413 woonde.[2] Op 11 maart 1422 wordt een Jan van Aken in de stad Grave genoemd. Het is echter onduidelijk of het hier om de schilder gaat. Kort voor 1427 vestigde hij zich in elk geval in het Brabantse 's-Hertogenbosch. Deze stad groeide destijds snel en bood met haar vele kloosters en kerken veel mogelijkheden voor schilders en andere kunstenaars.

Van Aken wordt op 20 maart 1427 voor het eerst in 's-Hertogenbosch genoemd, waar hij een atelier stichtte en zich vestigde aan de Vughterstraat. Inmiddels was Van Aken getrouwd met een zekere Katharina – vermoedelijk al voor 1409, toen hij nog in Nijmegen woonde. Het gezin telde verder vijf zonen en waarschijnlijk ook een dochter. Van zijn zonen waren er zo'n drie of vier als leerling/assistent werkzaam in het familieatelier.[3]

Opdrachten[bewerken]

In 1430-1431 werden Van Aken en zijn vrouw lid van het Onze Lieve Vrouwe Broederschap. Later dat jaar ontving hij de eerste opdracht van deze broederschap, gevolgd in 1431-1432 door een opdracht de ‘caste’ van het beeld van de Heilige Anna te vergulden, een ‘hemelsel’ (baldakijn?) te beschilderen en andere, kleinere opdrachten. Daarnaast herstelde hij bestaande kunstwerken en ontwierp hij patronen kerkelijke kleding. In 1434-1435 ontving hij van de broederschap zijn eerste grote opdracht, bestaande uit een voorstelling van de Heilige Maria Egyptiaca in de vorm van een ‘clede’ (waarschijnlijk doek), dat bevestigd werd op de wanden van de broederschapskapel van de toenmalige Sint-Janskerk. In 1435-1436 viel dit doek echter van de muur, waarna Van Aken belast werd met het herstel, waarbij hij ook twee ‘propheten brieven’ schilderde.

Maar Van Aken had naast de Onze Lieve Vrouwe Broederschap ook andere opdrachtgevers, zoals de Tafel van de Heilige Geest – het Bossche armenhuis – van wie hij in 1443-1444 de opdracht kreeg ‘onser vrouwen beelde te maelen’. Daarnaast schilderde hij waarschijnlijk ook voor particulieren. In het Bacxkoor van de huidige Sint-Janskathedraal bevindt zich een muurschildering die sinds jaar en dag met Jan van Aken in verband wordt gebracht. Het stelt een kruisiging met Johannes de Doper en de Heilige Maagd Maria voor met daaronder leden van de familie Van Wijck alias Van der Wyel.[4] Het onderschrift luidt:

Aanhalingsteken openen

Int jaer ons heren MCCC ende XLIIII doen sterf Kathrina Jordens
dochter van Driel Willem Wiel was, aendie Minder
broederslach, die sterf op Sint Simen en Juden avent. Bit voor die siel
[5]

Aanhalingsteken sluiten

Bewijs dat Van Aken ook daadwerkelijk de maker van deze schildering is, ontbreekt, maar het werk is van hoge kwaliteit en Van Aken was in de periode waarin het ontstond de meest belangrijke schilder in 's-Hertogenbosch.[6] Bovendien schilderde zijn kleinzoon Jheronimus Bosch zo'n 40 jaar later het schilderij Calvarie met schenker, dat zichtbaar aan de schildering in de Sint-Jan ontleend is, mogelijk als stil eerbetoon aan zijn grootvader.

Betekenis[bewerken]

Jan van Aken wordt wel de op één na beste schilder uit de schildersdynastie Van Aken genoemd. Uit het familieatelier dat hij stichtte zou later, zo'n 30 jaar na zijn dood, één van de bekendste Bossche schilders aller tijden, voortkomen, Jheronimus van Aken, alias Bosch.[7]

Kinderen[bewerken]

Met zijn eerste vrouw, Katharina, had Van Aken de volgende kinderen, van wie er drie à vier hem opvolgden als schilder:[7]

  1. Thomas Jans (Thomas) van Aken (ca. 1407-na 1461), schilder
  2. Johannes Jans (Jan) van Aken (ca. 1413-1471?), schilder
  3. Hubert Jans (Hubert) van Aken (ca. 1415-ca. 1463), schilder (?)
  4. Goeswinus Jans (Goessen) van Aken (ca. 1418-1467), schilder
  5. Antonius Jans (Anthonis) van Aken (ca. 1420-1478), schilder, vader van Jheronimus Bosch
  6. (?) Aleyt ‘Jan smaelresdochter’ († voor 1453), kloosterlinge

Stamboom[bewerken]

 
 
Thomas van Aken
ca. 1355-1404/1411
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Thomas van Aken
† voor 1411
 
Jan van Aken
ca. 1380-1454
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Thomas van Aken
ca. 1407-1462
 
Jan van Aken
ca. 1413-1471 (?)
 
Goessen van Aken
ca. 1418-1467
 
Anthonis van Aken
ca. 1420-1478
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Goessen van Aken
ca. 1440-ca. 1497
 
Jheronimus van Aken
alias Bosch
ca. 1450-1516
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jan van Aken
ca. 1470-1537
 
Anthonis van Aken
ca. 1478-1516