Jan van Walré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan van Walré
JanVanWalre.jpg
Persoonsgegevens
Geboren Haarlem, 22 augustus 1759
Overleden Haarlem, 21 december 1837
Beroep(en) schilder & schrijver
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jan van Walré (Haarlem, 22 augustus 1759 - Haarlem, 21 december 1837) was een Nederlandse boekhandelaar, schrijver van gedichten en tragedies en provisioneel representant namens Haarlem.

Levensloop[bewerken]

Hij is geboren als zoon van Jan van Walré en Susanna van Westerkappel, doorliep de Latijnse school en ging daarna in de boekhandel van zijn vader werken tot zijn vaders dood in 1782. In hetzelfde jaar trouwde hij met Maria Kops, waarmee hij elf kinderen kreeg.

Na deze periode schreef hij verschillende gedichten voor vrienden, waarna hij in 1785 een theatergezelschap oprichtte en in datzelfde jaar zijn eerste stuk publiceerde, het treurspel Willem de Eerste, Prins van Oranje in 1785, over een aanslag die in 1572 door Karel IX van Frankrijk tegen Willem van Oranje werd gesmeed.

Van Walré was patriottisch gezind en was provisioneel representant namens Haarlem van 7 februari 1795 tot 2 maart 1796. Hij schreef hierna nog een aantal kleine stukken, waaronder een navolging op Rousseau's Pygmalion in 1796, een zangspel getiteld Natuur en opvoeding of het Gansje in 1800 en twee dichtbundels onder de titel Heidebloemen in 1815 en 1816

Het tweede treurspel dat hij maakte was Diederik en Willem van Holland in 1821, daarna maakte hij in 1821 nog de dichtbundel Gedachtenisoffer aan Ward Ringler en in 1828 nog een dichtbundel genaamd Hekstluitingen, in zijn latere jaren schreef hij nog stukken voor de rederijkerskamer.

Werken[bewerken]

Portret van Jan van Walré met zijn paard, hond en stalknecht, door Wybrand Hendriks, 1787

Toneelspelen[bewerken]

  • Willem de Eerste, Prins van Oranje (1785)
  • Natuur en opvoeding of het Gansje (1800)
  • Diederik en Willem van Holland (1821)

Dichtbundels[bewerken]

  • Heidebloemen, eerste deel (1815)
  • Heidebloemen, tweede deel (1816)
  • Gedachtenisoffer aan Ward Ringler (1821)
  • Hekstluitingen (1828)

Vertalingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]