Jean-Baptiste Forceville

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abdijkerk, Ninove

Jean-Baptiste Forceville (Sint-Omaars (Pas-de-Calais), circa 1660Brussel, 1739) is één van de markante orgelbouwers uit het begin van de 18e eeuw.

Antwerpse periode[bewerken]

Een eerste vermelding van Jean-Baptiste Forceville vinden we in 1680 in Boekhoute in Oost-Vlaanderen, in verband met een orgelreparatie. Hij vestigde zich in Antwerpen nadat hij ogenschijnlijk als reizend orgelbouwer zijn beroep had uitgeoefend. Zijn activiteiten bepaalden zich vanaf dat moment tot enkele gebedshuizen in Antwerpen en omstreken. Hij werd er ook lid van de Sint-Lucas-gilde, de vereniging van Antwerpse handelaren en antiquairs en huwde er. Uit die tijd stamt het kleine buffet-orgel dat nu prijkt in de Museumkerk in Brussel; het is gedateerd uit het jaar 1699.

Brusselse periode[bewerken]

Onduidelijk is wanneer Forceville definitief naar Brussel verhuisd is; vermoedelijk in de jaren 1705-1706, en wel om twee redenen. Allereerst door zijn benoeming tot orgelmeester aan het Hof, en vervolgens door de opdracht tot het bouwen van een monumentaal orgel in de collegiale kerk van de HH. Michiel en Goedele, de huidige kathedraal.

Forceville dient te worden beschouwd als een waar vernieuwer van de orgelbouw. Onder de vele vernieuwingen die hij invoerde behoren de uitbreiding van de klavieren met een grotere tessituur en kleine vondsten zoals het ontkoppelde pedaal en de ruimere afmetingen.

Bovendien vormde hij gerenommeerde orgelbouwers als Egide Le Blas, Jean-Baptiste Goynaut, Pieter Van Peteghem - de eerste van een Gentse dynastie van orgelbouwers - en zijn eigen zoon Jean Thomas. Na zijn dood in 1739 hebben zij in zijn voetsporen voortgewerkt. De Franse stijl, die Forceville in de orgelbouw van België heeft ingevoerd, heeft in België stand gehouden tot aan het eind van de 19e eeuw.

Werken[bewerken]

Antwerpse periode[bewerken]

Brusselse periode[bewerken]