Jean-Joseph de la Mer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Jean-Joseph de la Mer of Jean-Joseph de Meer (Moorsel (Aalst), 13 mei 1740 - Brussel, 1797) was baron van Moorsel. Hij speelde een actieve rol als verzetsstrijder tijdens de Boerenkrijg.

Biografie[bewerken]

De la Mer begon zijn carrière als officier in een Oostenrijks regiment. Hierna werd hij monnik bij de augustijnen in de St.-Geertruiabdij in Leuven, maar in 1770 gaf hij dit leven op om met jonkvrouw Anne-Marie de Bruyné te huwen. Toen de Brabantse Omwenteling uitbrak werd hij kapitein in het brigandsleger. De baron was in de periode 1796-1797 onder meer belast met de opstanden in Hekelgem, Moorsel en Meldert. Eind 1796 werd hij in Walem gearresteerd, naar Brussel gevoerd op 20 januari voor de krijgsraad ter dood veroordeeld en gefusilleerd.

De la Mer's positie als legeraanvoerder was overigens opmerkelijk, gezien hij een spraakgebrek had.

Bron[bewerken]

  • MARTENS, Erik, “De Boerenkrijg in Brabant (1798-1799). De opstand van het jaar 7 in het Dijledepartement”, Uitgeverij De Krijger, 2005, blz. 21-24, 50, 66, 165.