Jean-Louis Pisuisse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean-Louis Pisuisse
PisuisseMerkelbach.jpg
Algemene informatie
Geboren Vlissingen, 6 september 1880
Overleden Amsterdam, 26 november 1927
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep zanger, cabaretier
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Mensch durf te leven
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

Jean-Louis Pisuisse (Vlissingen, 6 september 1880 - Amsterdam, 26 november 1927) was een Nederlandse zanger en cabaretier. Hij geldt als een belangrijk pionier, en voor velen als de grondlegger, van de Nederlandse kleinkunst.

Cabaret[bewerken]

Pisuisse trok op 20-jarige leeftijd naar Amsterdam, waar hij als journalist werkte bij het Algemeen Handelsblad. In 1907 toerden Pisuisse en zijn collega- journalist Max Blokzijl door Nederland; vermomd als Italiaanse straatzangers. Resultaat van dit als grap begonnen project was het succesvolle boekje Avonturen als straatmuzikant met illustraties van Louis Raemaekers en Jan Feith. Van 1908 tot 1913 ondernamen de twee chansonniers/journalisten een wereldreis. Ze noemden hun chansons levensliederen.

Pisuisse besloot de journalistiek vaarwel te zeggen en werd fulltime artiest. Beïnvloed door de cabarets die hij in Parijs had bezocht, richtte hij het eerste volwaardige cabaretgezelschap van Nederland op. In samenwerking met impresario Max van Gelder organiseerde hij vanaf 1912 cabaretvoorstellingen in het Kurhaus in Scheveningen. Hij stelde in deze periode verschillende boeken met liedjes in verschillende talen samen, zoals Chansons internationales en Honderd liederen uit het Fransch, Duitsch en Engelsch repertoire. Na een korte onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij vanaf 1915 in diverse talen succes met repertoire van bijvoorbeeld Aristide Bruant, van hemzelf of van Dirk Witte. Die laatste schreef een van de bekendste Nederlandse cabaretliedjes voor Pisuisse: Mens, durf te leven.

In de eerste jaren zorgde Max Blokzijl voor de pianobegeleiding. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze echter onder de wapenen geroepen. Zijn vervanger als pianist werd Jan Hemsing, die in 1922 ernstig ziek werd en toen werd vervangen door Henk Stuurop. De zanger Paul Collin maakte tien jaar lang deel uit van het gezelschap, en zette het na Pisuisses dood nog enkele jaren voort.

Pisuisse trouwde driemaal; in 1903 met Jacoba Smit, in 1913 met Fie Carelsen en in 1927 met Jenny Gilliams, een zangeres uit zijn cabaretgezelschap met wie hij toen al enige jaren een verhouding had.

Moord[bewerken]

Jean-Louis Pisuisse met zijn latere vrouw Jenny Gilliams, staande bij piano

Jenny Gilliams had een affaire met een ander lid van het gezelschap, Tjakko Kuiper, maar brak uiteindelijk met hem. Dat was voor Kuiper kennelijk niet te verteren: op 26 november 1927 schoot hij op het Rembrandtplein in Amsterdam zowel het echtpaar Pisuisse als zichzelf neer. Kuiper overleed ter plekke. Pisuisse werd nog naar het politiebureau aan de Halvemaansteeg gebracht, maar stierf daar, terwijl Gilliams een uur later in het Binnengasthuis bezweek.

Uitvaart[bewerken]

Op 1 december 1927 werden de Pisuisses onder grote belangstelling overgebracht van Amsterdam naar Den Haag, waar zij op de begraafplaats Oud Eik en Duinen werden begraven. Door een meningsverschil tussen de families Pisuisse en Gilliams werd Jenny Gilliams op 27 maart 1928 uit het graf van Pisuisse verwijderd en in het naastgelegen graf herbegraven. Fie Carelsen, die in 1970 het eigendomsrecht van het graf van Pisuisse verwierf, nam in haar testament op dat ze in zijn graf wilde worden bijgezet. Na haar overlijden in 1975 gebeurde dat daadwerkelijk.