Jean-Michel Charlier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jean-Michel Charlier (Luik, 30 oktober 1924Parijs, 10 juli 1989) was een Belgisch stripauteur. Hij is een van de co-auteurs van de stripreeks Buck Danny, samen met tekenaar Victor Hubinon. Zijn beroemdste serie is Blueberry die hij maakte met tekenaar Jean Giraud.

Biografie[bewerken]

Jean-Michel Charlier werd geboren in een bescheiden milieu. In zijn jeugd was hij padvinder. Hij kreeg de kans rechten te studeren en was korte tijd ook actief als advocaat. Maar zodra hij hiertoe de kans kreeg, begon hij te werken in de stripwereld. Charlier was een avonturier en werkte ook enige tijd als piloot.[1]

Scenarist[bewerken]

Charlier was waarschijnlijk de belangrijkste scenarist van realistische avonturenstrips van de twintigste eeuw. Wat René Goscinny was voor humoristische strips, was Charlier voor realistische stripboeken. Hoewel hij beroemd werd door zijn schrijverscapaciteiten, begon Charlier zijn loopbaan als illustrator. Hij kwam in september 1944 bij het agentschap World's Presse werken, dat strips en rubrieken aanleverde voor stripblad Spirou (Robbedoes). Charlier was er verantwoordelijk voor onder andere de illustraties van vliegtuigen. Op aanraden van Jijé stopte Charlier in 1950 met tekenen en legde hij zich volledig toe op het schrijven van stripscenario's.

Zijn liefde voor vliegtuigen kon hij twee jaar later kwijt in het schrijven van verhalen voor de reeks Buck Danny, geïllustreerd door Victor Hubinon. In de jaren vijftig werkte Charlier samen met vele andere tekenaars, zoals Michel Tacq (De Beverpatroelje), Albert Weinberg (bekend van Dan Cooper), Eddy Paape (bekend van Luc Orient), Dino Attanasio (bekend van Macaroni) en Albert Uderzo (bekend van Asterix).

Pilote[bewerken]

In 1958 plaatsten Charlier zich met Underzo, René Goscinny en nog een aantal tekenaars buiten de geplaveide paden van de gangbare bladen, daar zij legio ideeën hadden die geen enkele uitgever wilde uitgeven[2]. Samen met Albert Uderzo en Goscinny richtte Charlier daarom in oktober 1959 het striptijdschrift Pilote op, waarin hij drie succesvolle nieuwe series startte: Tangy en Laverdure met Uderzo (en later Jijé); Roodbaard met Victor Hubinon; en Joris Jasper met MiTacq. Op het hoogtepunt van zijn carrière creëerde hij in 1963 de Europese western comic, Blueberry, geïllustreerd door Jean Giraud. In 1985 verdiepte Charlier het karakter van deze cowboy, door het lanceren van de spin-off 'De jonge jaren van Blueberry' (tekeningen door Colin Wilson).

Charlier overleed op 64-jarige leeftijd. Tot zijn dood was hij nog volop bezig met het schrijven van scenario's en het ontwikkelen van nieuwe ideeën.

Bibliografie[bewerken]

Een selecte bibliografie[3]:

  • Marius Windvang
    • De groene talisman, 1948
  • Kim Devil
    • De verloren stad, 1955
    • De stad waar de tijd stilstaat, 1955
    • De verdwenen wereld, 1957
    • Het mysterie van de witte god, 1957
  • André en Christine
    • Belevenissen in wonderland, 1966
    • Geschiedenis van het witte paardje, 1966
    • De toverbloem, 1966
  • Blueberry
  • Joris Jasper
  • Jan Kordaat
  • Jim Cutlass
  • Buck Danny
  • Roodbaard
  • Flip Flink
    • Als reporter de wereld rond, 1960
    • Koers naar het Oosten, 1961
    • In de nieuwe wereld, 1961
    • De geheimen van de Koraalzee, 1962
    • De zwarte hand, 1980
    • Het monster van de Andes, 1980
    • Het rijk van de zon, 1981
    • De dood loert onder water, 1962
    • De 7 steden van Cibola, 1963
    • De vliegende slavenhandelaars, 1981
    • Mensenjacht, 1982
    • Het goud van de "Oostenwind", 1982
    • De spooktrein, 1982
  • De jonge jaren van Blueberry
  • De beverpatroelje
  • Surcouf
    • Koning der kapers 1951
    • Schrik der oceanen 1952
    • De laatste vrijbuiter 1953
  • Tanguy en Laverdure
  • Mermoz
  • Dan Cooper
  • Brice Bolt
  • Tarawa
    • De bloedige atol, 1952
    • Het bloedige atol - eerste deel, 1975-1986
    • Het bloedige atol - tweede deel, 1975-1986
  • De Gringos
    • Viva la revolucion!, 1979
    • Viva villa!, 1980
    • De archipel der verschrikking, 1984
    • Satans rijk, 1985
  • De doodsengel, 1988