Jean François Paul de Gondi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kardinaal de Retz

Jean-François Paul de Gondi (Montmirail, 29 september 1613Parijs, 24 augustus 1679), bekend als kardinaal de Retz (hij kwam uit de familie van de hertogen de Retz), was een Frans geestelijke en politicus, die vooral bekend is voor zijn deelname aan de Fronde, de opstand van de adel de Parijse burgerij tegen het bewind van kardinaal Mazarin, en als auteur van memoires.

Boek daterend van 1731 (Uitgegeven door J-F Bernard uit Amsterdam).

Hij was de kleinzoon van Albert de Italiaans-Franse veldheer Albert de Gondi, "maarschalk de Retz", die door koning Hendrik II tot hertog van Retz was verheven.

De Florentijnse bankiersfamilie Gondi was door Catharina de' Medici in Frankrijk geïntroduceerd. Catharina schonk Jérome (Girolamo) de Gondi in 1573 het kasteel dat de kern werd van het Kasteel van Saint-Cloud; zijn hôtel in de Faubourg Saint-Germain van Parijs werd in de volgende generatie het Hôtel Condé. De Gondi's verwierven belangrijke bezittingen in Bretagne.

Jean-François Paul de Gondi was voorbestemd voor een kerkelijke carrière, hoewel hij zich geenszins geschikt achtte voor het celibaat (hij zou er regelmatig maîtresses op nahouden). Hij kreeg onderricht van de H. Vincentius a Paulo en aan de Sorbonne. Toen hij 18 jaar was schreef hij Conjuration de Fiesque, een historisch essay, waarin al revolutionaire beginselen werden verkondigd.

Einde 1643, vlak na de dood van Lodewijk XIII werd Gondi door koningin-regentes Anna van Oostenrijk aangesteld tot coadjutor van de aartsbisschop van Parijs, zijn oudoom Jean-François de Gondi. Spoedig sloot hij zich aan bij de Fronde tegen kardinaal Mazarin. Retz steunde daarbij op de burgerij van Parijs.

Na een tijd verzoende hij zich met de koningin en koos hij partij tegen de de Fronde, in ruil voor beloftes. Hij zou in deze troebele tijden nog een paar keer van kamp veranderen, maar Mazarin bleef hem wantrouwen.

In 1652 verhief Paus Innocentius X hem tot kardinaal, een waardigheid waar hij allang naar streefde. Bij zijn terugkeer in Frankrijk werd de gloednieuwe kardinaal de Retz echter op bevel van Mazarin gearresteerd en opgesloten, eerst in het Kasteel van Vincennes en vervolgens in het Château des ducs de Bretagne te Nantes. Hij was nog steeds opgesloten toen hij door de dood van zijn oudoom (1654) automatisch aartsbisschop van Parijs werd. Onder druk schreef hij een ontslagbrief als aartsbisschop, die hij later zou herroepen. Datzelfde jaar wist hij uit zijn gevangenis in Nantes te ontsnappen. Hij ging naar Rome waar hij meehielp aan de verkiezing van paus Alexander VII, een uitgesproken tegenstander van Mazarin. Kardinaal de Retz verbleef de volgende jaren op verscheidene plaatsen in Europa.

In 1662, een jaar na de dood van Mazarin mocht hij van Lodewijk XIV terugkeren. Hij ging er mee akkoord het aartsbisdom Parijs op te geven. In ruil werd hij benoemd tot abt van Saint-Denis, wat hem aanzienlijke inkomsten opleverde. Pas in 1668 mocht hij zich opnieuw in Parijs vertonen.

De volgende jaren vervulde hij een aantal diplomatieke missies. Hij nam ook nog deel aan enkele conclaven voor de verkiezing van een pais. In 1676 wist hij hierbij zelf enkele stemmen op zijn naam te krijgen.

Kardinaal de Retz schreef tussen 1675 en 1677 zijn Mémoires, die pas in 1717, dus lang na zijn dood, werden gepubliceerd. Hij vertelt hierin op geestige wijze over zijn deelname aan de Fronde.

Hij overleed op 69-jarige leeftijd en werd begraven in de abdij van Saint-Denis. Lodewijk XIV verbood een grafmonument voor hem op te richten.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Jean-François de Gondi
Aartsbisschop van Parijs
1654-1662
Opvolger:
Pierre de Marca