Jean Genet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean Genet (1983).

Jean Genet (Parijs, 19 december 1910Larache, Marokko, 15 april 1986) was een Frans schrijver en dichter.

Biografie[bewerken]

Genet was een kind uit een buitenechtelijke relatie. Zijn moeder liet hem achter bij de Assistance Publique (Burgerlijk Armenbestuur). Jean bracht zijn vroege jeugd door in opvanghuizen. Korte tijd verbleef hij bij een stiefgezin in het dorp Alligny-en-Morvan, waar hij boeken las en dagdroomde in een bedompt buitentoilet waar het rook naar oude bomen en zompige aarde.

Op zijn tiende werd hij veroordeeld voor diefstal en belandde hij in een jeugdgevangenis. Hij was onschuldig, maar omdat de wereld hem desondanks tot dief had verklaard, besloot hij deze reputatie na te leven. “Ik verwierp de wereld die mij verworpen had", schreef Genet later.

Op 19-jarige leeftijd ontsnapte Jean Genet uit de gevangenis. Hij sloot zich aan bij het Frans Vreemdelingenlegioen, om al snel weer te deserteren. Tien jaar zwierf hij door Europa en bracht hij – door veroordelingen voor landlopen, homoseksualiteit, prostitutie, diefstal en smokkelen – veel tijd door in Europese gevangenissen. Aan het einde van deze periode verbleef Genet in nazi-Duitsland, waarover hij schreef: “Dit is een natie van dieven. Wanneer ik hier steel, betekent dat niets bijzonders voor de realisatie van mezelf. Ik gehoorzaam slechts de gebruikelijke gang van de dingen. Ik vernietig niets.”

Vanaf 1942 schreef Jean Genet autobiografische boeken waarin de bourgeoisie belachelijk wordt gemaakt en de pracht van diefstal en homoseksualiteit wordt gevierd. In 1948 werd hij voor de tiende keer veroordeeld wegens inbraak, waardoor hij automatisch tot levenslang werd veroordeeld. Dankzij petities van André Gide, Jean Cocteau, en zijn latere biograaf Jean-Paul Sartre, kwam hij toch vrij. Als dank schreef hij een gedicht waarin de waarden van criminelen en het meditatieve leven in de gevangeniscel wordt geprezen.

Met zijn eerste twee toneelstukken: Les Bonnes (De Meiden, 1947) en Haute Surveillance (Onder Toezicht, 1949) vestigde hij naam als avant-gardistisch toneelschrijver. Zijn toneelstukken zijn imponerend en moeilijk te beschrijven. Het erotische en obscene wordt getransformeerd tot universele poëzie. Genet exploreert de uiterste consequenties. Zijn thema’s en objecten laten de schaamte ver achter zich. Zijn doel: de façade van de solidaire gemeenschap vermorzelen om zo de naakte mens in al zijn eenzaamheid te tonen.

In 2002 kwam de opera Le Balcon uit, van de Hongaarse dirigent en componist Peter Eötvös. De Franse componist Michaël Lévinas voltooide in 2003 een opera in drie aktes gebaseerd op De Negers.

Vertaalde werken[bewerken]

  • Dagboek van de dief
  • Onze Lieve Vrouw van de Bloemen
  • Querelle uit Brest
  • Lijkbezorging
  • Het Wonder van de Roos
  • Een verliefde gevangene
  • De koorddanser (prozagedicht)
  • de essays: Het atelier van Alberto Giacometti ; Rembrandt: wat overbleef van een in kleine, heel regelmatige vierkantjes gescheurde en in de plee gemikte Rembrandt
  • de drama's: De Meiden ; Onder Toezicht ; Het Balkon ; De Negers

Trivia[bewerken]

  • Van Journal du voleur verscheen in 1993 een Franstalige stripversie van Edmond Baudoin.
  • Divine, ook bekend als Harris Glenn Milstead, kreeg zijn artiesten-naam van John Waters. Waters gebruikte de naam van de hoofdpersoon Divine uit het boek Notre-Dame-des-Fleurs van Jean Genet.
  • David Bowie zong over Jean Genet in het nummer "The Jean Genie" uit 1972.
  • Genet steunde onder meer de PLO, de RAF, de Black Panthers, en Angela Davis, een activiste voor raciale- en seksegelijkheid.
  • Genet verspreidde in 1950 de door hemzelf geregisseerde film Un Chant d’Amour onder een select gezelschap. Plannen voor een bioscoopuitgave in 1970 hield hij tegen.
  • CocoRosie zingt samen met Antony Hegarty over hem in het nummer "Beautiful Boyz", op het album Noah's Ark.
  • Peter Doherty citeert uit "Our Lady Of The Flowers" in het nummer "Last of The English Rose" uit 2009.
  • Rainer Werner Fassbinder maakt in 1982 Querelle, zijn laatste film, naar aanleiding van het boek Querelle uit Brest.