Jean Schramme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean Schramme

Jean Schramme (Brugge, 25 maart 1929 - Rondonopolis, Brazilië, 14 december 1988) was een Belgische koloniaal, huurlingenleider in het Katangese leger met de graad van kolonel.

Jean Schramme, kleinzoon, zoon en broer van de in Brugge bekende advocaten Schramme, vestigde zich als achttienjarige in Belgisch-Congo (nu Democratische Republiek Congo of Congo-Kinshasa), waar hij een plantage leidde. Hij viel op door de goede manier waarop hij met de zwarten omging en hij leerde Swahili. Toen de Belgische kolonie in 1960 onafhankelijk werd, braken er spoedig rellen en opstanden los. Schramme verliet het land niet maar gaf na enkele tijd zijn plantage op en mengde zich, samen met zijn zwarte volgers, in de burgeroorlogen die Congo teisterden.

In 1967 sloot Schramme zich aan, samen met de huurlingen van Bob Denard bij de staatsgreep die de balling Moïse Tshombé terug naar Katanga wilde brengen en het regime van Mobutu Sese Seko, zelf uitgeroepen president van Congo ten val brengen. De putsch mislukte, onder meer omdat de bevolking van Kinshasa trouw bleef aan Mobutu. Op 30 juni 1967 werd het vliegtuig van de voormalige Congolese premier Moïse Tsjombe, die in Spanje verbleef, gekaapt. Hij werd naar een gevangenis in Algerije gebracht waar hij twee jaar later in verdachte omstandigheden overleed.

Schramme wilde de strijd tegen Mobutu verder zetten en begon met een genadeloze verrassingsaanval, waardoor het ANC zich tegen de huurlingen keerde en deze gedwongen waren om zijn kant te kiezen. Met de steun van 11 blanken en een honderdtal Katangezen opende hij het vuur op een kamp van het ANC (L' Armée Nationale Congolaise) nabij Stanleystad (nu Kisangani), vol Congolese regeringstroepen en hun families. Hierbij vielen ongeveer 350 doden en gewonden. Als wraak doodde het ANC 30 huurlingen die in de stad verbleven maar niets met de moorden te maken hadden.

Schramme trok zich terug in het Oosten, eerst in Stanleystad, nadien in Bukavu bij de grens met Rwanda, stad die hij op 10 augustus onder controle kreeg. Met zijn 123 huurlingen en zeshonderd Katangese gendarmes vocht hij er van 29 oktober 1967 tot 5 november 1967 tegen het Congolese leger, dat twintig maal talrijker was en beter bewapend. Schramme trok zich terug in Rwanda, waar zijn leger ontwapend werd.

Op vraag van koning Boudewijn en van de Belgische politiek trok Mobutu zijn eis om uitlevering van de blanke huurlingen in. Op 24 april 1968 werden zij met 2 vliegtuigen van het Internationale Rode Kruis vanuit Rwanda gerepatrieerd naar Europa. Schramme keerde terug naar Brugge en bracht drie jonge Congolezen met zich mee, weeskinderen aan wie hij een goede opvoeding wilde verschaffen. De honderden zwarte soldaten onder zijn bevel werden uitgeleverd aan Kinshasa nadat Mobutu amnestie voor hen had beloofd. Ze werden allemaal afgemaakt.[1]

Wat later ging Schramme in Portugal wonen.

Op 17 april 1986 kreeg Schramme 20 jaar cel voor een moord die hij bleef ontkennen. Hij bleef onvindbaar voor het Belgische gerecht en overleed twee jaar later in Brazilië.

Externe links[bewerken]

  • Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten. Leuven 2014, p 341-345.