Jefta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jefta's dochter danst hem tegemoet na zijn overwinning volgens een gravure uit 1810

Jefta, ook geschreven als Jeptha, Jephta, enzovoort was een rechter van Israël. Zijn geschiedenis wordt beschreven in Rechters 11 en 12. Jefta werd door zijn broers en de andere bewoners van zijn geboortestad Gilead verstoten omdat hij een buitenechtelijk kind was.

Oorlog met Ammon[bewerken]

Toen Gilead echter door de Ammonieten (een volk ten oosten van de Jordaan) werd aangevallen, zagen de Gileadieten in dat Jefta de juiste man zou zijn om in deze strijd de leiding te nemen. Jefta probeerde eerst het conflict met Ammon op diplomatieke wijze op te lossen. Hij betoogde dat Israël zijn land van God gekregen had en dat de Ammonieten er geen recht op hadden.

Jefta's offer[bewerken]

Toen dit overleg faalde, bad Jefta tot God om hem de overwinning te geven. Hij beloofde dat hij het eerste dat hij thuis zou tegenkomen (Richteren 11:31: dat uit de deur van mijn huis mij tegemoet zal uitgaan) aan God zou offeren. Hij dacht daarbij naar mogelijk niet letterlijk aan offeren, aangezien mensenoffers verboden waren door God (Lev. 20:2).(in dit geval wordt offer bedoeld met volledige toewijding in dienst van God, daarmee offerde hij zogezegd het leven van zijn dochter die hem als eerst tegemoet kwam, door haar leven te moeten toewijden in dienst aan God, daarom ook maagd zijnde, niet trouwen etc.)

Onder leiding van Jefta wonnen de Israëlieten de strijd tegen Ammon. Toen Jefta daarna thuiskwam in Mizpa kwam hij tot zijn schrik als eerste zijn dochter tegen, die hem dansend tegemoetkwam. Toen zij hoorde van Jefta's gelofte, stemde zij er mee in en vroeg ze twee maanden uitstel. Daarna is ze in dienst geweest van God, hoe precies is niet duidelijk, maar wel is bekend dat ze geen man bekend heeft (Richteren 11:39), dit laatste is ook een aanduiding dat ze niet letterlijk geofferd is geweest.

Het boek vertelt verder dat Jefta na die twee maanden zijn gelofte vervulde, en dat ze maagd is gebleven. Verdere details over de wijze van offerande worden niet expliciet vermeld.

Dit thema werd in een toneelstuk van Joost van den Vondel bewerkt, namelijk Jeptha of Offerbelofte (1659), dat zelf een imitatio is van het een eeuw eerder geschreven neolatijnse drama Jephtes van de Schotse humanist George Buchanan.

Mensenoffers in Israël[bewerken]

Mensenoffers waren door de God van Israël streng verboden. Bij de omringende volkeren kwamen ze veel voor. In Genesis 22 geeft God opdracht een mensenoffer te brengen, maar Hij laat het niet zo ver komen.

Burgeroorlog met Efraïm[bewerken]

Na de overwinning op de Ammonieten maakten de Efraïmieten Jefta het verwijt dat zij niet te hulp waren geroepen. Kennelijk wilde Efraïm ook de eer van de overwinning hebben. Dit resulteerde zelfs in een burgeroorlog tussen Gilead en Efraïm. Deze strijd is vooral bekend doordat de Gileadieten het wachtwoord sjibbolet gebruikten om de Efraïmieten te herkennen.