Jehova's getuigen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van een serie artikelen over het
christendom
Christendom
..Pijlers
..Christelijke feesten

Portaal  Portaalicoon  Christendom

Jehova's getuigen[1] vormen een christenfundamentalistische eindtijdbeweging met millennialistische, restaurationistische en niet-trinitarische of unitarische overtuigingen. Jehova's getuigen geloven dat zij de enige juiste religie hebben[2] en dat de mensheid zich in de "eindtijd" bevindt, de laatste fase voordat God ingrijpt. Omdat ze geloven dat alle niet-Jehova's getuigen dan zullen worden vernietigd,[3] proberen zij anderen te overtuigen van hun geloof. Jehova's getuigen staan erom bekend dit te doen door getweeën van deur tot deur gaan, waarbij de leden van de geloofsgemeenschap hun boodschap aan de hand van de Bijbel en publicaties van het Wachttorengenootschap verspreiden.

Men treedt toe tot de gemeenschap door het ritueel van de volledige onderdompeling (doop) op (bijna) volwassen leeftijd; Jehova's getuigen kennen geen kinderdoop. Wereldwijd hangen zo'n 8,2 miljoen Jehova's getuigen de leerstellingen van het Besturend Lichaam aan, verbonden met ruim 118.000 gemeenten in 240 landen. Hiervan waren er, gemiddeld van 1 september 2014 tot 1 september 2015, in België 25.497 leden verdeeld over 370 gemeenten en in Nederland 30.042 leden verdeeld over 360 gemeenten.[4]

Hun kerkgenootschap heet officieel Christelijke Gemeente van Jehovah's Getuigen.[5] Het ontstond eind 19e eeuw in de Verenigde Staten binnen de adventistische stroming en is een aftakking van de door Charles Taze Russell gestichte Bijbelonderzoekers.

1rightarrow blue.svg Zie het artikel Geschiedenis van Jehova's getuigen

Religieuze ideeën

Enige juiste religie

Jehova's getuigen geloven dat zij de enig "ware" of juiste religie aanhangen[2] en dat hun geschiedenis terug te voeren is tot Abel (de zoon van Adam en Eva)[6] en er sindsdien een "ononderbroken lijn van Getuigen" is geweest,[7] met in deze "lijn" personen als Henoch en Noach.[8] Ze noemen Jezus "Jehovah's grootste Getuige"[9] en de Bijbel "het Boek door Jehovah's getuigen".[10]

Jehova's getuigen verwijzen naar hun doctrinaire corpus als "de waarheid" en noemen lidmaatschap van de beweging "in de waarheid zijn".[11] Ze geloven dat "de waarheid" door Jezus is gedelegeerd aan de "getrouwe en beleidvolle slaaf": het Besturend Lichaam[12][13] - het hoofdbestuur van Jehova's getuigen dat in Brooklyn (New York) zetelt. Zij geloven dat alle andere religies "onwaar" en vals zijn en uit Satan de Duivel voortspruiten. Volgens hen aanbidden daarom alle niet-Jehova's getuigen direct of indirect Satan de Duivel.[14] Zij geloven dat als God binnenkort ingrijpt alle niet-Jehova's getuigen zullen worden vernietigd.[3] Vanwege dit standpunt zijn Jehova's getuigen niet aangesloten bij organisaties als de Wereldraad van Kerken, de Raad van Kerken in Nederland en dergelijke.[15]

God

Jehova's getuigen geloven in een almachtige God en zij stellen: "De titel „God” is noch een eigennaam noch stelt hij de identiteit van de drager ervan vast".[16] Volgens Jehova's getuigen is het gebruik van de naam "Jehovah"[1] voor de christelijke God daarom zo belangrijk, "omdat zijn naam de persoon vertegenwoordigt die hij is. ... Zo verzekert de naam Jehovah ons dat God volkomen in staat is zijn wil te volvoeren tot zegen van allen die hem dienen, wat er ook gebeurt."[17]

Jehova's getuigen geloven niet in de Drie-eenheid. Ze geloven dat de Heilige Geest "een kracht is door middel waarvan God zijn wil volbrengt. ... Kort gezegd is de heilige geest Gods aangewende kracht, zijn kracht zoals hij die werkzaam laat zijn."[18] Hoewel Jehova's getuigen geloven dat de Parakleet slaat op de Heilige Geest, geloven zij niet dat de Heilige Geest een persoon is.[19]

Jezus Christus

Jehova's getuigen geloven dat Jehova de schepping van het universum heeft verricht, waarbij hij eerst Jezus (in zijn voormenselijke gedaante) schiep en de rest van de schepping liet verlopen door bemiddeling van Jezus.

Jezus Christus is Gods zoon, maar maakt geen deel uit van een Drie-eenheid. Hij is het hoogste schepsel en wordt beschouwd als dezelfde persoon als de aartsengel Michaël. "Hij is de op één na hoogste persoon in het universum." Ze geloven "dat hij een voormenselijk bestaan heeft gehad en dat zijn leven vanuit de hemel werd overgebracht naar de schoot van een maagd, Maria". "Deze Zoon is door Jehovah naar de aarde gezonden om zijn leven als losprijs voor de mensheid te geven en aldus de weg tot eeuwig leven te openen voor diegenen van Adams nageslacht die geloof zouden oefenen." Zij geloven daarnaast dat hij aan een martelpaal of boom is gestorven, in plaats van aan het Kruis. "Deze zelfde Zoon, die weer tot hemelse heerlijkheid is verhoogd, regeert thans als Koning," "met de autoriteit die God hem sinds 1914 gegeven heeft", "om alle goddelozen te vernietigen en zijn Vaders oorspronkelijke voornemen met betrekking tot de aarde te verwezenlijken."[20]

Bijbel

Jehova's getuigen geloven dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is. God heeft de boodschap aan mensen gegeven zoals een zakenman een secretaresse dicteert.[21] Zij beschouwen de 66 boeken van de protestantse canon als door God geïnspireerd en als absolute waarheid. Bij interpretatie ervan hanteren zij het principe: letterlijk waar mogelijk, symbolisch waar het niet anders kan.

Jehova's getuigen geloven in een vrij letterlijke versie van het scheppingsverhaal in Genesis, maar zij beschouwen de "dagen" van de schepping als perioden van duizenden jaren. Op basis hiervan kunnen ze worden geclassificeerd als Oude-aardecreationisten. Ook de wonderen in de Bijbel worden beschouwd als historische feiten. "De historiciteit ervan in twijfel trekken, betekent alle wonderen uit de Bijbel in twijfel trekken, met inbegrip van de opstanding van Jezus Christus zelf. En de opstanding van Jezus loochenen, betekent het christelijke geloof in zijn totaliteit loochenen".[22] Jehova's getuigen beschouwen de historisch-kritische methode (die zij consequent "hogere (Bijbel)kritiek" noemen) derhalve als grote vijand.[23]

Omdat de reeds bestaande Bijbelvertalingen "werden vervaardigd door geestelijken en zendelingen van religieuze sekten van de christenheid, en hun vertalingen in mindere of meerdere mate werden beïnvloed door de heidense filosofieën en onschriftuurlijke overleveringen die hun religieuze stelsels van het verleden hadden geërfd, alsook door de neiging tot hogere kritiek", hebben zij een eigen vertaling vervaardigd: de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift.[24]

Ziel, opstanding en dood

Jehova's getuigen geloven niet dat de mens een onsterfelijke ziel heeft die voortleeft na de dood. Uit het gebruik van de oorspronkelijke termen in het Hebreeuws en Grieks voor ziel maken Jehova's getuigen op "dat de ziel een persoon of een dier is of het leven dat een persoon of dier bezit". Zij beschouwen de opvatting als zou de ziel iets onstoffelijks zijn als on-Bijbels.[25]

Jehova's getuigen zijn aanhangers van het annihilationisme en geloven dus dat een persoon ophoudt te bestaan bij de dood, er geen leven na de dood is, totdat een (eventuele) wederopstanding de persoon weer tot leven brengt. Zij geloven niet in een hel, maar dat een deel van de mensheid geen opstanding krijgt, waarbij aan verstokte kwaaddoeners moet worden gedacht, zoals Judas Iskariot.

Degenen die een opstanding krijgen, worden door de Jehova's getuigen in twee groepen verdeeld:

  • 144.000 gezalfde christenen die een hemelse opstanding krijgen
  • de rest van de gestorven mensheid die een aardse opstanding krijgt.

144.000

Jehova's getuigen geloven dat precies 144.000 getrouwe mannen en vrouwen van Pinksteren 33 tot de huidige dag een hemelse opstanding krijgen als geestelijke wezens om de eeuwigheid met God en Jezus door te brengen. Zij geloven dat deze mensen "gezalfd" zijn door God om deel uit te maken van het geestelijke "Israël Gods".[26] Zij geloven dat de 144.000 synoniem is met de "kleine kudde" uit Lucas 12:32 en dat deze personen 1.000 jaar met Christus zullen regeren als koning-priesters, terwijl alle andere door God goedgekeurde personen (de "andere schapen" uit Johannes 10:16, samengesteld uit de "grote schare" uit Openbaring 7:9,14 en de opgestane "rechtvaardigen en onrechtvaardigen" uit Handelingen 24:15) een kans krijgen om voor eeuwig te leven in een hersteld paradijs op aarde. Volgens Jehova's getuigen werden de eerste leden van de 144.000 tot hemels leven opgewekt in 1918 en werden alle leden die daarna stierven onmiddellijk tot hemels leven opgewekt.

Ze geloven dat de hemelse opstanding heeft plaatsgevonden sinds 1918[27] en de aardse opstanding nog in de toekomst ligt, namelijk wanneer Jezus het Paradijs op aarde herstelt. Jehova's getuigen die geloven dat zij "gezalfd" zijn, maken dat kenbaar door het brood te eten en de wijn te drinken die rondgaat bij het jaarlijkse Avondmaal, de viering te nagedachtenis aan de dood van Christus. Bijna 12.000 Jehova's getuigen belijden te behoren tot het "gezalfde overblijfsel" van de 144.000 - een toename van meer dan 3.000 sinds 1995. Voor lidmaatschap van het Besturend Lichaam is het behoren tot de "gezalfde" 144.000 een voorwaarde.

Heilsgeschiedenis

Een centraal thema in de leer van Jehova's getuigen is de strijdvraag. Deze strijdvraag betreft het recht van Jehova God op aanbidding. In een combinatie van het verslag van de zondeval en Job, beweren Jehova's getuigen dat Satan de Duivel (een gevallen engel) dit recht betwistte. Had Jehova God echt het beste met de mensen voor? Zijn mensen beter af als zij God gehoorzamen of als zij zelf bepalen wat goed en kwaad is? Satan claimde tevens dat niemand van de mensen (maar ook niet van de geestelijke schepselen) Jehova God aanbidding gaf zonder enig eigenbelang.

Hoewel het oorspronkelijke voornemen van Jehova God was dat alle mensen op een paradijselijke aarde zouden wonen, verloren Adam en Eva dit paradijs toen zij de kant van Satan kozen en werden zij onvolmaakt; deze onvolmaaktheid hebben vervolgens alle mensen van hen geërfd. In plaats van hen onmiddellijk te doden, stond God Adam en Eva toe te proberen of zij er beter van werden zelf te bepalen wat goed en kwaad is. Tevens konden engelen en mensen tonen of zij God uit vrije wil zouden aanbidden.

Om de schaal van het verlies van volmaaktheid door Adam weer in balans te krijgen, moest een volmaakt mens sterven. Dit offer werd gebracht door Jezus, de tweede Adam. Na zijn opstanding moest Jezus lange tijd "wachten aan Gods rechterhand", maar uiteindelijk werd hij in 1914 aangesteld als Koning van het in dat jaar in de hemel opgerichte Koninkrijk Gods.

In 1914 begon Jezus zijn regeerperiode met een oorlogvoering tegen Satan, die hij toen uit de hemel wierp. Omdat Satan en zijn engelen, de demonen, uit de hemel geworpen werden, naar de aarde, werd vanaf 1914 hun invloed op aarde merkbaarder: de "tijd van het einde" begon (zie volgende paragraaf). Deze periode van grote ellende zal culmineren in "Armageddon", de beslissende oorlog die Jezus zal voeren tegen Satan en zijn aanhangers, zowel zichtbaar als onzichtbaar. Satan en zijn demonen zullen voor 1000 jaar worden geketend en alle personen die Jehova God niet gehoorzamen zullen worden vernietigd in die strijd, waardoor paradijselijke omstandigheden zullen terugkeren op aarde.

Gedurende 1000 jaar (het Millennium) zal Jezus de doden opwekken en de mensheid terugvoeren tot volmaaktheid. Na die tijd worden Satan en zijn demonen nog eenmaal losgelaten op de mensheid: de ultieme test. Vervolgens zullen zij en hun menselijke aanhangers voor eeuwig vernietigd worden, draagt Jezus zijn Koninkrijk over aan Jehova God en begint een eeuwigdurende periode van geluk.

1914

Het jaar 1914 neemt een belangrijke plaats in het doctrinaire stelsel van Jehova's getuigen in. Frederick William Franz, destijds president van het Wachttorengenootschap, zei in 1979: "Het enige doel van ons bestaan als Genootschap is om aan te kondigen dat het Koninkrijk in 1914 is opgericht".[28] De doctrine "dat de tijden der heidenen in de laatste helft van 1914 eindigden" wordt een "fundamentele Koninkrijkswaarheid" genoemd en "een van de waarheden waaraan [Jehova's getuigen] in deze tijd moeten vasthouden."[29] Geloof in de doctrine inzake 1914 is een voorwaarde om te kunnen toetreden tot de beweging van Jehova's getuigen. Indien een Jehova's getuige deze doctrine niet meer gelooft, wordt dat gezien als "afval" en een reden tot "uitsluiting" (excommunicatie).[30]

Jehova's getuigen geloven dat in 1914 de "tijd van het einde" begon. Zij baseren dit op een interpretatie van het Bijbelboek Daniël hoofdstuk 4, waarin over "zeven tijden" wordt gesproken. Deze "zeven tijden" worden als zeven jaar opgevat[31] van elk 360 dagen ofwel in totaal 2520 dagen. Deze 2520 dagen worden vervolgens omgezet in 2520 jaar.[32]

Vervolgens hanteren Jehova's getuigen 607 v.Chr. als jaar waarin Jeruzalem werd verwoest door koning Nebukadnezar van Babylon, en in hun chronologie de laatste Joodse koning werd afgezet. Zij geloven dat de "zeven tijden" uit Daniël 4 in dat jaar begonnen en (2520 jaar later) eindigden in 1914. "In dat jaar begon er met de Eerste Wereldoorlog een tot op onze tijd voortdurende periode van verschrikkelijke moeilijkheden. Dit betekent dat Jezus Christus in 1914 als Koning van Gods hemelse regering begon te regeren".[33]

Jarenlang leerden Jehova's getuigen dat "Armageddon" zou uitbreken binnen één mensengeslacht vanaf 1914.[34] De toepassing van dit mensengeslacht is met het verstrijken van de tijd sinds 1914 een aantal keren opnieuw geïnterpreteerd. Toen de maximale "rek" in de interpretatie ervan (namelijk dat ook degenen die waren geboren in 1914 behoorden tot "het geslacht") begon te naderen, werd een alternatieve interpretatie geïntroduceerd in De Wachttoren.[35] Hierbij werd uitgelegd: "Maar in werkelijkheid heeft een geslacht meer te maken met mensen en gebeurtenissen dan met een vastgesteld aantal jaren." Maar ruim 10 jaar later, toen "Armageddon" nog altijd niet was uitgebroken, werd definitief de doctrine verlaten dat men eenvoudig 70 à 80 jaar kon optellen bij het jaar 1914.[36] De meest recente herinterpretatie stelt dat deze passage betekent dat er als de "grote verdrukking" uitbreekt nog "gezalfde" Jehova's getuigen op aarde zullen zijn van wie het leven overlapt met "gezalfden" die zich in 1914 bewust waren van de betekenis van de gebeurtenissen in dat jaar[37]: "[Jezus] bedoelde kennelijk dat de levens van de gezalfden die in 1914 het begin van het teken zagen, de levens zouden overlappen van andere gezalfden die het begin van de grote verdrukking zouden zien."[38]

Evangelisatie

Jehova's getuigen prediken in Sofia
Aanhalingsteken openen

Het meest opvallende kenmerk van de Jehova's getuigen is hun prediking. Deze evangelisatiearbeid dient door iedere Jehova's Getuige te worden verricht en vormt het meest essentiële onderdeel van hun godsdienstige identiteit. Het is een religieuze plicht, hen door zowel Jezus Christus als door Paulus opgelegd (Matth. 24:14, 2 Tim. 4:2). Wie niet predikt, is geen Jehova's Getuige, aldus de logische consequentie van de eerder genoemde definitie die ze van zichzelf geven. Een niet-evangeliserende gelovige vormt 'geen deel van de organisatie' en 'heeft Christus niet lief', waarmee wordt aangetoond dat eventuele overige indicaties van religieuze toewijding voor een belangrijk gedeelte ondergeschikt zijn aan de predikingsactiviteit (w:1/8/68). Het verkondigen van het 'Goede Nieuws' vindt hoofdzakelijk plaats via huis-aan-huis prediking, de zogenaamde velddienst.[39]

Aanhalingsteken sluiten

Jehova's getuigen noemen hun evangelisatie "velddienst", "getuigeniswerk" of "(van-huis-tot-huis)prediking" en vinden dat het terecht als hun handelsmerk wordt beschouwd.[40] Het doel van deze evangelisatie is tweeledig: het is een poging anderen te bekeren tot de beweging om zo voor redding in aanmerking te komen (het overleven van Armageddon waarin zeer binnenkort goddelozen zullen worden vernietigd), maar Jehova's getuigen vinden een nog belangrijker reden dat de activiteit wordt beschouwd als "een slachtoffer van lof" voor God.[41]

Iedere Jehova's getuige dient maandelijks een rapportageformulier in te vullen waarop wordt aangegeven hoeveel uur hij/zij aan evangelisatie heeft besteed en met welke resultaten: hoeveel tijdschriften of andere publicaties zijn verspreid, hoeveel personen die eerder een belangstelling hebben getoond een hernieuwd bezoekje hebben ontvangen, etc. Het Wachttorengenootschap wil hierdoor toezicht houden op de activiteiten van hun leden. Het kan zijn dat "werkers" (door het Wachttorengenootschap aangestelde volle-tijdsevangelisten) moeten worden gestuurd naar bepaalde regio's of dat bepaalde leden aangespoord moeten worden door de ouderlingen om meer tijd aan evangelisatie te besteden.[42]

Seksualiteit

Seksuele handelingen met iemand anders dan de huwelijkspartner zijn een grond voor disciplinaire maatregelen. Een huwelijk kan alleen "schriftuurlijk" worden ontbonden als een van de partners seksuele handelingen heeft verricht met een ander dan zijn of haar huwelijkspartner; hiermee wordt bedoeld dat de niet-"schuldige" partner alleen dan vrij is om te hertrouwen. Hoewel anale en orale seks theoretisch een grond vormen voor disciplinaire maatregelen, zegt De Wachttoren: "Het staat niet aan de ouderlingen zich te mengen in het intieme leven van gehuwde christenen."[43] Hoewel Jehova's getuigen de mogelijkheid erkennen dat genen en hormonen een rol kunnen spelen bij homoseksualiteit,[44] is het "praktiseren" ervan grond voor disciplinaire maatregelen.

Ook transgenders, mensen die in het verkeerde lichaam worden geboren, en die ervoor kiezen om in de andere rol te leven, kunnen niet langer een van Jehova's getuigen blijven. Daarvoor wordt Deuteronomium 22:5 aangehaald.[45] Dit hoeft niet gepaard te gaan met het beoefenen van ongeoorloofde seksuele handelingen. Het leven als iemand van het andere geslacht wordt op dezelfde lijn geplaatst als schaamteloos, onrein en verfoeilijk gedrag.

Feestdagen en gebruiken

Jehova's getuigen gebruiken niet de term sacramenten, maar net als de meeste protestantse denominaties en bewegingen, kennen ze wel de doop en vieren ze het Avondmaal.

  • Het Avondmaal is de enige religieuze feestdag die Jehova's getuigen collectief vieren. Zij noemen dit ook wel "de Gedachtenisviering" en willen deze, net als de quartodecimanen uit de Oudheid, houden op de avond van de 14e nisan volgens de eerste-eeuwse Joodse maankalender.[46] De viering is eenvoudig: na een lied en gebed wordt een toespraak gehouden over de wijze waarop Jehova's getuigen Jezus' dood interpreteren. Hierna worden - voorafgegaan door twee gebeden - ongezuurd brood en de rode wijn aan de aanwezigen doorgegeven. Het zijn symbolen voor het lichaam en bloed van Jezus Christus, maar alleen "gezalfde" Jehova's getuigen mogen van deze symbolen deelnemen. Er wordt besloten met nogmaals een lied en gebed.
  • Jehova's getuigen hanteren de volwassenendoop door onderdompeling.

Jehova's getuigen vieren geen kerkelijke feestdagen omdat deze als van heidense oorsprong worden beschouwd. Ook de meeste andere feestdagen vieren ze niet. Het verbod op de viering van verjaardagen stamt uit het jaar 1920. Destijds was de aangevoerde reden voor het verbod de nadruk op het individu; inmiddels is dit vervangen door verwijzingen naar de onthoofdingen die plaatsvonden op de verjaardagen die vermeld worden in de Bijbel. Bruiloften worden wel gevierd, met de reden dat Jezus zelf ook deel nam aan zulke feesten.[47]

Roken, drugsgebruik en dronkenschap zijn een grondslag voor uitsluiting. Op matig gebruik van alcohol, koffie en andere (licht) verslavende middelen staan geen sancties.

Bloedtransfusies en vaccinaties

Jehova's getuigen weigeren bloedtransfusie,[48] maar zij accepteren alternatieve behandelmethoden. Het Besturend Lichaam schrijft voor dat transfusies van volbloed en bepaalde bestanddelen van bloed (plasma, erytrocyten, leukocyten, trombocyten) niet acceptabel zijn (op straffe van uitsluiting). Op het accepteren van andere bestanddelen (zoals albumine) is geen sanctie van toepassing; er is een lijst van de bestanddelen die een Jehova's getuige mag accepteren zonder dat sancties volgen.

Vanwege de risico's die dit standpunt oplevert, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat Jehova's getuigen niet in aanmerking komen voor adoptie van een buitenlands kind.[49][50]

Van 1931 tot 1961 was het accepteren van een vaccinatie een reden voor uitsluiting.[51] In 1952 schreef het Besturend Lichaam dat het Wachttorengenootschap niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de gevolgen van het weigeren van vaccinaties.[52] In 1961 schreven ze dat het accepteren van vaccinaties geen grond meer was voor uitsluiting.[53] In Ontwaakt! van 1993 ontkende het Besturend Lichaam het eerdere standpunt inzake vaccinaties en stelde dat in hun geschriften altijd was gezegd dat het een kwestie van het geweten was.[54]

Houding tegenover de wereld

Merkteken voor Jehova's getuigen in Duitse concentratiekampen
Stolperstein in Tiel voor Jehova's getuige Albert van Duren

Jehova's getuigen gehoorzamen de overheid zolang wetgeving niet in strijd is met hun interpretatie van Gods wetten. Zij stemmen niet en nemen niet actief deel aan door de overheid opgezette programma's, bijvoorbeeld ter verbetering van een wijk of iets dergelijks. Ook weigeren ze de vlag te groeten en militaire dienst te verrichten. Dit heeft hen regelmatig in conflict gebracht met autoriteiten.

Door hun dienstweigering werden Jehova's getuigen in Nederland bijvoorbeeld tot de jaren 70 in de gevangenis geplaatst, omdat ze ook vervangende dienst weigerden. Sinds een wijziging van inzicht ("nieuw licht") in 1996 wordt vervangende dienst gezien als een vorm van belasting.[55] In de voorgaande jaren werden Jehova's getuigen die wel vervangende dienst accepteerden uitgesloten.[56] In sommige landen werden Jehova's getuigen die vervangende dienst weigerden langdurig gevangengezet.[57]

Conflicten met totalitaire regimes waren vaak grimmig van aard, inclusief veroordelingen tot concentratiekampen en executies in nazi-Duitsland en communistische regimes. In april 1933 werden de Bibelforscher (zoals Jehova's getuigen op dat moment heetten in Duitsland) verboden door de nazi's. Snel hierna werden de eerste Jehova's getuigen gevangengenomen en overgebracht naar kampen. Daar kregen ze een paarse driehoek, wat hen moest onderscheiden van andere gevangenen. Jehova's getuigen behoorden daarmee samen met de Joden tot de eerste vervolgden van de nazi's.

De kwestie van de vlaggengroet heeft in de Verenigde Staten geleid tot rechtszaken voor het Hooggerechtshof; deze zijn uiteindelijk gewonnen door de Jehova's getuigen, zodat zij (en anderen) vrijgesteld zijn van de vlaggengroet.

Omdat het Besturend Lichaam regelmatig ontraadt om een "wereldse carrière" op te bouwen, volgen relatief weinig Jehova's getuigen hogere opleidingen (HBO of universiteit).

Disciplinair beleid

Jehova's getuigen passen een strikt kerkelijke tucht toe met betrekking tot overtredingen van wat het Besturend Lichaam beschouwt als Bijbelse verboden en geboden. De beweging kent een actieve vorm van excommunicatie, die zij "uitsluiting" noemen. Indien een lid wordt uitgesloten, is het andere leden van de beweging niet toegestaan met de uitgeslotene te spreken of zelfs maar een groet tot hem te richten, op straffe zelf uitgesloten te worden. Dit geldt ook voor familieleden; alleen voor nog bij elkaar wonende gezinsleden en zeer dringende aangelegenheden waarbij contact onvermijdelijk is, wordt een uitzondering gemaakt.[58]

1rightarrow blue.svg Het artikel Jehova's getuigen en disciplinering behandelt verdere informatie over het disciplinair beleid van de Jehova's getuigen

Organisatiestructuur

Het wereldwijde bestuur van Jehova's getuigen zetelt in New York (VS) en wordt het Besturend Lichaam genoemd. Het bestaat uit op dit moment uit 7 oudgediende mannen. Selectie voor het Besturend Lichaam vindt plaats op basis van coöptatie. Jehova's getuigen geloven dat Jehova God de leden van het Besturend Lichaam kiest. Het Besturend Lichaam houdt kantoor op het hoofdkantoor van het Wachttorengenootschap. Voorheen waren de leden van het Besturend Lichaam ook de directieleden van het Wachttorengenootschap, maar dit is tegen het einde van de twintigste eeuw losgelaten. Voormalig lid van het Besturend Lichaam Raymond Franz dacht dat dit was om de theologische en juridische verantwoordelijkheid te scheiden in verband met mogelijke claims.[59]

Robert Ciranko is president van de Watch Tower Bible en Tract Society of Pennsylvania.

1rightarrow blue.svg Zie voor meer informatie over de formele kant van de organisatie het artikel Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap

Regionale en lokale regelingen

Jehova's getuigen zijn allen toegewezen aan een gemeente, de lokale groep getuigen. Deze bestaat doorgaans uit 50 tot 125 verkondigers (Jehova's getuigen die van deur-tot-deur evangeliseren). Het bestuur van een gemeente is in handen van ouderlingen. Voor meer praktische zaken maakt men gebruik van dienaren in de bediening. Alleen mannelijke verkondigers kunnen officiële functies bekleden in de regelingen van het Besturend Lichaam.

Een gemeente komt tweemaal per week collectief samen. Tijdens deze vergaderingen worden daarvoor aangewezen publicaties van het Wachttorengenootschap besproken. De belangrijkste publicatie is De Wachttoren, waarmee de wekelijkse bestudering van een artikel daaruit de belangrijkste bijeenkomst betreft. De plaats voor een bijeenkomst heet koninkrijkszaal.

Een groep gemeenten vormt een kring die onder toezicht staat van een kringopziener, een regionaal inspecteur van het Wachttorengenootschap. Hij bezoekt tweemaal per jaar elke gemeente in het aan hem toegewezen gebied, waarbij hij de boekhouding en de algemene (geestelijke) status en activiteiten van de gemeente controleert. Tijdens zijn bezoeken aan een gemeente stelt hij (op basis van voorstellen van de plaatselijke ouderlingen) de ouderlingen en dienaren in de bediening aan. Op kringniveau komen de getuigen tweemaal per jaar samen, tijdens een kringvergadering.[60]

Een groep kringen vormt een district dat onder toezicht staat van een districtsopziener. Deze laatste ziet toe op de werkzaamheden van de kringopzieners. Iedere week bezoekt de districtsopziener een volgende kring, samen met de daaraan toegewezen kringopziener. Dit is de week waarin die betreffende kring de kringvergadering heeft, die gedurende de laatste twee dagen van die week plaatsvindt. Op bovenregionaal niveau (meerdere kringen, maar niet noodzakelijkerwijs exact een district) vindt eenmaal per jaar een grote vergadering van Jehova's getuigen plaats: een meerdaags congres (dit duurt meestal drie dagen).

Kritiek

Er is op verscheidene gronden kritiek op Jehova's getuigen.

Aanhalingsteken openen

Van vele kanten is het WTG [Wachttorengenootschap] aangevallen op een aantal omstreden doctrines en de consequenties van de organisatorische structuur op de individuele volgeling. Ook dit is verre van een unieke eigenschap in de totale reeks van kenmerken van talloze hiërarchisch geleide fundamentalistische religieuze bewegingen. De controverse wordt mede veroorzaakt door het feit dat het doctrinaire stelsel van de JG weinig stabiliteit kent. Wie kennis neemt van het ideeëngoed van stichter Russell ten tijde van de eeuwwisseling, zal maar weinig herkennen van de huidige leerstellingen.[39]

Aanhalingsteken sluiten

Afgedwongen sociaal isolement en uitsluiting

Sociale contacten buiten de groep worden afgeraden en waar ze wel plaatsvinden, vooral gezien als mogelijkheden tot prediking. Dit maakt de leden sociaal erg afhankelijk van de groep. Als een lid wordt uitgesloten valt de groep weg (Jehova's getuigen mogen niet spreken met uitgeslotenen) en daarmee vaak het volledige sociale netwerk. Deze regels zijn ook van toepassing op familieleden. Dit is een machtig wapen dat volgens critici en ex-leden (ook als dreigmiddel) veelvuldig wordt gebruikt om kritische leden de mond te snoeren. Degenen die vrijwillig uit de organisatie stappen, worden teruggetrokken genoemd. Op hen zijn dezelfde regels van toepassing als op uitgeslotenen, dus die stap wordt bijzonder moeilijk gemaakt gezien de sociale consequenties.

Kinderen van Jehova's getuigen hebben het soms moeilijk, doordat hun gedrag stuit op onbegrip en soms pesten of intolerantie van anderen. Ze vallen op doordat ze bijvoorbeeld geen verjaardagen of Sinterklaas vieren en hun ouders vergezellen bij het van-huis-tot-huiswerk.

Voor kinderen is het vaak moeilijk te doorzien wat (in sociologische terminologie) de "frontstage" en de "backstage" is. Op bijeenkomsten en in publicaties wordt voortdurend aangespoord tot het nastreven van een carrière als volle-tijdsevangelist (de "backstage"), maar op andere plaatsen wordt ontraden dit te communiceren aan de buitenwereld (de "frontstage"), zoals in toewijzingszaken voor de rechter.[61] Deze verdraaiing van de werkelijkheid wordt door sommige critici ook frauduleus genoemd.[62]

Nadruk op de prediking

Jehova's getuigen staan vooral bekend doordat ze met anderen over de Bijbel willen spreken of op de Bijbel gebaseerde lectuur willen aanbieden. Deze prediking is voor alle leden verplicht en wordt door veel mensen aangeduid als "langs de deuren gaan". Hoewel "de voet tussen de deur zetten" slechts spreekwoordelijk is, wekt het "langs de deuren gaan" vaak ergernis op.

Naast het gedwongen karakter van de prediking, is er ook kritiek op het exclusieve karakter ervan als "dienst". In De Wachttoren wordt het van-huis-tot-huis werk "de apostolische methode" genoemd waarvoor "geen vervanging" is.[63] Degenen die het niet met deze interpretatie eens zijn, wijzen erop dat er geen enkel verslag in de Bijbel staat van Jezus of een apostel die van deur tot deur gaat ter evangelisatie, maar wel van spreken in tempels, op openbare pleinen en in particuliere huizen van mede-christenen.[64]

Hoewel de redactie van de Nieuwe-Wereldvertaling in Handelingen 5:42 en 20:20 kiest voor het woordgebruik "van huis tot huis", wijzen critici erop dat dit niet onaangekondigde bezoeken aan niet-groepsleden betreft volgens het model dat Jehova's getuigen hanteren. Dit zou bijvoorbeeld blijken uit het gebruik van de term in Handelingen 20:20, waar Paulus tot zijn medegelovigen zegt dat hij hen "van huis tot huis" heeft onderwezen. Ook de voetnoot van deze tekst in de Nieuwe-Wereldvertaling spreekt van de alternatieve vertaling "in particuliere huizen".[65]

1914

Aanhalingsteken openen

Een belangrijke controverse richt zich op de 1914-doctrine. Dat begon met de voorspelling van Russell, die ruim een eeuw geleden profeteerde dat het einde van de wereld zich in 1914 zou voltrekken (ssII:99). Toen het voorzegde einde uitbleef, werd de betekenis van het jaartal geherinterpreteerd tot de huidige exegese: Jezus begon in 1914 zijn regering over het koninkrijk en het aftellen tot de uiteindelijke Apocalyps ving toen aan. ... Afgezien van deze leerstellige mutaties, kleeft er tevens een fundamenteel probleem aan de berekening die aan '1914' ten grondslag ligt. Niet alleen is de constructie van de 2520 jaren op basis van uiteenlopende Bijbelse fragmenten - een overigens gangbare calculus in het Amerikaanse millennistische milieu (zie Boyer 1992:88) - uitermate arbitrair, de werkelijk zwakke plek is de aanname van de verwoesting van Jeruzalem in 607 v.Chr.. De veronderstelde gebeurtenissen in dat jaar, uitgangsdatum voor de 2520 jaar, vinden namelijk onder godsdiensthistorici en archeologen geen enkele bevestiging".[39]

Aanhalingsteken sluiten

Hoewel, zoals zojuist geciteerd, "godsdiensthistorici en archeologen geen enkele bevestiging" vinden voor 607 v.Chr. als datum voor de vernietiging van Jeruzalem,[66] proberen incidenteel sommige Jehova's getuigen op persoonlijke titel een verdediging op te bouwen rondom 607 v.Chr. en de gebeurtenissen die in dat jaar zouden hebben plaatsgevonden. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de werken van Rolf Furuli, die beweert dat bepaalde kleitabletten uit de Neo-Babylonische periode niet passen in de wetenschappelijk geaccepteerde chronologie. In een recensie van een publicatie van Furuli's werken schreef Lester L. Grabbe, hoogleraar theologie aan de Universiteit van Hull, in een uitgave van 2004 van het Journal for the Study of the Old Testament: "Hier hebben we weer een amateur die probeert wetenschappelijke geschiedenis te herschrijven. ... F[uruli] geeft weinig aanwijzingen dat hij zijn theorieën heeft laten toetsen door specialisten op het gebied van Mesopotamische astronomie of Perzische geschiedenis."[67]

Bloedtransfusie

Een mediagevoelige kritiek betreft het verbod op bloedtransfusies, vooral wanneer het kinderen betreft die zelf nog geen keuze kunnen maken. Zowel inhoudelijk is er kritiek op die leer als op de inconsistenties ervan. Een voorbeeld van inconsistentie in dit verband is het standpunt tegenover bloedplasma. Bloedplasma bestaat voor ongeveer 92 procent uit water; de rest bestaat uit kleine bloedbestanddelen zoals globulines, fibrogenen en albumine. Elk van deze bestanddelen afzonderlijk wordt beschouwd als een zaak van het persoonlijke geweten van de getuige, maar een transfusie van deze componenten in samengevoegde vorm (dus als bloedplasma) is een grondslag voor excommunicatie (uitsluiting).

Zoals uit bovenstaand voorbeeld blijkt, wordt het verbod ook toegepast op bloedbestanddelen en zijn transfusies van witte of rode bloedcellen verboden. Maar andere componenten worden wel toegestaan (zoals de genoemde kleine bloedbestanddelen ofwel bloedfracties). Critici wijzen vaak op het in hun ogen arbitraire karakter van de samenstelling van categorieën van verboden en toegestane bestanddelen.

Bloedschuld

Omdat bepaalde regels binnen deze organisatie in de loop der jaren zijn aangepast (op sommige punten versoepeld), is het mogelijk dat er in het verleden fatale beslissingen zijn opgelegd door groepsdruk, die nu door nieuwe interpretatie ("nieuw licht") tot een andere situatie zouden kunnen leiden. Een voorbeeld hiervan zijn sterfgevallen die voortvloeiden uit de weigering van orgaantransplantaties vanwege het verbod hierop (orgaantransplantaties worden in de huidige interpretatie aan het eigen geweten overgelaten, maar waren voorheen grondslag voor uitsluiting). Sommigen beweren om deze reden dat het Besturend Lichaam zich hierdoor in zekere zin bloedschuld op de hals heeft gehaald.

Hetzelfde geldt voor het eerdere standpunt inzake dienstweigering. In het Besturend Lichaam van Jehova's getuigen was een meerderheid al sinds eind jaren 1970 vóór afschaffing van sancties op het accepteren van vervangende dienst, maar bleef dit gehandhaafd tot 1996 omdat de benodigde tweederdemeerderheid die noodzakelijk is om een doctrinaire wijziging ("nieuw licht") door te voeren met één stem niet werd gehaald.[68] Het Besturend Lichaam heeft op geen enkele wijze excuses aangeboden aan degenen die hierdoor werden getroffen.[69]

Valse profetieën

Advertentie voor Rutherfords lezing: "De wereld is geëindigd - Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven"

Jehova's getuigen hebben verschillende profetieën gepubliceerd die niet zijn uitgekomen. Russell geloofde aanvankelijk dat in 1874 Jezus' onzichtbare tegenwoordigheid begon en het begin van de oorlog van Armageddon markeerde,[70] later wijzigde hij dit in 1878 en weer later in 1881[71] en ten slotte in 1914. Tot aan zijn dood in 1916 hield hij vol dat de Eerste Wereldoorlog zou culmineren in Armageddon.

Rutherford voorspelde dat het herstel tot het aardse Paradijs zou starten in 1925, gemarkeerd door de opstanding van "oude getrouwe" "vorsten" als Abraham, Jozef en David.[72] Om een waardige huisvesting te verschaffen aan de uit de doden herrezen aartsvaders, de "vorsten" van de "Nieuwe Wereld", zamelden de Bijbelonderzoekers geld in om in San Diego, Californië een paleis te laten bouwen: Beth Sarim ("Huis van de Vorsten").[73] In de periode ter overbrugging totdat de "vorsten" waren opgestaan, bewoonde toenmalig president van het Wachttorengenootschap Joseph Franklin Rutherford het in de winter, volgens het Wachttorengenootschap om gezondheidsredenen.[74] In werkelijkheid leefde Rutherford een groot deel van zijn laatste jaren in dit paleis en stierf er uiteindelijk ook.[75]

Een recenter voorbeeld is de verwachting inzake de komst van Armageddon in 1975. Hoewel de formulering in dat geval veel minder stellig was dan eerdere voorspellingen, was het effect gelijk aan dat van 1925.

Vanwege de revisionistische geschiedschrijving door het Besturend Lichaam, zijn leden van de beweging vaak niet op de hoogte van de werkelijke aard van de profetieën die hun leiders hebben gepubliceerd. Daar komt bij dat oudere publicaties lastig te verkrijgen zijn en niet meer worden gebruikt bij diensten van de beweging.

Externe link