Jemenitische burgeroorlog (2015)
| Jemenitische burgeroorlog (2015) | |||||
| Onderdeel van de Jemenitische crisis | |||||
|
Huidige militaire situatie in de Jemenitische burgeroorlog: ██ In handen van het Revolutionair Comité ██ In handen van de regering-Hadi en de Zuidelijke Beweging ██ In handen van Al Qaida/Ansar al-Sharia |
|||||
| Datum | 19 maart 2015 - heden | ||||
| Locatie | Jemen | ||||
| Strijdende partijen | |||||
|
|||||
| Commandanten en leiders | |||||
|
|
|||||
De Jemenitische burgeroorlog[1][2] is een conflict in Jemen dat begon op 19 maart 2015, voortkomend uit de onrust die volgde op de Jemenitische Revolutie in 2011–2012 die de regering van Saleh ten val bracht. Sindsdien zijn de sjiitische Houthi's, die in opstand tegen de nieuwe overwegend soennitische regering van Al-Hadi kwamen en grote delen van Noord-Jemen bezetten, oud-president Saleh steeds openlijker gaan steunen. Ten slotte kwam het tot een gewapend treffen tussen beide partijen, waarna een coalitie van Arabische landen onder leiding van Saoedi-Arabië intervenieerde ten gunste van Al-Hadi. De meeste media en sommige wetenschappers beschouwen het conflict inmiddels als een godsdienstoorlog tussen soennieten en sjiieten, maar volgens andere deskundigen ligt het ingewikkelder.[3][4]
Inhoud
Achtergrond[bewerken]
Naarmate de Jemenitische Revolutie voortduurde verzwakte de regering steeds meer. De Houthi's maakten hiervan in 2011 en 2012 gebruik door meer gebied te bezetten. In mei 2012 hadden ze de meerderheid van de gouvernementen Saada, Al Jawf en Hajjah in handen, wat hun een gunstige positie verschafte om eventueel ook Sanaa in te nemen. Ondertussen breidden ook salafistische rebellen (Al Qaida op het Arabisch Schiereiland, Ansar al-Sharia en later ook de Islamitische Staat) hun invloed gestadig uit. Hierop verbreedden de Houthi's hun doelstellingen tot het beschermen van de zaidistische minderheid tegen de salafisten. Ook de Zuidelijke Beweging, die een afscheiding van Zuid-Jemen wil, begon enigszins terrein te winnen.
Een andere partij werd gevormd door aanhangers van ex-president Saleh, die een gelegenheidsverbond met de Houthi's leken te hebben gesloten.[5] De toestand escaleerde daarmee de facto tot een meervoudige burgeroorlog met zes fracties (regering, Houthi's, Saleh-aanhangers, Zuidelijke Beweging, AQAS en de IS). De Houthi's zagen hun aantal gewapende strijders aanzwellen van enkele duizenden tot meer dan 100.000.
Vanaf november 2013 laaiden de gevechten tussen de Houthi's en salafisten/wahabisten weer op in Jemen.[6][7] Ook het verzet tegen de regering van Jemen werd steeds groter. In september 2014 veroverden de Houthi's de hoofdstad Sanaa en stelden de president onder huisarrest, waarna de Verenigde Naties een vredesakkoord tussen de partijen wisten te bewerkstelligen.[8] De Houthi's kregen concessies, maar die gingen hun uiteindelijk niet ver genoeg. Op 20 januari 2015 vielen Houthi's het presidentiële paleis aan in Sanaa waar zij president Al-Hadi onder druk zetten om af te treden.[9] Dat deed hij op 22 januari 2015.[8] Begin februari ontbonden de rebellen het parlement en zij stelden een vijfhoofdig overgangsbestuur in.[10] De Houthi's trachtten hierop een eigen president naar voren te schuiven en een nieuwe regering te vormen, maar veel partijen weigerden zich aan de onderhandelingstafel te melden en Al-Hadi ontvluchtte de stad naar Aden. Hier verkondigde hij nog steeds rechtmatig president van Jemen te zijn en de Houthi-regering niet te erkennen. Salafistische groeperingen reageerden met bomaanslagen op Houthi's en zaiditische moskeeën, zoals de driedubbele bomaanslag op 20 maart 2015 waarbij 142 doden vielen.[5] Houthi-leider Abdulmalik Al-Houthi hield kort hierna een speech voor de televisie, waarin hij Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP) – waartoe hij ook de aanhangers van Al-Hadi rekende – de oorlog verklaarde. De bomaanslagen zijn overigens niet opgeëist door Al Qaida, maar door IS, al is het ook niet helemaal zeker dat laatstgenoemden erachter zitten.[11]
Burgeroorlog[bewerken]
Op 19 maart begon de burgeroorlog, toen er slag werd geleverd tussen troepen van de regering-Hadi en loyalisten van Saleh om de luchthaven van Aden.[12] De troepen van Abdul-Hafez al-Saqqaf werden verslagen.[13] Drie dagen later veroverden de Houthi's Ta'izz, de hoofdstad van het gelijknamige gouvernement.[14] Een dag later naderden ze de Bab el Mandeb, een strategisch zeer belangrijke zeestraat.[15] Op 24 maart bereikten de Houthi-rebellen de haven van Mokka.[16] Op diezelfde dag bezetten ze gebouwen van het lokale bestuur in Dali', en ook in Lahij braken zware gevechten uit.[17]. De rebellen werden echter snel weer verdreven uit Dali' door luchtaanvallen.[18] In Laheij werd een dag later de luchtbasis Al Anad bezet, waar de VS kort daarvoor hun troepen (US SOCOM) hadden teruggetrokken.[19] Op 25 maart 2015 bereikten de Houthi's tot op 30 kilometer de havenstad Aden, waarop Al-Hadi het land ontvluchtte om in Saoedi-Arabië politiek asiel te krijgen.
Operatie "Decisive Storm"[bewerken]
Op 25 maart begonnen Saudi-Arabië en andere soennitische landen uit Noord-Afrika, Zuid-Azië en het Midden-Oosten aan een militaire campagne tegen de Houthi's.[1][20] De eerste luchtaanvallen werden uitgevoerd op 26 maart, met bombardementen van stellingen van de Houthi-rebellen. De operatie werd door de Houthi's omschreven als een "oorlogsverklaring".[21]
Op 31 maart werd een belangrijke militaire basis aan de kust bij Bab el Mandeb door de Houthi's veroverd.[22] Op 2 april maakte de Djiboutaanse minister van Buitenlandse Zaken Mahamoud Ali Youssouf bekend dat de Houthi-rebellen zware wapens en snelle aanvalsschepen op het eiland Perim hadden geplaatst.[23] Nog een ander gebied waar hevig werd gevochten was Shabwah, waar behalve leden van AQAP ook een plaatselijke tak van Ansar al-Sharia was gevestigd. Bij gevechten op 29 maart tussen Houthi's en soennieten vielen hier 38 doden.[24] De hoofdstad van Shabwah, 'Ataq, werd op 9 april door de Houthi's ingenomen, ondanks hevige luchtaanvallen van de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië.[25]
Op 21 april kondigde de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië aan te stoppen met de bombardementen op de Houthi's in Jemen, die toen bijna een maand hadden geduurd. Als alternatief zou er worden gezocht naar antiterreurmaatregelen en een meer politieke oplossing. De blokkade van de Jemenitische havens bleef echter voortduren.[26][27] De aankondiging betekende echter niet dat alle luchtaanvallen meteen werden gestaakt. De dag na de aankondiging waren er nog steeds bombardementen, onder andere in Aden en Ta'izz, waar er nog steeds grondgevechten waren. Het aantal luchtaanvallen was echter wel kleiner.[28] UNICEF berekende dat sinds de start van de bombardementen op 26 maart minstens 115 kinderen, waarvan 64 bij de bombardementen, waren omgekomen en 172 verminkt. De Wereldgezondheidsorganisatie sprak van zeker duizend doden, zowel burgers als militairen, sinds 19 maart.[29]
Gevechten in Aden[bewerken]
Op 2 mei kwam vanuit Aden het bericht dat er meer dan 400 doden waren gevallen, naast ruim 4000 gewonden.[30] Volgens bronnen zouden er begin mei ook Saoedische troepen zijn geland in Aden. De bedoeling van de troepen was onduidelijk. Mogelijk zouden ze worden ingezet in verkenningsoperaties en om de troepen van de Zuidelijke Beweging op te leiden. Saoedi-Arabië ontkende echter een plan voor een grote militaire tussenkomst.[31] De luchtaanvallen gingen echter begin mei door. Er waren nog steeds bombardementen op de luchthaven van Sanaa en op de haven van Al Hudaydah. De Verenigde Naties vroegen de onmiddellijke stopzetting ervan om een humanitaire luchtbrug naar Jemen te kunnen organiseren.[32] VN-coördinator voor Jemen Johannes van der Klauw had eerder al gezegd dat de bombardementen en de blokkades zouden kunnen leiden tot een instorting van de basisinfrastructuur van het land door een tekort aan voedsel, drinkwater, brandstof en medicijnen.[32][33]
In Aden werd er hevig slag geleverd tussen de Houthi's en het regeringsleger, gesteund door de Zuidelijke Beweging. Op 6 mei trokken de Houthi-rebellen en hun bondgenoten het district al-Tawahi aan de haven van Aden binnen. Dat district ligt aan de uitgang van de natuurlijke haven en omvat enkele belangrijke instellingen, waaronder het presidentieel paleis. Tijdens de gevechten kwamen zeker 80 mensen om, naast 32 mensen die in bootjes wilden vluchten, maar getroffen werden door geschut. Met het veroveren van Aden zouden de Houthi's alle grote bevolkingscentra van het westen van Jemen onder hun controle hebben.[34]
Vijfdaags bestand[bewerken]
Tijdens een bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry aan Saudi-Arabië werd bekend gemaakt dat er een bestand zou komen om het mogelijk te maken humanitaire hulp naar Jemen te brengen. Saoedi-Arabië ging echter niet akkoord met de mogelijkheid om internationale grondtroepen in te zetten in Jemen.[35] Op 8 mei werd door Adel al-Jubeir, de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken, bevestigd dat de wapenstilstand op 12 mei, om 23 uur plaatselijke tijd, zou ingaan.[36] De Houthi's stemden in met het staakt-het-vuren. In de aanloop naar het bestand gingen de luchtaanvallen echter gewoon door. Zo werd de luchthaven van Sanaa bijvoorbeeld opnieuw door de Arabische coalitie gebombardeerd.[37] Bij aanvang van het bestand was het onduidelijk of het zou standhouden. Op 12 mei, de dag dat het staakt-het-vuren zou ingaan, werd er in heel Jemen nog hevig gevochten. Tot net voor het ingaan van het bestand bleef Saoedi-Arabië doorgaan met het uitvoeren van luchtaanvallen. In Sanaa werd een munitiedepot gebombardeerd, waarbij 69 mensen omkwamen. In Ta'izz waren er gevechten tussen de Houthi's en soennitische stammen. De komst van een Iraans vrachtschip met hulpgoederen en artsen zorgde voor extra onrust.[38][39] Al na 24 uur bleek dat de wapenstilstand op veel plaatsen niet werd nageleefd.[40] De gevechten gingen verder, onder andere in de plaatsen Ta'izz, Aden en Dhaleh.[41] Na afloop van het bestand hervatte Saoedi-Arabië de luchtaanvallen, onder andere op de hoofdstad Sanaa, de havenstad Aden en in de provincies Sa'dah en Al Hudaydah. Als antwoord bestookten de Houthi's woonwijken met mortiergranaten. Volgens de VN was er te weinig tijd om de gehele bevolking van hulpgoederen te voorzien.[42][43]
Voortzetting van de gevechten en slag om Aden[bewerken]
Begin juni waren er zware gevechten op de grens tussen Jemen en Saudi-Arabië. Volgens de coalitie geleid door Saoedi-Arabië ging het om gecoördineerde aanvallen van troepen die trouw zijn gebleven aan ex-president Ali Abdullah Saleh.[44] Later die maand waren er vredesonderhandelingen in Genève, maar deze eindigden zonder resultaat.
Op 16 juli kwam het bericht dat het Jemenitische regeringsleger en Zuid-Jemenitische milities, met hulp van de Saoedische luchtmacht, grote delen van de havenstad Aden op de Houthi's heroverd hadden.[45] De luchthaven was op 14 juli al door milities van de Zuidelijke Beweging heroverd. Het was een eerste grote overwinning voor de Zuidelijke milities in de burgeroorlog.[46] Bij de gevechten rond Aden vielen minstens 75 doden, het merendeel burgerslachtoffers, volgens Artsen Zonder Grenzen.[47]
Op vrijdag 24 juli bombardeerde de Saoedische luchtmacht de stad Mokka. Naast een energiecentrale werden daarbij ook woonwijken geraakt. Daarbij zouden minstens 120 doden zijn gevallen.
Tweede humanitair bestand[bewerken]
Op 25 juli werd een tweede vijfdaags humanitair bestand van kracht, eenzijdig afgekondigd door Saoedi-Arabië. De Houthi's kondigden echter aan de strijd voort te zetten,[48] wat ook gebeurde. In de provincies Ta'izz, Lahij en Ma'rib waren er gevechten.[49]
Gevechten weer hervat[bewerken]
Op 21 augustus voerde de coalitie een luchtaanval uit op de stad Ta'izz, waarbij tientallen burgerslachtoffers vielen. Het gemelde aantal burgerdoden liep uiteen van 43 tot 65.[50] Enkele dagen later kwamen in deze stad minstens 14 burgers om door raketten van de Houthi-rebellen.[51]
Bij gevechten aan de Jemenitisch-Arabische grens op 4 september vielen zeker vijftig doden aan Jemenitische zijde, en vier aan Arabische zijde.[52] Die nacht bombardeerde de Arabische coalitie regeringsgebouwen in Sanaa, nadat deze door de Houthi-rebellen waren ingenomen. Onder meer het ministerie van Defensie raakte zwaar beschadigd, evenals het complex van oud-president Saleh. Ook een weeshuis werd verwoest, met een onbekend aantal doden tot gevolg.[53]
Kritiek van mensenrechtenorganisaties[bewerken]
De mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International uitten felle kritiek op Saoedi-Arabië omdat het land niet genoeg deed om burgerslachtoffers te vermijden.[48]
Op 18 augustus bracht Amnesty International een rapport uit waarin werd gesteld dat er in Jemen sprake zou zijn van oorlogsmisdaden tegen de inwoners, zowel van de kant van de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië als van de kant van de rebellen.[54]
Zie ook[bewerken]
Externe links[bewerken]
- "Who is fighting who" in Jemen?, deredactie.be, 23 maart 2015. (Geraadpleegd op 19 juli 2015)
Bronnen, noten en/of referenties
|