Jerom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jerom
Personage uit Suske en Wiske, Jerom, Amoras, J.ROM - Force of Gold en De Kronieken van Amoras
Op het Suske en Wiske-Museum in Kalmthout worden Suske, Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Wiske, Krimson, Jerom, professor Barabas en Sus Antigoon afgebeeld, ook de gyronef is te zien
Debuut 1953, in De dolle musketiers
Bedacht door Willy Vandersteen
Persoonsinformatie
Bijnaam Jerommeke
Geslacht man
Specialiteit bovenmenselijke spierkracht
Familie
Familie Moe Mie, oom (naam onbekend)
Portaal  Portaalicoon   Strip

Jerom is een van hoofdfiguren uit de stripreeks Suske en Wiske. Hij werd in 1953 in een van de verhalen geïntroduceerd en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een van de belangrijkste en populairste personages uit de reeks.

Jerom staat vooral bekend om zijn bovenmenselijke spierkracht en andere zeer bijzondere lichamelijke vaardigheden.

Het personage kreeg in 1962 een eigen stripreeks, naast zijn inmiddels vaste rol in S&W. Hij speelt daarnaast een vaste rol in de stripreeksen Amoras, J.ROM - Force of Gold en De Kronieken van Amoras (spin-offs van de oorspronkelijke Suske en Wiske-reeks).

Introductie en ontwikkeling[bewerken]

Jerom maakte zijn debuut in het verhaal De dolle musketiers (1953) en werd hierna een vaste metgezel van Suske, Wiske, Lambik en Sidonia. Willy Vandersteen tekende Jerom hier en in de eerste verhalen erna nog als een brute dommekracht, gekleed als een holbewoner met enkel een berenvel. Het personage was beïnvloed door de holbewoner uit de Amerikaanse stripreeks Alley Oop door V.T. Halmin.[1]

Jeroms succes was zo groot dat er in 1960 een stuk speelgoed van zijn figuur werd gemaakt: de "Op-Jerommekes" (waarvoor reclame wordt gemaakt in De zingende zwammen, als de in paddenstoelen veranderde kinderen "Kom speel eens mee, Op-Jerommeke" zingen). In 1962 kreeg Jerom zijn eigen spin-off: de stripreeks Jerom. Toch kreeg het personage ook kritiek te verwerken. Al bij zijn debuut ontving Vandersteen kwade lezersbrieven waarin lezers zeiden dat hun ontbijt niet meer smaakte als ze deze onbehouwen figuur in hun krant zagen. Vandersteen zorgde er geleidelijk aan voor dat Jerom zich niet meer halfnaakt in een berenvel kleedde, maar een gewoon hedendaags vest, broek en schoenen begon te dragen.

Biografie en familie[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

In De malle mergpijp (1973) wordt iets meer bekend over de voorgeschiedenis van Jerom. Het blijkt dat hij eigenlijk uit de prehistorie afkomstig is. Hij dankt zijn enorme kracht aan een sjamaan die met een mergpijp kleurstof op een grottekening blies. Ook Jeroms moeder is in dit album te zien. Ze heet Moe Mie en is een gezette vrouw. Ook in dit album blijkt dat Jeroms vader omkwam tijdens een gevecht tegen de Grotkastaars. Pas in De primitieve paljassen (2006) blijkt dat Moe Mie een broer heeft, dit is dus een oom van Jerom.

Ergens tijdens zijn prehistorische leven raakte Jerom ingevroren en werd pas ontdooid in de 17e eeuw door hertog Le Handru. Deze booswicht zette Jerom in als geheim wapen. Suske, Wiske, Lambik en Tante Sidonia wisten hem echter aan hun kant te krijgen, waarna Jerom mee naar hun eigen tijd geflitst werd.

In De nerveuze Nerviërs (1967) beweert professor Barabas in strook 31 dat Jeroms eerste geslacht in het Oude Gallië ontstond, vlak voor de Romeinen het gebied kwamen veroveren. Volgens zijn theorie heeft Jerom zijn kracht te danken aan het feit dat zijn voorouders in hun jeugd allemaal sterk en wilskrachtig waren. Dit spreekt echter het feit tegen dat Jerom een holbewoner is die in de 17e eeuw pas werd ontdooid. Als Jerom dus uit de prehistorie afkomstig is, kan zijn eerste geslacht nooit pas tijdens de periode van de Romeinse verovering van Gallië ontstaan zijn. In latere albums, zoals De malle mergpijp (1973), De slimme slapjanus (1993) en De primitieve paljassen (2006) volgt men meer de versie dat Jerom uit de prehistorie afkomstig is.

Sinds hij naar het heden werd geflitst trok Jerom bij Lambik in.

Karakter[bewerken]

In zijn debuutverhaal De dolle musketiers is Jerom nog een kwaadaardige bruut die door de boosaardige hertog Le Handru wordt ingezet als geheim wapen. In opdracht van Le Handru slaat Jerom zonder genade iedereen in elkaar die de hertog tegenwerkt. Het enige waarmee Jerom getemd kan worden is anijs, wat de hertog hem ook geregeld toedient. Wiske ontdekt echter dat Jerom nog een andere zwakke plek heeft, wanneer hij haar na een achtervolging heeft gevangen en met Schanulleke speelt. Jerom is bang dat Schanulleke zal sterven omdat ze niet wil eten. Op voorwaarde dat ze wordt vrijgelaten, biedt Wiske aan Schanulleke aan het eten te helpen. Vervolgens weet ze Jerom te overtuigen voortaan aan hun kant te staan en zich voor het goede in te zetten, dan mag hij ook af en toe met Schanulleke blijven spelen. Jerom vindt het een geweldig idee en stemt meteen in. In de rest van het verhaal helpt hij de vrienden en aan het eind reist hij met hen mee terug naar de 20e eeuw. Vanaf dan is hij ook een van de hoofdpersonages in de serie.

In de eerste albums kleedt en gedraagt Jerom zich nog als een ongemanierde holbewoner. In De knokkersburcht gedraagt hij zich zelfs letterlijk als een hond. Na verloop van tijd begint hij zich toch beschaafder te kleden en ook beleefder te gedragen. In De tamtamkloppers draagt hij voor het eerst een stropdas, boven zijn dierenhuid wel te verstaan. Hij vertoont zelfs een onkreukbare ethiek. Hij laat zich niet omkopen en verraadt zijn vrienden nooit, in tegenstelling tot Lambik. Jerom zet zich ook belangeloos in voor goede doelen of mensen in nood, soms zelfs wanneer het om een tegenstander gaat. In Het sprekende testament helpt Jerom zelfs in het geheim de sprekende kat omdat hij vreest voor diens leven bij het uitvoeren van de opdrachten. Hij vecht ook niet tegen dieren en probeert ook zijn kracht te beheersen.

Enkel wanneer Jerom wordt betoverd, gehypnotiseerd, verleid of bedwelmd door één of ander middel loopt hij over naar de verkeerde kant en verraadt zijn vrienden. Dit gebeurt onder meer in De knokkersburcht, waar het Jeroms eigen spiegelbeeld is dat vervolgens "invalt" voor de goede zaak. In De circusbaron wordt Jerom door zijn ontvoerders onder volledige hypnose gebracht en gebruikt als instrument. In andere verhalen blijkt aan het einde van het verhaal soms dat Jerom bij volle verstand om een bepaalde reden overliep naar de andere kant, die dan pas duidelijk wordt.

Jeroms kracht leidt er soms toe dat zijn vrienden zijn intelligentie onderschatten. Vooral Lambik behandelt hem soms als een kind of simpele geest. Niettemin is Jerom soms niet vertrouwd met bepaalde zaken en moeten de anderen hem hierover uitleg geven. Ook wordt Jerom geregeld ingeschakeld om lastige of moeilijke karweitjes te doen. Sidonia laat hem al eens de afwas doen. Ondanks alle moderne aanpassingen voelt Jerom zich niet altijd helemaal thuis in de moderne maatschappij.

Qua gemoed gedraagt Jerom zich meestal kalm en nuchter. Wanneer de rest om hem heen in paniek is, agressief doet of andere hevige emoties vertoont blijft Jerom bijna altijd beheerst en meester van de situatie.

Qua spreekstijl is Jerom niet geëvolueerd. Hij praat nog altijd in telegramstijl en kort Lambiks naam steevast af tot Bik.

Kracht[bewerken]

Jerom is bovennatuurlijk sterk. Hij kan grote groepen tegenstanders en monsters verslaan en gebouwen (met één vinger) verplaatsen. Zijn ogen kunnen lichtgeven en door massieve voorwerpen heen kijken. Als hij aangesloten wordt op elektrische apparaten geeft hij hieraan energie (zoals in De knokkersburcht). Hij is in staat zeeën over te zwemmen, meren leeg te drinken, over gebouwen en zelfs tot in de wolken te springen en kan zich via een tunnel door de grond boren. In De speelgoedzaaier blijkt zijn borst bestand tegen kogels die er gewoon op afketsen. In latere albums laat hij zich desondanks geregeld in bedwang houden door iemand met een revolver. Hij is ook berucht vanwege zijn "T-slag" (Wattman). Hij deelt dan een mep uit aan iemand en deze tegenstander beseft dan pas enkele seconden later dat hij knock-out is geslagen, voor hij in zwijm valt. Deze laatste slag werd overigens ook al eerder door Lambik gebruikt.

Zijn inspanningen lijken hem zelden te vermoeien. In De wilde weldoener onthult hij dat hij zijn ogen altijd gesloten houdt "omdat zijn oogleden te zwaar zijn". Opvallend is dat hij soms zijn krachten zelfs tracht te sparen door bijvoorbeeld met slechts één vuist objecten tot diep in de grond te slaan of te vernielen. Soms probeert hij zelfs te vechten zonder iemand effectief te slaan. Hij schakelt ze dan uit door even te blazen of met de wind van zijn armbeweging hen weg te waaien.

Soms gedraagt Jerom zich bijzonder gewelddadig en vecht dan doelbewust in een stofwolk, vraagt de rest en de lezers even hun ogen te sluiten of laat de tekenaars een prentje boven het geweld plaatsen zodat de gruwel onzichtbaar blijft.

Jerom vertoont ook een grote eet- en dranklust. In De knokkersburcht eet hij een wekker op en in De ijzeren schelvis drinkt hij een hele emmer bier. In De flierende fluiter drinkt hij een hele bergrivier. Als hij niet gegeten heeft voelt hij zich weleens wat zwakker dan anders, zoals in Het mini-mierennest. Om die reden eet hij eerst overvloedig in Het Bretoense broertje eer hij een Radartoren verplaatst.

Hij is een enkele keer wel verslagen, door de 'Hulkbik' in De Sterrensteen, maar dit was omdat Lambik gemuteerd was door een meteoriet.

Jerom als "deus ex machina"[bewerken]

Hij is letterlijk onverslaanbaar, waardoor het voor de striptekenaars en scenaristen op den duur moeilijk werd om de plots nog echt spannend te houden. Sommige lezers vonden dan ook dat de introductie van Jerom als deus ex machina, die elke vijand en ieder probleem oplost, het verloop van de verhalen nogal voorspelbaar maakte. Om die reden wordt Jerom in sommige albums, met name in de verhalen na zijn introductie die nog van Vandersteen zelf zijn, vaak geen grote rol toebedeeld. Zo gaat hij bijvoorbeeld aan het begin van het verhaal op vakantie of moet werken. Als hij toch beschikbaar is, wordt hij geregeld en tijdelijk uitgeschakeld door vergif, hypnose, toverkracht of -drankje of een slaapmiddel. Zijn vrienden moet dan de problemen alleen oplossen.

Relaties met de andere personages[bewerken]

Vaak zijn Jerom en Lambik hevige concurrenten (bijvoorbeeld in de liefde, zoals in Tedere Tronica (1968), of in hun beroep, zoals in De zwarte zwaan (1958)). Maar als ze elkaar vinden in een gemeenschappelijke afkeer over een maatschappelijke onrechtvaardigheid vormen ze een hecht duo, bijvoorbeeld dierenleed in De straatridder (1956), verkilling in De vlijtige vlinder (1977) en dictatuur in De Krimson-crisis (1988).

Met de overige personages schiet Jerom meestal goed op. Hij heeft een speciale band met Wiske omdat ze de eerste was die zijn zachte kant ontdekte.

Jerom vervult af en toe een hoofdrol, zoals in De toffe tamboer (1981) en Jeromba de Griek (1965). In De circusbaron (1954) is zijn ontvoering de aanzet tot het hele verhaal.

Liefdesaffaires[bewerken]

In sommige verhalen worden vrouwen verliefd op Jerom en/of andersom:

Jerom de Gouden Stuntman & De wonderbare reizen van Jerom[bewerken]

In 1962 kreeg Jerom zijn eigen stripreeks als spin-off van Suske en Wiske. Professor Barabas en tante Sidonia spelen mee in deze avonturen, net als Krimson. De andere karakters uit de Suske en Wiske-hoofdreeks zijn in de jerom-strips echter niet aanwezig. Jerom, professor Barabas en tante Sidonia zijn hier lid van Morotari (Moderne Ronde Tafel Ridders). Ook spelen de president van Morotari, Arthur, en zijn zoontje Odilon een rol.

Jerom is hier een soort van superheld in een gouden outfit en rijdend op een motor die ook vliegen kan. In deze outfit dook Jerom ook in enkele Suske en Wiske-albums op, zoals De Galapagosgassen, Het kregelige ketje en De groffe grapjas.

Na deze reeks kwam een stripreeks met een meer sprookjesachtig karakter. In De wonderbare reizen van Jerom komen tante Sidonia en professor Barabas niet meer voor. Jerom reist nu samen met Dolly met de tijmtrotter (een vliegende machine waarmee ook door de tijd gereisd kan worden). Ze hebben veel contact met Astrotol die op een asteroïde woont.

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van albums van Jerom voor een volledige lijst van verhalen van Jerom

Uitspraken[bewerken]

  • "Roest."
  • "Metten mee maken. Hele korte."
  • "Ben sterkste man van westelijk halfrond, andere helft ook."
  • "Genoegen aan kant Jerommeke. Nog nooit haak geschud."

Vertalingen[bewerken]

In de oudere Nederlandse uitgaven van Suske en Wiske, werd de naam Jerom vervangen door de naam Jeroen.

Enkele Suske en Wiske-albums zijn ook verschenen in andere landen en in deze vertalingen heeft Jerom soms een andere naam:

  • Wilbur, Engelse vertaling in bijvoorbeeld The Poisoned Rain (De ruige regen).
  • Jethro, Engelse vertaling.
  • Wastl, Duitse vertaling.
  • Jérôme, Franse vertaling in bijvoorbeeld Les Piquedunes Pickepockets (De dappere duinduikers en Du rififi à Cnossos (Knokken in Knossos).
  • Vambi, IJslandse vertaling bijvoorbeeld F'akurinn Fjúgandi (Het ros Bazhaar).
  • Ĵerom, vertaling in Esperanto.
  • Ferom, Zweedse vertaling
  • Jeremias, vertaling in Fins.

In de volgende talen heet Jerom gewoon Jerom:

  • Fries
  • Engels (ook Wilbur en Jethro)

Verfilmingen[bewerken]

In Sterrenrood (2015) komt Jerom niet voor, maar zijn evenbeeld werkt als stoker in een schip van de Red Star Line. Deze Jerom is net zo sterk en heeft ook warme gevoelens voor het lappenpopje dat Wiske van Stiefrijke heeft gekregen van Madeleine Scapin de Boule.

Merchandise[bewerken]

  • Tijdens de jaren 60 werd een spel rond Jerom uitgebracht: "Op-Jerommeke", een soort stok met Jeroms hoofd erop waarbij een ring aan een koord over zijn neus moest gegooid worden. In het album De zingende zwammen wordt er voor dit spel reclame gemaakt.

Toespelingen in andere stripreeksen[bewerken]

  • In de stripreeks Nero verslaat Nero in het album De Wallabieten (1968) enkele Arabieren en zegt: "Daar kunnen Popeye, Jerom en Jan Spier nog een puntje aan zuigen."
  • In de stripreeks De Kiekeboes verslaat Marcel Kiekeboe in het album Album 26 (1984) een groep slechteriken met de woorden: "Of dacht je dat alleen Jerom zoiets kon?"
  • Jerom dook in het 3de deel van de stripreeks Van Nul tot Nu op, op blz. 7, als soldaat tijdens de Belgische onafhankelijkheidsstrijd.
  • Hij bevindt zich in een pot formol in het Urbanus- en Kiekeboealbum Kiekebanus, waar zijn ogen uitzonderlijk wijd opengesperd zijn.

Trivia[bewerken]

  • Jerom wordt liefkozend ook wel (Je)Rommeke genoemd.
  • Jerom is niet het enige personage in Vandersteens strips dat in telegramstijl praat. Ook Krab uit De familie Snoek, die overigens net als Jerom zijn ogen nooit opent, spreekt op deze manier.
  • In De blikken blutser (2006) speelt Jerom de zwarte ridder Jeroen. In de oude Nederlandse versies van de Suske en Wiske-albums werd de naam van Jerom ook door Jeroen vervangen.