Jeruzalem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Jeruzalem (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jeruzalem.
Jeruzalem
ירושלים
القـُدْس
Stad in Israël Vlag van Israël
Vlag van Jeruzalem Wapen van Jeruzalem
Jeruzalem
Jeruzalem
Situering
District (mechoz) Jeruzalem
Coördinaten 31° 46′ NB, 35° 13′ OL
Algemeen
Oppervlakte 125.156 km²
Inwoners 890.428 (2013) (6001 inw/km²)
Burgemeester Nir Barkat
Website jerusalem.muni.il
Portaal  Portaalicoon   Israël
Gezicht op de oude en nieuwe stad van Jeruzalem vanaf de Olijfberg in 2008
Jeruzalem
القـُدْس
ירושלים
Stad[bron?] in Palestina Vlag van Palestina
Flag of Palestine.svg Wapen van Jeruzalem
Jeruzalem
Jeruzalem
Situering
Gouvernement Jeruzalem
Coördinaten 31° 46′ NB, 35° 13′ OL
Algemeen
Oppervlakte 125,2[bron?] km²
Inwoners 933.113 (2012)[bron?] (6001 inw/km²)
Burgemeester Zaki al-Ghul (titulair)[bron?]
Website jerusalem.muni.il/ar/
Portaal  Portaalicoon   Azië
Jeruzalem in de 1e eeuw na Chr., (2004)
1949-1967, Jeruzalem met de grenslijn van 1947[1]
Jeruzalem was tussen 1948 en 1967 een verdeelde stad
Jeruzalem 10 december 2011
Mishkanot Sha'ananim, opgericht in 1860, nu een kunstenaarswijk dicht bij de Oude Stad, 2006
De Armeense wijk in de Oude Stad, 2009
Het graf in de Hof, 2008
Het Orient House van de PLO in Jeruzalem, 1879, update 2006
Historische foto van de intocht van Allenby in Jeruzalem in 1917
De Al-Aqsamoskee rond 1900
Al-Aqsamoskee gezien vanaf het plein voor de Westmuur, 1991
Al-Aqsamoskee, 2010
Rotskoepel op de Tempelberg, 2013
Hooggerechtshof van Israël, 2006
Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken, 2006
Nationaal hoofdkantoor van de Israëlische politie, 2009
Woning van de zittende premier, 2009

Jeruzalem (Hebreeuws: ירושלים Jeroesjalajim, Arabisch: القدس al-Qoeds), Aramees: יְרוּשְׁלֶם) is een van de twintig oudste (bewoonde) steden ter wereld[2] en gelegen tussen de Middellandse Zee en het noordelijke deel van de Dode Zee. Binnen de muren van de Oude Stad liggen een joodse, een christelijke, een islamitische en een Armeense wijk. Hier bevinden zich ook de meeste locaties die een bijzondere betekenis hebben binnen het jodendom, het christendom en de islam. Jeruzalem valt de facto onder het gezag van Israël en wordt door Israël beschouwd als zijn hoofdstad, maar in 2002 is de stad door de Palestijnse Wetgevende Raad ook aangewezen als de hoofdstad van Palestina.[3]

De oude Kanaänitische stad is een bakermat van het jodendom en het christendom, en de stad en/of bepaalde plaatsen daarin worden door volgelingen van deze religies en door de islam als heilig beschouwd. De stad ligt in een van de meest omstreden gebieden ter wereld, Palestina. Ondanks de aanslagen die er vrij regelmatig plaatsvinden trekt de uit natuursteen opgetrokken stad jaarlijks honderdduizenden pelgrims en andere toeristen aan.

De stad telt 933.113 inwoners (2012). In 2007 waren dit er 747.621, waarvan 299.708 in West-Jeruzalem en 443.802 in Oost-Jeruzalem.[4] Sinds het begin van de 19e eeuw zijn Joden de grootste bevolkingsgroep van Jeruzalem en sinds midden 19e eeuw de meerderheid[bron?]. In 1918 werd The Government Arab College opgericht en in 1925 de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

Oost-Jeruzalem, door de Palestijnen gezien als hoofdstad van de staat Palestina, vormt een heet hangijzer binnen de internationale politiek en het Israëlisch-Palestijns conflict. Het werd in 1967 door Israël op Jordanië veroverd en bezet. In 1980 werden Oost-Jeruzalem en de omliggende Palestijnse dorpen[5] door middel van de Jeruzalemwet door Israël geannexeerd binnen de Israëlische gemeente Jeruzalem, een besluit dat niet erkend wordt door de internationale gemeenschap; de Veiligheidsraad heeft deze wet in Resolutie 478 "nietig" verklaard. Met Oost-Jeruzalem inbegrepen is Jeruzalem de grootste stad van Israël; zonder Oost-Jeruzalem is het de tweede stad na Tel Aviv (405.000 inwoners).

Sinds 1950 wordt Jeruzalem door Israël beschouwd als zijn hoofdstad en heeft er het presidentsgebouw, het parlement[6], het oppergerechtshof en de meeste ministeries gevestigd. De meeste ambassades zijn echter gevestigd in Tel Aviv. De Palestijnse Autoriteit beschouwt Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat. Het Orient House van de PLO (1879) met diplomatieke, economische en sociaal-culturele functies werd gezien als zetel van de toekomstige Palestijnse regering. In 2001 werd dit door Israël gesloten. De status als hoofdstad is betwist en wordt internationaal niet erkend[7].De Verenigde Naties houden vast aan het 'corpus separatum' uit het Verdelingsplan[8](zie Geschiedenis), en hebben een en ander in 1980 nog eens bevestigd (Resoluties 476 en 478 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties). In de Oslo-akkoorden die in 1993 tussen de PLO en Israël gesloten waren, werd de status van Jeruzalem nog even buiten beschouwing gelaten, en zou er vijf jaar na dato een besluit worden genomen over de definitieve status.

Etymologie[bewerken]

Over de etymologie en de oorsprong van Jeruzalem bestaat onzekerheid. Een veelgenoemde theorie stelt dat de naam een combinatie is van twee steden uit de tijd van de Hebreeuwse Bijbel, die wellicht beide voor Jeruzalem staan: Jebus (יבוס; genoemd naar Jebus, de vader van de Jebusieten) en Salem (שלם; een Kanaänitische god). Mogelijk kan de naam ook vertaald worden als 'Basis van Salem'. Hebreeuws-Bijbelse bijnamen van de stad zijn de 'Stad van David' en 'Zion', dat eigenlijk de naam is van een heuvel vlak buiten de muren van de oude stad.

De stad Jeruzalem wordt reeds genoemd in bronnen van het begin van het 2e millennium v.Chr.: in Egyptische vervloekingsteksten (19e en 18e eeuw v.Chr.) worden de namen Wrwshlm en Wrwshmn aangetroffen. Later komt in de zogenaamde brieven (eigenlijk kleitabletten) van Tel el Amarna, gedateerd eerste helft 14e eeuw v.Chr., de naam Urusalim(u) voor. Abdu-cheba, de Egyptische vazalvorst van deze stad, vraagt de farao om militaire bijstand om de aanvallen van de Apiru (misschien de Hebreeën) te kunnen afslaan.

Het eerste deel van de naam Jeruzalem, 'Jeru-', kan ‘stad’, ‘woning’ of ‘bron’ betekenen. Volgens sommige Semitische taalkundigen kan Jeru- ‘woning’ (< jarah) betekenen. De herkomst kan echter ook niet-Semitisch zijn: ur(u)- zou van een woord voor ‘bron, waterstroom, rivier’ kunnen komen: ‘de bron van Salem’ (vergelijk de rivieren Jor-daan, Jar-muk, Jabbok (< *Jar-bok?), Jar-kon, de oasestad Jer-icho; bij Jeruzalem was de bron Gihon). Het Griekse hiëro- (in Hiërosolyma) is dus zo gek nog niet, want de betekenis van hiëros in hiëros Pergamos is ‘door een god bewoond of beschermd’.

Het tweede deel van de naam, '-zalem', is waarschijnlijk terug te leiden tot de Hebreeuwse Bijbel waar de ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek, de koning van Salem, wordt beschreven (Genesis 14:18). Ook wordt Salem wel geassocieerd met Beith Shean (Scythopolis). De Assyriërs hielden lijsten met godennamen bij om zich te kunnen oriënteren in de veelheid van goden in het rijk. Volgens zo’n lijst zou in Jeruzalem Sjalmanitu de "Isjtar van Jeruzalem" genoemd worden. Sjalmanitu was de echtgenote van de oorlogsgod Sjalman. Het is dus mogelijk dat Jeruzalem oorspronkelijk betekent ‘de stad van de god Salem’. De volksetymologie heeft van Jeruzalem later ‘de stad van de vrede’ gemaakt (‘ir = stad, sjalom = vrede).

Homerus vermeldt dat de mythische held Bellerophon oorlog voerde tegen de Solymi, een volk in het gebied van de Hethieten (Ilias Z, 184 en 204). Het volk wordt gesitueerd in de buurt van Lycië, waar men kennis had van het schrift. Ook Herodotus (Hist. I, 173) en Tacitus (Hist. V, 2) vermelden de Solymi, en de laatste legt nadrukkelijk een verband: "Anderen noemen een roemrijke oorsprong van de Joden, (namelijk)[bron?] de in de gedichten van Homerus bezongen Solymi. De stad Jeruzalem (Hiërosolyma) zou zijn naam daaraan hebben ontleend." In de archieven van Tel el Amarna een stadhouder van Jeruzalem voor met de naam Abdu-cheba (‘dienaar van Cheba’). De zonnegodin Cheba werd vereerd door de Hurrieten, die nauw aan de Hethieten gelieerd waren. Dit strookt met een uitspraak van Ezechiël (bijbel) over Jeruzalem: ‘Je vader was een Amoriet, je moeder een Hethiet’ (Ezech. 16:2-3, 45). Het is dus niet helemaal uit te sluiten dat de Solymi – misschien ‘de mannen van Sjalman’ – een historische band met Jeruzalem hebben gehad.

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

Pritchard en ook Habachi melden dat er geen Egyptische bronnen van Israëlitische slavernij en van een exodus bestaan, zoals in de Hebreeuwse bijbel staat geschreven. De Hellenistische Egyptenaar Manetho schreef 1000 jaar na de Exodus dat de Hebreeën niet ontsnapt zijn maar "eruit gegooid als leprozen en pestlijders, en vervolgd tot in Palestina, waar ze Jeruzalem stichtten en voorouders van de Joden werden".[9] Het Bijbelse verhaal van het verschijnen van een volk Israël in Palestina is een weergave van het zogenaamde Conquest Model. Tegenwoordig geldt deze visie als achterhaald. Er zijn nauwelijks nog historici die dit 'veroveringsmodel' verdedigen. Het is onmogelijk gebleken deze theorie in overeenstemming te brengen met de aan de archeologie ontleende gegevens.[10] Het wordt waarschijnlijker geacht dat de Israëlieten afstammen van de Kanaänieten. In de tijd waarin de Bijbel de verovering van Kanaän situeert, zouden deze Israëlieten de heuvels zijn gaan bevolken terwijl de Kanaänieten (later Feniciërs genoemd) achterbleven in de kustvlakte.

Beginperiode, op grond van de Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

In 1025 v.Chr. versloeg koning Saul de Filistijnen, die daarmee uit de heuvels van Juda verdwenen en Saul meer ruimte gaven. De stammen schaarden zich dankbaar rond hem, behalve Samuel. Later trok deze in het openbaar Sauls koningschap in. Saul nam Gibea, 5 km ten noorden van Jeruzalem in.[11] In 1004 v.Chr. zou koning David, na 7,5 jaar vanuit Hebron geregeerd te hebben, Jeruzalem op de Jebusieten hebben veroverd. Hij liet de Ark (die door Saul compleet was genegeerd wegens de smaad van het verlies) er naartoe halen. Hij zou de stad, vlak op de grens der twee staten, tot hoofdstad van het koninkrijk Israël gemaakt hebben. Op deze wijze kon hij zijn paleis en machtsbasis op neutraal terrein bouwen. Sommigen vermoeden nog andere beweegredenen.[12] David wilde te Jeruzalem een tempel bouwen, maar de profeten keerden zich daartegen namens God; in 970 begon zijn zoon Salomo, met steun van de profeten, met de bouw van de tempel. Salomo staat bekend als een wijze koning. Toch wordt hem verweten de afgodendienst te hebben getolereerd. Toen na Salomo's overlijden in 922 v.Chr. het koninkrijk in twee delen uiteen viel, werd Jeruzalem de hoofdstad van alleen het koninkrijk Juda.

Beginperiode, wetenschappelijk gezien[bewerken]

Er zijn weinig wetenschappelijke bewijzen voor het bestaan van een monarchie van Saul, David en Salomo. Het monotheïsme zou pas veel later tot bloei zijn gekomen, in de 7e eeuw v.Chr. onder koning Josia. Tot het einde van de 10e eeuw v.Chr. woonde verreweg het grootste deel van de bevolking van Palestina in het laagland, in de smalle kustvlakte en de vruchtbare vallei van Jizreël. Vanaf het einde van die eeuw begon ook de bevolking in de heuvels van Samaria toe te nemen. Dit droeg in belangrijke mate bij aan de opkomst van een regionale staat.[13] In de heuvels van Samaria vormde zich een nieuwe politieke macht. Volgens Assyrische bronnen heerste hier in de 9e eeuw het geslacht Bit Humri. In deze wordt het Koninkrijk Israël een sterke macht onder koning Omri. Enkele generaties later ontstond een vergelijkbaar staatje rond Jeruzalem. De in Jeruzalem heersende dynastie wordt onder andere in een inscriptie Bet Dawîd, het Huis van David, genoemd. Omri stabiliseerde ook zijn politieke grenzen en herstelde de betrekkingen met het politieke Jeruzalem door het uithuwelijken van zijn kleindochter Atalia aan de koning van Juda in het zuiden. Omri slaagde erin een dynastie te vestigen, die dan ook die van de Omriden wordt genoemd. Zijn nakomelingen heersten niet alleen voor de volgende veertig jaar over Israël, maar ook kort nog over Juda.

In 925 v.Chr. plunderde farao Sjosjenq Jeruzalem. Sjosjenqs zegetocht staat op de tempel in Karnak afgebeeld. In de 9e eeuw was Juda een armere staat vergeleken met zijn buren, waaronder Israël onder de Omriden. In 849 v.Chr. voerde Atalia, gemalin van koning Joram en dochter van Isebel, als vereerster van Baäl deze cultus in Jeruzalem in. Zij usurpeerde de troon na de dood van haar zoon Ahazia en vermoordde alle leden van het koninklijk huis, op een babyprinsje, Joas, na, dat door de priesters van de tempel van JHWH tot zijn zevende jaar verborgen werd gehouden en toen koning werd gemaakt. Bij deze contrarevolutie vond Atalia de dood. Er zijn negen Fenicische graven onderaan in de necropool gevonden, onafgewerkt.[14] Daterend uit de 8e eeuw v.Chr. zijn ook in de nederzetting op de westelijke rug muren en vloeren bezaaid met ijzertijd-aardewerk gevonden (door prof. Avigad) samen met figurines die geduid kunnen worden als vruchtbaarheidssymbolen, vooral in de vorm van zuil-achtige vruchtbaarheidsgodinnen die hun borsten aanbieden.[15]

Onder Assyrisch bewind[bewerken]

In 734 v.Chr. weigerde Juda een coalitie met Pekach. Daarop werd Jeruzalem door Pekach belegerd. Koning Achaz van Juda riep toen Assyrische hulp in en zond een boodschapper met een enorme gift zilver en goud uit de tempel. Juda mocht autonoom blijven tegen betaling van schatting. In 722 v.Chr. viel het koninkrijk Israël in handen van het Nieuw-Assyrische Rijk en vluchtten veel inwoners naar Juda. Volgens dr. Magen Broshi was er rond 720 v.Chr. inderdaad een bevolkingstoename richting Jeruzalem vanuit Israël, die leidde tot verdrievoudiging van het inwoneraantal.[16]

In 715 v.Chr. verbrijzelde Hizkia de gewijde stenen, hieuw de gewijde palen om en sloeg de bronzen slang stuk die in de tempel bewaard was sinds de Hebreeën in Kanaän waren gekomen. Hij had eerder reeds alle plaatselijke heiligdommen van de moedergodincultus verboden, om de eredienst te centraliseren in Jeruzalem.[17] Hizkia steunde het Babylonische plan van Merodach-Baladan tegen Sanherib en sloot zich aan bij de door Egypte gesteunde coalitie.[18]

In 701 v.Chr. valt Sanherib Juda binnen. De wandpanelen van Hizkia's paleis -die zich nu in het British Museum bevinden- getuigen van de zelfs voor die tijd opvallende wreedheid waarmee deze inval gepaard ging. Een vertaling van Sanheribs annalen naar Ancient Near Eastern Texts luidt: "Wat Hizkia de Jood aangaat, hij onderwierp zich niet aan mij, ik belegerde 46 van zijn versterkte steden, ommuurde vestingen en talloze dorpen en overmeesterde ze door aangestampte taluds en stormrammen, voetvolkaanvallen, mijnen, stootblokken, alsook sappeurswerk... Hemzelf maakte ik gevangen in Jeruzalem, zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi".[19] Juist buiten de Sionpoort zijn overal resten van Israëlische huizen die op vaste grond gebouwd waren, aldus dr. Magen Broshi: 'Er was blijkbaar in korte tijd een bevolkingstoeloop na de Assyrische inval in Juda'. Het Assyrische leger is vervolgens overhaast afgedropen. De Bijbel ziet hier de hand van God in. Ook Herodotus[20] beschrijft de plotselinge terugtrekking; volgens hem veroorzaakt door muizen.

Gemengde cultuur[bewerken]

Toen het Assyrische rijk onder de Babylonische druk in elkaar stortte, hadden de inwoners van Juda even rust. Koning Josia voerde een religieuze hervorming door. In 630 v.Chr. haalde de Levitische priester Hilkia, in dienst van de koning, het gerei dat voor Asherah en Baäl was gemaakt weg uit de tempel in Jeruzalem.[21] Veertig jaar later sprak de profeet Ezechiël afkeurend over vrouwen die in de tempel durfden profeteren 'naar eigen inzicht'.[22] Het boek Ezechiël heeft het verder over vrouwen die in dezelfde tempel in Jeruzalem, waar ook JHWH vereerd werd, ritueel om Tammuz weeklaagden, aldus de rouwpraktijken overnemend van de Babylonische mythen van Ishtar. De naam Baäl wordt aangewend voor de echtgenoot van de Godin, in plaats van Tammuz, hoewel deze naam in Jeruzalem toen nog in gebruik was.[23] Jeremia meldt dat opstandige vrouwen openlijk verkondigden dat zij van plan waren de 'Koningin van de Hemel' te blijven vereren. De mannen wilden hun vrouwen daarin blijkbaar verder volgen.[24]

Onder Babylonisch bewind[bewerken]

In 597 v.Chr. kwam Zedekia, plaatsvervangend koning, openlijk in opstand tegen Babylon. Nebukadnezar II voerde daarop een aanval op Juda uit, met wegvoering van Jojachin[25] die 47 jaar duurde.[26] Een Babylonisch verslag in spijkerschrift maakt melding van deze eerste strafexpeditie tegen Jeruzalem op 16 maart van dat jaar.

Omdat een harde kern in Jeruzalem nog steeds weigerde de Babylonische suprematie te erkennen, voerde in 587 v.Chr. Nebukadnezar een tweede beleg over Jeruzalem. Zedekia ontsnapte, maar werd bij Jericho gevangengenomen. Zijn zonen werden terechtgesteld en hijzelf blind gemaakt en meegevoerd. Kort daarop viel de stad in handen van de Babyloniërs en werd platgebrand. De muren werden geslecht en de tempel verwoest. Een deel van de Joodse bevolking vertrok in ballingschap naar Babylon. Wat van de tempel overbleef werd met de grond gelijk gemaakt. James Pritchard noemt dit gebeuren een allerbelangrijkste gebeurtenis voor Israël, vanwege de indruk die de wegvoering van de Joodse intelligentsia naliet op het jodendom. Het boek 'Koningen' werd enige tijd na de verwoesting geschreven.[27] Pritchard wijst erop dat trouwens de hele Bijbel samengesteld werd in Jeruzalem, een cultuurcentrum. Samaria had een concurrerende cultus.

Onder Perzisch bewind[bewerken]

Toen de Perzen Babylon innamen, vaardigde Cyrus in 538 v.Chr. een decreet uit dat voorzag in herstel van de Joodse gemeenschap en cultus in Jeruzalem. Een kleine groep pioniers keerde terug, zij het met tegenkanting van de toenmalige plaatselijke bevolking van Jeruzalem, en zij kregen toestemming de tempel te herbouwen echter wel onder Perzische heerschappij. Zij bouwden een eenvoudige nieuwe tempel in Jeruzalem, die nu hoofdstad van een kleine Perzische provincie van 50.000 zielen werd. Een eeuw lang na Cyrus' dood reisden afstammelingen van de Joodse ballingen terug naar Jeruzalem.

Vanaf 515 v.Chr. ontstond er vijandschap tussen de terugkerende Joden en hun noorderburen in Samaria. De Samaritanen besloten hun eigen tempel te bouwen op de Gerizin bij Sichem. Ezra had immers hun aanbod om de tempel te herbouwen afgewezen, omdat zij 'etnisch en theologisch niet zuiver genoeg zouden zijn'.[28]

Onder de Perzen werden de joden betrekkelijk ongemoeid gelaten en konden ze hun godsdienst vrijelijk beoefenen. Maar de stad bleef belegerd en de muur mocht niet herbouwd worden.

In 445 v.Chr. werd Nehemia, Joods ambtenaar van hoge rang aan het hof van Artaxerxes I, stadhouder voor Juda in Jeruzalem. Hij bewoog de koning om de wederopbouw van de muur toe te staan. Hij voerde dit heel snel uit in 25 dagen, wegens morrende buren rondom. Zo'n 10.000 afstammelingen van ballingen kwamen zich toen vanuit Babylon in en om Jeruzalem vestigen.

Onder Hellenistisch bewind[bewerken]

Omstreeks 330 v.Chr. werd het Perzische Rijk veroverd door de Macedonisch-Griekse koning Alexander III de Grote. Hiermee begon de periode van het Hellenisme voor Jeruzalem.

In 312 v.Chr. nam de Egyptisch-Griekse koning Ptolemaeüs I Jeruzalem in. Onder de Ptolemaeën genoten de joden eveneens godsdienstige vrijheid. (De tenach werd zelfs in het Grieks vertaald in opdracht van de Ptolemese koningen. Dit was voor zover bekend de eerste vertaling van de Hebreeuwse geschriften in een andere taal; zij staat bekend als de Septuagint). De stad werd later echter (198 v.Chr.) veroverd door de Grieks-Syrische Seleuciden die het hellenisme met geweld wilden opdringen aan hun onderdanen. In 168 v.Chr. poogde de Seleucidische koning Antiochos Epiphanes (de Joden noemden hem al gauw Antiochos Epimanes wat Antiochos de gek betekent) de joodse godsdienst uit te roeien en werd de joodse tempel ontheiligd door er een varken te offeren aan Zeus.

Zo wilde hij de tempel wijden aan de Griekse godsdienst. De Joden vonden dit een ernstige belediging voor hun geloof en er brak een grote volksopstand uit. Na vele wreedheden over en weer wisten de opstandelingen, bekend als de Makkabeeën, in 164 v.Chr. de stad te heroveren en de tempel weer in gebruik te nemen voor de beoefening van de Jahweïstische godsdienst. De Makkabeeën stichtten het joodse koningshuis van de Hasmoneeën. In 161 v.Chr. sloten ze een bondgenootschap met de Romeinen die hun invloed in het hellenistische oosten aan het uitbreiden waren. In 143 v.Chr. wisten de Hasmoneeën onafhankelijkheid voor Juda te verkrijgen en werd Jeruzalem weer een tijd de hoofdstad van een onafhankelijke Joodse staat.

Onder Romeins bewind[bewerken]

In 63 v.Chr. ving de Romeinse tijd aan met de verovering van de stad door Pompeius. Judea werd een vazalstaat van Rome waar de Hasmoneese macht geleidelijk overging in die van de Herodianen. Herodes de Grote versterkte en verfraaide Jeruzalem met verschillende vestingwerken en andere bouwwerken, zoals de burcht Antonia, de torens Phasaël, Mariamne en Hippicus, een theater en het Paleis van Herodes. Het meest prestigieus was echter zijn verfraaiing van de tempel. Het was tegen het einde van de regering van Herodes de Grote dat Jezus van Nazareth werd geboren.

In het jaar 66 na Chr. begon de Joodse Opstand. Deze werd onderdrukt door Vespasianus en Titus in het jaar 70. Hierbij verwoestten de Romeinen de stad en de (tweede) tempel werd in brand gestoken. Het enige overblijfsel van de tempel was een deel van de Westelijke muur, die nu bekend staat als de Klaagmuur. Op de ruïnes van de stad werd een Romeins legerkamp opgericht.

Keizer Hadrianus bezocht in het jaar 130 de stad en besloot er een Romeinse kolonie te vestigen. In het jaar 135 werd Jeruzalem door de Joden, onder leiding van Bar Kochba, veroverd. Deze maakten Jeruzalem opnieuw tot hun hoofdstad en richtten er een voorlopige tempel op. De reactie van Hadrianus bleef niet uit, hij heroverde de stad en gaf haar een andere naam Aelia Capitolina. Op de Tempelberg werd een Romeinse tempel gebouwd (ter verering van Jupiter). De Joden werd de toegang tot de stad ontzegd. Pas in het jaar 438 werd dit toegangsverbod opgeheven.

Onder christelijk bewind[bewerken]

In 326 bezocht Helena, moeder van keizer Constantijn de Grote, de stad en kreeg deze opnieuw de naam Jeruzalem. In 335 beval Constantijn de bouw van de Heilige Grafkerk.

Op het Concilie van Chalcedon (451) werd het patriarchaat Jeruzalem opgericht. De patriarch, de bisschop van Jeruzalem, kreeg jurisdictie over de drie toenmalige provincies van Palestina.

Middeleeuwen[bewerken]

In 614 werd de stad, met hulp van de Joden, veroverd door de Perzen onder leiding van Khusro II. In 629 konden de Byzantijnen onder Herakleios de stad terugveroveren.

In 637 gaf patriarch Sophronius de stad, na de Slag bij de Jarmuk, over aan de Arabieren onder leiding van kalief Omar. In het Arabisch werd de stad bekend als Al-Qoeds (de heilige (stad)) en ook wel als Oeroesjalim, wat wel wordt uitgelegd als stad van sjalim. Het is voor de moslims een heilige stad, onder meer omdat de profeet Mohammed er op Buraq vanuit Mekka naartoe is gereisd en vanaf de Tempelberg naar de hemelen is opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel (gebouwd 691-692) herinnert hieraan. De kalief liet Joden, die verbannen waren onder de Byzantijnen, terugkeren. Onder druk van patriarch Sophronius werd het aantal beperkt tot 70 families. In het jaar 660 werd begonnen met de bouw van de Al-Aqsamoskee.

De joodse en christelijke gemeenschappen genoten in de islamitische wereld een hoge mate van zelfstandigheid. Tijdens het kalifaat van de Abbasiden had iedere groep een officiële vertegenwoordiger aan het hof van de kalief. Later holde het gezag van de kalief uit en boette ook het prestige van deze hoogwaardigheidsbekleders in. Iedere religieuze groep behield zijn eigen rechters die problemen binnen de gemeenschap zelf oploste.[29]

In 1071 veroverden de Turkse (soennitische) Seltsjoeken de stad op de sjiitische Fatimiden. De Seltsjoeken staken synagoges en kerken in brand en de sjiieten werden vermoord of verdreven. Toen men in West-Europa vernam dat de christelijke pelgrims werden lastig gevallen, vond men dat er (militair) ingegrepen moest worden en kwamen de kruistochten op gang. Ondertussen werd de stad in 1096 opnieuw ingenomen door de Arabische Fatimiden.

In 1099 bereikte de eerste kruistocht de stad. De kruisvaarders veroverden deze en richtten er vervolgens een verschrikkelijk bloedbad aan. De islamitische en Joodse bevolking werd uitgeroeid of verkocht als slaaf aan Egypte of Europa. De kruisvaarders stichtten het Koninkrijk Jeruzalem. De eerste hoogste gezagsdrager, Godfried van Bouillon weigerde echter de titel van koning en nam de titel van Beschermer van de Heilig Grafkerk aan omdat hij geen koningskroon wilde dragen op de plaats waar Jezus een doornenkroon droeg. Zijn opvolgers namen echter wel de titel van koning aan (zie koningen van Jeruzalem). De koning nam oorspronkelijk zijn intrek in de Al-Aqsamoskee. Later werd dit gebouw de residentie van de Tempeliers.

In 1187 werden de kruisvaarders verslagen en de stad gaf zich over aan Saladin. In tegenstelling tot de kruisvaarders 88 jaar eerder richtte Saladin geen bloedbad aan.

Keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk kon in 1229, via diplomatieke weg, de stad verwerven. Het Latijnse koninkrijk Jeruzalem was opnieuw een feit tot 1244 de Ajjoebiden de stad veroverden en in 1260 de mammelukken. Vanaf die tijd zijn er vaker meldingen van geweld tegen dhimmi's, maar met het aantreden van Turkse Osmanen verbetert de toestand weer en worden bijvoorbeeld grote aantallen gevluchte joden uit Al-Andalus, vanwege de Reconquista, toegelaten.[30]

Ottomaanse Rijk[bewerken]

In 1517 werd de stad door sultan Selim I veroverd en kwam zo onder Ottomaanse heerschappij. Onder deze heerschappij beleefde Jeruzalem een korte periode van bloei onder sultan Süleyman. Tussen 1537 en 1541 werden de stadsmuren van Jeruzalem herbouwd en de rotskoepel werd verfraaid. Belangrijk voor de Joden was dat de Turken vrij tolerant waren. Veel joodse vluchtelingen, uit de Spaanse gebieden verdreven door de Inquisitie, vestigden zich in het Ottomaanse Rijk, waaronder ook Jeruzalem. In 1860 werd de eerste Joodse wijk, Mishkenot Sha'ananim, gebouwd buiten de muren van de oude stad. Synagogen werden gebouwd, zoals de Hurva-synagoge in 1864 en de Tiferet Jisrael-synagoge in 1872. De Ottomaanse heerschappij duurde tot 1917, toen de Britten de stad veroverden[bron?].

20e eeuw[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in december 1917, veroverden Britse troepen Jeruzalem op de Turken. Tot september 1922 bleef Jeruzalem en de rest van Palestina onder Brits militair bestuur. Door de Volkerenbond werd in 1922 het mandaat aan de Britten gegeven om Palestina te besturen en de lokale bevolking voor te bereiden op zelfstandigheid. In dit mandaat werd ook de Balfour-verklaring opgenomen waarin de Britse overheid steun beloofde bij het oprichten van een Joods nationaal tehuis in Palestina. Dit was tegen de wil van de autochtone Palestijnse bevolking [31][32] die hier verschillende keren tegen in opstand kwam, en wat culmineerde in de Arabisch-Palestijnse opstand die het land van 1936 tot 1939 in zijn greep hield.

In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd in november 1947 resolutie 181 aangenomen, die de opdeling van Mandaatgebied Palestina in twee afzonderlijke staten regelde. De resolutie erkende de speciale positie van Jeruzalem en de stad werd toegewezen als een speciaal corpus separatum. Hieronder zou Jeruzalem onder een speciaal bewind komen, dat door de VN bestuurd zou worden[33]. In 1949 werd zelfs een volledige resolutie van de Algemene Vergadering van de VN (resolutie 303) gewijd aan het internationale statuut van de stad.

Op 14 mei 1948 riep David Ben-Gurion echter de staat Israël uit. Tijdens de oorlog die volgde, door de Palestijnen Al- Nakba (catastrofe) genoemd, lukte het de Israëlische strijdkrachten niet om behalve West-Jeruzalem ook Oost-Jeruzalem, waaronder de oude stad, te veroveren. Een corridor tussen West-Jeruzalem en Tel Aviv werd door de verovering van de Arabische plaatsen Ramleh en Lydda door de Israëlische strijdkrachten veilig gesteld. Op verzoek van zo'n 2000 Palestijnse notabelen werd Oost-Jeruzalem met daarin de Oude Stad bezet door het Jordaanse leger, dat Palestina op verzoek van de notabelen was binnengekomen om bescherming te bieden tegen 'de zionistische dreiging'. Jordanië annexeerde Oost-Jeruzalem eenzijdig, alsmede de gehele Westelijke Jordaanoever (Jordaanse bezetting van de Westelijke Jordaanoever). Hoewel de VN er relatief weinig aandacht aan schonk, werd deze annexatie nooit internationaal erkend. Door Jordaanse troepen werden in deze periode 57 synagogen verwoest, waaronder de bekende Tiferet Yisrael Synagoge. De (Scopusberg) ten noord-oosten van Jeruzalem, werd een Joodse enclave binnen het door Jordanië bezette gebied en later door Israël binnen de grenzen van Jeruzalem gebracht. Tussen de jaren 1949 en 1967 was Jeruzalem in tweeën gedeeld door middel van een barrière (muur en hek) met aan de westzijde de Israëlische stad Jeruzalem en aan de oostzijde de Jordaanse stad al-Qoeds. In 1965 werd Teddy Kollek burgemeester van (West-)Jeruzalem.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967) veroverde Israël Oost-Jeruzalem op Jordanië en annexeerde de oude stad en een gebied eromheen. Dit gebied werd samengevoegd onder één Israëlische gemeente en de muren en hekken werden neergehaald.[34] Ook deze annexatie werd internationaal veroordeeld en niet erkend. Na een eerste Resolutie (476) vaardigde de Veiligheidsraad in 1980 Resolutie 478 Veiligheidsraad Verenigde Naties uit vanwege de Jeruzalemwet, en werden ambassades verplaatst van Jeruzalem naar Tel Aviv. (In 2003 verhuisde de Nederlandse ambassade in Israël naar Ramat Gan).

Teddy Kollek bleef burgemeester tot 1993. Onder hem groeide Jeruzalem uit tot de grootste door Israël bestuurde stad, waarin Joden en Arabieren aanvankelijk vrij rustig samenleefden. In 1987 brak de Eerste Intifada op de Westelijke Jordaanoever]] uit, die tot 1993 duurde toen de Oslo-akkoorden werden gesloten. Door de protesten, boycots en stakingen was de economie en het toerisme in Jeruzalem afgenomen. Teddy Kollek werd opgevolgd door Ehud Olmert, die zich tijdelijk terugtrok uit de landelijke politiek.

21e eeuw[bewerken]

In september 2000 breekt de tweede intifada uit. Een van de eerste rellen was in Jeruzalem, op de Tempelberg, na een bezoek van de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariël Sharon. Sindsdien werd de stad opgeschrikt door vele aanslagen, onder andere op bussen en restaurants. In een van die aanslagen, de aanslag in het pizzarestaurant Sbarro, kwam ook een Nederlandse familie om het leven. Ook in Oost-Jeruzalem wordt het leven in vele opzichten moeilijk draagzaam, bijvoorbeeld het Israëlische ministerie van binnenlandse zaken aldaar verleent nog maar zeer minimale diensten, zoals reisvergunningen en uitgifte van legitimatiebewijzen. Nadat Olmert weer in de Israëlische regering zitting nam, werd Uri Lupolianski de eerste charedisch (ultraorthodox joodse) burgemeester in de geschiedenis van Jeruzalem. Heden ten dage is het burgemeesterschap in handen van Nir Barkat.

In 2004 begon Israël aan de bouw van een barrière die enkele Arabische wijken waar vandaan terroristische aanslagen op burgers van Israël zijn gepleegd aan de noord- een oostrand van Jeruzalem afsnijdt van de rest van de huidige stad. In die wijken zijn de onroerendezaakwaarden scherp gedaald; bewoners die het zich kunnen permitteren vertrekken naar Arabische of Joodse wijken die aan de Israëlische zijde van de muur komen te liggen.

Steeds grotere aantallen seculiere joden verlaten Jeruzalem. Seculiere jongeren voelen zich in het nauw gedrongen door het gebrek aan uitgaansmogelijkheden en het gebrek aan winkels en andere gelegenheden die op sjabbat open blijven. Het percentage charedische joden in de stad stijgt continu, en inmiddels bestaat een aanzienlijke meerderheid van de joodse kinderen in de stad uit charedische joden. De verhoudingen in de stad zijn over het algemeen ongeveer gelijk verdeeld over de drie groepen. Van de circa 750.000 inwoners is een derde charedisch (ultraorthodox) joods, een derde seculier joods, en een derde Arabisch. Onder de joodse inwoners is een aanzienlijk aantal immigranten uit westerse landen zoals de Verenigde Staten, maar ook enkele honderden Nederlanders.

Door de vernieuwing van het vervoerssysteem in de stad - zowel autowegen als openbaar vervoer - hoopt de stad de verkeersopstoppingen in te dammen. Een in 2011 geopende lightrail verbindt zuidwestelijk Jeruzalem met het noordoosten. Tevens wordt er gebouwd aan nieuwe snelwegen en worden verschillende stedelijke wegen en kruisingen vernieuwd en uitgebreid, en wordt er een hogesnelheidsspoorlijn van Tel Aviv naar Jeruzalem gebouwd.

In verschillende delen van de stad zijn grootschalige nieuwbouwprojecten onder ontwikkeling, veelal gericht op de snel groeiende charedische sector.

Religieuze betekenis van Jeruzalem[bewerken]

Joden, christenen en moslims beschouwen Jeruzalem als een belangrijke stad binnen hun godsdienst:

Voor joden is Jeruzalem het voornaamste centrum van hun religie omdat de Tempel van Salomo er ooit gevestigd was. Na de verwoesting ervan (in de 6e eeuw v.Chr.) werd er na de Babylonische ballingschap rond 515 v.Chr. een tweede tempel gebouwd.

De Westelijke Muur van de voormalige Tweede Tempel, kortweg de Westmuur (ook bekend als 'Klaagmuur'), is de stenen expressie van hun religieuze traditie.

Voor christenen is Jeruzalem de stad waar Jezus de joodse feesten heeft meegevierd, de laatste jaren van zijn leven indrukwekkende dingen heeft gedaan, gezegd en meegemaakt, gekruisigd werd en uit zijn graf is herrezen. Het is de plaats waar de vroege kerk door zijn volgelingen werd gesticht. Hier werd door keizer Constantijn de Grote de Heilig Grafkerk gebouwd.

Voor moslims zijn de Rotskoepel, vanwaar de profeet Mohammed een hemelreis zou hebben gemaakt, en de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg in de oude stad de belangrijkste islamitische centra na Mekka en Medina. De Arabische naam van Jeruzalem, Al-Qoeds, betekent "Het Heiligdom".

Bevolking en religie[bewerken]

De oude stad Jeruzalem kende een mozaïek van bevolkingsgroepen. De huidige stad kan grofweg in vier, voornamelijk op religie gebaseerde, delen verdeeld worden. Het zuiden, bestaande uit vele nederzettingen, is overwegend seculier joods met daartussen een voornamelijk modern orthodoxe bevolking. Daartussenin liggen de Palestijnse wijken/dorpen met overwegend een moslim- en christenbevolking. Het noordwesten is overwegend charedisch joods In en rond de wijk Meah Shearim hebben asjkenazisch-charedisch (ultraorthodoxe) joden de hoofdvestiging van hun bewegingen. Vele daarvan zijn fel antizionistisch. Het oosten is overwegend Palestijns-Arabisch, waaronder moslims, christenen en kleinere religieuze groepen. De verder gelegen wijken in het noorden zijn per wijk afwisselend Palestijns-Arabisch en charedisch, modern orthodox en seculier joods. De meeste groepen van enige betekenis in de charedische wereld hebben minstens een of meerdere synagoges in Jeruzalem. Hier bevindt zich ook de overkoepelende organisatie van extreme charedische joden, de Edah HaChareidis. Ook het sefardisch orthodox jodendom is in Jeruzalem sterk vertegenwoordigd.

Werelderfgoed[bewerken]

De oude stad van Jeruzalem en haar stadsmuren staan sinds 1981 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De nominatie van de oude stad en haar stadsmuren werd door Jordanië voorgesteld. In 1982 werd de inschrijving als 'bedreigd' gekarakteriseerd vanwege archeologische opgravingen die door Israël uitgevoerd werden[35]. Het gebied omvat meer dan 220 historische monumenten.

Geboren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Lijst van personen uit Jeruzalem

Partnersteden[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Panorama[bewerken]

Zicht op Jeruzalem
Zicht op Jeruzalem
Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Jerusalem.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1]/jerusalem%20before%20the%20six%20day%20war%20-1949-1967-.aspx
  2. www.telegraph.co.uk
  3. The Palestinian Legislative Council, The Basic law, geratificeerd op 29 mei 2002, Ramallah
  4. (en) Table III/11 - Population of Jerusalem, By age, Religion and Geographical Spreading, 2007. Jerusalem Institute for Israel Studies
  5. Palestijns Centraal Bureau Statistieken p. 140: "Om zuiver statistische redenen werd het Gouvernement Jeruzalem in twee delen verdeeld. Het eerste deel (J1) omvat dat deel van Jeruzalem dat door Israël onder bezetting werd geannexeerd. Dit deel omvat de volgende localiteiten: Beit Hanina, Shu’fat Refugees Camp, Shu’fat, Al’Isawiya, Jeruzalem “Al-Quds”(Sheikh Jarrah, Wadi Al-Joz, Bab Al-Sahira, As Suwwana, At-Tur, Ash-Shayyah, Ras Al-Amud), Silwan, Ath–Thuri, Jabal Al–Mukabbir, As–Sawahira Al–Gharbiya, Beit Safafa, Sharafat, Sur Bahir, en Um Tuba, Kufr A’qab."
  6. Knesset naar Jeruzalem
  7. Overbrenging Knesset in weerwil van de VN
  8. kaart UN,29 november 1947
  9. Kerrigan, Michaël, Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, Time-Life books BV, Amsterdam, ISBN 9053902147, p. 59
  10. Noll, Canaan and Israel in antiquity, p. 157-158
  11. Kerrigan, Michaël, Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 119
  12. Kerrigan, Michaël, Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 131
  13. Noll, Canaan and Israel in antiquity, p. 199-200
  14. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, Westland, Schoten, ISBN 9024670209, p. 170
  15. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 168
  16. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 188
  17. Stone, Merlin, Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821, p. 194
  18. Kramer, Samuel Noah, J.A. Wilson, G. Ernest Wright en H.W.F. Saggs, 1974: Dagelijks leven in de Bijbeltijd, National Geographic Society, De Haan, ISBN 90-228-31310, p. 258
  19. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 186
  20. 2.141
  21. II Kon. 23:4-14: "Hij verwijderde de asherah, verontreinigde de hoogten… welke Salomo, de koning van Israël, gebouwd had voor Astoreth... hij verbrijzelde de gewijde stenen, hieuw de gewijde palen om en wierp die plaats vol met mensenbeenderen."
  22. Althans volgens Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, p. 229: Zelfs de veel latere richtlijnen van St.Patrick waarschuwden tegen 'pythonessen'. Pythones wordt in de meeste Engelse woordenboeken verklaard met 'profetes' of 'heks' , (zie ook Slangencultus).
  23. Althans volgens: Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, p. 121, 194-195
  24. Jeremia 44:15-19: Toen hadden wij goed ons brood en waren gelukkig en zagen geen rampspoed.
  25. 2 kon. 24:12-14
  26. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 203
  27. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 138, 140
  28. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 209
  29. In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Camilla Adang, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, p. 233
  30. In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Camilla Adang, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, p. 238
  31. Hurewitz, Doc. No. 27, Resolution of the General Syrian Congress at Damascus, 2 juli 1919, p. 62-63
  32. Rodinson, Maxime, Israel and the Arabs, second edition, Pelican Books 1982, p. 319
  33. Voorgestelde grenzen, 29 november 1947 Verenigde Naties
  34. Jeruzalem Rapport, MAPS p.9 Changing Boundaries of Jerusalem OCHA, maart 2011
  35. UNESCO'technisch rapport, UNESCO, 15 maart 2007
  36. Portal van Fes over stedenband Jeruzalem, bezocht 26 juli 2011