Jetblast-arrest
| Jetblast-arrest | ||
|---|---|---|
| Datum | 28 mei 2004 | |
| Partijen | Hartmann/Princess Juliana IA | |
| Instantie | Hoge Raad der Nederlanden | |
| Rechters | P. Neleman, D.H. Beukenhorst, Jhr. O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein | |
| Proc.-gen. | A.S. Hartkamp | |
| Soort zaak | civiel | |
| Procedure | cassatie | |
| Wetgeving | 6:162 BW | |
| Onderwerp | onrechtmatige daad, waarschuwingsplicht | |
| Vindplaats | NJ 2005/105, m.nt. C.J.H. Brunner VR 2005/120 | |
| ECLI | ECLI:NL:HR:2004:AO4224 | |




Het jetblast-arrest, ook bekend als Hartmann/Princess Juliana IA, en Hartmann/PJIA is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad, dat betrekking heeft op aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad in verband met waarschuwingsplicht.
Het oordeel is dat degene die een mogelijk gevaarlijke situatie schept, dit duidelijk moet communiceren. De waarschuwing moet ervoor zorgen dat mensen besef kunnen hebben van de mate van gevaar, zodat zij het gevaar kunnen vermijden.
Codering
[bewerken | brontekst bewerken]Juristen vinden het arrest met de volgende codes: HR 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO4224; NJ 2005/105 m. nt. C.J.H. Brunner)
Casus
[bewerken | brontekst bewerken]Princess Juliana International Airport op Sint Maarten heeft een korte startbaan. Daardoor komen vliegtuigen laag over Maho Beach en moeten ze soms veel vermogen inzetten, wat een gevaarlijke jetblast kan geven. Er staat een waarschuwingsbord:
Warning! Low flying and departing aircraft blast can cause physical injury
Vertaling: Waarschuwing! De luchtstroom van laagvliegende en vertrekkende vliegtuigen kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Toch staan er vaak toeristen en vliegtuigspotters te kijken naar het spectaculaire schouwspel. Op 6 mei 2000 is mevrouw Hartmann uit Zwitserland een van de kijkers en als een Boeing 747 de straalmotoren wijd openzet, wordt zij door de jetblast een paar meter naar achteren tegen de rotsen gegooid, met letsel en een shock tot gevolg.
Samenvatting
[bewerken | brontekst bewerken]De Hoge Raad introduceert een nieuwe maatstaf: het is (mede) doorslaggevend of te verwachten valt dat een maatregel mensen aanzet tot het vermijden van het gevaar. Het gaat niet om een feitelijk oordeel, maar een normatief oordeel. De vraag is dus of de maatregelen normaliter effectief zijn. De HR oordeelt dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd dat aan de maatstaf is voldaan. Het bord was namelijk niet erg concreet.
Rechtsvraag
[bewerken | brontekst bewerken]Is het plaatsen van deze borden voldoende om schuldaansprakelijkheid uit te sluiten?
Procesgang
[bewerken | brontekst bewerken]Hartmann stelt de luchthaven aansprakelijk, omdat die er onvoldoende in zou zijn geslaagd om een veilige omgeving te scheppen. De vordering van Hartmann is door het Antilliaanse Gerecht in Eerste Aanleg afgewezen, wat in hoger beroep door het Gemeenschappelijk Hof bekrachtigd is. Hartmann is daarom in cassatie gegaan bij de Nederlandse Hoge Raad. Het cassatieberoep is gehonoreerd en het geding is voor verdere behandeling terugverwezen naar het hof.
Hoge Raad
[bewerken | brontekst bewerken]De Hoge Raad overwoog:
3.4.1
Onderdeel 2 [van het middel] bestrijdt (...) het oordeel van het hof (...) dat het plaatsen van waarschuwingsborden in het onderhavige geval een afdoende maatregel is.
Met het oog op de beoordeling van deze klachten moet worden vooropgesteld dat bij de beantwoording van de vraag of aan iemand die een situatie in het leven roept of laat voortbestaan die voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, de eis kan worden gesteld dat hij met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen neemt – en of derhalve het achterwege laten van die maatregelen in strijd is met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed – moet worden gelet niet alleen op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en op de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen (vergelijk het Kelderluik-arrest, HR 5 november 1965, NJ 1966, 136).
Tegen de achtergrond van deze maatstaf overweegt de Hoge Raad omtrent de afzonderlijke klachten als volgt.
3.4.2
(...) Uit het door het hof in rov. 4.6 gehanteerde uitgangspunt (...) volgt dat degene die de zorg heeft voor een terrein, onder de daar omschreven omstandigheden onrechtmatig handelt ook jegens degenen die zich niet op dit terrein bevinden maar in de directe nabijheid daarvan op een plaats waartoe een op het terrein voorkomend gevaar zich uitstrekt, indien hij nalaat afdoende maatregelen te nemen. (...)
3.4.3
(...) Voor het antwoord op de vraag of een waarschuwing kan worden beschouwd als een afdoende maatregel met het oog op bescherming tegen een bepaald gevaar, is van doorslaggevende betekenis of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden. (...)
Relevantie
[bewerken | brontekst bewerken]- Deze ene volzin in r.o. 3.4.3 vormt de kern van het arrest.
- Dit is een uitbreiding op de criteria van het Kelderluik-arrest, die in r.o. 3.4.1 worden opgesomd.
- Het arrest geeft een vernieuwing van de maatstaf ter beoordeling van de vraag wanneer in een gevaarzettende situatie een waarschuwing afdoende is.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- (1974) Struikelende broodbezorger
- (1988) Veenbroei-arrest