Naar inhoud springen

Jo Wuthrich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jo Wuthrich
Volledige naam Johannes Reinier Ernest Wuthrich
Geboren 9 december 1903, Coevorden
Overleden 26 oktober 1944, Haarlem
Groep Je Maintiendrai

Johannes Reinier Ernest (Jo) Wuthrich (Coevorden, 9 december 1903[1]Haarlem, 26 oktober 1944[2]) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Johannes Reinier Ernest Wuthrich werd op 9 december 1903 geboren te Coevorden als zoon van Heinrich George Wuthrich en Maria Johanna Scheffer. In 1924 vertrok Wuthrich naar Nederlands-Indië, waar hij werkte bij verschillende cultures. In 1928 trouwde hij te Utrecht met Johanna Catharina Peereboom. Aangezien hij zich op Java bevond, werd het huwelijk gesloten bij volmacht.[3] Het echtpaar ging wonen in Soekaboemi, waar hun zoon werd geboren.

In 1930 kwam het gezin naar Nederland en vestigde zich in Utrecht. Wuthrich was directeur van Wuthrichs Handelsbedrijf N.V. in de Nachtegaalstraat, waar het gezin ook woonde.

Tweede Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Wurthrich werd lid van de Nederlandsche Unie, die in 1941 werd ontbonden. Vanaf mei 1942 was hij samen met Cornelis Vlot redacteur van een landelijk informatieblad, het Bulletin genaamd. Dit ging in februari 1943 op in Je Maintiendrai, een ander illegaal blad.

In augustus 1944 ontdekte de Sicherheitspolizei in Utrecht het hoofdkwartier van Je Maintiendrai aan de Neude, hetgeen ertoe leidde dat Vlot en Wuthrich tijdens een redactievergadering werden gearresteerd. Zij werden overgebracht naar de gevangenis Wolvenplein en vandaar naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam.[4]

Op 26 oktober 1944 werd Wuthrich samen met negen anderen vanuit de Weteringschans per vrachtwagen naar Haarlem overgebracht en aan de voet van de Sint-Bavokathedraal doodgeschoten. Deze executies waren onderdeel van een Duitse represaillemaatregel voor de dood van politieman Fake Krist, die de dag ervoor door het Haarlemse verzet was geliquideerd.[4]

Wuthrich werd gecremeerd in het Crematorium Velsen op de begraafplaats Westerveld. Zijn as werd verstrooid.

Zijn weduwe verhuisde na de oorlog naar Amsterdam, waar zij in 1954 overleden is.[4]

Treurende Vrouw, met linksvoor de herdenkingsplaat met de naam van Wuthrich.

Bij Koninklijk Besluit No. 17 van 7 mei 1946 werd Wuthrich postuum het Verzetskruis 1940-1945 toegekend,

"voor onder gevaarlijke omstandigheden betoonden moed, initiatief, volharding, offervaardigheid en toewijding in den strijd tegen den overweldiger van de Nederlandsche onafhankelijkheid en voor het behoud van de geestelijke vrijheid, daarbij in hem eerende een der uitingsvormen van het verzet, dat in zijn veelzijdige activiteit van 15 mei 1940 tot 5 mei 1945 in stijgende mate den vijand heeft geschaad en op onvergetelijke wijze tot de bevrijding van het Vaderland heeft bijgedragen."

In 1953 werd hij postuum onderscheiden met de Medal of Freedom, die werd uitgereikt aan zijn weduwe.[5]

Zijn naam wordt vermeld op een in 1949 onthuld oorlogsmonument in Haarlem, Treurende vrouw, dat staat in het plantsoen aan de Westergracht, naast de Kathedrale basiliek Sint Bavo. In Utrecht is een straat naar Wuthrich genoemd, de Jo Wuthrichlaan.