Joep van den Nieuwenhuyzen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joep van den Nieuwenhuijzen als woordvoerder bij de ontvoering van Toos van der Valk (1982)

Josephus Antonius Johannes (Joep) van den Nieuwenhuijzen (Vught, 17 november 1955) is een Nederlandse zakenman die in 1982 landelijke bekendheid verwierf als woordvoerder tijdens de ontvoering van Toos van der Valk, zijn schoonmoeder. Hij maakte naam door slechtlopende en failliete bedrijven op te kopen en weer winstgevend te maken. Hij werd veroordeeld voor moedwillige benadeling van schuldeisers bij een faillissement, omkoping en valsheid in geschrifte.

Loopbaan en Begemann[bewerken | brontekst bewerken]

Na het behalen van het diploma Atheneum-B aan het St. Jans Lyceum in 's-Hertogenbosch in 1974, studeerde Van den Nieuwenhuijzen van 1974 tot en met 1976 Business Administration aan de Technische Universiteit Eindhoven, waarna hij tot 1980 Economie studeerde aan de Universiteit van Tilburg.

Van den Nieuwenhuijzen begon zijn professionele loopbaan in 1981, als manager International Affairs, bij de Van der Valk Groep, een keten van meer dan 100 hotels en restaurants.

In 1983 nam hij de toen in surseance van betaling verkerende Machinefabriek Stramproy over van zijn schoonvader Gerrit van der Valk. Van den Nieuwenhuizen kocht in 1985 het beursgenoteerde Begemann en gebruikte het als investeringsmaatschappij met de naam Koninklijke Begemann Groep. Begemanns voornaamste investeringsfocus lag op industrieel gebied. De Groep nam slechtlopende bedrijven over, die vervolgens werden gereorganiseerd en geherwaardeerd, waardoor de aandeelhouderswaarde toenam. De Begemann-groep groeide in enkele jaren uit tot een moedermaatschappij met 140 dochterondernemingen in 32 landen met een waarde van 1,35 miljard gulden. Hij kreeg er de bijnaam bedrijvendokter mee. Na een reeks van schandalen, processen en faillissementen bestaat deze groep hooguit nog op papier.[1] In 1996 haalde Van den Nieuwenhuijzen de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij uit de Begemann-groep, en bouwde het uit tot een concern met ruim veertig dochtervennootschappen. Deze BV's, die alleen nog in naam aan de scheepswerf RDM herinnerden, werden gebruikt voor diverse activiteiten in de wapenindustrie en deels daarmee samenhangende financiële transacties van Joep van den Nieuwenhuyzen. Voorts had en heeft Van den Nieuwenhuijzen ook bedrijven buiten de Begemann-groep en het RDM-concern.

Onderscheidingen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1991 realiseerde Van den Nieuwenhuijzen met de koop van de cementruckfabriek Cemasj de eerste buitenlandse industriële privatisering in de voormalige Sovjet-Unie, waarvoor hij werd onderscheiden met dienstmedailles van Krasnagorsk, district Moskou, en de Medal of Freedom van president Poetin.

Ontstaan van de Stichting Begaclaim[bewerken | brontekst bewerken]

Begin jaren 90 werd Van den Nieuwenhuijzen verdacht van misbruik van voorwetenschap rond het automatiseringsbedrijf HCS en misbruik van voorwetenschap bij de overname van het bedrijf RDM van de overheid door Begemann. De rechtbank sprak hem daarvan vrij.

Van den Nieuwenhuijzen en de Royal Begemann Group stelden de Nederlandse Staat en de Amsterdamse Vereniging voor de Effectenhandel aansprakelijk voor de door Van den Nieuwenhuijzen en Begemann geleden schade in zowel de zaak omtrent HCS als de zaak omtrent de RDM. De vorderingen van Van den Nieuwenhuijzen en Begemann op de Nederlandse Staat en de Vereniging voor de Effectenhandel werden aan de daarvoor opgerichte Stichting Begaclaim verkocht, waarvan de aandelen op de effectenbeurs werden aangeboden. Eind 2007 besloot Begaclaim de procedure te beëindigen.[2]

Vermoeden betaling steekpenningen Chili[bewerken | brontekst bewerken]

In september 2005 werd Van den Nieuwenhuijzen genoemd in verband met betalingen door RDM Holding N.V. van 1,6 miljoen dollar aan Oscar Aitken, een juridisch adviseur van RDM Holding en tevens een financieel adviseur van de Chileense oud-dictator Augusto Pinochet.[3] Vermoed werd dat zo steekpenningen betaald werden aan de Chileense legerleiding, om tweedehands Leopard 1-tanks van de Nederlandse Landmacht aan Chili te verkopen.[4] Volgens voormalig algemeen directeur Walter Luijten van RDM Technology B.V. verrichtte Aitken geen diensten voor RDM Technology. Volgens Van den Nieuwenhuijzen ging het hier echter om commissies betaald aan Aitken voor geleverde diensten aan RDM Holding. In april 2008 werd Van den Nieuwenhuijzen op verzoek van de Chileense autoriteiten gehoord in de smeergeldverdenking rond de levering van tanks aan het land.[5]

RDM-concern, faillissementen en civiele procedure[bewerken | brontekst bewerken]

Begin 2005 ketste een order van de Nederlandse Staat voor politiehelikopters bij Helifly/MD Helicopters van Van den Nieuwenhuijzen af, omdat deze niet op tijd geleverd konden worden.[6] In 2004 en 2005 gingen verschillende vennootschappen binnen het RDM-concern failliet.

Op 15 november 2006 werd in een civiele procedure RDM Holding N.V. door de rechtbank ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot terugbetaling van 6,8 miljoen euro met rente aan de curator van het gefailleerde bedrijf SP Aerospace and Vehicle Systems B.V. (eveneens een bedrijf in het conglomeraat van Van den Nieuwenhuijzen). Aanleiding hiervoor was het oordeel van de rechtbank op vordering van de curator dat een tussen SP Aerospace and Vehicle Systems en haar grootmoeder RDM Holding gesloten overeenkomst terecht door de curator wegens paulianeus handelen was vernietigd.[7] Partijen kwamen overeen dat Van den Nieuwenhuijzen zich verplichtte 7 miljoen euro terug te betalen aan de failliete boedel, bestemd voor schuldeisers.[8]

Omkoping en het Havenbedrijf[bewerken | brontekst bewerken]

Toen na de faillissementen bleek dat het Rotterdams Havenbedrijf ten onrechte garanties ter waarde van in totaal circa 180 miljoen euro aan het RDM-concern had verstrekt, ontstond een nieuwe verdenking tegen Van den Nieuwenhuijzen.

Op 23 oktober 2007 werd Van den Nieuwenhuijzen in Zwitserland aangehouden op verzoek van de Nederlandse autoriteiten naar aanleiding van vermeende faillissementsfraudes bij drie van zijn voormalige ondernemingen. Op 19 november 2007 werd hij aan Nederland uitgeleverd. Een voormalig directeur van enkele van zijn bedrijven en een secretaresse werden eveneens aangehouden.[9] Op 4 december werd het voorarrest van Van den Nieuwenhuijzen met 2 maanden verlengd, maar voor een borg van 10 miljoen euro en inlevering van zijn paspoort werd hij op 11 januari 2008 in afwachting van het strafrechtelijk onderzoek vrijgelaten.[10]

Op 4 april 2013 begon de rechtszaak tegen Van den Nieuwenhuijzen.[11] In hoger beroep werd hij veroordeeld wegens omkoping van Willem Scholten, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, en het medeplegen aan valsheid in geschrift. Het gerechtshof veroordeelde Van den Nieuwenhuijzen tot een geldboete en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform voorarrest.[12] Cassatie werd afgewezen.[13]

Ontnemingszaak[bewerken | brontekst bewerken]

De rechtbank Rotterdam legde op 17 november 2020 in de ontnemingszaak tegen Van den Nieuwenhuijzen wegens omkoping de verplichting op tot terugbetaling aan de Nederlandse Staat van een onrechtmatig verkregen voordeel van 13 miljoen euro.[14]

Wetenswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Joep van den Nieuwenhuijzen was in 1982 woordvoerder van de familie Van der Valk naar aanleiding van de ontvoering van zijn schoonmoeder Toos van der Valk
  • Van den Nieuwenhuijzen was met zijn bedrijf Mingya Nanchang European Resorts als sponsor betrokken bij het formule 1-team van Spyker.
  • Van den Nieuwenhuijzen is of was de eigenaar van een 50 meter lang zeiljacht, de 'Blue Gold', dat als gevolg van Cycloon Pam sinds 2015 beschadigd gestrand ligt aan de kust van Vanuatu.[15]
Zie de categorie Joep van den Nieuwenhuyzen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.