Johan Hendrik van Mastenbroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
J.H. van Mastenbroek
Zelfportret (1906)
Zelfportret (1906)
Persoonsgegevens
Volledige naam Johan Hendrik van Mastenbroek
Geboren Rotterdam, 4 december 1875
Overleden aldaar, 16 november 1945
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1892 - 1945
Stijl(en) impressionisme
RKD-profiel
[[1] Website]
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Johan Hendrik van Mastenbroek (Rotterdam, 4 december 1875 – aldaar, 16 november 1945) was een Nederlands kunstschilder die vooral bekend werd met zijn havengezichten van Rotterdam en directe omgeving.[1] Daarnaast omvat zijn oeuvre o.a. de toenmalige Zuiderzeewerken, polderlandschappen, enkele portretten en jachtscènes.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Johan Hendrik van Mastenbroek was de zoon van een verfhandelaar, schilderijenverkoper en daarnaast kunstschilder; ook zijn opa schilderde al graag in zijn vrije tijd. Vader Van Mastenbroek dreef eerst een verfwinkel, maar al gauw ook een kunsthandel, waar met name eigentijdse schilderijen, zoals o.a. van de schilders van Barbizon verkocht werden aan het Rotterdamse publiek; hij nam deze werken af van de Haagse kunsthandel Goupil en Co.. Al gauw werd deze kunsthandel in Rotterdam de enige inkomstenbron en kreeg vader Van Mastenbroek ook interesse in de werken van Andreas Schelfhout en van Johan Barthold Jongkind|Jongkind, die altijd aan huis kwam als hij weer eens uit Frankrijk terug in Nederland was; er ontstond een vriendschap en de twee schilderden ook samen buiten. Vanaf c. 1875 verhandelde vader Mastenbroek ook werken van de schilders van de Haagse School, zoals Mesdag en Jacob Maris[2]

Zoon J. H. Mastenbroek zag zo al heel vroeg schilderijen voorbij komen, als hij meehielp in de winkel om ze uit te pakken en op een ezel te zetten; hij ging er naar eigen zegge dan uitgebreid voor liggen, om er lang naar te kijken en van te genieten. Aan een journalist van het Algemeen Handelsblad vertelde hij in 1928 hoe hij als schooljongen al onderdelen van de zeilschepen tekende, zoals het roer, de achtersteven, masten en zeilen, en dat al gauw uitbreidde tot groepjes van schepen, en uitzichten op de haven: 'En zo groeide in mijn werk dat ik als jongen maakte al geleidelijk het beeld van Rotterdam.' Bovendien had hij in de Leuvehaven een roeibootje liggen, waar hij met zijn vrienden de Maas op ging om ergens te zwemmen; tussendoor maakte hij dan schetsen van Schoener en brikken, volgeladen met hout.[2]

De jonge Mastenbroek wist al vroeg dat hij kunstschilder wilde worden, maar zijn vader drong erop aan dat hij een vak zou leren, waarop hij in de zomer van 1890 in de leer ging bij de huisschilder Van Andel aan de Nieuwehaven. In zijn resterende vrije tijd was hij aan de havens te vinden met schetsboek; rond zijn 17de jaar had hij al vele honderden schetsen gemaakt die hem later van pas zouden komen bij het uitwerken van zijn olieverfschilderijen. Hij bezocht in deze tijd de avondcursus van de Rotterdamse Academie waar Van Maasdijk zijn belangrijkste leraar werd; een van zijn medeleerlingen daar was Kees van Dongen.[3] Circa 1892 ontstonden ook de eerste reeksen aquarellen waar hij zelf tevreden over was, en als academie-student instuurde naar de Kunstbeschouwingen op de Rotterdamse Academie; vrijwel allemaal laten zij de oude stad Rotterdam zien, zoals de Leuvehaven, de Wijnhaven, de Oudehaven en het Oudehoofdsplein.[2]

Leven en werk[bewerken]

start[bewerken]

Van Mastenbroek's vader Johannes (1827-1909) speelde een belangrijke rol voor de vroege aankopen van zijn werken; deze had via zijn Rotterdamse kunsthandel uitgebreid contact met Hermanus Tersteeg (1845-1927), destijds de chef van het Haagse filiaal van de Goupil & Cie en zo een belangrijke handelaar van de toenmalige eigentijdse kunst in Nederland. Tersteeg kocht al in 1894 een aantal van zijn vroeg gemaakte aquarellen en tekeningen en bemiddelde later ook bij de doorverkoop ervan aan zijn buitenlandse handelscontacten. Van Mastenbroek werd zo in feite toegevoegd aan de groep 'Hollandse impressionisten'; het was ook via dezelfde Tersteeg dat hij contact kreeg met Jacob Maris die een zichtbare invloed op zijn schilderen zou krijgen en hem ook adviezen gaf.[2] Toch moest hij nog enkele jaren gedeeltelijk als hout- en marmerschilder zijn inkomen verdienen, maar zijn werkgever verlangde al gauw ook aquarellen in de wintermaanden, wanneer het 'verven' stillag. In 1894 kocht hij een fiets om zo een grotere actie-radius te krijgen en ook buiten de stad Rotterdam te kunnen werken. Hij schilderde en tekende nu ook in Amsterdam aan het IJ, Zaandam, Schiedam en in verschillende Zuiderzeestadjes. Circa 1895 besloot hij als zelfstandig kunstenaar te werken; de achterkamer van zijn ouders kreeg hij als atelier ter beschikking. Zijn eerste verkopen naar Engeland vonden plaats in 1895; deze breidden zich al gauw uit en in 1896 werd hij uitgenodigd om in Engeland te komen werken voor de kunsthandel Burrington & Boss, wat hij drie maanden lang deed. Hier ontmoette hij in Newhaven zijn toekomstige vrouw Margareth Wellsted.[2]

Na in 1898 de prijs van de Academie ontvangen te hebben werd hij door Jacob Maris voorgedragen als lid van 'Pulchri' in Den Haag; Tersteeg had hierin mede bemiddeld.

de havens van Rotterdam[bewerken]

Mastenbroek schilderde, aquarelleerde, tekende en etste met name de havens, maar ook riviergezichten, stadsgezichten en een enkel winters landschap. Zijn werk documenteerde zo de toenmalige grote technische vooruitgang en uitbreiding, met de snel toenemende bedrijvigheid in de Rotterdamse havens van na 1900. Zijn werk geeft een goede sfeertekening van èn de bedrijvigheid, èn de weersgesteldheid van de havenwerken; bovendien bevatten zijn werken ook de nodige feitelijke topografische gegevens die hij niet wenste te negeren omwille van atmosfeer. Met name zijn aquarellen tonen de atmosfeer optimaal, door het schaarse kleurgebruik en de trefzekere details.
Maar ook de toenmalige recente ontwikkelingen van de techniek in de havens werden door Van Mastenbroek uitgebreid gevolgd; de graafwerkzaamheden voor de nieuwe havens, en de nieuwste versies van havenkranen en moderne graanzuigers gaf hij een prominente plaats binnen zijn werk.[3]

Van Mastenbroek verbeeldde de Rotterdamse binnenstad en havens graag in een sterk verbreed horizontaal vlak. De binnenhavens in Rotterdam waren in werkelijkheid ook breder dan elders, maar in zijn schilderijen wordt de breedte van het tafereel nog eens extra benadrukt. Sterk door Jacob Maris geïnspireerd, schilderde hij hoge wolkenluchten in steeds wisselende tonen, die veelal boven water de achtergrond verruimen. De voorgrond wordt in beslag genomen door straten vol activiteit van sleperskarren en werkvolk, of door een veelheid aan scheepstypen. Deze zijn veelal voorzien van menselijke figuren, die een boot lossen, een schuit voortduwen, een dek zwabberen of in groepjes met elkaar staan te praten. Het zijn atmosferische beelden met veel stoom of mis, alles gezet in tonen van warme grijzen, en met aardkleuren als sienna en omber. Soms gebruikte hij felle accenten in groen of blauw, met name bij de kleuren van de wal-huisjes en de kleding van de werklui.[3]

impressionist[bewerken]

Al tijdens zijn leven werd Johan Hendrik Van Mastenbroek gerekend tot de nabloei van de Haagse School. Zijn haven- en stadsgezichten (voornamelijk Rotterdam) tonen overeenkomsten met het werk van Jacob Maris (1837 – 1899), maar zijn minder verstild en hebben modernere onderwerpen; Van Mastenbroek werd wel de 'kleine Maris' genoemd.

Tussen 1900 en 1915 behaalde hij bijna jaarlijks medailles en honoraire vermeldingen op kunsttentoonstellingen in binnen- en buitenland. Vanaf 1915 legde hij zich eveneens toe op grafiek en reproductiewerk.

naar Scheveningen[bewerken]

In 1910 was Van Mastenbroek toegetreden tot de Haagse Kunstkring; zijn verstrengeling met het Haagse artistieke milieu was nu zo gegroeid dat hij besloot om te verhuizen naar Scheveningen, waar hij in 1911 in de voorname wijk Belgisch Park zijn villa 'Quambi' had laten bouwen - een huis met dertien kamers. Hij liet het zodanig ontwerpen dat er aan de achterzijde volop rustig Noorderlicht viel in zijn trapeziumvormige atelier. In deze tijd behoorde hij tot de best betaalde schilders die aangesloten waren bij de Haagse Kunstkring; op tentoonstellingen waren zijn schilderijen geprijsd tot 4000 gulden en zijn tekeningen en aquarellen lagen tussen de 650 en 1500 gulden - in een tijd dat een gemiddelde arbeider per jaar niet meer dan 700 gulden mee naar huis bracht. Zo kon hij zich de nieuwe villa permitteren.[4] De tram- en trein verbindingen waren relatief gunstig om Rotterdam te blijven bezoeken als zijn werkterrein, toch waren veel kunstenaars verbaasd over zijn keuze in locatie, zoals Breitner die het nieuws in de N.R.C. had gelezen en hem daarover vanuit Amsterdam een briefje schreef.[2]

Vanwege zijn succes was Van Mastenbroek een graag geziene exposant. Hij was lid van de Amsterdamse kunstvereniging Arti et Amicitiae en de Hollandsche Teeken-Maatschappij in de Hofstad. Voor de Haagse Kunstkring vervulde hij ook bestuurstaken.

vluchtelingen uit België[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland weliswaar neutraal, maar na het beleg van Antwerpen namen miljoen Belgen de wijk; in Den Haag vonden 11.000 vluchtelingen tijdelijk onderdak. Bij de opvang van de berooide nieuwkomers liet ook Mastenbroek zich niet onbetuigd. Zo organiseerde hij een verloting om geld in te zamelen voor de hulp aan de gestrande vluchtelingen in de stad. Met zijn steuncomité slaagde hij erin om 860 kunstwerken bij Haagse artiesten los te praten en ontbraken ook zijn eigen werken niet.
Als kunstenaar zette hij zich ook actief in voor de kunst van zijn mede-kunstenaars uit het Zuiden. Hij richtte een aparte commissie op voor Belgische kunstenaars, die plekken regelde waar zij hun werk konden exposeren. Ook liet hij voor hen pakketten samenstellen met verf, doek en penselen; zijn zoon bracht deze met een kruiwagen naar het postkantoor of leverde ze persoonlijk af bij kunstenaars in de buurt. Zelf kocht hij ook verschillende van hun werken, om zo de schilders te stimuleren toch vooral aan het werk te blijven. Bovendien hadden hij en zijn vrouw enige kamers in hun ruime villa ter beschikking gesteld; bij zoveel ruimte vond hij dat aan zijn stand verplicht. Niet vreemd dus, dat kort na 1918 Mastenbroek werd uitgenodigd om een grote overzichtstentoonstelling in Brussel te houden; hij oogstte er veel lof, ook van de internationale pers, en kreeg de Leopoldsorde uitgereikt door koning Albert.
In de winter van 1942 viel het doek voor het schildersgezin; er woedde opnieuw oorlog en de Duitsers evacueerden delen van Scheveningen, om zo een dam te kunnen opwerpen tegen het gevaar van de Geallieerden vanuit zee. Ook Mastenbroek moest zijn villa ontruimen, maar slaagde er nog wel in om elders in Den Haag een benedenhuis te huren.[4]

drooglegging van de Zuiderzee[bewerken]

Vanaf c. 1925 raakte Mastenbroek in een artistieke impasse. Zijn kunst was bij verzamelaars nog steeds gewild, maar naar het oordeel van de toenmalige kunstkritiek was zijn werk te 'ouderwets' geworden of oversteeg niet het letterlijke onderwerp. Toen hij in 1931 van de Nederlandse overheid de opdracht kreeg om de Zuiderzeewerken te documenteren, als bijdrage voor een te maken album, had hij zijn richting hervonden. Hij maakte rond de Zuiderzee op de werklocaties ter plekke vele krijttekeningen en aquarellen. Sommige voorstellingen voerde hij ook later uit in olieverf. Hij legde bovendien later op eigen initiatief de drooglegging van de Noordoostpolder vast, vanaf c. 1939.[5] Voor wat betreft de Zuiderzeewerken was de Blinde Geul, naast het Gaatje, de Vlieter en de Middelgronden één van de vier sluitgaten die bij de aanleg van de Afsluitdijk gedicht moesten worden. Veel van deze werken bevinden zich in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.[6] De cyclus van zijn Zuiderzeewerken is in een lichtere toon geschilderd dan zijn voorgaande stadsgezichten en havenzichten van Rotterdam. De opdracht inspireerde Van Mastenbroek om op het thema van de drooglegging door te gaan. Zelf schreef hij:

'Daar ben ik enige jaren achtereen telkens voor een paar dagen tegelijk naar toe gegaan, vooral in 1931-1932, maar ook zelfs nog in het begin van 1942. Ik logeerde dan in een keet en kreeg de beschikking over een stoomboot of vlet om me te brengen naar de plek, waar ik wilde schetsen.' [2]

Werkwijze[bewerken]

De meeste werken in olieverf kwamen tot stand in het atelier van Van Mastenbroek. Buiten schetste hij zijn onderwerp in potlood of krijt, en zette met waterverf desgewenst de kleuren aan. In zijn 'Herinneringen' zegt Van Mastenbroek zelf:

'Ik genoot altijd dubbel; eerst wanneer ik het buiten zag en teekende, en naderhand thuis, wanneer ik het schilderij of de tekening uitwerkte.. .'s Avonds krabbelde ik wat ik overdag had gezien, hetgeen aanleiding is geweest tot vele schilderijen en aquarellen.. .Ik kon zo gelukkig zijn wanneer ik buiten een machtige impressie had opgedaan; ik kon staan smullen van de heerlijke wolkenformaties en van den aan kleuren zoo rijke strijd tusschen zon en wolken. Ik ging dan ook altijd uit teekenen wanneer het buiig weer was want dan had men de mooiste luchten en de schitterendste kleuren.. .Daarna had ik geen rust voor ik zulke indrukken in een schilderij had verwerkt.' [2]

Tot kort voor 1940 reisde hij nog geregeld iedere week uit Scheveningen naar Rotterdam om door de havens te zwerven en voor de zoveelste keer de activiteit daar op hem in te laten werken. In zijn laatste jaren lag zijn huis naar eigen zeggen tjokvol met tekeningen en schetsen die hij kon benutten voor het maken van een schilderij. Zoals veel andere schilders van stadsgezichten ging hij met zijn olieverfschilderijen van Rotterdam, Delfshaven, Schiedam en Dordrecht vrijelijk om met de topografische gegevens; hij 'verbreedde' daarbij ook vaak de compositie van zijn schets. Maar in zijn forse aquarellen die hij buiten maakte volgde hij tamelijk nauwkeurig de topografische gegevens, zoals hij die ter plekke aantrof. Zijn voorstudies kwamen soms meerdere malen in een ander schilderij terug, soms ook met grote tussenpozen van jaren.[2]

Galerij van werken[bewerken]

Externe links[bewerken]