Jan IV van Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Johan IV van Nassau-Siegen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan IV
1410-1475
Nassau-Dillenburg 1420.svg Graaf van Nassau-Dillenburg,
graaf van Vianden en graaf van Diez;
Heer van Breda en de Lek
Periode 1442-1475
Voorganger Engelbrecht I
Opvolger Engelbrecht II & Jan V
Vader Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg
Moeder Johanna van Polanen van de Lek
Stamboom png.svg Stamboom
Jan IV van Nassau met zijn echtgenote Maria van Loon-Heinsberg door Bernard van Orley, ca 1528-1530
Wapen van Johann IV van de grafsteen van zijn dochter Adriana in de 'Marienkirche' in Hanau

Jan (Johan) IV van Nassau-Dillenburg, meestal genoemd Jan IV van Nassau (Dillenburg, 1 augustus 1410 - aldaar, 3 februari 1475), heer van Breda, was de zoon van Engelbrecht I van Nassau en Johanna van Polanen. Zijn vader bleek een uitstekend diplomaat, terwijl Jan uitblonk als krijgsman. Beiden stelden hun leven in dienst van de hertogelijke macht in Brussel, Engelbrecht I onder de Brabantse en Jan IV onder de Bourgondische hertog.

Titels[bewerken | brontekst bewerken]

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de dood van zijn vader in 1442 erfde Jan IV de Nederlandse bezittingen van het huis Nassau en noemde zich Graaf van Nassau-Dillenburg, Vianden en Dietz. In 1451 erfde hij van zijn kinderloos gestorven jongste broer Hendrik II van Nassau-Dillenburg (1414-1450) de Duitse gebieden van het huis Nassau-Dillenburg, waardoor alle Nassause bezittingen uit de Ottoonse linie, met uitzondering van Nassau-Beilstein, weer in handen van één persoon kwamen.

Jan IV speelde een belangrijke rol in het hertogdom Brabant, waar Filips de Goede, hertog van Bourgondië sinds 1430 hertog was. De graaf was generaal zowel onder Filips de Goede als onder Karel de Stoute. In 1436 werd hij benoemd tot drossaard van Brabant, wat hij tot zijn dood bleef. In 1445 begeleidde hij hertog Filips bij diens aanval op het graafschap Holland, en werd uit dank daarvoor tot sénéchal van Bourgondië benoemd. Van 1450 tot 1454 was graaf Jan, evenals eerder zijn vader, als maarschalk van Hertogdom Westfalen stadhouder van de aartsbisschop van Keulen in diens hertogdom Westfalen. De graaf breidde het kasteel van Breda uit met torens en stichtte een grote bibliotheek.

Graaf Jan is gestorven in Dillenburg. Zijn lichaam ligt begraven in het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in de Grote Kerk aan de Grote Markt te Breda, zijn hart is begraven in Dillenburg.

Huwelijk[bewerken | brontekst bewerken]

Op 7 februari 1440 huwde hij met gravin Maria van Loon-Heinsberg (1426-1502), een telg uit een vooraanstaande adellijke familie, die afstamde van de graven van Loon. Zij was een zuster van Jan van Heinsberg, de prins-bisschop van Luik. Haar vader was Johan I van Loon-Heinsberg, heer van Heinsberg en Blankenberg (1360-1438) die getrouwd was met Margaretha van Gennep (-1419).

Door zijn huwelijk met Maria van Loon kwamen Diest, Zichem, Lummen, Millen, Gangelt, Waldfeucht en Stein aan de Maas in zijn bezit.

Uit het huwelijk tussen Jan IV en Maria van Loon-Heinsberg zijn zes kinderen geboren:

Bastaardkinderen[bewerken | brontekst bewerken]

Jan IV had drie bastaardkinderen bij Aleyd van Lommel (ca. 1420-ca. 1475).

Deze Jan de Bastaard was in de Bredase Nieuwstraat de bewoner van het huis Assendelft. Het grafmonument voor hem bevindt zich in de Hubertuskapel in de Grote Kerk van Breda.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]