Johan Joseph Faict

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Joseph Faict
Mgr. Jan Jozef Faict
Mgr. Jan Jozef Faict
Bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een bisschop
Geboren 22 mei 1813
Plaats Leffinge
Overleden 4 januari 1894
Plaats Brugge
Wijdingen
Priester 9 juni 1838
Bisschop 1 mei 1849
Kerkelijke loopbaan
1839 professor kerkgeschiedenis
1849 superior van het kleinseminarie in Roeselare
1864-1894 Bisschop van Brugge
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Jean Joseph Faict (Leffinge, 22 mei 1813 - Brugge, 4 januari 1894) was de twintigste bisschop van Brugge.

Opleiding[bewerken]

Faict was de zoon van een brouwer. Hij studeerde aan het Klein Seminarie in Roeselare, het Grootseminarie in Brugge en aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Op 9 juni 1838 werd hij tot priester gewijd. In 1839 werd hij professor in kerkgeschiedenis, natuurkunde en moraaltheologie aan het grootseminarie in Brugge en in 1849 werd hij superior van het kleinseminarie in Roeselare.

Bisschop van Brugge[bewerken]

In februari 1864 werd hij tot coadjutor van bisschop Malou benoemd, maar die overleed een paar weken later. In september van dat jaar werd Faict definitief als opvolger benoemd en in oktober tot 20ste bisschop van het bisdom Brugge gewijd. Hij nam als wapenspreuk In fide et caritate (In geloof en liefde). In 1869-1870 nam hij deel aan het Eerste Vaticaans Concilie.

Faict werd bisschop in woelige tijden, zowel binnen de kerk als in de Belgische samenleving.

Binnen de kerk, als gevolg op het Concilie, vaardigde de paus een encycliek uit onder de naam Quanta Cura, waar een Syllabus errorum werd aan toegevoegd dat zich tegen het modernisme keerde. Faict hield zich gedurende zijn ganse episcopaat aan de richtlijnen die hierin waren gegeven.

Op het politieke vlak werd de invloed van de liberale partij groot en zag men binnen de Kerk de pogingen tot verdere laïcisering van de staat als een bedreiging. Er kwamen wetten op de kerkfabrieken, de kerkhoven, de afschaffing van het verplicht godsdienstonderricht in de rijksscholen en gemeentelijke scholen. Dit resulteerde in hevige reacties vanwege de ultramontaanse vleugel binnen de katholieke gemeenschap. Ook de Belgische bisschoppen reageerden. Bisschop Faict nam principieel een strenge houding aan, hoewel hij in de praktijk een milde en voorzichtige koers volgde.

In de scherpere tegenstellingen tussen politieke partijen, ondersteunde bisschop Faict de katholieke partij en wendde zijn invloed aan, via de bevriende kranten en via politici, om tot grotere aanwezigheid te komen. Dit lukte, zodat vele gemeentebesturen in zijn bisdom (Brugge in 1876) en ook het provinciebestuur een katholieke meerderheid kregen. Voor het nationale niveau gebeurde dit in 1884.

Faict was bisschop in een periode dat het de West-Vlaamse kerk voor de wind ging. Hij kon bijna duizend priesters wijden. Hij hechtte groot belang aan de vorming van zijn priesters en stuurde er een stijgend aantal van naar Leuven of Rome voor verdere studies. Op de jaarlijkse retraites die werden georganiseerd was hij zelf steeds aanwezig.

Voor wat betreft de gelovigen, was hij een groot voorstander van het oprichten van verenigingen die de volksdevotie ondersteunden. Hij stimuleerde vooral de Mariale verering. Ook gaf hij zijn steun aan het organiseren van 'patronaten' voor de jeugd. Processies, bedevaarten, volksmissies behoorden tot de activiteiten die hij aanmoedigde ter ondersteuning van het volksgeloof. Wat het sociale vraagstuk betreft had hij de overtuiging dat de liefdadigheid veel kon oplossen. Hij steunde dan ook sterk de verenigingen van Sint-Vincentius en van Franciscus-Xaverius die hulp verleenden. Vanaf 1886 ondersteunde hij de gildenbeweging die een eerste christelijke arbeidersorganisatie was.

Enkele feiten tijdens zijn bisschopsambt[bewerken]

Faict werd in de crypte van de kanunniken begraven in de kapel op het Brugs kerkhof. Op 14 oktober 2002 werd zijn stoffelijk overschot, samen met dat van zijn vier onmiddellijke opvolgers overgebracht naar de Sint-Salvatorskathedraal en in een crypte onder de Sacrakapel bijgezet, waar ook al de overschotten van zijn voorgangers François-René Boussen en Joannes Baptista Malou, respectievelijk in 1848 en 1864 waren bijgezet.

Literatuur[bewerken]

  • A. SIMON, Jean-Joseph Faict, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XXX, 1958-1959, col. 373-375
  • Ann VANSTEELANDT, Jan Jozef Faict, in: M. CLOET (red.), Het Bisdom Brugge, Brugge, 1985
  • P. VAN VLAENDEREN en M. VRANCKX, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Gemeente Ruiselede, Vlaamse Overheid - Agentschap R-O Vlaanderen - Onroerend Erfgoed, 2008, blz. 84.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Joannes-Baptista Malou
Bisschop van Brugge
1864-1894
Opvolger:
Petrus De Brabandere