Johan Museeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johan Museeuw
Johan Museeuw in de regenboogtrui in 1997
Persoonlijke informatie
Bijnaam De Leeuw van Vlaanderen
Geboortedatum 13-10-1965
Geboorteplaats Varsenare, België
Sportieve informatie
Huidige ploeg gestopt
Specialisatie(s) sprinter, noordelijke klassiekers
Ploegen
1988-1989
1990-1992
1993-1994
1995-2000
2001-2002
2003-2004
ADRenting
Lotto
GB–MG Maglificio
Mapei
Domo-Farm Frites
Quick Step-Davitamon
Beste prestaties
Milaan-San Remo 3e (1992)
Ronde van Vlaanderen 1e (1993, 1995, 1998)
Parijs-Roubaix 1e (1996, 2000, 2002)
Amstel Gold Race 1e (1994)
Luik-Bastenaken-Luik 6e (1997)
Ronde van Lombardije 13e (1996)
WK op de weg 1e (1996)
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

Johan Museeuw (Varsenare[1][2][3], 13 oktober 1965) is een Belgisch voormalig wielrenner en veldrijder, beroeps van 1988 tot 2004. Museeuw behaalde 115 zeges, waarvan 113 op de weg. Hij was gespecialiseerd in het rijden van klassiekers en was op dat vlak een van de besten in de jaren 90. In 1996 werd hij wereldkampioen op de weg op zijn verjaardag, in het Zwitserse Lugano. Zijn bijnaam luidt de Leeuw van Vlaanderen.[4]

Museeuw won de twee wielermonumenten Ronde van Vlaanderen; 1993, 1995, 1998; en Parijs-Roubaix; 1996, 2000, 2002; elk drie maal.[5] Hij werd drie keer eerste, drie keer tweede en twee keer derde in Vlaanderens Mooiste. Deze prestatie is uniek in de wielersport. Museeuw is gedeeld recordhouder; ook Achiel Buysse, Fiorenzo Magni, Eric Leman, Tom Boonen en Fabian Cancellara wonnen de Ronde van Vlaanderen drie keer. In Parijs-Roubaix presteerden alleen Tom Boonen en Roger De Vlaeminck beter: ze wonnen de Koningin der Klassiekers vier maal. Ook in de Vlaamse eendagskoersen Kuurne-Brussel-Kuurne[6]; 1994, 1997; de Omloop Het Volk–Gent-Lokeren[7]; 2000, 2003; E3-Prijs Vlaanderen[8]; 1992, 1998; Dwars door Vlaanderen; 1993, 1999 ; en Brabantse Pijl[9]; 1996, 1998, 2000; was hij (vele malen) de beste. De enige Vlaamse klassieker die hij niet won is Gent-Wevelgem, soms wegens ploegtactiek of omdat iemand hem ten val bracht zoals Steve Bauer in 1995.[10][11] In 1992 en 1996 werd hij Belgisch kampioen op de weg.[12]

Verder won Museeuw twee maal het Kampioenschap van Zürich[13]; 1991, 1995; de Amstel Gold Race[14]; 1994; Parijs-Tours[15]; 1993; en de HEW Cyclassics; 2002.[16] Elf keer won hij een wedstrijd van de Wereldbeker; een record.[17] Twee maal haalde hij het eindklassement van de voormalige Wereldbeker wielrennen binnen; 1995, 1996.[18] In 1996 was hij laureaat van de Vélo d'Or Mondial.[19] Vijf keer won hij de Kristallen Fiets: anno 2021 het absolute record. Begin jaren 80 begon Museeuw zijn wielerloopbaan eigenlijk als veldrijder, waarvoor hij vanwege zijn erelijst op de weg minder bekend staat.[20] In 1991 werd hij derde op het Belgisch kampioenschap in Gavere-Asper.[21]

De West-Vlaming viel als renner op met zijn tactische vernuftigheid en zijn stille veeleer introverte persoonlijkheid.[22][23][24] Museeuw reed, van 1995 tot 2000, zes seizoenen voor de roemruchte Belgisch-Italiaanse Mapei-ploeg. Onder de vleugels van zijn gouwgenoot Patrick Lefevere beleefde hij de mooiste periode van zijn zestien jaar lange wielerloopbaan. Bijnaam van de Mapei-ploeg was de blauwe armada. Met ploegmaats als Andrea Tafi, Franco Ballerini, Stefano Zanini, Wilfried Peeters, Ludwig Willems, Carlo Bomans en Bart Leysen domineerde Museeuw in die periode de noordelijke voorjaarsklassiekers: de kasseienkoersen.[25]

In augustus 2000 liep Johan Museeuw hersenschade op bij een motorongeluk en verkeerde even in kritieke toestand, maar hij herstelde van de hierbij opgelopen blessures.[26] Museeuw stopte op 2 mei 2004 als beroepswielrenner. Hij reed en won een afscheidscriterium in zijn woonplaats Gistel.[27] De Scheldeprijs in Schoten was zijn laatste officiële wedstrijd: op 14 april 2004.[28] Vijf maanden na het einde van zijn loopbaan, in oktober 2004, werd Museeuw beschuldigd van het gebruik van verboden middelen. Diezelfde maand werd zijn dopinggebruik bewezen, later ook aan de hand van zijn sms-verkeer.[29][30] Eind januari 2007 bekende Museeuw dat hij aan het einde van zijn loopbaan als beroepsrenner doping heeft gebruikt.[31]

Museeuws reputatie kreeg een knauw, vooral buiten Vlaanderen waar hij immens populair bleef. Hij wordt nog steeds beschouwd als een van de beste eendagsrenners van zijn generatie. De Belgische krant Het Nieuwsblad schatte hem in 2013, toen de Ronde van Vlaanderen honderd jaar werd, hoger in dan Briek Schotte als beste wielrenner die ooit de Ronde reed en won.[32] In 2015 werd Museeuw door oud-winnaars van de Ronde verkozen als beste renner in de geschiedenis van Vlaanderens Mooiste.[33]

Als ondernemer bracht Museeuw een naar hem genoemd merk racefietsen op de markt.[34][35] Daarnaast organiseert Museeuw fietstochten in de regio rond Oudenaarde in de Vlaamse Ardennen.[36]

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

ADR en Lotto[bewerken | brontekst bewerken]

Helper van Eddy Planckaert en Greg LeMond[bewerken | brontekst bewerken]

Museeuw werd in 1988 professioneel wielrenner bij ADR. Vader Eddy[37] was ook wielrenner bij de amateurs, maar werd garagehouder.[38] Museeuws eerste ploegleider was José De Cauwer.[39] De West-Vlaming was in zijn eerste seizoen vooral helper van Eddy Planckaert, die dat jaar de Ronde van Vlaanderen en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won.[40][41] Hij gaf drie dagen voor het einde op, maar hij won dat jaar wel de GP Briek Schotte en behaalde de tweede plaats in de GP d'Isbergues en de GP Impanis. Hij eindigde zevende in Parijs-Brussel, achtste in de Ronde van Luxemburg en twaalfde in de Ronde van België.

In 1989 reed Museeuw opnieuw bij ADR in de ploeg van Greg LeMond. In 1989 won hij vier wedstrijden, met als belangrijkste zege een rit in de Ronde van België. Andere ereplaatsen waren: tweede in GP Briek Schotte, derde in Parijs-Tours, derde in Dwars door België, derde in de Ronde van België, derde in de GP Eddy Merckx, zesde in de GP Fourmies, achtste op het BK en zestiende in Parijs-Brussel. Datzelfde jaar reed Museeuw voor het eerst de Ronde van Frankrijk uit als helper van Greg LeMond. Die laatste won de Ronde van Frankrijk met acht seconden voorsprong op Laurent Fignon.[42]

Sprinter: etappezeges Ronde van Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Tour bleek het geld bij ADR echter op en viel deze ploeg uiteen.[43] Museeuw zelf ging in 1990 rijden voor de Lotto-ploeg van Jean-Luc Vandenbroucke en werd uitgespeeld in de massasprints. In 1990 won hij elf wedstrijden, waaronder de vierde en de laatste etappe in de Ronde van Frankrijk; hij was de beste op de Mont Saint-Michel en op de Avenue des Champs-Élysées. Museeuw eindigde dat jaar tweede in de strijd om de groene trui, achter de Olympische kampioen op de weg Olaf Ludwig.[44]

Ook in 1991 won hij elf wedstrijden, met als absolute uitschieter het Kampioenschap van Zürich van de Wereldbeker. Hij werd tweede in de Ronde van Vlaanderen op vijfenveertig seconden van Edwig Van Hooydonck, derde in Parijs-Brussel en vierde op het Belgisch kampioenschap. In zijn jeugd ging Museeuw door als een begenadigd veldrijder.[45] Als jonge knaap was hij een groot supporter van voormalig wereldkampioen Roland Liboton; uiteindelijk werden ze ploegmaats bij ADR.[46] Begin jaren tachtig won Museeuw de Azencross in Loenhout toen deze nog een losse veldrit was die niet meetelde voor een nevenklassement.[47] Museeuw nam in 1991 deel aan het BK veldrijden in Asper-Gavere en behaalde daar de bronzen medaille. Danny De Bie won, voor Paul De Brauwer.[21]

1992 werd Museeuws laatste jaar bij Lotto. De Gistelenaar uit Varsenare won de E3-Prijs Harelbeke[48] en het BK in Peer voor Roeselarenaar Johan Devos.[49] Voorts werd hij zevende in Parijs-Roubaix en werd tweede in de Scheldeprijs achter Wilfried Nelissen. Museeuw stond op het podium van Milaan-San Remo. Hij won de groepsspurt, achter winnaar Seán Kelly en Moreno Argentin.[50] Tot slot greep hij naast de winst in de Amstel Gold Race. Museeuw bleef Dmitri Konysjev wel voor, maar werd tweede achter Olaf Ludwig. Die laatste haalde het in een pelotonsspurt met zo'n vijftig renners.[51]

Patrick Lefevere[bewerken | brontekst bewerken]

GB-MG en Mapei: succes in Vlaanderens Mooiste[bewerken | brontekst bewerken]

Museeuw wint op 4 april 1993 voor het eerst de Ronde van Vlaanderen; Frans Maassen moet het hoofd buigen
Museeuw (rechts) verliest in 1994 de Ronde van Vlaanderen de spurt met zeven millimeter tegen Gianni Bugno; achter de rug van Bugno Andrei Tchmil, in de achtergrond fietst Franco Ballerini
Museeuw laat Fabio Baldato achter op de Muur van Geraardsbergen en wint solo de Ronde van Vlaanderen in 1995
Museeuw op 5 april 1998; de Leeuw versnelt op de Tenbossestraat in Brakel en is op weg naar zijn derde en laatste overwinning in de Ronde van Vlaanderen

Vanaf 1993 kwam Johan Museeuw onder de vleugels van Patrick Lefevere, de Oostrozebekenaar die in Italië manager was van de succesploeg GB-MG Maglificio: het begin van een jarenlange samenwerking en de eerste steen aan het succes van Mapei. Met Museeuw en knechten als Wilfried Peeters en Carlo Bomans, en toprenners als Mario Cipollini, Pascal Richard, Rolf Sørensen, Alberto Elli, Fabio Baldato, Max Sciandri en de jonge Davide Rebellin maakte de formatie GB–MG zich uiteindelijk van de heerschappij meester in de (voorjaars)klassiekers.[52]

Voortaan ging Museeuw zich namelijk toeleggen op het klassieke werk in plaats van pelotonsspurten. Overigens wilde Museeuw zich nooit een 'echte' spurter noemen en was hij zelf verrast geweest over zijn spurtsnelheid. Bij GB–MG viel de druk van het kopmanschap niet meer volledig op hem en dat leverde succes op. In april 1993 won hij als Belgisch kampioen de Ronde van Vlaanderen, voor Frans Maassen.[53]

In het najaar won hij Parijs-Tours, voor Maurizio Fondriest.[54] Museeuw droeg ook twee dagen de gele trui in de Ronde van Frankrijk. Hij verliest deze aan Lac de Madine aan vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain (toen tweevoudig winnaar) na een individuele tijdrit. Zijn ploegmaat Mario Cipollini had in die Tour ook de leiderstrui mogen dragen. GB–MG raapte veel prijzen op in deze Tour. Museeuws ploeg won de eerste etappe met Cipollini, de ploegentijdrit naar Avranches en de bergetappe naar Pla d'Adet met de Pool Zenon Jaskuła.

In 1994 won de West-Vlaming de Amstel Gold Race, voor de Italiaan Bruno Cenghialta.[14] Sinds zijn Rondezege van 1993 was de Leeuw van Vlaanderen[4], zoals Johan Museeuw voortaan werd genoemd, steeds topfavoriet voor de noordelijke klassiekers de Ronde en Parijs-Roubaix, die hij elk uiteindelijk driemaal zou winnen.

In 1993 werd de Italiaanse Mapei-ploeg opgericht. Aanvankelijk reden louter Italianen in dienst van deze ploeg. In 1995 stapten de GB–Belgen en ook Bart Leysen over naar deze Mapei-ploeg. Twee jaar na zijn eerste Rondezege won Museeuw zijn tweede Ronde: Fabio Baldato werd tweede. Hij reed Baldato uit het wiel op de Muur van Geraardsbergen.[55]

In april 1998 won Johan Museeuw op een oppermachtige manier Vlaanderens Mooiste door te gaan versnellen op de Tenbossestraat, op dertig kilometer van Ninove. Museeuw gebruikte TVM-renner Hendrik Van Dyck, die op Tenbosse voorop reed, als mikpunt en liet onder anderen Peter Van Petegem, de kopman van TVM, achter. Hij reed solo naar Meerbeke.[4][56][57]

Toch had Museeuw met de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix een haat-liefdeverhouding. In 1994 was hij in de Ronde zegezeker, maar Museeuw werd toch met een verschil van zeven millimeter geklopt door Gianni Bugno. Dit nadat Museeuw voorop raakte met Bugno, Andrei Tchmil en Franco Ballerini.[58][59] In 1996 hield een haperend versnellingsapparaat Museeuw van de zege. Hij werd derde op vijfenvijftig seconden van winnaar Michele Bartoli.

In 1994 reed Museeuw Parijs-Roubaix op een speciaal voor hem gemaakte appelblauwzeegroene Bianchi-racefiets die tot in de puntjes was uitgewerkt om er de Helleklassieker mee te rijden. De fiets had een bijzonder frame. De "damesfiets", zoals de Bianchi-fiets werd genoemd. Wegens het onheil die hij Museeuw opleverde ook. Het tuig kostte hem de zege.

Van zodra hij de kasseien verruilde voor asfalt, remde de vering van de voorvork af. Hierdoor maakte hij op het asfalt niet genoeg snelheid. Ook reed hij lek. Andrei Tchmil reed alsmaar verder weg en won de koers. Woest wierp Museeuw de fiets in de gracht. Toen het kalf reeds was verdronken.

Na deze editie van Parijs-Roubaix heeft Museeuw de fiets nooit meer gezien. In april 2020 liet hij weten op zoek te zijn naar de vervloekte fiets. Museeuw: "Ik wil hem terug voor mijn collectie."[60]

In 1997 reed Bruno Boscardin van Festina–Lotus Museeuw, die wereldkampioen was, van de weg in de Ronde van Vlaanderen. De Zwitser vertraagt bruusk en kijkt om. De Leeuw verwacht dat manoeuvre niet, smakt tegen het asfalt en een scheldtirade richting Boscardin volgt. Museeuw werd nog dertiende.[61]

1995: Val in afdaling Col du Portet d'Aspet[bewerken | brontekst bewerken]

In juli 1995 nemen Museeuw en de Mapei-formatie deel aan de Ronde van Frankrijk. Zijn ploeg trekt naar de Tour met twee speerpunten voor het algemeen klassement: de Spanjaard Fernando Escartín en de Zwitser Tony Rominger. Mapei–GB won evenwel geen etappe deze Tour. De kopmannen finishen in de top tien in Parijs, waarmee de opdracht van 'helper' Museeuw volbracht was. Het Franse avontuur had echter slecht kunnen aflopen voor de West-Vlaming zelf. Museeuw heeft tijdens deze Tour namelijk de dood in de ogen gekeken.

De vijftiende etappe, een bergetappe door de Couserans die werd verreden op 18 juli 1995, voerde de renners van Saint-Girons naar Cauterets. Deze etappe bevatte zes Pyreneeëncols, maar vooral de gevaarlijke afdaling van de Col du Portet d'Aspet die men als eerste beklom. Gevaar dat ingeschapen was en dat de renners dus bekend was. Museeuw voelde zich duidelijk in zijn sas en zat in de ontsnapping van de dag. De voorsprong op de groep met de gele trui, Miguel Indurain van de Banesto-ploeg, zal groot worden. Museeuw, die op het vlakke de kopmannen had moeten bijstaan, reed eens een dagje in de vuurlinie. Lang heeft dit niet geduurd. Tijdens de afdaling van de Col du Portet d'Aspet is zijn medevluchter Fabio Casartelli van de Motorola-ploeg zwaar ten val gekomen.

De Fransman Dante Rezze van de ploeg Aki–Gipiemme schat een bocht naar links verkeerd in, vooral te wijten aan de moeilijkheidsgraad van de afdaling. Bovendien overkomt het Rezze op een stuk weg dat niet van het ravijn wordt gescheiden door een vangrail of muurtje. De renners konden dus meters naar beneden vallen. Er stonden op dat punt van de afdaling ook enkele betonblokken. De Italiaan Casartelli en enkele andere vluchters dragen geen helm. Rezze dondert het ravijn in, waaruit hij met hulp van toeschouwers zal worden bevrijd. De Franse regie toont dan een regelrechte ravage. Museeuw en de anderen zijn ook gevallen omdat de vallende Casartelli, die achter Rezze reed, niet meer te ontwijken was. Museeuw draagt wél een helm, die wellicht zijn leven heeft gered. Hij zal zijn weg uiteindelijk vervolgen. Casartelli raakt de betonblok hard met zijn hoofd en ligt bewegingloos in een grote plas bloed. Museeuw miste op een haar de betonblok die Casartelli heeft geraakt. Gelukkig voor de Leeuw viel hij zonder veel erg, hoewel hij lang blijft zitten.

Het duurde zeer lang vooraleer er opnieuw leven in de gevallen renners kwam. Alleen Casartelli bleef roerloos liggen. Voor Casartelli komt alle hulp te laat; hij overlijdt diezelfde dag aan zijn verwondingen. Museeuw zit letterlijk aan de rand van de afgrond en staart voor zich uit zittend naast de Italiaan die in een foetushouding ligt, enorm onder de indruk van de gebeurtenissen. De valpartij richtte nog veel ander lichamelijk leed aan. Terwijl Museeuw op de grond zit en Casartelli stervende is, krijgt de gehavende Polti-renner Dirk Baldinger verzorging. De Duitser brak zijn heup, Dante Rezze een been. De val die de dood van Casartelli betekende, had als resultaat dat renners verplicht een helm moesten dragen tijdens beklimmingen die gevolgd werden door een afdaling.[62] Na afloop van de etappe nam reporter Michel Wuyts van de toenmalige BRT (tegen wil en dank) een interview af met Museeuw, die in tranen uitbarstte. Hij reed de Tour uit, hij werd drieënzeventigste.[63]

Ik lag zelf enkele minuten bij Fabio. Zijn houding veranderde niet en bij het rechtstaan heb ik hem nog even vastgehouden. Ik heb nog Fabio, Fabio geroepen, maar er kwam geen reactie. Het is een van de beelden uit mijn carrière die me altijd zal bijblijven. Ik heb die rit verdwaasd uitgereden. Bij de finish zag ik [onze] verzorger Dirk Nachtergaele naar me komen en aan de andere kant zag ik Richard Virenque [die dag de ritwinnaar] met de bloemen op het podium. En ik vraag aan Dirk: "Hoe is het met Fabio?" en Dirk antwoordt dat hij dood is. Dat was precies 100 kilogram die op mij viel. Vooral door het contrast. Ik heb me altijd afgevraagd: "Waarom hij en ik niet?"

— Johan Museeuw, die bij Casartelli was toen hij viel, over de dood van Casartelli, in 2012[64]

1996: de coup van Mapei in de Hel[bewerken | brontekst bewerken]

Op 14 april 1996 won Museeuw zijn eerste Parijs-Roubaix. Mapei imponeerde. Museeuw stoof met zijn Italiaanse Mapei-ploegmaats Gianluca Bortolami en Andrea Tafi weg uit een groep van zo'n twintig renners; met Andrei Tchmil. Op de kasseistrook van Warlaing naar Brillon: een strook gelegen na Trouée d' Arenberg en na de kasseistrook van Hornaing naar Wandignies-Hamage. Ook ploegmaat Franco Ballerini, Vjatsjeslav Jekimov, Frédéric Moncassin en Stefano Zanini, die later in dienst van Museeuw zou rijden, waren niet mee. Saillant detail: Bortolami eindigde in de Ronde van Vlaanderen een week eerder nog als honderdenzevende, voorlaatste.

Andrei Tchmil kan niet volgen, Franco Ballerini rijdt lek [a] en het trio van Mapei stoomt door. Dat moment, maar bovenal het vervolg ervan, werd een stukje wielergeschiedenis. Op dat ogenblik in de koers moest men nog iets meer dan tachtig kilometer afleggen. Museeuw met snor en blauw Mapei-petje achterstevoren, Tafi met de mouwstukken. Mapei-baas Giorgio Squinzi gaf ploegleider Patrick Lefevere op vijftien kilometer van de aankomst zijn fiat: Museeuw mocht de koers winnen. Lefevere bepaalde dat Bortolami en Tafi tweede en derde zouden worden, respectievelijk. Maar dat was niet alles.

Mapei en Squinzi zouden voor een unicum zorgen in Parijs-Roubaix: tegelijk met drie renners van dezelfde ploeg over de meet rijden gebeurde nooit eerder. Squinzi zette nu zijn zinnen op deze prestatie: Lefevere en zijn renners moesten het plan maar uitvoeren. Tussentijds bouwde het trio een riante voorsprong uit op de achtervolgers. De drie mochten van de baas op geen enkel moment tegen elkaar rijden. Museeuw mocht van Squinzi winnen als Belg in dienst van een Italiaanse ploeg. De symboliek die Squinzi in gedachten had, was "vincere insieme": "samen winnen". Daarom was de afspraak dat de Italianen in geen geval mochten wegrijden van Museeuw en vice versa. De Italianen zouden Museeuw op de wielerpiste van Roubaix moeten laten voor gaan, ongeacht alle prestige die in Parijs-Roubaix op het spel stond. In de Canvas-docureeks Belga Sport beweerde Museeuw dat hij zó goed was dat hij de Italianen ook zonder 'afspraak' had verslagen.

Museeuw houdt een moordend tempo aan op de kasseistroken. Het enige doel: de tegenstand op een zo groot mogelijke achterstand fietsen. Bortolami en Tafi lijken soms alle moeite van de wereld te hebben om zijn tempo te volgen. Museeuw hangt een aantal keer aan de volgauto om te communiceren met Lefevere. Hij vertelde aan Belga Sport dat hij meestal op kop reed omdat hij de Italianen "voor geen haar" vertrouwde. Ook zij zijn onderweg naar de wielerpiste in conclaaf met hun ploegleider. Op het Carrefour de l'Arbre, in volle finale, plaatst niemand een aanval. Ze gaan de laatste vijftien kilometer in. Alles verloopt volgens de wens van Squinzi.

Het illustere plan van Squinzi valt bijna in duigen wanneer op de kasseistrook van Hem de Hel plots losbarst en Museeuw lek rijdt. Vooral Tafi begint te twijfelen als diens eergevoel dreigt de overhand te halen. Patrick Lefevere is al ingelicht. De achtervolgers rijden twee minuten achter Museeuw, Tafi en Bortolami. Tafi getuigde in Belga Sport dat hij overwoog om vol door te rijden toen Museeuw lek reed van Willems naar Hem, maar "dat het moreel besef te groot is om het te doen". Tafi gehoorzaamt toch de orders van Squinzi. Bortolami en Tafi wachten Museeuw op. Broederlijk rijden ze naar de wielerpiste van Roubaix. Ze rijden één grote ereronde en groeten het publiek.

Zoals afgesproken wordt er op de piste niet gespurt. Tezelfdertijd steekt het trio de handen in de lucht. Museeuw rijdt als eerste over de streep, gevolgd door Bortolami en Tafi. Sindsdien werd de prestatie van Mapei in Parijs-Roubaix niet meer herhaald. In 1998 zette de Mapei-ploeg opnieuw Parijs-Roubaix naar zijn hand. Franco Ballerini won, Tafi werd tweede en Wilfried Peeters derde. Dezelfde taferelen op het podium. Echter arriveerden ze niet gelijktijdig en zonder Museeuw, die zwaar viel in het Bos van Wallers-Arenberg en opgaf.[65] 1996 was overigens een grand crû voor Museeuw, met naast winst in Parijs-Roubaix een tweede Belgische titel op de weg en het wereldkampioenschap in Lugano, hoewel hij een week voor het WK wilde stoppen als wielrenner.[66]

Lugano 1996: Maandag gestopt, zondag wereldkampioen[bewerken | brontekst bewerken]

Museeuw had dan wel met veel overmacht het monument Parijs-Roubaix gewonnen alsmede de Vlaamse klassieker de Brabantse Pijl en het Belgisch kampioenschap in Chapelle-lez-Herlaimont, en hij had op het podium gestaan van de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race, de zomer van 1996 verliep zeer moeizaam en woelig voor de West-Vlaming. Dermate dat hij in de Ronde van Frankrijk wilde afstappen omdat het najaar belangrijker was en hij duidelijk niet meer over het beste vormpeil beschikte. Patrick Lefevere wilde voltallig Parijs halen en hij reed de Tour toch uit. Museeuw werd vijfennegentigste en werd met de klap meteen ook de beste Belg in het eindklassement, maar stelde zich luidop de vraag "Wat kan ik in hemelsnaam nog doen in de Tour?". Alsof hij zijn laatste Tour leek te hebben gereden. Tijdens de Tour werd hij immers overklast op zijn terrein door de Oezbeekse topsprinter Djamolidin Abdoezjaparov, die bij wijze van spreken geen molshoop over geraakte. Zijn beste resultaat behaalde Museeuw in de apocalyptische zesde etappe naar Aix-les-Bains, toen hij twaalfde werd. Michael Boogerd won deze etappe.[67]

Begin oktober 1996 was hij zwaar ontgoocheld over zijn verlies in de klassieker Parijs-Tours. Zó zwaar dat hij tijdens een interview met Michel Wuyts na de wedstrijd aankondigde te stoppen.[68] Museeuw kon de eindzege in de Wereldbeker wielrennen veilig stellen indien hij bij de eerste tien was geëindigd. Zijn voornaamste concurrent voor de Wereldbeker was Andrea Ferrigato. Deze Italiaan had in de zomer van 1996 de Leeds Classic en het Kampioenschap van Zürich gewonnen; twee Wereldbekerwedstrijden.[69] Het kwam in Parijs-Tours tot een massaspurt die werd gewonnen door topsprinter Nicola Minali, die met deze spurt nog enkele vluchters te grazen nam.[70]

Museeuws ploegmaat Tom Steels spurtte voor eigen rekening en werd tweede. Ferrigato werd zevende en hijgde daarmee in Museeuws nek. In plaats van dure punten te sprokkelen eindigde de Gistelenaar in de buik van het peloton. De Leeuw verweet zijn ploeg Mapei dat ze de kaart-Steels trokken en dat er niet aan de Wereldbekerstand werd gedacht. Emotioneel kondigde hij zijn afscheid aan. Een week later bleek dat Museeuw tussen Parijs-Tours en het wereldkampioenschap, de zondag erna, vooral veel zand in de ogen van menig waarnemer had gestrooid.[68][71] Museeuw zwoer namelijk dat het wereldkampioenschap, op zijn 31ste verjaardag en een week na Parijs-Tours, zijn laatste koers zou worden. Terwijl de uitlating maar een opwelling was, vloog Museeuw naar Zwitserland en zonderde zich af van de buitenwereld om zich voor te bereiden op het WK. Dat WK werd een synoniem voor 'het grote gelijk van Johan Museeuw'. Hij toonde in de regio Ticino, hem niet meteen op het lijf geschreven, andermaal zijn tactische bekwaamheid aan de wielerwereld.

Op 13 oktober 1996 werd Museeuw in Lugano op nogal droge wijze wereldkampioen wielrennen, maar de prestatie die hij leverde was er toch een die Museeuw nog niet eerder had vertoond. De wedstrijd werd namelijk verreden op een parcours dat niet het zijne was. Museeuw werd zelfs niet getipt als mogelijke outsider. Het parcours in Lugano was te steil voor Museeuw, die absoluut geen berggeit was. Museeuw verbaasde de buitenwereld met een ongeziene prestatie van hem op heuvelachtig terrein. De Leeuw van Vlaanderen versloeg de in de regio wonende Mauro Gianetti in een sprint met twee. Nadat Museeuw zich lange tijd gedeisd had gehouden achteraan het peloton, verdapperde hij eerder tegen zijn natuur op de steilste beklimming. Gianetti was de enige die Museeuw volgde terwijl de grote favorieten zoals Michele Bartoli en Laurent Jalabert gokten dat hij de inspanning niet zou volhouden tot de finale. Dat deed Museeuw echter wel en hij bleek veel sneller dan Gianetti. Op zijn verjaardag veroverde de Leeuw van Vlaanderen de regenboogtrui.[72][73]

Een week later rijdt de West-Vlaming omwille van de trui zijn eerste Koers van de Vallende Bladeren: het wielermonument de Ronde van Lombardije. Daarin finisht hij als dertiende. Museeuw vertoeft in het mooie gezelschap van wat nog overblijft van het peloton: onder anderen de begenadigde klimmers Michele Bartoli, Oscar Camenzind, Claudio Chiappucci, Tony Rominger, Erik Breukink, Fernando Escartín en Francesco Casagrande. Ze komen binnen op twaalf minuten van de winnaar: ploegmaat Andrea Tafi. Het was meteen ook de laatste keer dat Museeuw in de Ronde van Lombardije aan de start stond.

De trui bracht Museeuw weinig geluk. De Leeuw won wel Kuurne-Brussel-Kuurne, maar daar bleef het bij wat betreft belangrijke overwinningen in 1997.[74] Dichter dan het podium in Parijs-Roubaix kwam hij niet. Wel won Museeuw dat jaar drie etappes in de rittenkoers Ruta del Sol en het eindklassement van de Driedaagse van De Panne-Koksijde. In volle finale van Parijs-Roubaix rijdt Museeuw twee keer lek. Toch wordt hij nog derde.[75] Frédéric Guesdon rondde, vanwege Museeuws pech, verrassend een lange ontsnapping af door Museeuw en Jo Planckaert in de luren te leggen in de spurt op de Vélodrome André Pétrieux.[76]

De zondag ervoor tikte hij in de Ronde te Michelbeke nabij de Berendries het wiel aan van Bruno Boscardin, een renner van Festina, toen die plots omkeek om te monsteren wie nog in hun groep zat. Museeuw viel en vloekte, maar reed uit als dertiende.[61] Als wereldkampioen wordt hij zesde in Luik-Bastenaken-Luik. Ofschoon die koers Museeuw beduidend minder goed ligt.[77] In de zomer staat Museeuw in de regenboogtrui aan de start van de door Jan Ullrich gewonnen Ronde van Frankrijk, maar de Leeuw geeft er evenals Chepe González van Kelme de brui aan tijdens de door Didier Rous gewonnen achttiende etappe van Colmar naar Montbéliard. In de Elzas, drie dagen voor de laatste etappe naar Parijs.[78] Op 12 oktober 1997, precies een dag voor zijn 32ste verjaardag, neemt Johan Museeuw afscheid van de regenboogtrui. Laurent Brochard, een Fransman, wordt die dag wereldkampioen in het Spaanse San Sebastian. Museeuw komt zijn trui verdedigen, maar wordt achtste op zestien seconden van Brochard.[79]

1998–1999: Val in Parijs-Roubaix en comeback[bewerken | brontekst bewerken]

De kermende Museeuw krijgt ondersteuning na zijn val

In 1998 sloeg in Parijs-Roubaix het noodlot toe voor Johan Museeuw. De Leeuw viel een week na zijn indrukwekkende derde Ronde in het gevreesde bos van Wallers-Arenberg (Trouée d'Arenberg) en brak zijn linkerknieschijf.[80] Door de onoplettendheid van enkele artsen kon een gevaarlijk virus oprukken. De amputatie van het been van de onfortuinlijke Museeuw werd even overwogen en er werd zelfs voor zijn leven gevreesd.[81] Terugkeren leek uitgesloten. Hij verraste vriend en vijand: met de zorgen van fysio Lieven Maesschalck keerde hij in het voorjaar van 1999 terug in het peloton bij Mapei.[82]

In 1999 werd hij derde in de Ronde van Vlaanderen, hoewel hij naweeën had van zijn blessure. De Leeuw had ook de semi-klassiekers gereden en was meteen op de afspraak. Museeuws beste resultaat was zesde in de Omloop Gent–Lokeren. In de E3-Prijs plaveidde hij de weg voor Michele Bartoli, die in een spurt met vier de duimen legde voor Peter Van Petegem: Andrei Tchmil en Frank Vandenbroucke waren de andere geklopten. Museeuw arriveerde bij de achtervolgers.[83]

In Gent-Wevelgem wist de ervaren West-Vlaming zich uitstekend te positioneren en schoof samen met Wilfried Peeters en de facto kopman Tom Steels door naar de voorposten tijdens de laatste klim van de Kemmelberg. Mapei, met zowel Museeuw als Wilfried Peeters in een knechtenrol, nam de koers in handen tot en met de boog van de laatste kilometer op de Vanackerestraat.

Het tempo van Mapei lag veel te hoog: het gevolg was dat niemand nog een sprong durfde te wagen en in Steels' wiel bleef zitten. Steels, de Belgische kampioen van 1998 en een van de beste sprinters van zijn generatie, rondde het in Wevelgem af.[84]

1999: Net geen vierde Ronde van Vlaanderen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Ronde van Vlaanderen 1999 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

"Hoe goed is Museeuw? [...] Van Petegem maakt een geweldige indruk. [...] Museeuw groot. Hadden we 't anders verwacht? [...] Kijkt om, Museeuw. Neen, hij gaat er niet afgereden worden. Van Petegem. Mond open. En Museeuw die een paar lengten prijs geeft vlak voor dat steile stuk. Hier is dat. [...] Zo gróót Johan. Waarom moet dat? Iets kleiner en hij blijft erbij.

— Wielercommentator Mark Uytterhoeven, geflankeerd door Mark Vanlombeek, over Johan Museeuws grote versnelling als Museeuw en Van Petegem elkaar bekampen op de Muur van Geraardsbergen[85]

Voor de Ronde was Museeuw niet de grote favoriet. Museeuw won de Ronde in 1998, maar droeg zelfs het rugnummer één niet zoals het de vorige winnaar betaamt. Bizar was dan ook dat Museeuw het nummer drie opspeldde. Mapei verloor de Omloop met Wilfried Peeters[86] en de E3 Harelbeke met Michele Bartoli.[87] Hoewel hij klaar leek na de semi-klassiekers, verklaarde Museeuw nog wat last te hebben van zijn blessure en werd 'schaduwkopman' achter Michele Bartoli. Beide tonen op de eerste hellingen dat ze in orde zijn, maar de Nederlandse TVM-ploeg controleert de koers voor kopman en E3–Prijs-winnaar Peter Van Petegem. Daarom geen aanvalspoging die slaagt. Na de Tenbossestraat in Brakel begint het gewriemel naar de Muur. Museeuw moet zelf een inspanning leveren om vooraan te geraken. Van Petegems ploeg knapt tot in volle finale het werk op. De Leeuw deelt zijn koers goed in, maar Bartoli woekert met de krachten en bekoopt dit op weg naar de Muur: een uitgelezen kans voor Van Petegem om zijn eerste Ronde van Vlaanderen te winnen. Bartoli zal vierde worden. De Peet maakt zijn favorietenrol helemaal waar.

Geraardsbergen belooft spektakel. Elf renners maken immers nog kans op de zegepalm: Museeuw, Van Petegem, Frank Vandenbroucke, Rolf Sørensen, Gabriele Colombo, Museeuws ploegmaat Daniele Nardello, Zbigniew Spruch, Erik Zabel, Andrei Tchmil, Michel Vanhaecke en Marc Wauters. Verslaggever Mark Vanlombeek sprak op de Vlaamse televisie over de onuitgegevenheid van dergelijke situatie in de Ronde. Een aantal renners gaan bij het opdraaien van de Muur, na de Vesten, tegen de grond. Daarbij Frank Vandenbroucke, winnaar van de Omloop Het Volk. Andrei Tchmil staat te voet en kan de zege vergeten. Museeuw en Van Petegem blijven wél overeind, zien de chaos en rijden vol door. Museeuw bedwingt de Muur met een zeer grote versnelling; hij haakt op de grote plateau af bij Van Petegem, die hem boven weliswaar terug opwacht. Waarna Frank Vandenbroucke naar hem en Van Petegem toe rijdt na de Bosberg.

Dat Frank Vandenbroucke de finale van de koers nog kan rijden, is opmerkelijk: VDB ging tijdens deze Ronde van Vlaanderen niet één, maar twee keer ten gronde. Ook aan de voet van de Molenberg, in de Zwalmvallei ver van Ninove, was hij hard gevallen.[88] De Leeuw van Vlaanderen heeft zijn beste kruit duidelijk verschoten. Peter Van Petegem, de Zwarte van Brakel, wint een koninklijke spurt. Vandenbroucke is tweede en Museeuw derde. Na de koers leefden er geruchten als zou Van Petegem de Ronde van Vlaanderen hebben 'verkocht', maar dat Museeuw een hoog bod van Van Petegem zou hebben geweigerd.[89]

2000–2004: Laatste seizoenen[bewerken | brontekst bewerken]

Voor mij zijn wielrenners oermensen. Johan Museeuw is daarvan de verpersoonlijking.[82]
Lieven Maesschalck, fysiotherapeut van Museeuw na zijn val in Roubaix

In 1999 werd Museeuw negende in Parijs-Roubaix: ploegmaat Andrea Tafi won. Toch won hij de Koningin der Klassiekers nog twee maal. Beide na een indrukwekkende solo; in 2000 en de beruchte slijkeditie 2002. In 2000 kwam Museeuw, assorti met leeuwenbandana, solo aan op de Vélodrome André Pétrieux. Tafi's 'wederdienst' aan de Leeuw, nadat Museeuws zege van 1996 "een gezamenlijke triomf" was. Museeuw liet de Amerikaan Frankie Andreu ter plaatse op de kasseistrook van Pont-Thibaut, die in de volle finale van de koers ligt.[90] Hij groette de menigte en wierp die een kus toe. Vervolgens wees hij naar zijn ooit gehavende linkerknie (zie foto onder).[91]

Het was Museeuws laatste contractjaar bij Mapei.[81][92] Eind 2000 ging hij na zes jaar onder zeil, maar ook manager Patrick Lefevere verliet de "blauwe armada". Museeuw en Lefevere bleven samenwerken bij de nieuwe Domo-Farm Frites-ploeg, die in 2001 het profpeloton vervoegde. De Domo-ploeg mocht worden beschouwd als een doorstart van het Nederlandse TVM en bestond twee jaar.[93]

In 2001 won de Nederlander Servais Knaven, zijn ploegmaat bij Domo, in hondenweer Parijs-Roubaix. Museeuw werd tweede.[94] Museeuw en zijn Domo-ploegmaats Knaven, wereldkampioen Romāns Vainšteins en Nederlands kampioen Léon van Bon (die finaal afhaakt) worden door Cofidis-tandem Nico Mattan en Chris Peers (Mattan komt later ten val), George Hincapie, Ludo Dierckxsens en Steffen Wesemann als het ware geforceerd om het gat op hun vermoeide ploegmaat Wilfried Peeters, de Fitte, dicht te fietsen. Vooral de Duitser Steffen Wesemann van Team Deutsche Telekom blijkt bijzonder taai: wegens een foute materiaalkeuze lost hij telkens op de kasseien, maar keert daarna steeds terug.

Dat Museeuw en zijn ploegmaats de koers kleuren is dan enigszins opvallend want de week ervoor miste Domo–Farm Frites de 'juiste trein' in de Ronde van Vlaanderen. Museeuw werd daarin 'pas' zestiende, Gianluca Bortolami won de koers. Desondanks was dit een goed resultaat voor Museeuw. Museeuws ernstige motorongeluk en hersenletsel van het jaar ervoor indachtig, was het destijds nog maar de vraag of de Leeuw in zijn beste vorm aan de start van de voorjaarsklassiekers zou verschijnen.

Wilfried Peeters wordt bij de lurven gevat op het Carrefour de l'Arbre. Peeters reed voorop sinds het Bos van Wallers-Arenberg. Nadat zijn solo ten einde was blijft Wilfried Peeters tussen hangen en wurgen zitten bij Museeuw en compagnie tot en met de streep op de piste in Roubaix. Op het Carrefour de l'Arbre heeft Museeuw een lekke band. Hij moet de hele strook achtervolgen, maar Peeters brengt Museeuw en zichzelf weer vooraan. Naar Willems demarreert Museeuw niet. Daarentegen pareren hij en Vainšteins de aanvallen van Dierckxsens op de brede asfaltweg richting Hem.

Ploegmaat Servais Knaven profiteert van het numerieke voordeel. Zijn aanval blijkt de goede als Museeuw, Vainšteins en Peeters de benen stilhouden en Hincapie en Dierckxsens naar elkaar kijken. Het overtal van Domo-renners laat de Amerikaan en de Belg kansloos. Beide zitten in de tang van Museeuw, Vainšteins en Peeters. Knaven wint solo de koers. Op zo'n twee kilometer van de velodroom, vlak voor de kasseistrook Espace Charles Crupelandt in Roubaix, demarreert Museeuw uit het groepje en wordt tweede. Romāns Vainšteins wordt in de achtergrond nog derde: hij verslaat de anderen in de spurt. Trouw noemde Museeuw na Parijs-Roubaix een "regisseur" omdat hij "op memorabele wijze" het ploegenspel speelde met in de finale van de koers vooral Vainšteins. Michel Wuyts, journalist bij de Vlaamse VRT: "Museeuw verdeelde en heerste".[95] Voor de tweede keer vulde Museeuw met twee ploegmaats het podium.[96]

Museeuw sloot het wielerseizoen 2001 af zonder grote zege. Sterker nog: hij won dat jaar geen enkele koers, zelfs geen kermiskoers. Hij bleek nog te ambitieus en joeg op een tiende Wereldbekerzege.[97] In het voorjaar van 2002 reed de Leeuw opnieuw voor Domo–Farm Frites. In de Ronde van Vlaanderen werd Museeuw tweede achter zijn voormalige ploegmaat Andrea Tafi, die nog steeds voor Mapei reed.[98]

"Is dit nu hét moment?", vroeg ik me voortdurend af. Tot ik er zeker van was. Bij het overschrijden van de finishlijn zou ik van mijn fiets stappen en die symbolisch aan de haak hangen. Ik had dit al gepland voor de Ronde van Vlaanderen, maar eindigde als tweede achter Andrea Tafi. Het moest nu op de piste in Roubaix gebeuren. Ik wilde stoppen tot die voorlaatste bocht. Mijn onderbewustzijn haalde de bovenhand op mijn verstand. Het gevoel om de koning van de wielersport te zijn kon ik niet missen. Ik was er nog niet klaar voor. Dus besloot ik in een fractie van een seconde om tien vingers in de lucht te steken, een voor elke Wereldbekeroverwinning. Helaas kan ik de tijd niet terugdraaien.[99]
Johan Museeuw over zijn heroïsche laatste overwinning in de Helleklassieker, Parijs-Roubaix 2002, in 2012

Een week na zijn tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen won een 36-jarige Johan Museeuw een editie van Parijs-Roubaix die in helse doch vooral epische omstandigheden werd verreden. Zevenenvijftig renners op 190 deelnemers hebben in 2002 de wielerpiste gezien, waarvan er zestien buiten tijd arriveerden en dus niet in de uitslag werden opgenomen. Hetzelfde hondenweer als het jaar ervoor kregen de renners op hun bord, maar nu met Museeuw op het hoogste schavotje. Museeuw begon op de kasseistrook van Mérignies naar Avelin aan een solo, op meer dan veertig kilometer van Roubaix, en hield stand.[100]

Bovendien stond met de 21-jarige Tom Boonen een opvolger voor Museeuw klaar.[100][101][101] Het verhaal van de leeuw en zijn welp, schreef Sport/Voetbalmagazine in 2016.[102] Boonen reed als neoprof voor US Postal–Berry Floor. De Bom van Balen pretendeert dat hij Museeuw had kunnen bijhalen. Ware het niet dat [Boonen] in volle finale in dienst had moeten rijden van George Hincapie, ondanks de lange ontsnapping waarvoor Boonen eerst had gekozen.[103]

Een vermoeide en onderkoelde George Hincapie reed de gracht in en Tom Boonen reed alleen achter Museeuw aan. Die laatste bleef voorop na een solo in de gietende regen. Museeuw won de koers met een voorsprong van drie minuten en vier seconden op Steffen Wesemann en Boonen.[104] Hij dacht tijdens zijn solo aan stoppen op een hoogtepunt. Dit was immers zijn tiende Wereldbekerzege. Museeuw kon het echter niet en op de wielerpiste van Roubaix bedacht hij zich.[99]

De honger van de Leeuw was nog niet gestild. Begin augustus 2002 won Museeuw als Wereldbekerleider de HEW Cyclassics in Hamburg, zijn elfde en laatste overwinning in de Wereldbeker. Hij vloerde Igor Astarloa en Davide Rebellin in een uitgedunde groepsspurt.[16] Paolo Bettini zal de meest regelmatige renner in de Wereldbeker worden en wint dat jaar het klassement.[105]

Daar de Wereldbeker in 2004 werd geannuleerd, is Johan Museeuw anno 2021 nog steeds houder van het zegerecord. Evenwel is hij niet de renner die dergelijke koersen het vaakst heeft gewonnen. Hiermee wordt bedoeld: in de geschiedenis van die koersen. Dat is Eddy Merckx, die 21 keer een Wereldbekerkoers heeft gewonnen toen de Wereldbeker (nog) niet bestond.

Museeuw komt dus niet in de buurt van de Kannibaal die, als men de statistiek op die manier onder de loep neemt, onaantastbaar is: Roger De Vlaeminck (13) en Philippe Gilbert (12, nadat de Wereldbeker door de UCI werd opgeborgen) gaan Museeuw ook nog voor.[106]

In 2003 behaalt de Leeuw met de Omloop Gent–Lokeren de laatste belangrijke zege van zijn loopbaan. Museeuws vijfde en laatste ploeg Quick-Step–Davitamon, grotendeels bestaande uit Domo-renners, domineert de koers zoals tijdens de beste dagen van Mapei. Patrick Lefevere ging ook bij deze ploeg als manager fungeren, terwijl Museeuws in 2001 gestopte meesterknecht Wilfried Peeters aan het stuur van de volgauto zat. Op vijf kilometer van Lokeren demarreerde hij uit de kopgroep waar ook de Nederlander Max van Heeswijk van US Postal bij was. Zijn Italiaanse ploegmaat Paolo Bettini verzorgde het afstoppingswerk bij Van Heeswijk.

Museeuw schreef daarmee net als in 2000 de Omloop Het Volk Gent–Lokeren op zijn naam. Overigens toen ook na een solo. Dat jaar reed Museeuw als het ware een tijdrit van vijftig kilometer tegen uitdagers als Franco Ballerini (Lampre), Servais Knaven (toen Farm Frites, voorheen TVM) en alweer Steffen Wesemann (Telekom) nadat op de Molenberg (de laatste helling van de Omloop in die periode) was gebleken wie over de beste papieren beschikte. Hij had in Lokeren bijna een volle minuut bonus. In 2003 werden 'achtervolgers' Frank Vandenbroucke en Tom Boonen, beide ploegmaats bij Quick-Step–Davitamon, vierde en vijfde respectievelijk.[107]

Na die laatste grote zege (Omloop 2003) kon Johan Museeuw wegens ziekte geen rol van betekenis spelen in de Ronde van Vlaanderen.[108] De Leeuw reed ziek mee, maar Peter Van Petegem 'speelde met de pedalen' en Vandenbroucke blies de tegenstand weg zoals in diens wonderjaar 1999. Iedereen behalve Van Petegem. Museeuw werd achtendertigste.[109]

Op het podium feliciteerde Johan Museeuw me en zei: Jij bent de nieuwe Johan Museeuw, jij bent mijn opvolger. Het deed me wel wat, maar ik ben in de eerste plaats Tom Boonen.[101]
Tom Boonen over Johan Museeuw in 2002, na afloop van Parijs-Roubaix
Toen ik dat jaar [2002] zei dat jij mijn opvolger was, wist ik waarover ik het had.[110]
Museeuw in een open brief aan Boonen, die stopt als professioneel wielrenner, in april 2017

In Parijs-Roubaix eindigde Museeuw vijf plaatsen dichter, maar Van Petegem won ook nu de koers.[111] 2004 begon beter, hoewel vooraf bekend was dat het zijn laatste voorjaar als beroepswielrenner zou zijn.[112] Op 27 maart, in de E3-Prijs Harelbeke, riep hij de laatste dagvluchters Dave Bruylandts, Stijn Devolder en de Nederlander Michael Boogerd een halt toe. Daardoor werd het een groepsspurt. De jonge Boonen won in Harelbeke de spurt.[113]

In de Ronde van Vlaanderen maakt het anders sterke blok van Quick-Step–Davitamon helemaal geen verpletterende indruk. Hij komt binnen als eerste renner van zijn ploeg: als vijftiende. De Duitser Steffen Wesemann wint de koers.[114] In zijn allerlaatste Parijs-Roubaix leek Museeuw, die een goudgele 'leeuwenhelm' droeg, op een vierde zege af te stevenen, tot een lekke band roet in het eten gooide. Ironisch genoeg opnieuw op de kasseistrook van Hem zoals in 1996 toen hij wel won. Verbroederd met Peter Van Petegem bolt hij op de velodroom als vijfde over de streep.[115][116]

Johan Museeuw, 38, nam op woensdag 14 april 2004 afscheid na de Scheldeprijs gewonnen door Tom Boonen.[28][38] Op 2 mei 2004 nam de Leeuw van Vlaanderen afscheid van supporters en wielerliefhebbers: een criterium in zijn woonplaats Gistel, georganiseerd te zijner eer. 50.000 mensen woonden zijn afscheid bij. Museeuw won en zijn fiets werd geveild voor een goed doel.[27]

Motorongeluk[bewerken | brontekst bewerken]

In augustus 2000 had Johan Museeuw een motorongeluk. Daardoor bleef hij enkele weken in kritieke toestand. Zijn echtgenote Veronique en zoon Gianni zaten achterop de motor, maar overleefden de klap. Hij werd op 29 april 2002 door de politierechtbank van Brugge veroordeeld voor het onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan zijn gezin.[117]

De lichamelijke gevolgen voor de Leeuw zelf waren overigens niet min. Hij brak zijn kuitbeen, enkele ribben en de linkeroogkas. Daarnaast had hij een hersenbloeding, waardoor hij later kampte met het frontaal syndroom.[118]

Museeuw hield blijvende hersenschade over aan het ongeval, wat onder meer te horen is aan de snelheid waarmee hij sedertdien praat. Zo pauzeert hij vaak als hij volzinnen wil uitbrengen. Tijdens de reportage van Belga Sport op Canvas (Mijn laatste wedstrijd, uitgezonden op 9 maart 2009) over Parijs-Roubaix 1996 en het wereldkampioenschap in Lugano, verklaarde hij dat hij zich stukjes van zijn laatste jaren als renner niet meer kan herinneren. In 2012 vertelde Museeuw aan de kranten De Morgen en Het Nieuwsblad: "Ik was een halve zot geworden na mijn val met de moto".[119][120]

Doping[bewerken | brontekst bewerken]

Museeuw in 2006 als pr-verantwoordelijke van wielerploeg Quick-Step–Innergetic

Op 8 oktober 2004 werd Museeuw door de tuchtcommissie van de Belgische wielrijdersbond effectief geschorst voor twee jaar en twee jaar met uitstel wegens een vermeend gebruik van verboden producten. De tuchtcommissie baseerde zich op het gecodeerd sms-verkeer van Museeuw. In deze zaak werd ook de veearts José Landuit veroordeeld, bekend van het gebruik van verboden groeihormonen in de paardensport.[121]

Museeuw kon hierdoor gedurende die periode geen officiële functie uitoefenen binnen de wielrennerij. De Vlaamse openbare omroep zag zich genoodzaakt om Museeuw wegens zijn schorsing niet langer te laten optreden als co-commentator bij wielerwedstrijden. In 2005 werd hij aangeklaagd voor mogelijk bezit van epo, Aranesp en het corticosteroïde dexamethason. Op 17 oktober 2005 werd de populaire Leeuw van Vlaanderen verwezen naar de strafrechtbank op basis van een wet uit 1921.

Museeuw in 2016 bij de wielerklassieker Le Samyn

Vanaf 2004 was Museeuw public relations-verantwoordelijke bij de Quick·Step - Innergetic wielerploeg. Op 23 januari 2007 nam hij ontslag uit die functie nadat hij op een persconferentie in Kortrijk bekende dat hij op het einde van zijn carrière doping nam. Hij bekende het sportieve spel niet voor 100% eerlijk gespeeld te hebben om in Hamilton een tweede maal de regenboogtrui te veroveren en zo in schoonheid te eindigen.[122]

Verder vertelde Museeuw dat hij zou blijven vechten voor een cleane wielersport, maar dat hij niet meer kan rechtzetten wat gebeurd is. Hij zei ook dat de heksenjacht nu maar eens gedaan moest zijn. Museeuw wou al twee jaar eerder met deze bekentenis naar buiten komen, maar dat werd hem afgeraden door Lefevere. Mede ten gevolge van deze bekentenis liep Johan Museeuw in 2008 een correctionele veroordeling op en kreeg hij een voorwaardelijke geldboete en gevangenisstraf.[123]

Televisie[bewerken | brontekst bewerken]

In 2013 had Museeuw een cameo in de eerste F.C. De Kampioenen-film F.C. De Kampioenen: Kampioen zijn blijft plezant.[124] Ook verscheen de Leeuw eind jaren 90 in het komisch Play4-programma Chris & Co, van en met Chris Van den Durpel. Van den Durpel persifleerde Museeuw, maar speelde op hetzelfde moment ook zijn parodistisch typetje "Schampers". Terwijl Museeuw niet als zichzelf doch als een wielertoerist door beeld glipte. De verdwaalde Schampers was "Museeuw" (Van den Durpel) kwijt en de 'echte' Museeuw (hier als een nobele onbekende wielertoerist) toont Schampers de weg.[125]

Medio april 2018 was Museeuw in het Stadhuis van Maastricht te gast bij het docuprogramma De Kleedkamer van Ruben Van Gucht. Museeuw kwam op uitnodiging van Van Gucht om terug te blikken op de Amstel Gold Race van 2001, waarin de Leeuw vijfde werd. Behalve Museeuw schoven ook zijn oude rivaal Peter Van Petegem, winnaar Erik Dekker en Michael Boogerd aan bij Van Gucht. Van Gucht ging tevens langs bij Michele Bartoli (in Italië) en bij Sandra, de weduwe van de in 2017 overleden Serge Baguet.[126] Museeuw verloor in 2001 in de Amstel Gold Race de spurt om de derde plaats tegen Baguet.[127]

Johan Museeuw daagt (met mate) op in wielerprogramma's. Hij blijft evenwel vaker in de luwte. Het gebeurt dus niet zo vaak dat Museeuw als tafelgast op televisie verschijnt. Museeuw was reeds te gast bij het drukbekeken Tour de France-praatprogramma Vive le vélo gepresenteerd door Karl Vannieuwkerke op de Vlaamse openbare omroep, zoals bijvoorbeeld op 10 juli 2013.[128] Op 8 juli 2021, meest recentelijk, waren hij en zijn voormalige kopman Eddy Planckaert twee van de tafelgasten bij Karl Vannieuwkerke in Villa Sporza tijdens de Ronde van Frankrijk 2021.[129]

In de zomer van 2020 nam Museeuw de rol van 'letterzetter' op zich in het spelprogramma Het Rad (van Fortuin) op de Vlaamse commerciële zender Play4, gepresenteerd door Peter Van de Veire. Hierbij vermeldde Museeuw nog een keer dat de Canadese zanger Bryan Adams een grote fan van hem was en "dat ze nog steeds contact hadden".[130]

Persoonlijk leven[bewerken | brontekst bewerken]

Museeuw was gehuwd met Veronique, met wie hij twee zonen heeft: Gianni en Stefano.[131] Stefano, zijn jongste zoon, werd ook professioneel wielrenner. Anno 2021 rijdt Stefano voor BEAT Cycling.[132] Museeuw en zijn echtgenote Veronique scheidden in 2009.[133]

Palmares[bewerken | brontekst bewerken]

1987

  • Zesbergenprijs Harelbeke

1988

1989

1990

1991

1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2002

2003

Erelijst[bewerken | brontekst bewerken]

Seizoen Klassiekers Rittenkoersen Grote Rondes Kampioenschappen Eendaagskoers Zesdaagses Etappes in rittenkoersen Totaal aantal zeges
1988 GP Briek Schotte 1
1989 1 rit Ronde van België 1
1990 Dwars door Morbihan 1 rit Driedaagse van de Panne-Koksijde, 2 ritten Ronde van Frankrijk 4
1991 Kampioenschap van Zürich Kampioenschap van Vlaanderen 2 ritten Ruta del Sol, 1 rit Ronde van Groot-Brittannië 5
1992 Vlag van België BK E3-Prijs Vlaanderen 1 rit Ruta del Sol 3
1993 Ronde van Vlaanderen, Parijs-Tours Dwars door Vlaanderen 1 rit Ronde van Zwitserland, 2 ritten Hofbrau Cup, 1 rit Parijs-Nice 7
1994 Amstel Gold Race Kuurne-Brussel-Kuurne, Druivenkoers 1 rit Ronde van Zwitserland 4
1995 Ronde van Vlaanderen, Kampioenschap van Zürich Vierdaagse van Duinkerke, Wereldbeker wielrennen Druivenkoers, GP Eddy Merckx, Kampioenschap van Vlaanderen, Omloop der Vlaamse Ardennen, Trofeo Laigueglia 9
1996 Parijs-Roubaix Wereldbeker wielrennen Vlag van België BK, Arc en ciel.png WK Brabantse Pijl 5
1997 Vierdaagse van Duinkerke, Driedaagse van De Panne Kuurne-Brussel-Kuurne 3 ritten Ruta del Sol 6
1998 Ronde van Vlaanderen Brabantse Pijl, E3 Prijs Vlaanderen 3
1999 Dwars door Vlaanderen, GP Briek Schotte 2
2000 Parijs-Roubaix Brabantse Pijl, Omloop het Volk 3
2002 Parijs-Roubaix, HEW Cyclassics Hamburg 1 rit Guldensporentweedaagse, 1 rit Ronde van het Waalse Gewest 4
2003 Omloop het Volk 1 rit Ronde van Denemarken 2

Resultaten in voornaamste wedstrijden[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Ronde van
Italië
Ronde van
Frankrijk
Ronde van
Spanje
1988 opgave  
1989 106e  
1990 81e (2) 
1991 opgave  
1992 73e  
1993 50e  
1994 80e  
1995 73e  
1996 95e  
1997 opgave  
1998
1999
2000
2001 opgave  
2002
2003
2004
(*) tussen haakjes aantal individuele etappe-overwinningen
Jaar Milaan-San Remo Gent-Wevelgem Ronde van Vlaanderen Parijs-Roubaix Amstel Gold Race Luik-Bast.‑Luik Ronde van Lombardije Parijs-Brussel Omloop Het Volk E3 Harelbeke WK op de weg Wereld­ranglijsten
1988 30e 31e 7e 43e (UWB)
1989 62e 16e 25e (UWB)
1990 9e Zilver 12e 9e 6e 4e 11e
1991 8e Zilver ↑ 16e 10e Brons 6e 62e
1992 Brons ↑ 7e 14e 7e Zilver ↑ 36e 17e Goud ↑ 8e (UWB)
1993 32e 20e Goud ↑ 4e 13e 12e Brons 18e 20e 4e Zilver (UWB)
1994 12e Brons Zilver ↑ 13e Goud ↑ 58e 4e 4e 4e Zilver (UWB)
1995 12e Goud ↑ Brons ↑ 7e 13e 5e 6e Goud (UWB)
1996 8e 39e Brons ↑ Goud ↑ Brons ↑ 13e Zilver 6e Regenboogtrui ↑ Goud (UWB)
1997 44e 9e 13e Brons ↑ 53e 6e 9e 49e 8e 14e (UWB)
1998 36e 29e Goud ↑ 5e Goud ↑
1999 14e Brons ↑ 9e 12e 17e 6e 12e 6e (UWB)
2000 15e Brons 33e Goud ↑ 40e 90e Goud ↑ 13e (UWB)
2001 80e 56e 16e Zilver ↑ 5e 45e 35e 9e (UWB)
2002 10e Zilver ↑ Goud ↑ 54e 83e 61e Brons ↑ 107e Zilver (UWB)
2003 7e 38e 33e 107e Goud ↑
2004 20e 15e 5e

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Johan Museeuw.
(en) Profiel van Johan Museeuw op ProCyclingStats
Voorganger:
Abraham Olano
Regenboogtrui Wereldkampioen wielrennen Regenboogtrui
1996
Lugano
Arc en ciel.pngArc en ciel.pngArc en ciel.png
Opvolger:
Laurent Brochard
Voorganger:
Benjamin Van Itterbeeck
1991
Jersey belgianflag.svg Belgisch kampioen wielrennen Jersey belgianflag.svg
Johan Museeuw
1992
Opvolger:
Alain Van Den Bossche
1993
Voorganger:
Wilfried Nelissen
1995
Jersey belgianflag.svg Belgisch kampioen wielrennen Jersey belgianflag.svg
Johan Museeuw
1996
Opvolger:
Tom Steels
1997
Voorganger:
Dirk De Wolf
1992
Kristallen Fiets
1993
Cycling (road) pictogram.svg
Opvolger:
Paul Herygers
1994
Voorganger:
Paul Herygers
1994
Kristallen Fiets
1995, 1996, 1997
Cycling (road) pictogram.svg
Opvolger:
Tom Steels
1998
Voorganger:
Rik Verbrugghe
2001
Kristallen Fiets
2002
Cycling (road) pictogram.svg
Opvolger:
Peter Van Petegem
2003
Wielerploegen

Wielerploegen van Johan Museeuw

Baguet · De Clercq · Demol · Deneut · Gayant · Haex · Hennebert · Herinne · Leysen · Moreels · Museeuw · Naessens · Nevens · Onclin · Redant · Roes · Van Den Abeele · Van Slycke · Verschueren · Wauters · Dubois (stagiair) · Janssens (stagiair) · Vanhaecke (stagiair)