Johan Ponsioen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Ponsioen
Johan b Ponsioen.jpg
Persoonsgegevens
Volledige naam Johannes Bernardus Ponsioen
Geboren 25 juli 1900
Overleden 26 april 1969
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Periode 1915 – 1969
Stijl(en) Magisch realisme, later alla prima
RKD-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Johannes Bernardus (Johan) Ponsioen (Nijmegen, 25 juli 1900 - Tiel, 26 april 1969) was een Nederlands kunstschilder.[1]

Biografie[bewerken]

Ponsioen koos, beïnvloed door zijn vader, aanvankelijk voor het beroep van onderwijzer. Later behaalde hij de akte MO-tekenen.

Ponsioens artistieke werk kan in drie periodes verdeeld worden. De eerste periode was de leerperiode tot ongeveer 1934. Ponsioen schilderde in een academische, romantische, soms impressionistische stijl. Inspirerende schilders waren voor hem Floris Verster, Jan Sluyters en Anselm Feuerbach. Op het eind van deze periode neemt hij voor het eerst deel aan exposities.

De tweede periode was van 1934 tot 1947. De periode van het 'magisch realisme', een belangrijke, typisch Nederlandse stijlvorm die de Nederlandse kunst in de jaren dertig domineerde. Heden ten dage staat deze stijl opnieuw in het centrum van de belangstelling. Deze periode was zowel kwalitatief en kwantitatief de meest productieve in Ponsioens artistieke leven. In deze fase schilderde hij ongeveer honderd werken die zowel toen als nu algemeen als zijn topwerken beschouwd worden. Schilders waarmee hij zich in deze tijd verbonden voelde waren onder andere Dick Ket (met wiens ouders hij na Kets dood intensief contact onderhield), Johan Mekkink, Edgar Fernhout, Eppo Doeve, Gerrit Mink, Gerrit van 't Net, Jan van Tongeren, Pyke Koch, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes, Carel Willink en Jacques Seelen. Naast deze tijdgenoten liet Ponsioen zich ook inspireren door schilders uit de 15e, 16e en 17e eeuw als Hans Memling, Jan van Eyck, Geertgen tot Sint Jans, Hans Holbein, Gabriel Metsu en Rogier van der Weyden.

De derde periode was van 1947 tot 1969. In deze eclectische periode maakt zijn liefde voor perfecte afbeelding van details plaats voor een 'alla prima' stijl. Het palet wordt lichter en kleurrijker.[2]

Ponsioens totale oeuvre bestaat uit ongeveer zeshonderd schilderijen, vooral portretten en stillevens. Ook maakte hij grafisch werk, en kerkramen en kruiswegen in glas in lood.

Hij was lid van prestigieuze kunstenaarsgenootschappen als Arti et Amicitiae, Maatschappij Rembrandt en Sint Lucas. In zijn actieve leven heeft hij aan ongeveer dertig tentoonstellingen deelgenomen, zowel in Nederland als in andere Europese landen. Tevens heeft hij een aantal solo-exposities gehad, onder andere in Tiel (waar hij het langst gewoond heeft) en in Nijmegen, zijn geboortestad. De kritieken uit die tijd zijn vrijwel zonder uitzondering lovend.

Zijn werk is verkocht aan musea zoals het Scheringa Museum voor Realisme, galerieën en privé-personen in Nederland, Frankrijk, Zweden en vooral in de Verenigde Staten. Werk van hem bevindt zich ook in de collectie van het Flipje & Streekmuseum te Tiel.[3]. De rijkscollectie (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) bezit een zelfportret van hem uit 1941.

Trivia[bewerken]

Ponsioen was in de jaren dertig als violist verbonden aan Het Gelders Orkest.

Bibliografie[bewerken]

  • Ansink, E. e.a., Schilders van een andere Werkelijkheid in de collectie van het Scheringa Museum voor Ralisme, Zwolle, 2006.
  • Blotkamp, C. e.a., Magie en Zakelijkheid, Realistische schilderkunst in Nederland 1925-1945, Zwolle/Arnhem, 1999.
  • Brand, J./Broos, K., Magisch realisten en Tijdgenoten in de Verzameling van het Gemeentemuseum Arnhem, Zwolle/Arnhem, 1992.
  • Broos, K. Dick Ket, Nijmegen, 1990.
  • Groot, C. de, Overzichtstentoonstelling Johan Ponsioen, Nijmegen, 1953.
  • Heusden gezegd van der Sluijse, B. Heilig kruis Kerk Amersfoort, Amersfoort, 2008.
  • Jacobs, P.M.J., Beeldend Nederland, Biografisch Handboek, Tilburg, 1993.
  • Scheen, Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950 Dl M-Z, pag. 186-187, ’s Gravenhage, 1970.
  • Schipper, P.W., Johan Ponsioen 1900-1969 in Tielse Kunstenaars van weleer, pag 22-24, Tiel, 1981.