Johan Stellingwerf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geplaatst:
13-10-2018

Genomineerd   Deze pagina is genomineerd voor verwijdering

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past.
De hiervoor opgegeven reden is: wat is er nou E aan deze man?

De pagina is daarom aangedragen op de beoordelingslijst. Daar is mogelijk ook een meer gedetailleerde reden voor de beoordelingsnominatie te vinden.

Na plaatsing op de beoordelingslijst blijft dit artikel minstens twee weken staan, zodat eventuele bezwaren ingebracht kunnen worden. Als u het artikel zodanig kunt verbeteren dat daarmee de redenen voor verwijdering komen te vervallen, aarzel dan vooral niet om het te verbeteren. Vergeet niet om dit op de genoemde lijst te vermelden.

Indien u van mening bent dat het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, vraag dan op de lijst (of aan de nominator) of dit sjabloon verwijderd mag worden.

NB: deze melding dient te blijven staan tot de beoordelingsdiscussie afgesloten is.
Algemene informatie is te vinden op Wat Wikipedia niet is en de uitleg bij "te beoordelen pagina's".

(//)

Johan Frederik Stellingwerf (Leiden, 27 februari 1981) is een zedendelinquent bekend geworden doordat hij is veroordeeld voor twee verkrachtingen en één aanranding.

Historie[bewerken]

Stellingwerf kwam in april 2006 in het nieuws toen zijn naam en foto op de televisie werden getoond vergezeld van een oproep van politie en Openbaar Ministerie. Een dergelijke oproep komt in Nederland zelden voor, omdat normaal gesproken bij het tonen van verdachten eerst toestemming aan het College van procureurs-generaal moet worden gevraagd. Hij gaf als leraar-in-opleiding aardrijkskunde en economie op scholen in Rijnsburg, Noordwijk, Amsterdam en Den Haag. In 2003 was Stellingwerf docent maatschappijleer op een middelbare school in Hoofddorp.

Hij werd verdacht van vijf verkrachtingen.[1] Hij zou zijn misdrijven hebben gepleegd in het uitgaansleven in onder andere Amsterdam en Leiden. De slachtoffers zouden zijn gedrogeerd met valium en chloroform.

Zijn auto, een Opel Kadett van het bouwjaar 1990, is teruggevonden in Duitsland. Hij zou zijn gevlucht met behulp van een Engelse vriendin. Ook zijn ouders (beiden advocaat) speelden een dubieuze rol in deze periode. Beiden waren op de hoogte van het feit dat hun zoon in Nederland werd gezocht in verband met de eerder genoemde feiten. Beiden hebben zij justitie niet geïnformeerd over de verblijfplaats van hun zoon. Met name van de moeder is aangetoond dat zij nog contact met haar zoon onderhield en zou zij op de hoogte zijn geweest van zijn verblijfplaats. Het was echter ook dit contact dat leidde tot de aanhouding van Stellingwerf. Zijn e-mails werden terug getraceerd tot een specifiek internetcafé in Brazilië. Op 27 juni 2006 werd bekend dat Stellingwerf in de stad Curitiba was aangehouden. Stellingwerf verklaarde zijn verblijf met de mededeling dat hij gewoon op reis was.

Op 28 september 2006 werd bekendgemaakt dat Brazilië Stellingwerf zou uitleveren aan Nederland. De uitlevering naar Nederland verliep echter niet voorspoedig. Op 7 november 2006 eiste Stellingwerf in een kort geding tegen de Staat om binnen 24 uur mensen naar Brazilië te sturen om de uitlevering direct te regelen. Hij zou gezondheidsproblemen hebben. Op 9 november 2006 is Stellingwerf door de Braziliaanse autoriteiten uitgeleverd aan Nederland. Hij is op 13 november 2006 voorgeleid aan de rechter-commissaris van de rechtbank in Den Haag. Deze gelastte een verlenging van het voorarrest met 14 dagen. Later claimt Stellingwerf dat hij in de Braziliaanse gevangenis zelf is verkracht, mishandeld en dat zijn drinkwater was vermengd met rattenurine. Dit kon niet worden vastgesteld.

Rechtszaak[bewerken]

Op woensdag 4 juli 2007 stond hij voor de rechter in Den Haag. Op de rechtszitting ontkende hij het hem ten laste gelegde en beweerde dat hij slechts had gevoosd met de vrouwen. Tot seksueel contact was het, volgens hem, niet gekomen. In zijn verweer was het zoenen en knuffelen uitgegaan van de vrouwen.

Stellingwerf heeft aanvankelijk geen medewerking verleend aan justitieel onderzoek naar zijn geestvermogens, zo ook niet aan het onderzoek van het Pieter Baan Centrum. Hierdoor kon door justitie dus niet worden vastgesteld of Stellingwerf lijdt aan een stoornis. De strafmaat tbs kon hierdoor niet worden geëist. Dit is de laatste jaren een veelgebruikte methode van advocaten om hun cliënten uit het tbs-circuit te houden. Tbs kan bij gebrek aan vooruitgang steeds opnieuw worden verlengd. Dit kan theoretisch levenslang inhouden terwijl de strafeis veel lager is. Een door de verdediging ingehuurde psycholoog heeft gedurende het hoger beroep gesprekken met Stellingwerf gehad en constateerde dat geen sprake is van een ziekelijke stoornis. Wel dat Stellingwerf als gevolg van zijn detentie in Brazilië een PTSS heeft opgelopen. Omdat Stellingwerf weigerde mee te werken aan onderzoek door andere deskundige kon dit niet bevestigd worden.

De eis van de officier van justitie was 16 jaar onvoorwaardelijke celstraf. De rechtbank in Den Haag heeft hem op 19 juli 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar.[1] Zijn slachtoffers kregen ieder een schadevergoeding van 1500 euro toegekend. Uit de strafmotivering het volgende:

Aanhalingsteken openen

De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de feiten verdachte volledig kunnen worden toegerekend. Met de omstandigheden waaronder verdachte in Brazilië heeft vastgezeten zal de rechtbank slechts zeer ten dele rekening houden. Het is de keus van verdachte geweest om zich, wetende dat hij internationaal gesignaleerd stond, voor justitie schuil te houden. Ook daarin is verdachte zeer berekenend te werk gegaan, zoals blijkt uit het feit dat hij een ingenieus systeem van gecodeerde communicatie met zijn familie heeft bedacht, waardoor hij moeilijker te traceren is geweest.

Aanhalingsteken sluiten

Op 3 augustus 2007 maakte zijn advocaat bekend dat hij in hoger beroep gaat.[2] In de aanloop naar het hoger beroep werd het onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut ook bekeken door door de verdediging ingehuurde deskundigen.

De Schotse toxicoloog Barclay achtte het niet bewezen dat de vrouwen met behulp van valium of een andere rapedrug bedwelmd waren. Hoewel de stoffen wel degelijk in het bloed van de slachtoffers zijn aangetroffen claimt deze toxicoloog dat dit niet de symptomen verklaart die de slachtoffers zeggen te hebben ervaren en politie zegt te hebben waargenomen. Over het feit dat valium wel degelijk werd aangetroffen in het bloed van de slachtoffers van Stellingwerf, verklaart deze deskundige dat het normaal is dat een bepaald percentage van mensen deze substantie om verschillende redenen in hun bloed hebben. De hoge concentratie chloroform die bij een ander slachtoffer werd gevonden moet volgens de toxicoloog worden genegeerd omdat deze hoeveelheid volgens hem dodelijk zou moeten zijn. Volgens forensisch patholoog Spendlove kunnen de aanwijzingen van gewelddadige verkrachtingen ook op een andere manier worden verklaard. Zo kan het scheurtje in het slijmvlies van de anus van het eerste slachtoffer ook veroorzaakt zijn door harde ontlasting. Ook de blauwe plekken die op de slachtoffers zijn aangetroffen tonen geen gewelddadige verkrachting aan, aldus Spendlove.

Naast het hoger beroep liep er ook nog een zaak door Stellingwerf aangespannen om hem detentieongeschikt te verklaren. Een door de verdediging aangestelde psychiater verklaarde dat Stellingwerf zou lijden aan een posttraumatisch stresssyndroom. Dit zou zijn ontstaan door de door Stellingwerf geclaimde mishandelingen, verkrachtingen en vernederingen in Brazilië. Als vrijlating niet mogelijk was, wilde hij van de Penitentiaire Inrichting Vught worden overgeplaatst naar het Sinai Centrum in Amstelveen of een andere geschikte kliniek waar zijn posttraumatische stressstoornis (PTSS) beter kan worden behandeld. Zijn advocate verklaarde tevens dat Stellingwerf ernstige maagklachten en een hernia zou hebben.[3] Op 24 juni 2009 werd dit kort geding afgewezen. Stellingwerf kreeg te horen dat hij zich moet wenden tot de raadkamer van het hof om erachter te komen of hij kan worden vrijgelaten. Volgens de voorzieningenrechter is de vraag of de Staat onrechtmatig handelt door Stellingwerf niet over te plaatsen naar een psychiatrische kliniek al in eerdere vonnissen beoordeeld. Wel vindt de voorzieningenrechter dat de specifieke vraag of de weigering van Stellingwerf om de aangeboden behandeling te accepteren voortkomt uit de PTSS onvoldoende aan de orde is geweest. De zaak werd hiervoor aangehouden tot 25 juli.

Op 18 januari 2010 achtte het gerechtshof in Den Haag het niet bewezen dat Stellingwerf zijn slachtoffers zou hebben bedwelmd voor hij ze verkrachtte of aanrandde. Hij werd veroordeeld voor twee verkrachtingen en een aanranding. Behalve van bedwelming sprak het hof hem ook vrij van een poging tot verkrachting van twee andere vrouwen. Een van deze verkrachtingen werd omgezet tot aanranding. Het vonnis werd teruggebracht van tien jaar tot vijf jaar en acht maanden gevangenisstraf. Van verdovingen en meerdere verkrachtingen is Stellingwerf vrijgesproken door het Gerechtshof op 18 januari 2010.[4]