Johan van Hasselt (1850-1917)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan van Hasselt

Johan van Hasselt (Sneek, 5 mei 1850Heemstede, 5 februari 1917) was civiel ingenieur, één van de grondleggers van ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en van 1900 tot 1907 directeur van de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. Hij werd geboren als lid van de familie Van Hasselt en was een zoon van mr. Barthold van Hasselt, advocaat in Sneek, later Inspecteur der Posterijen in Den Haag, en Frijke Wouda. Hij huwde Myna Hendrika Alida Clementine Fineken (geboren 9 sept. 1850 te IJsselmuiden). In Amsterdam-Noord zijn een weg en twee insteekhavens naar hem vernoemd.

Nijmegen[bewerken]

Van Hasselt haalde het civiel-ingenieursdiploma aan de Polytechnische school te Delft in 1871. Op dat moment bestond er vanuit Rijkswaterstaat een enorme vraag naar ingenieurs voor grote rivierverbeteringsprojecten. Van Hasselt trad echter niet in dienst van Rijkswaterstaat. Hij ging aan de slag bij de Nederlandsche Zuid-Ooster Spoorweg-Maatschappij (NZOS), gevestigd te Nijmegen, die de spoorlijn Tilburg - Nijmegen bouwde. Hij werkte aan de Edithbrug bij Ravenstein. Vanwege de penibele financiële situatie van zijn werkgever, nam Van Hasselt in 1876 tijdelijk ontslag. Hij werd tijdelijk leraar Waterbouwkunde aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1877 keerde hij weer terug bij zijn eerste werkgever. Daar bleef de financiële situatie zorgelijk, zodat hij inging op het aanbod van een collega-ingenieur bij de Zuid-Ooster Spoorweg om te helpen bij 'het leveren van eenige projecten van bruggen'. Zo kwam hij terecht in het veel lucratiever werkterrein van het particuliere advieswerk.

Binnen enkele jaren kon Van Hasselt zijn naam verbinden aan een aantal imposante opdrachten, zoals:

Bureau Van Hasselt en De Koning[bewerken]

In 1881 werd Jacobus de Koning (1855-1906) compagnon van Van Hasselt in het particuliere ingenieursbureau J. van Hasselt en De Koning. Er bestonden in die jaren wel meer kleine zelfstandige ingenieurs die zichzelf 'technisch adviesbureau' noemden, maar die traden vooral op als vertegenwoordiger van buitenlandse machinefabrieken en stoomketelbouwers. Het bureau van Van Hasselt en De Koning wilde zich juist uitdrukkelijk onthouden van dergelijke 'agenturen'. Zij gingen zich richten op het technisch-wetenschappelijke werk.

Waterbeheer[bewerken]

In de volgende jaren raakte het bureau van Van Hasselt en De Koning betrokken bij vele projecten, waarvan een aanzienlijk deel in Gelderland en Overijssel. Ze verwierven vooral opdrachten rond kwesties van waterbeheersing. Ze ontwierpen stoomgemalen, sluizen of andere kunstwerken. Voor de waterschappen van de Oude IJssel en van de Berkel fungeerde het bureau als technisch adviseur. Voor Gelderland heeft Van Hasselt, vaak in een onlosmakelijke samenwerking met De Koning, een heel belangrijke rol gespeeld in de modernisering van het waterbeheer.

Naar Amsterdam[bewerken]

De zaken gingen goed. In 1886 rondde het bureau een groot aantal opdrachten af. Dat varieerde van een rapport over de toestand van fabrieken en werkplaatsen in Nijmegen en de plannen en bouw van vier ijzeren deuren in de Meersluis bij Nijmegen, tot een irrigatieplan voor een gebied in Hongarije en plannen en uitvoering van havenwerken in Wageningen. In november 1888 werd Van Hasselt benoemd tot hoofdingenieur bij de N.V. Amsterdamsche Duinwaterleiding-Maatschappij. Daardoor moest hij verhuizen van Nijmegen naar Amsterdam. Desondanks bleef hij partner in het ingenieursbureau. Van Hasselts nieuwe betrekking leidde tot specifieke deskundigheid bij het bureau over de drinkwatervoorziening. Pas in 1894 trok Van Hasselt zich terug uit Technisch Bureau J. van Hasselt en De Koning. In 1896 werd hij directeur van Gemeentewaterleidingen Amsterdam. Het advies- en ingenieursbureau groeide later uit tot het internationaal opererende advies- en ingenieursbureau Royal Haskoning, dat in 2012 fuseerde met DHV tot het niet-beursgenoteerde advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV.

Directeur Publieke Werken[bewerken]

Op 15 januari 1900 werd hij directeur van de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. Dat bleef hij tot 1907. In zijn nieuwe werkkring nam Van Hasselt een gestaag uitdijend aantal taken op zich, die vooral samenhingen met het snelle groeiproces dat de hoofdstad aan het eind van de 19de en de vroege 20ste eeuw doormaakte. In 1900 maakte van Hasselt een ontwerp voor de ontwikkeling van Amsterdam-Noord. In dit ontwerp was veel ruimte voor bedrijvigheid, met in de nabijheid enkele woonwijken.

Hoofdkanaal[bewerken]

Johan van Hasseltkanaal (west)

In dit ontwerp was een kanaal dwars door Amsterdam-Noord gepland. Door dit Hoofdkanaal zou een oeververbinding kunnen worden gebouwd over het IJ tussen de binnenstad en Amsterdam-Noord. Daarvoor was wel verplaatsing nodig van de Willem I-sluis in het Noordhollandsch Kanaal bij het IJ, die eigendom was van het Rijk. Rijkswaterstaat zou daarom grotendeels de verplaatsing voor diens rekening moeten nemen. Amsterdam was optimistisch dat het er met het Rijk uit zou komen. Daarom werd vanaf 1908 al een oostelijk en westelijk deel van dit kanaal gegraven. In 1919 zijn deze doodlopende delen, die nu meer de functie van insteekhaven kregen, naar hem vernoemd.

In afwachting van een positief besluit van het rijk bleef de strook land op het hele tracé van het nieuwe kanaal onbebouwd. Hier kwam bijvoorbeeld voorlopig een sportpark op het Mosveld, waar voetbalclub De Volewijckers vele sportieve successen behaalde.

Geen kanaal[bewerken]

Het hele plan voor een kanaal bleek te optimistisch. In Den Haag was er nimmer genoeg steun om het rijk deze hoge kosten geheel of gedeeltelijk te laten dragen, opdat de gemeente Amsterdam kon besparen op een vaste oeververbinding over het IJ. Het middenstuk van het Van Hasseltkanaal werd nooit gegraven, en het plan verdween in een la.

De gemeente Amsterdam liet de beperkingen varen, die decennialang tegenhielden dat er op dit tracé iets gebouwd werd. In 1965 verrees op de kop van het Van Hasseltkanaal (West) het Ziekenhuis Amsterdam-Noord. Toen in 1968 op het niet gegraven gedeelte een verhoogde weg door het Mosveld werd aangelegd, voor de ontsluiting van de IJ-tunnel, werd die weg ook naar Van Hasselt vernoemd. In de jaren 90 is het Johan van Hasseltkanaal (Oost) grotendeels gedempt voor de uitbreiding en betere ontsluiting van het bedrijventerrein. Daarmee werd de bestaande Johan van Hasseltweg verlengd.

Gerealiseerde werken[bewerken]

Tijdens het directeurschap van Van Hasselt kwam de Beurs van Berlage (1903) gereed. Andere werken uit zijn tijd waren de uitbreiding van het politiebureau aan de Singel 455-457, het schoolkinderbad aan de Frederik Hendrikstraat 105 en enkele scholen, waaronder die aan de Zeeburgerdijk 25, Van der Veldestraat 10 en de Mauritskade 58 (3e HBS).

Onenigheid[bewerken]

Van Hasselt vertrok met onenigheid bij de gemeente Amsterdam. Hij nam ontslag naar aanleiding van het feit dat niet de Dienst der Publieke Werken, maar het gemeentebestuur de leiding had bij het treffen van maatregelen wegens technische gebreken aan de Beurs van Berlage. Nadat Van Hasselt op 1 februari 1907 vertrok bij de Dienst der Publieke Werken, was hij verder als vrijgevestigde bouwkundige werkzaam.

ENTOS[bewerken]

Een directeur van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij heette ook Johan van Hasselt. Ten tijde van de Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) in 1913 was deze Van Hasselt adjunct-directeur van de KNSM. Waarschijnlijk was deze Johan van Hasselt degene die een groot aandeel had in de organisatie van de ENTOS, maar de beschikbare bronnen bieden geen uitsluitsel welke Johan van Hasselt hierbij zo nauw betrokken was.

Nageslacht[bewerken]

Johan van Hasselt en zijn vrouw kregen vier kinderen: Frederika (1877), Johanna (1879), Barthold (1882) en Maria (1884).